Home

Anja Meulenbelt: ‘Als mensen over mij zeggen dat ik een icoon ben, denk ik: nou nou, rustig aan’

Na vijftig jaar wordt Anja Meulenbelts destijds omstreden boek De schaamte voorbij opnieuw uitgegeven. Er is intussen veel veranderd, maar haar onstuitbare wil om de wereld te verbeteren is gebleven. ‘Mijn kortste definitie voor het feminisme is: eerlijk delen en niet slaan.’

Normaal gesproken trekt Anja Meulenbelt, rode blos, zwarte jurk, prachtige lichtgrijze krullen, er graag op uit. Naar de nabijgelegen bioscopen van De Hallen, of naar het WG Terrein waar ze in alle rust koffie kan drinken en werken, terwijl de cafépoes haar opzoekt, rekenend op een stukje vis dat ze van haar broodje plukt.

De galerij waaraan ze woont is schaduwrijk en royaal voorzien van planten en bloemen. Het is er aangenaam koel op een bloedhete zomerdag in augustus. Meulenbelt (80) woont redelijk centraal in Amsterdam, in een woongroep voor ouderen. ‘Dat wil zeggen dat we een beetje op elkaar letten.’

Nu is ze aan huis gekluisterd, want enkele weken geleden werd ze getroffen door een longembolie.

‘Ik weet niet of je weet wat dat is, maar het is erg. Het is een bloedprop in een bloedvat van een long, waardoor het zuurstoftransport naar je bloed stokt. Ik had net zo goed dood kunnen zijn.’ Met spoed moest ze naar het ziekenhuis, waar de crisis in 24 uur werd bezworen. ‘Bij mijn ontslag uit de intensive care aaide een van de verplegende mannen me over m’n arm en zei: Het ga je goed schat. Dat ontroerde me zo, nu ik het vertel moet ik er opnieuw van huilen.’

Hoe gaat het met het herstel?

‘Ik ben nog steeds snel moe, maar ik kan de straat op, naar de Jumbo voor kattenbrokjes. Want ik moet ook bewegen. Van mijn kind mag ik maar twee klusjes per dag doen, jij bent karweitje één. Ik praat graag zoals je merkt, ik voel nu de adrenaline een beetje stromen en dat is prettig.’

Reden voor het gesprek is de heruitgave van Meulenbelts boek De schaamte voorbij, dat vijftig jaar geleden verscheen. Het boek veroorzaakte destijds tumult, werd binnen de kortste keren meerdere malen herdrukt en in twaalf talen vertaald. Ze had in de dertig jaar die haar leven toen besloeg veel meegemaakt: als kind uit een slecht huwelijk rolde ze omwille van een ongewenste zwangerschap in een tienerhuwelijk met een gewelddadige jongen, aan wie ze op haar 20ste ontsnapte, waarna ze alleenstaande moeder werd. Daarna volgden de vrouwenbeweging en de seksuele revolutie, en werd ze, na vele pogingen tot relaties met mannen (zoals in De schaamte voorbij uitgebreid te lezen is), verliefd op een vrouw. ‘Het lijkt wel een zelfbedieningszaak aan ervaringen: met seks, geweld, liefde, woede en verdriet, trots ook – voor ieder wat wils’, schrijft ze in het voorwoord van Niet van gisteren, een essayistisch memoir dat ook in september verschijnt en waarin ze (volgens haar) aan het feminisme verwante thema’s bespreekt: klasse, racisme, islam.

Heb je De schaamte voorbij in die vijftig jaar herlezen?

‘Eén keer, maar niet ten behoeve van mijn nieuwe boek. Wel toen een groep jonge vrouwen er met mij over wilde praten. Ik vond het flauw om nee te zeggen. Ik las de hoofdstukken over mannen terug en dacht: God, dat eindeloze gezeik met liefde en relaties, trouw en ontrouw. Ik heb het boek vaak weggelegd, zo van: Get, daar gaan we weer. Hoe vaak moet je vertrouwen in een man worden beschaamd voordat je denkt: dit werkt niet. Althans, niet voor wat ik toen wilde.’

Wat wilde je dan?

‘Een grote liefde. Ik vond vrije seksualiteit een heel goed idee. In plaats van samen eten kon ik ook meteen met iemand naar bed, dat leek me een leuke manier om een man te leren kennen. Maar als de seks goed was, werd ik vaak verliefd, en dan had ik daarna liefdesverdriet.’

De eerste hoofdstukken in De schaamte voorbij gaan grotendeels over relaties met mannen, die zich steeds ontwikkelen volgens een bepaald patroon: Meulenbelt in de rol van minnares, de man die uiteindelijk kiest voor zijn vrouw (en de kinderen). Duidelijk wordt dat de seksuele vrijheid in die jaren vooral was voorbehouden aan mannen.

‘Ik heb het boek destijds niet voor de eeuwigheid geschreven, ik wilde een boek waarin wij vrouwen, die bezig waren om onszelf opnieuw uit te vinden, zich konden herkennen. Ik vond het op dat moment een noodzakelijk boek. Een boek dat ik zelf had willen lezen.’

Welke schaamte wilde je voorbij?

‘Ik was op mijn 16de zwanger en dat was een schande. En dus trouwde ik – dat ik nee kon zeggen kwam niet eens bij me op. Ik kwam van de regen in de drup, omdat de jongen met wie ik trouwde gewelddadig bleek. Ik kon bij niemand terecht, de politie kwam pas in actie als er was geschoten. Er was geen beleid, een uitkering kreeg je niet als alleenstaande moeder.

‘Toen ik eenmaal was ontsnapt, begon ik met een aantal vrouwen praatgroepen, waarin we onderwerpen bespraken waar je normaal misschien met je beste vriendin over fluisterde, maar niet in een groep. Seksualiteit, ontevredenheid over relaties, willen scheiden maar niet durven, eigenlijk alles waar we ons voor schaamden. Opeens bleken we niet alleen te staan. We hadden altijd gedacht dat het aan ons lag, dat wij de enige waren met dit soort gevoelens. De titel van het boek heb ik ontleend aan, kom op, hoe heet ze nou ook alweer.’

Ze staat op en loopt naar een van de volgepropte boekenkasten. Sommige boeken staan met het omslag naar voor, zoals de biografie van Simone de Beauvoir. ‘Dit is de feministische kast. Dat daar is de kast voor fictie. Hier heb ik het, Kate Millett, die eind jaren zestig een feministisch artikel schreef met de titel The Shame is Over. Dat vond ik niet ver genoeg gaan, ik vond dat we de schaamte voorbij moesten, beyond shame dus. Millett was de eerste die zo persoonlijk schreef. Toen ik het las, dacht ik: mag dit, mogen wij zo persoonlijk schrijven?

‘De schaamte voorbij is het eerste boek over seksualiteit in Nederland dat geschreven is vanuit de ervaring van vrouwen. Alles wat erin staat kwam later in tijdschrift Viva. Het begint met de verhouding die je zelf hebt met je lichaam. Wat jij lekker vindt, in plaats van wachten tot je wakker wordt gekust door een prins die ook niet weet hoe het moet. Dat moet een openbaring zijn geweest voor andere vrouwen, om dat te lezen. Dat je een orgasme maakt, in plaats van dat je het krijgt. Wat wij nu hebben bedacht, dat moet iedereen weten, dacht ik. De boeken werden als zoete broodjes verkocht. Ik heb een paar flinke tegenslagen gehad in het leven, maar ik heb ook enorme mazzel gehad.’

Je hebt het aangedurfd zo’n boek te schrijven.

‘Ik heb niets zelf verzonnen, alles kwam ergens vandaan, van andere vrouwen. Als mensen over mij zeggen dat ik een icoon ben, denk ik: nou nou, rustig aan.’

Maar je was wél de eerste in Nederland die het persoonlijke opschreef.

‘Maar Simone de Beauvoir heeft een boek geschreven over feminisme toen er nog geen feminisme was. Ik begrijp niet hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen. Ik was gewoon op de juiste tijd op de juiste plek.’

Dansen op Janis Joplin, bh’s uittrekken, alle clichés komen aan bod.

‘Zo was het echt. We hebben alleen nooit een bh verbrand. We zetten ons af tegen alle clichés waar we aan hoorden te voldoen en voordat we het wisten waren we zelf een cliché geworden.’

Was je je daar toen al van bewust?

‘Als ik mijn haar had willen blonderen kon dat niet, want dat was niet feministisch. Je haar in de henna zetten was wel feministisch. Ik heb jarenlang – toen had ik ook nog twee keer zoveel haar – met een knaloranje krullenbol gelopen. We waren bezig een nieuwe orde te scheppen, en uit te vinden wat je moest doen om daarbij te horen. Er waren vrouwen die ontdekten dat ze lesbisch waren en dus maar zo’n stoppelkop lieten knippen en een leren jasje aantrokken. Daar moest je maar net zin in hebben. We waren allemaal opgegroeid in verschillende milieus met eigen regels, waaraan je kon aflezen waar we vandaan kwamen. Maar als je lesbisch was of homo, moest je jezelf opnieuw uitvinden, daar bestonden nog geen regels voor. Er zijn veel modes geweest hoor, ook lesbische modes. Homo’s hadden een groep met de nichterige kant, maar ook de stoere groep, met leer en kettingen, dat masculiene. We wilden allemaal uit een hokje breken, maar ontwierpen zelf nieuwe hokjes.

‘De hokjes onderling kregen ook weleens ruzie. Zo kreeg ik het aan de stok met de vrouwen van de radicaalfeministische actiegroep Paarse September. Zij vonden mijn vriendin een politieke keuze, ik was niet echt lesbisch, want ik hield ook van mannen. Terwijl ik dacht: ik lig toch niet op de leukste vrouw van de wereld mijn huiswerk te maken? Ik was echt beledigd. Later hebben we het bijgelegd hoor, ik ben nu heel goed met Maaike Meijer (emeritus hoogleraar genderstudies van de Universiteit van Maastricht, red.), die toen van Paarse September was.’

Jij hebt het over lesbisch worden. Maar je bent het, je wordt het toch niet?

‘Inmiddels weet ik dat met name bij vrouwen seksualiteit vaker fluïde is. Ik kwam niet op het idee dat ik een relatie met een vrouw zou kunnen hebben, omdat ik niets tegen mannenlichamen had. Inmiddels ben ik een biseksueel kattenvrouwtje. Ik pleit voor een k in lhbtiq+.’

Je gebruikt woorden als potten en nichten. Doe je dat bewust?

‘Nee, helemaal niet! De mensen die mij kennen weten precies hoe ze dat moeten interpreteren. Maar je hebt gelijk, dat moet ik niet doen, dit wordt ook gelezen door mensen die denken: wat zijn dit voor beledigende termen die mij hier om de oren vliegen.’

Vind je het moeilijk, dat zoveel woorden nu gevoelig liggen?

‘Soms een beetje ingewikkeld. Het n-woord gebruik ik echt niet meer, ook niet per ongeluk. Bij andere woorden vind ik het soms lastig om van iedereen te onthouden wat voor letter die heeft en of je hij, zij of hen moet zeggen.’

Denk je dan: ik was vijftig jaar geleden de voorhoede, nu is er een nieuwe?

‘Natuurlijk! Nieuwe mensen, nieuwe ideeën, nieuwe woorden. En ook ik moet daar soms aan wennen.’

En denk je ook weleens ‘been there, done that’?

‘Dat heb ik wel een tijdje gehad, zeker met de generatie na mij, die wilde van mij en mijn feminisme niet veel hebben. Bemoei je er niet mee, wij kunnen het zelf wel, was een beetje hun motto. Ik vergelijk dat met een moeder-dochterrelatie, en die zijn vaker niet zo gelukkig. Voor de huidige generatie ben ik een oma, en oma’s zijn niet bedreigend. Ik heb over een aantal dingen nagedacht waarvan ik graag zou willen dat ze worden overgenomen, en dan niet alleen door individuen.’

Meulenbelt werd nog net in de oorlog geboren, in januari 1945 in Utrecht. Ze woonde een groot deel van haar leven in Amsterdam. Als alleenstaande en gescheiden moeder zat ze op de sociale academie en studeerde daarna af in sociale wetenschappen aan de UvA. Ze gaf twintig jaar les aan vrouwengroepen op wat later een afdeling werd van de Hogeschool van Amsterdam, vooral over socialisatie en diversiteit; klasse, kleur en sekse. Na De schaamte voorbij schreef Meulenbelt nog tientallen titels over de achterstelling van vrouwen, over racisme, over onrecht jegens Palestijnen, de uitbuiting van arbeiders, ze was actief in partij Bij1 en zat namens de SP van 2003 tot 2011 in de Eerste Kamer. Tegenwoordig houdt ze lezingen over Gaza en zet ze zich in voor een stichting die zich bekommert om alleenstaande moeders.

Het feminisme is altijd erg verdeeld geweest. Is dat een frustratie voor jou?

‘Geen frustratie, maar een gegeven. Als we het over feminisme hebben, moeten we ons eerst afvragen over welk feminisme. De meeste mensen zullen zeggen: gelijke kansen, gelijke betaling. Vrouwen aan de top. Maar voor welke vrouwen is dat haalbaar? Mijn kortste definitie voor het feminisme is: eerlijk delen en niet slaan. Voor mij is het altijd belangrijk geweest om ook naar klasse te kijken. Er is niet alleen een kloof tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen vrouwen en vrouwen. Vrouwen kunnen carrière maken dankzij vrouwen die geen carrière kunnen maken. Net als een man een volle baan hebben als je ook moeder bent, moet je maar kunnen. Een vriendin werd boos toen ik dit zei. Ze had altijd voltijds gewerkt, het mannenmodel overgenomen, en dan zeg ik dit?

‘Mijn punt is: ze heeft huishoudelijke taken uitbesteed aan een vrouw die nooit carrière zal maken. Dat is niet fout, maar we moeten ons afvragen in wat voor wereld we willen leven. Realiseren we ons dat de keuzevrijheid niet voor alle vrouwen geldt? Dat mannen meer binnenshuis zouden gaan werken als vrouwen dat meer buitenshuis zouden gaan doen, is een denkfout die wij als feministen hebben gemaakt.

‘Ik heb me aangesloten bij Single SuperMom. Alleenstaande moeders vormen een groep die er in dit land gemiddeld slecht voorstaat en waar niemand zich om bekommert. Bij een paneldiscussie voor alleenstaande moeders zaten veel vrouwen in de zaal die moeten rondkomen van een uitkering. Banen waar ze voor in aanmerking kwamen, betalen slecht en hebben geen of nauwelijks secundaire arbeidsvoorwaarden. Vervolgens komen ze in het toeslagensysteem terecht, dat per gemeente verschilt. Een van de bijeenkomsten vond vlak voor de verkiezingen plaats, de aanwezige politici hielden prachtige praatjes. Gratis kinderopvang! Loketten voor toeslagen! En ik keek naar die vrouwen en zei: ik wil dat jullie waardering krijgen voor het feit dat jullie kinderen grootbrengen.’

Weer tranen. ‘Het belangrijkste dat ik vrouwen wil meegeven is dat het niet aan hen ligt als het moeilijk gaat, met zorgen, met werken, met kinderen. En dat kinderen grootbrengen een belangrijke maatschappelijke bijdrage is.’

Hebben die emoties te maken met je eigen verleden?

‘Misschien, maar ik vind mezelf vooral hardvochtig omdat ik altijd heb geroepen dat huishoudelijk werk geen leuk werk is. Ik heb niet goed opgelet, ik zag het als winst dat vrouwen konden werken en zich niet meer hoefden te schamen om alleenstaande moeder te zijn. Maar de keerzijde ervan heb ik niet goed gezien.

‘Ik heb nu ook een werkster, omdat dat van de dokter moest. Ik betaal haar goed, ik behandel haar goed, ik betaal haar door tijdens haar vakantie, maar het klopt niet.’

Je nieuwe boek Niet van gisteren gaat niet alleen over feminisme.

‘Andere thema’s vind ik ook belangrijk, en hangen in mijn ogen samen met het feminisme. Maar ik vond het moeilijk om te schrijven in deze periode, waarin ik ook zo verschrikkelijk met Palestina bezig ben. Moet ik het in deze tijd hebben over het wel of niet hebben van een werkster? Ik heb mezelf vaak aan mijn nekvel getrokken om op deze stoel te gaan zitten, om te schrijven, want ons leven hier gaat ook door. Ook in dit land zijn er mensen met wie het niet goed gaat, die tussen wal en schip vallen. Waarom kunnen wij dat als een van de rijkste landen ter wereld niet beter?

‘Dertig jaar ben ik regelmatig in Gaza geweest. Ik was twaalf jaar met een Palestijnse man, die veertien jaar jonger is dan ik. We zijn drie jaar met elkaar getrouwd geweest. Hij woont er nog steeds. Hij is zo aangedaan dat hij zich steeds verder terugtrekt, contact heb ik via zijn zoons. Drie maanden na 7 oktober heb ik een boekje geschreven over Gaza, Nooit meer is nu. Daar is geen enkele recensie over verschenen. Omdat alle kranten toen nog vonden: Hamas heeft aangevallen, nu moet Israël zich verdedigen.

‘Inmiddels zou zo’n beetje iedereen het eens zijn met wat ik toen schreef. Ik heb die verschuiving nauwlettend gevolgd. Het begon met opiniestukken vanuit het perspectief van Gaza, waar dan snel een opiniestuk vanuit Israëlisch perspectief tegenover werd gezet, want dat is kennelijk de formule van ‘objectieve’ journalistiek. Toen kwamen de demonstraties, daarna de foto’s van de uitgemergelde kinderen. In de periode dat ik bij de SP zat, heb ik voor het partijprogramma het standpunt over Palestina geschreven. Het werd eensgezind aangenomen, maar op een gegeven moment kregen ze de zenuwen. Ze waren toch bang om de witte achterban kwijt te raken aan Wilders. Het standpunt werd aangepast en ik ben vertrokken. Bij de talkshows hetzelfde probleem. En dat speelt allang hoor. Voor de talkshow Pauw had ik ooit een heel prettig voorgesprek met een redacteur, maar eenmaal aan tafel was de eerste vraag wat ik van Hamas vond.

Ben je al uitgenodigd voor talkshows in september?

‘Nee, maar als het nog komt, dan heb ik daar voorwaarden bij. Ik ga niet aan tafel met mensen die geen verstand van zaken hebben. En als ze er verstand van hebben, wil ik eerst weten wie het zijn.’

In Niet van gisteren besteed je een hoofdstuk aan de islam.

‘De moslims in Nederland worden slecht behandeld. Ik heb moslimvrienden en -vriendinnen die heel bang zijn, vooral voor hun kinderen. De moslimhaat neemt toe, aangewakkerd door de politiek. En dan heb je dus feministes die vinden dat vrouwen met een ‘ingepakt’ hoofd achterlopen en dat het een schande is dat ik dat als feministe niet vind. Het is een westerse neiging om te denken dat alle vrouwen in islamitische landen onderdrukt worden. Moslimvrouwen kunnen heel goed geëmancipeerd zijn, dat weet ik toevallig, want ik ken er een heel stel.

‘In tegenstelling tot Jolande Withuis, met wie ik op dit punt in debat ben. Withuis is sociologe, een academica, die feministe zegt te zijn maar alle islamitische vrouwen in mijn ogen buitensluit en op één hoop veegt. Waarom interesseert ze zich niet voor de moslima’s die islam met feminisme combineren? Zelfs als je thuis wilt blijven zitten, geen zin hebt om mensen te leren kennen, kun je er literatuur over feminisme en de islam op naslaan, er zijn zoveel boeken over geschreven. Neem Fatima Mernissi.

‘Als je je nou echt zo graag wilt afzetten, zeg dan ook precies wat er niet klopt, verdiep je erin. Ik heb hier twee planken vol met marxistische feministen of feministische marxisten, die het onderling vreselijk oneens zijn met elkaar. Maar dat hindert niet, het gaat om de discussie, om de verdieping, om de argumenten, om de onderbouwing.’

Hoe kijk jij naar de huidige linkse partijen?

‘Die schieten op heel veel vlakken behoorlijk tekort. Ik ben blij dat GL-PvdA nu eindelijk doorkrijgt dat ze niet meer vierkant achter Israël kunnen staan. De SP doet net alsof ze altijd al voor Palestijnse rechten zijn geweest, terwijl ik heel erg zeker weet dat dat niet zo was, want het was de reden dat ik uit de partij ben gestapt.’

Je goede vriendin en journalist Frederike Geerdink zei: ‘Anja wil altijd graag bij een groepje horen. Uiteindelijk mislukt dat vaak.’

‘Dat klopt. Ik heb altijd de behoefte gehad om ergens bij te horen, vanwege de erkenning die ik thuis niet kreeg. Over het feminisme heb ik altijd gezegd dat er twee aantrekkelijke beloften in zaten: A. je mag jezelf zijn en B. je hoort erbij. Maar die twee dingen botsen regelmatig, want het komt er vaak op neer dat je ergens een mening over hebt waar geen ruimte voor is.’

Zoals Geerdink zei: Anja is stronteigenwijs.

‘Dat is ook zo en dat wens ik ook te blijven. Maar ik vind het altijd moeilijk om ergens weg te gaan en heb er dan ook veel verdriet van. Ik heb een keer met een jonge redacteur gewerkt, die had rode oren van de zenuwen toen hij mijn manuscript met mij moest bespreken, onder andere, vond hij, omdat ik te vaak ruzie maakte in mijn boek.’

Ben je zo’n ruziemaker?

‘Eigenlijk juist niet, ik hou er helemaal niet van. Daarom is schrijven zo fijn, dan kun je zonder te kiften zeggen wat je vindt. Maar ik onderbouw altijd alles! Ik ga niet zomaar schelden, ik leg altijd uit waarom ik het ergens echt mee oneens ben.’

In De schaamte voorbij had je het vaak specifiek over ‘linkse mannen’.

‘Linkse mannen hadden een visioen over een rechtvaardige samenleving, en de pretentie die door hun inzet te kunnen bereiken. Maar ze hadden iets verder moeten doordenken, want heel veel onderwerpen interesseren ze niet, en nog steeds niet. Ze vonden het wel makkelijk dat vrouwen thuis bleven om te zorgen, zich ondergeschikt maken aan hen. Ze gingen ervan uit dat ik wat van hen kon leren, maar dat andersom ook tot de mogelijkheden behoorde, kwam niet in ze op. Mannen willen niet afdalen naar de lagere kaste die vrouwen zijn.

‘Ik maak gelukkig heel veel jonge linkse mannen mee die niet meer in de partijpolitiek geloven, maar heel actief zijn, voor het klimaat, tegen racisme, voor Palestina. Ook in Bij1 hadden we veel mannen die begrepen dat ook vrouwen wat te zeggen hadden.’

Je hebt een periode gehad dat je niet erg in vrouwen geloofde, je te lang boven hen verheven hebt gevoeld, schrijf je in De schaamte voorbij.

‘Schreef ik dat? Jezelf emanciperen deed je door je op te trekken aan mannen. Die leken vrijer, durfden meer, waren interessanter. Het was voor mij echt een openbaring dat vrouwen interessante wezens zijn.’

Ook schreef je dat mannen teleurgesteld waren om de emotionele stukjes die je schreef, dat ze niet het politieke gehalte hadden dat ze van je hadden verwacht.

‘Praten over relaties is niet links, vonden ze destijds. Maar machtsongelijkheid vindt ook plaats binnen relaties en daar is nog steeds nauwelijks nauwelijks aandacht voor.

‘Christien Brinkgreve heeft net een boek geschreven, Beladen huis. Ze beschrijft eerlijk hoe iemand die zelf echt iemand is (Brinkgreve is emeritus hoogleraar Sociale Wetenschappen, red.), zich toch zo in laat pakken door een man en daar ongelukkig van wordt. Daar was ik toch weer verbaasd over, maar ik weet als geen ander dat het gebeurt.

‘Wat mij tegenvalt is dat zo weinig mannen begrijpen dat het openbreken van de traditionele rollenpatronen ook in hun belang is. Ik denk dat ze een veel leuker leven krijgen wanneer ze niet het gevoel hebben dat ze moeten presteren en beter moeten zijn dan anderen en een vrouw moeten hebben die ze bedient. Dat je een echte man bent als je zo min mogelijk vrouwelijk bent. Waar ik het een heel klein beetje zie veranderen is in het vaderschap. Ik zie veel meer vaders die leuk omgaan met hun kinderen en met een draagzak lopen, bijvoorbeeld.’

In Niet van gisteren schrijf je ook over je vader en moeder, wat je eerder niet graag deed.

‘Ik wilde nooit zeuren over een ongelukkige jeugd, dat was iets waar je je overheen moest zetten, en bovendien, vergeleken met Gaza leek het me totaal onbelangrijk. Door therapie ben ik erachter gekomen dat mijn vader ooit ook een lieve vader is geweest. Gelukkig heb ik die lieve vader in de laatste jaren van zijn leven teruggevonden. Maar als je je afvraagt wat ik met al die mannen moest: ik was op zoek naar iemand die de relatie met mijn vader goed zou maken. En dat lukt natuurlijk nooit. En van mijn moeder weet ik inmiddels dat ze gewoon niet beter kon, ze was getekend door haar eigen liefdeloze jeugd.’

Hoe is je relatie met je zoon?

‘We zijn het bijna overal over eens, behalve dat hij niet die verschrikkelijke neiging heeft om de wereld te verbeteren. Dat laat hij graag aan mij over.’

In beide boeken zeg je regelmatig in een bijzin dat je hem te weinig aandacht hebt gegeven.

‘Dat is ook zo. Hij heeft twee keer in zijn leven een interview gegeven met het, vanuit de interviewer bezien, vooringenomen standpunt dat het verschrikkelijk moet zijn geweest als zoon met zo’n feministische moeder. Hij heeft de interviewers uit de droom geholpen. Maar we zijn het er wel over eens dat hij tekort is gekomen. Daar heb ik mijn excuses voor aangeboden. Dat hoefde niet, want ik had gedaan wat ik kon, vond hij. Daar ben ik het niet helemaal mee eens, want ik moest zo nodig de wereld verbeteren.’

Voor jou is de kern van het feminisme eigen keuze. Hoofddoeken zijn vaak de keuze van de vrouwen zelf, schrijf je. Hoe denk jij over botox en andere cosmetische ingrepen?

‘Ik zou graag willen dat vrouwen er niet aan begonnen, omdat ze zich dan medeplichtig maken aan een norm. Maar we leven nou eenmaal in een wereld waarin jong mooier wordt gevonden dan oud. Waarvan ik me dan afvraag: wie heeft dat bedacht? Maar ik heb net zo goed tegen de fotograaf gezegd dat hij niet schuin van onder mijn onderkin mocht fotograferen.

‘Simone de Beauvoir kon haar eigen gezicht niet meer uitstaan toen ze rimpels kreeg. Iemand die zo geslaagd is en een relatie had met de allerlelijkste man van Frankrijk, die op z’n ouwe dag nog een jong ding van 20 wist te versieren. En zij maar ongelukkig zijn omdat ze ouder werd. Zo zonde. Maar ik neem het individuele vrouwen niet kwalijk. Uiteindelijk gaat het om de angst voor het verlies van liefde, dat je niet meer meedoet.’

CV Anja Meulenbelt

6 februari 1945 Geboren in Utrecht
1965-1969 Sociale academie Amsterdam
1972-1977 Studie andragologie (opvoeding en vorming van volwassenen) aan de Uniersiteit van Amsterdam
1976Publicatie De schaamte voorbij
1976-heden Publiceert 52 boeken, met name non-fictie, over onder meer feminisme, racisme, klassenverschil, het lot van Palestijnen, islamofobie en antisemitisme.
1975-1992 Docente hulpverlening
1977 Oprichting van de Feministische Uitgeverij Sara
1987 Annie Romeinprijs voor essays in feministisch tijdschrift Opzij.
2003-2011 In de Eerste Kamer namens de SP
2016-2023 Actief in Bij1
2024 Publicatie Nooit meer is nu, over Israëlisch kolonialisme en Palestijns verzet
2025 Heruitgave De schaamte voorbij
2025 Niet van gisteren, essayistische memoires

Meulenbelt woont in Amsterdam en heeft een zoon.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next