Home

Soortkill betrapte ome Edje in een van zijn shirts

Wie bepaalt er wat op dit moment in de mode is, vroeg ik mij af terwijl ik onnodig lang gestationeerd stond in de deuropening en meeluisterde naar de schelle geluidsgolven die uit mijn moeders telefoon galmden. Ik zeg haar altijd dat ze niet middels wifi-verbindingen moet bellen, en al helemaal niet via WhatsApp. Toch deed ze het weer.

M’n ma was in gesprek met haar jongste broertje in Suriname, die ze ondanks de kreupele verbinding poogde te voorzien van wat aanwijzingen. Blijkbaar was mijn oom bezig met zijn laatste voorbereidingen treffen in de aanloop naar een kort bezoek aan ons wispelturige kikkerlandje.

Op de vraag of hij genoeg donkere shirtjes had ingepakt omdat witte volgens mijn moeder een korte schoonheidsduur hebben, hoorde ik oom Edje zeggen dat ik wel wat shirtjes met hem zou kopen wanneer hij zich begeeft op Nederlands grondgebied. „Van die shirtjes die nu in de mode zijn”, wauwelde hij, alsof ik dan meteen door zou moeten hebben op welke hij doelde. Ik knikte maar ja.

De vorige keer dat oom Edje naar Nederland kwam kan ik me nog goed herinneren. Het was de zomer van 2014, die zomer met het WK in Brazilië toen Robin van Persie met een snoepduik Iker Casillas passeerde en de gelijkmaker op het scorebord bracht. Ik woonde nog bij mijn moeder, die op dat moment juist in Suriname was voor haar vakantie. Oom Edje logeerde bij ons. Het was zijn eerste keer in Nederland. Waarom dit mij zo is bijgebleven is omdat hij het er toen echt van nam. Hij had het enthousiasme van een minderjarige in een nachtclub, terwijl hij tegelijkertijd ultramisplaatst oogde voor menig aanschouwer. Ik weet nog dat hij bijna iedere dag rond lunchtijd langs het fietspad onder metrostation Gein stond en iedere jongedame aansprak die het perron verliet. Dit gebeurde zodanig op de automatische piloot dat hij zelfs mijn toenmalige vriendin, die ik enkele dagen daarvoor aan hem had voorgesteld, nariep. Hij had het oprecht niet door, zei ik maar om haar gerust te stellen.

Succesvol waren zijn escapades niet, en om zijn kansen te vergoten leende hij ongevraagd wat shirtjes van mij omdat die volgens hem meer in de mode waren. Toen ik hem betrapte met een van m’n shirts zei hij, overtuigd van zijn oplossing: „Omdat jij die modo mang bent toch! Je moet me leren, nefo!”

Zelf let ik nooit doelbewust op de laatste mode, hoewel ik mede-eigenaar ben van een kledingmerk en -winkel op de Zeedijk, waar vandaag de dag het epicentrum is van de hedendaagse Nederlandse streetwear-cultuur. En ik kan je vertellen dat ook mijn collega’s en onze gelijkgestemde buren daar niet mee bezig zijn. Voor het gros van de kleding die wij ontwerpen kijken wij naar het verleden. Dingen van vroeger komen terug, mixen met het heden, en vinden hun weg terug tot het actuele. Vandaag de dag zie ik de jeugdigen onder ons met wijde pijpen flaneren door de stad als The Jackson 5, en dragen dames vintage voetbalshirts uit de mid-2000’s. Nike lanceerde onlangs opnieuw de Total-90-schoen waar ik in groep 6 de bal mee leerde hooghouden.

Wat nu in de mode is waait mee met de tijd zoals de cyclus van het leven. Hippe items bloeien op, bereiken hun piek, en sterven vervolgens af met dezelfde snelheid. Zeggen dat nu iets in de mode is is hetzelfde als op een dag dat de zon toevallig schijnt zeggen dat Nederland een zonnig land is. Het betekent eigenlijk niks.

Daarom draag ik het liefst wat mij zint, zonder enig besef van wat zogenaamd in de mode is. Maar zodra oom Edje een beroep doet op mijn kundigheid zal ik hem wat shirtjes geven, en laat ik het placebo-effect zijn werk doen.

Soortkill is schrijver. Deze week verscheen bij uitgeverij Pluim Smibologie Vol. 2. Operational Manual.

Source: NRC

Previous

Next