Flat track racing is nu nog een kleine tak binnen de motorsport. Maar de deelnemers zijn fanatiek en willen niets liever dan dat dit racen op een ovale baan net zo groot wordt als in de VS. Zolang het maar niet ten koste gaat van de gezelligheid.
schrijft voor de Volkskrant over Amerikaanse sporten.
‘Is er wel nog muziek?’, vraagt een bezorgde bezoeker. Hij heeft als bezoeker van de Dutch Flat Track Cup zojuist zijn auto in de modder tussen de weilanden geparkeerd. De race in het Zuid-Hollandse Noordeloos is door zware regenval afgelast, maar het mag de pret niet drukken: een handvol belangstellenden is blijven hangen. In een grote oranje-witte partytent bewonderen deelnemers elkaars motorfietsen. Er is bier, hamburgers sudderen op de grill en ja, uit de speakers klinkt muziek. Bruce Springsteen zingt over het leven.
Het is een nadeel van flat track racing, zoals de uit de Verenigde Staten overgewaaide motorsport heet: op een kleddernat circuit kan niet worden gereden. De motoren maken op hoge snelheden rondjes op een ovale klei- of gravelbaan en hebben geen voorremmen. Coureurs moeten de machines al glijdend, met het voorwiel dwars, door de bocht zien te sturen. In de modder is het vragen om moeilijkheden.
Komend weekend wordt er weer gereden, in het Groningse Blijham. Het is de vierde en laatste halte van de Dutch Flat Track Cup, een kleinschalig kampioenschap dat pas enkele jaren bestaat en is aangesloten bij motorsportbond MON. Een kleine honderd coureurs zullen in verschillende klassen rijden. Alleen een stortbui kan ze stoppen.
In Noordeloos blijven de motoren begin juni opgeborgen onder het dak van de tent. Aan de lange zijde van het circuit, in een stuk weiland naast een tankstation, laadt Maikel Dijkstra (33), geholpen door zijn vader, zijn spullen weer in zijn busje. In het gras staan bandensporen. De bezoekers die met een camper bij het circuit hebben overnacht, zijn vertrokken. Sommigen komen uit Duitsland of België om de races te bekijken.
Dijkstra is in Nederland de grootste pleitbezorger van flat track. Op vier plekken in het land organiseert hij clinics. Ook de races van het officieuze NK zet hij voor een groot deel samen met anderen op poten. In Noordeloos heeft hij lang gewerkt om het circuit op te tuigen.
Het is voorlopig nog een uit de hand gelopen hobby, maar Dijkstra wil de sport in Nederland naar een hoger plan tillen. Veel van de beginnende coureurs maken gebruik van zijn motorfietsen. Om zijn sport te promoten nodigt hij voor clinics aan zijn Flat Track Academy regelmatig bekenden en influencers uit. Onder anderen voormalig kickbokser Sem Schilt klom bij Dijkstra voor het eerst op de motor.
Hijzelf kwam in aanraking met de motorsport toen hij 6 was. Op een klein motortje scheurde hij over grasvelden. In 2016 stortte Dijkstra zich op flat track: hij deed mee aan WK’s en andere grote internationale wedstrijden in Duitsland, Engeland, Spanje en de Verenigde Staten, de bakermat van de sport.
‘Flat track is de basis van de motorsport’, verklaart Dijkstra. ‘In principe kun je op elke motor meedoen, zolang je maar de juiste banden hebt.’ De sport is bij uitstek geschikt voor coureurs die graag aan hun machine sleutelen. Flattrackmotoren zijn niet kant-en-klaar te verkrijgen, het zijn aangepaste, bestaande modellen.
Maar bovenal wordt flat track gekenmerkt door het wereldje waarin de sport zich afspeelt. ‘Er hangt altijd een gemoedelijke sfeer’, zegt Dijkstra. ‘Bij motorcross of wegraces is het allemaal wat fanatieker. Flat track is eigenlijk één grote familie.’
Het maakt toetreding tot de sport laagdrempelig, merkte Martine van der Kolk (33), een van de vrouwelijke flattrackcoureurs in het kampioenschap. De Rotterdamse begon bij Dijkstra, zoals veel van de deelnemers in Noordeloos. Inmiddels helpt ze hem bij het organiseren van zijn clinics en races.
Van der Kolk neemt haar sport serieus: ‘Ik wil het WK halen.’ Bij de mannen, bedoelt ze – een mondiaal kampioenschap voor vrouwen bestaat nog niet.
Om zich volledig op flat track te kunnen richten, zette Van der Kolk haar baan in de filmwereld in de ijskast. ‘Toen ik voor het eerst op de motor stapte, wist ik meteen dat ik wilde racen’, zegt ze. ‘Ik had nog totaal geen ervaring, maar het klopte gewoon. Ik dacht: dit wil ik heel graag goed kunnen.’
Ze ging trainen met Dijkstra. Vaak sliep ze in de weekends in een tent naast het circuit om zo veel mogelijk vlieguren te kunnen maken.
Binnen twee jaar wil ze prof zijn. Van der Kolk begon dit jaar bij de rookies, de op een na laagste klasse (boven newbie en onder intermediate en pro). Haar seizoen kende in april een valse start: bij de eerste race in Lelystad brak ze haar schouder bij een botsing met een andere coureur. Inmiddels is ze opgelapt. Onlangs won ze haar eerste race.
Van der Kolk is niet de enige vrouw in het flat track racing. Aan het kampioenschap van Dijkstra doen meerdere vrouwen mee. Dat is in de door mannen gedomineerde motorsport opmerkelijk, al neemt ook in andere takken het aantal vrouwen langzaam toe.
‘Bij flat track is iedereen welkom’, zegt de Amerikaanse filmmaker Wendy Schneider. ‘Voor jonge vrouwen is het een fijne ingang tot de motorsport.’ Schneider zit achter een lange houten tafel, een petje op haar hoofd. Voor haar liggen T-shirts, stickers en andere merchandise: ze is hier ter promotie van haar documentaire Angels of Dirt, over de flattrackscene in de VS.
In Amerika zijn de circuits groter en trekt de sport volle tribunes. Races worden uitgezonden op landelijke tv-zenders en de beste coureurs kunnen goed leven van hun sport, zonder dat die zijn kenmerkende gemoedelijkheid heeft ingeleverd.
Het karakter van de sport opende de deur voor vrouwelijke pioniers. Schneider: ‘Inmiddels is er zelfs een profteam voor vrouwen.’ In het wereldje, zowel in de VS als hier, wordt de aanwezigheid van vrouwen als vanzelfsprekend ervaren. ‘Iedereen die een uniform aantrekt is gelijk’, zegt Van der Kolk.
In Noordeloos poseert de 55-jarige Jolanda Westerveld trots met haar rode Honda XR400. Ook zij begon bij een clinic van Dijkstra. In hetzelfde weekend reed ze haar eerste wedstrijd. ‘Het maakt hier niet uit wie je bent’, zegt Westerveld, tevens handbalcoach. ‘Je hebt allemaal één passie en dat is flattracken.’
Voor zijn vrouwelijke coureurs riep Dijkstra dit seizoen een speciale Ladies Cup in het leven. ‘Ik was daar in eerste instantie tegen’, zegt Van der Kolk. ‘De winnaar kreeg ook nog een roze pet, daar was ik helemaal in alle staten over.’ Na een tijdje veranderde ze van mening: ‘Het kan de drempel voor sommige vrouwen verlagen.’
Een van de vrouwelijke coureurs is de 34-jarige Emilie Lebon. Ze is vanuit het Duitse Bonn naar Noordeloos gekomen. Voor niets, zo blijkt, maar chagrijnig is ze allerminst. Ze geniet van het weerzien met haar vrienden. ‘Iedereen helpt elkaar’, zegt ze over de flattrackcultuur. ‘Als iemand een tip heeft om beter te rijden, houdt die dat nooit voor zichzelf.’
Lebon groeide op op Mauritius, waar ze al graag motorreed. In Duitsland was haar rijbewijs niet geldig, dus ging ze op zoek naar andere manieren om te kunnen rijden. Zo kwam ze uit bij Dijkstra. ‘Ik was meteen verkocht.’
Een van de jongste coureurs in Noordeloos is de 15-jarige Yfke Wobbes. Ze is met haar vader Tinus, gehuld in een zwartleren motorpak, naar het circuit gekomen. Door hem maakte ze kennis met de motorsport, aanvankelijk motorcross. ‘De mensen waren daar wat minder aardig’, zegt ze naast haar nieuwe omgebouwde Enduro-motor, 250 cc. ‘Maar dit is een leuke gemeenschap. Kleinschalig, minder ieder voor zich.’
Wobbes wil prijzen winnen. Wie weet kan ze over een aantal jaar prof worden, afhankelijk van hoe de sport zich in Nederland ontwikkelt. Het gaat vooralsnog langzaam, zegt Dijkstra, maar niettemin de goede kant op. ‘Ik zie steeds meer nieuwe gezichten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant