Home

Een jongere die onder dwang een explosief plaatst, is slachtoffer van mensenhandel

Een jongen van 15 die onder dreiging een pakketje drugs moet bezorgen. Een meisje van dertien dat haar bankrekening ‘even uitleent’ en daarna wordt opgejaagd door criminelen. Een zestienjarige die in de nacht een explosief bij een woonhuis plaatst. Te vaak worden dit soort jongeren nog uitsluitend als daders gezien, terwijl zij in werkelijkheid slachtoffers zijn van criminele itbuiting. Dat is gevaarlijk: hun kwetsbaarheid blijft onzichtbaar en zij krijgen niet de hulp die ze nodig hebben.

Criminele uitbuiting is een vorm van mensenhandel, waarbij het slachtoffer in beeld komt als pleger van een strafbaar feit. Het daderschap is zichtbaar, het slachtofferschap verborgen. Uit recent onderzoek onder duizenden middelbare scholieren blijkt dat zo’n vijftien procent is benaderd door criminele ronselaars. NRC meldde in augustus dat minstens 25 Nederlandse kinderen betrokken zijn bij de internationale Com-beweging, waarin jongeren via platforms als Roblox, Discord en Telegram worden geronseld, gechanteerd en aangezet tot seksueel misbruik of geweld.

Over de auteur

Jordi L’Homme is strafrechtadvocaat bij Kötter, L’Homme & Plasman Advocaten. In de maand september is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Daarnaast duiken jongeren op in de georganiseerde criminaliteit: ingezet voor online fraude, cyberaanvallen of de drugshandel. Ze worden gebruikt als dealer, koerier, uithaler of geldezel – waarbij hun rekening als katvanger dient voor forse geldbedragen – vaak in ruil voor slechts een fractie van het crimineel verkregen geld.

Alsof dat nog niet zorgwekkend genoeg is, waarschuwde de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen recent voor infiltratie van criminele netwerken in de jeugdzorg. Er zijn signalen dat malafide medewerkers jongeren niet alleen onthouden van zorg, maar zelfs actief ronselen voor criminaliteit en prostitutie. Vooral jongeren met een verstandelijke beperking zijn extra vatbaar voor beloften van geld, aandacht of status – een wrange vorm van misbruik binnen een systeem dat juist bescherming zou moeten bieden.

En daar zit de pijn: het zijn meestal jongeren uit sociaal-economisch kwetsbare omstandigheden die ten prooi vallen aan ronselaars. Criminelen weten precies op welke knoppen ze moeten drukken: armoede, schulden, verslaving of psychische problematiek. Ook kan een afhankelijkheidsrelatie worden gecreëerd, bijvoorbeeld door iemand bewust in de schulden te brengen en hem daarna verder uit te buiten.

Het is een grijs gebied waarin de scheidslijn tussen slachtoffer en dader flinterdun is. Juist dat benadrukt het belang van vroegtijdige signalering en bescherming – om te voorkomen dat slachtoffers zo lang in deze situatie verkeren dat ze uiteindelijk (verder) verstrikt raken in de criminaliteit.

Het besef dat niet alle jongeren die strafbare feiten plegen dit vrijwillig doen, is nog onvoldoende geland bij beleidsmakers en in de strafrechtketen. Toch zijn er positieve ontwikkelingen. Zo vervolgt het Openbaar Ministerie de laatste jaren steeds vaker de ronselaars die jongeren hebben aangezet tot het plaatsen van explosieven voor mensenhandel. Daarmee verschuift de aandacht langzaam van de jongere die het feit pleegt, naar degene die hem of haar daartoe heeft aangezet.

Ook in de rechtspraak begint dit besef door te dringen. Onlangs oordeelde een rechtbank dat het inzetten van een kwetsbare jongere als chauffeur bij een criminele actie onder mensenhandel valt. Het ging om een jongen die verslaafd was aan cocaïne en daardoor afhankelijk van zijn dealer. Toen hij een schuld had opgebouwd, bood de dealer hem een klus aan in ruil voor kwijtschelding, wat geld en drugs. De rechtbank zag dat hij door zijn verslaving nauwelijks nog een keuze had: hij liep grote risico’s, terwijl de beloning verwaarloosbaar was.

In juridische termen heet dit ‘misbruik van een kwetsbare positie’ en ‘misbruik van overwicht’. De rechter zag dat de jongere geen reële uitweg had en dus werd uitgebuit. Dat is precies de kern van mensenhandel: iemand in een situatie brengen, of houden, waarin hij zich niet meer kan onttrekken en gedwongen wordt strafbare handelingen te verrichten.

Ronselaars worden steeds vaker strafrechtelijk aangepakt, maar hoe zit het met de jongeren die zij uitbuiten? Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel schat dat in Nederland duizenden jongeren slachtoffer zijn van criminele uitbuiting, maar nauwelijks als zodanig worden erkend. Dat is zorgelijk en moet veranderen. Politie, OM en zorginstanties zouden deze jongeren in de eerste plaats als slachtoffers moeten zien, zodra er signalen zijn dat derden bij hun handelen betrokken waren.

Een cruciale stap daarbij is het steviger verankeren van het zogeheten non-punishmentbeginsel uit het Verdrag van Warschau en de Europese mensenhandelrichtlijn. Dat verplicht de overheid ertoe te voorzien in de mogelijkheid om strafvervolging of bestraffing achterwege te laten wanneer iemand als slachtoffer van mensenhandel is gedwongen een strafbaar feit te plegen. Zo wordt voorkomen dat slachtoffers meerdere keren worden aangepakt: eerst door hun uitbuiter, daarna door politie, OM en strafrechter – en vaak ook nog thuis door hun ouders.

In theorie kunnen het Openbaar Ministerie en rechters dit beginsel al toepassen, maar in de praktijk gebeurt dat zelden. Zolang dat zo blijft, verdwijnen jongeren achter tralies, terwijl zij juist bescherming nodig hebben, en is de kans groot dat de echte daders buiten beeld blijven.

Uitgebuite jongeren verdienen bescherming, geen straf.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next