Na veel gedoe en harddrugs in de jaren negentig is de band Suede inmiddels bezig aan een glorieuze, gezonde tweede jeugd. Frontman Brett Anderson is een familieman en groene thee-enthousiasteling geworden. ‘We zijn nu consistenter, beter.’
Artiesten herkennen interviewers die ze eerder hebben gezin vaak vagelijk: hé, een bekende kop, hebben wij elkaar niet eerder ontmoet? Het klopt: in 2016 en, langer geleden, in 1999, toen het Suede-album Head Music verscheen.
‘O jee, 1999’, zegt Brett Anderson (57) met zelfspot. ‘Dan ben ik je waarschijnlijk nog excuses verschuldigd.’
Zo erg was het niet, maar het was destijds wel duidelijk dat Anderson (toen 31) er niet best aan toe was: verslaafd, harddrugs, al praatte hij daar omheen. Het was het begin van het einde voor Suede: de lol was eraf. De geweldige, opwindende rockband die in 1992 en 1993 de Britpop-rage op gang bracht, stopte in 2003.
Kijk hem nu eens. Kraaienpootjes, het haar wat dunner, maar blakend van gezondheid, gebruind, goedlachs, jaloersmakend gesoigneerd en in shape. De tweede jeugd van Suede, sinds de hereniging in 2010, duurt inmiddels langer dan de eerste fase (1989-2003) en leverde evenveel albums op: vijf om vijf. Het nieuwe, sterke Antidepressants is nummer tien.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Ook de generatiegenoten Oasis, Blur en Pulp bestaan nog (of weer), maar de vitaalste van de ‘Grote Vier’ van de Britpop is de band die bij het aanbreken van de 21ste eeuw het ergst kapot was: Suede dus.
‘Ik ben daar trots op’, zegt Anderson. ‘We maakten in onze eerste periode een paar erg goede albums, maar ook een matige en een slechte. Nu zijn we consistenter. Beter, vind ik. En het belangrijkst: er zit ontwikkeling in, we bewandelen nieuwe wegen. We doen niemand na en zeker niet het oude Suede. Pastiche interesseert me niet.’
Het is waar. De vijf albums sinds 2010 zijn wonderbaarlijk goed, zeker de twee jongste: het punkachtige Autofiction (2022) en het nieuwe Antidepressants dus, door Anderson aangekondigd als ‘ons post-punkalbum’.
‘Dat is natuurlijk een beetje een mediaslogan. Het is geen post-punkalbum, het is een Suede-album. We rocken wel vrij hard, de laatste jaren. En vooruit: Antidepressants komt ná de plaat die je ons punkalbum zou kunnen noemen en verklankt, zonder dat we aan kinderlijke politieke statements doen, de turbulentie van nu, het crisisgevoel, de neurose, de grote zorgen.’
‘Come down and disintegrate with me’, zingt hij, bijna uitnodigend, in Disintegrate. Dancing With the Europeans gaat over het in stand houden van de banden met de vastelanders van wie Groot-Brittannië zich formeel heeft losgesneden, over het besef dat we het, desondanks, samen moeten doen. Broken Music for Broken People gaat over ons allemaal, over de mensen: de machthebbers van nu hebben uiteindelijk de macht niet. Die ligt bij óns.
‘Oekraïne, Gaza, de klimaatcrisis, de opkomst van extreemrechts, Brexit. Daarmee vergeleken waren de jaren negentig peanuts, een optimistische tijd. In zekere zin heeft de narigheid Suede een nieuw verhaal aangereikt. Dat is een wat wrange constatering, maar ik denk wel dat het waar is.’
De veteranen van de Britpopjaren, van Cool Britannia, hebben alsnog hun eigen crisistijd cadeau gekregen om hun zegje over te doen?
‘Ja, daar zit iets in. We proberen er positieve energie uit te halen. Turbulentie en drama zijn inspiratiebronnen voor een songschrijver. In de jaren negentig vond ik het drama in mijn binnenwereld en mijn eigen leven. In een wereld waarin het best goed ging, verknalde ik de boel maar zelf en zong ik dáárover.’ Met een grijns: ‘Egocentrische, ijdele flapdrol die ik was.’
Nu schrijft hij over de wereld om zich heen, maar ook – wie had het ooit kunnen denken? – over zijn gezin. Sweet Kid gaat over zijn net 13-jarige zoon. Als hij hoort dat de Volkskrant-interviewer een precies even oude zoon heeft, wil Anderson eigenlijk over niets anders meer praten: vaderschap, gezin, pubers.
Heerlijke onderwerpen, maar we moeten aan het werk, meneer de Weekendgids. Wat beveel je ons aan?
‘Tip 1: sticht een gezin!’
Staat genoteerd. En wat nog meer?
‘Over gezinnen gesproken: deze zomer las ik een van de beste romans in tijden. Sorrow and Bliss van de Nieuw-Zeelandse Meg Mason gaat over twee zussen, de ene zus volkomen normaal, de andere, Martha, duidelijk niet – en zo ervaart ze dat zelf ook.
‘Je zou het een komedie kunnen noemen, maar uiteindelijk zijn het niet de komische voorvallen die je bijblijven, maar de tedere manier waarop de schrijfster de twee zussen hun verhouding, hun verleden en hun volwassen levens schetst.
‘Het is een coming of age-verhaal, maar het gaat voor mij vooral over familiebanden, over het gezin. Ik lees graag over gezinnen, liefst in romans waarin feitelijk niet veel gebeurt. Voor mij geen Da Vinci Code, ik heb ze graag langzaam en saai, al is Sorrow and Bliss (in het Nederlands vertaald als Leed en lief, red.) vooral vlot en grappig.’
‘De meeste oudere muzikanten luisteren nauwelijks nog naar nieuwe bands of, vervelender nog, ze zijn overal negatief over. Ik zou mezelf niet eens met volle overtuiging een uitzondering op die regel durven noemen, maar: ik ontdek nog weleens wat, zoals Madra van de Ierse band NewDad.
‘Eigenlijk sla ik bij jonge bands maar op één ding aan: de kwaliteit van de liedjes. Die is hoog bij NewDad, maar het is zo lastig om uit te leggen wat een liedje goed maakt. Ik hoor het, zoals ik het aan Wichita Lineman of Everybody’s Talkin’ hoor, maar het blijft iets ongrijpbaars: een melodie en een goede tekst die zonder elkaar weinig kracht hebben, maar sámen raak zijn.
‘NewDad koos er ook nog een goede albumtitel en hoesfoto bij. Dat heeft Suede ook altijd belangrijke zaken gevonden. En ze doen niemand na. Al die dingen samen doen mij concluderen: ja, jullie snappen het.’
‘Waarschijnlijk is elke volwassen Nederlander weleens in Londen geweest. Elke wereldbewoner kan tien toeristische attracties in Londen opnoemen. Toch tip ik die geweldige, nog altijd onvergelijkbare stad, al was het maar omdat niemand Londen ooit nog tipt. En omdat Suede er zonder Londen niet zou zijn geweest.
‘Het is een beetje in de mode om te doen alsof de stad niet meer is wat hij geweest is, alsof er geen Londenaren meer wonen, etcetera. Ach. De stad kent uiteraard zo zijn moderne problemen en is niet perfect, dat zijn echte steden nooit. Ik vind Londen nog altijd magisch.
‘Ik woon met mijn gezin in landelijk Somerset, maar ik heb ook nog een appartement in Notting Hill waar ik graag ben, vooral om te schrijven. Dan wandel ik veel door de stad.
‘Londenaren vragen elkaar altijd: uit welk stadsdeel kom je? Er zijn namelijk ontelbaar veel verschillende Londens. Wat het antwoord ook is, Shoreditch, Chiswick, Brent of Hackney: je hebt dan direct een beeld van de wereld waarin die persoon ongeveer leeft, ergens op de schaal tussen high end Mayfair en shitty Croydon.’
‘Ik gooi er nog een voor de hand liggende tegenaan. Mijn favoriete museum: de National Gallery aan Trafalgar Square. Wereldberoemd, iedereen kent het en het barst er van de toeristen.
‘Maar ik blijf het een betoverende plek vinden, júist omdat er duizenden iconische schilderijen hangen, zó beroemd dat ze stuk voor stuk honderd miljoen pond waard zijn, letterlijk onbetaalbaar. En dat hangt dan allemaal bij elkaar. Ongelooflijk, als je erover nadenkt.
‘De ambasssadeurs van Holbein. De zilveren eeuw van Cranach. Manet. Van Gogh. Da Vinci. Allemaal schilderijen die merchandise zijn geworden: ansichtkaarten, koelkastmagneten. In de National Gallery kun je soms die magische sensatie hebben dat je ze plotseling weer ziet als de schilderijen die ze zijn.
‘Ik neem mijn zoon graag mee. Dan lopen we van Notting Hill door Hyde Park naar Trafalgar Square. Hij houdt het een klein uur vol. Prima. Volgende keer weer een uurtje.’
‘Twee bevriende jagers trekken de Schotse Hooglanden in om te gaan jagen. Een van de twee ziet een hert en legt aan, maar schiet per ongeluk een kind dood dat achter dat hert staat. En daarna ook de enige ooggetuige: de vader van het jongetje.
‘Dat is het vertrekpunt van de film Calibre, die ik onlangs op Netflix zag. De rest van de film gaat over hun pogingen om hun sporen uit te wissen en in het gerede te raken met wat ze hebben gedaan. Geweldige, rauwe film. Prachtige beelden. Geweldig gespeeld. Herinner je je ons album Night Thoughts nog?’
‘Daar hoorde een speelfilm bij die ook rauw was, prachtige beelden bevatte en draaide om de zelfs op een filmdoek nauwelijks te verteren angstdroom van elke ouder: het in één, onbewaakt, moment verliezen van een kind.
‘Die diepe angst, die er altijd een klein beetje is, daar zadel je jezelf mee op op het moment dat je vader wordt. Maar prachtig is het natuurlijk ook, dat besef dat je niet de belangrijkste persoon ter wereld bent. In de jaren negentig dacht ik van wel. Ik kan je verzekeren: dat is niet goed voor je.’
‘Als er genereuze Nederlandse Suede-fans zijn die mij een cadeautje willen geven bij ons eerstvolgende concert in Nederland: een doosje groene thee van Yamamotoyama, een eeuwenoud Japans merk, daar maak je me blij mee.
‘Groene thee is mijn favoriete drankje. Ik drink drie glazen per dag. Tijdens het drinken zet ik een plaat op: drie fijne, vaste rustmomenten met muziek.
‘Mijn onjuiste bereidingswijze is de enige juiste. Ik zet hem namelijk veel te heet. Ik geloof dat 80 graden de aanbevolen temperatuur voor het water is, maar ik giet het kokend op, in een voorverwarmde glazen theepot. Dan laat ik het daarna een kwartier trekken, zodat het een bijzonder sterke groene thee wordt.
‘Naast groene thee is een goed glas rode wijn mijn enige zonde, tegenwoordig. Alle andere zonden heb ik in de jaren negentig afgevinkt.’
‘Een zanger? Even nadenken. Ik werd als jonge zanger altijd met David Bowie vergeleken. Bowie was mijn idool en technisch gezien een ongelooflijk goede zanger. Maar ik wil iets verrassenders zeggen.
‘Ik kies Robert Smith van The Cure. Hij wordt vaak geprezen, maar vrijwel nooit als vocalist, terwijl ik zijn stem echt geweldig vind. Uniek. Uit duizenden herkenbaar.
‘Smith klinkt prachtig gekweld en emotioneel, met een snik, maar vergis je niet: hij zingt zuiver en technisch veel beter dan je denkt. Hij wordt als zanger onderschat, wat mij betreft.
‘Als een oude Britse artiest een nieuw album uitbrengt, jubelt de Britse muziekpers altijd dat het een magistrale comeback is. Dat is in werkelijkheid vrijwel nooit zo, maar Songs of a Lost World (2024) van The Cure was het wel, óók van zanger Robert Smith.’
‘Mijn favoriete Suede-optreden ooit was in 2010: ons comebackoptreden in de Royal Albert Hall. Inmiddels hebben we er nog een paar keer gespeeld, maar het blijft een magische plek.
‘Ik bewaar warme jeugdherinneringen aan de Albert Hall. Mijn vader was groot liefhebber van klassieke muziek en nam mij regelmatig mee naar concerten. Rachmaninoff, Liszt, wat dan ook. Zelfs toen Suede al was doorgebroken, deden we dat nog samen.
‘Nu woon ik er vlakbij: als we er optreden, wandel ik er door het park naar toe voor de soundcheck. Het belangrijkst: het is de perfecte grootte, iets meer dan vijfduizend plaatsen. Groot, maar nog klein genoeg om echt contact met het publiek te houden. Wordt de zaal nog groter, dan gaat er iets verloren.’
‘Ik ben geen automan. Ik haalde mijn rijbewijs pas op mijn 39ste. Vraag mij vooral niets over automerken en -typen: ik heb er geen verstand van en het interesseert me ook niet. Wel ben ik erg dol op autorijden, zozeer dat er een car song op ons nieuwe album staat: The Sound and the Summer.
‘Ik vind het heerlijk om alleen te rijden, mijn gedachten te ordenen of bijvoorbeeld naar muziek of een audioboek te luisteren, maar ik breng ook graag mijn zoon naar school. Dat ritje is me zeer dierbaar. Altijd goede gesprekken, want mannen praten graag zonder oogcontact, vooruit kijkend, naast elkaar zittend.
‘Hoe vaak ben ik nu over mijn gezin begonnen? Best vaak, geloof ik. Daar kun je gerust een paar conclusies uit trekken.’
29 september 1967 Geboren in Lindfield, Engeland
1989 Oprichting Suede in Londen
1992 Debuutsingle The Drowners
1993 Mercury Prize voor debuutalbum Suede
1994 Album Dog Man Star
1996 Succesvolste album Coming Up, grootste hit Trash
2003 Suede stopt
2004 Band The Tears met Bernard Butler (ex-Suede)
2007 Solodebuut Brett Anderson
2010 Suede herenigd
2013 Comebackalbum Bloodsports
2018 Eerste deel memoires: Coal Black Mornings
2019 Tweede deel memoires: Afternoon with the Blinds Drawn
2022 ‘Punkalbum’ Autofiction
2025 Tiende Suede-album Antidepressants
Brett Anderson is getrouwd met Jodie Anderson, die natuurgeneeskunde bedrijft, en heeft een zoon en een stiefzoon.
Suede: Antidepressants. BMG.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant