staatsleningen
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Een korte schokgolf waarde afgelopen week door de internationale obligatiemarkten, waar staatsleningen worden verhandeld. Prijzen van staatsleningen daalden, en als gevolg gingen de rentes omhoog. Dat is alarmerend. De hoogte van langlopende rentes zoals die op staatsleningen beïnvloedt andere tarieven: de hypotheekrente bijvoorbeeld, of de kosten van de financiering van bedrijfsinvesteringen voor de lange termijn.
Hoewel de storm tegen het einde van de week weer wat bedaarde, blijft het signaal dat de financiële markten gaven overeind staan: de belangrijkste economieën in de wereld lenen, vrijwel zonder uitzonderingen, recordhoeveelheden geld. Zoveel, dat beleggers zich steeds meer zorgen beginnen te maken.
Om dicht bij huis te beginnen: in Frankrijk vraagt premier Bayrou komende maandag een vertrouwensstem van het parlement omdat volgend jaar anders een begrotingstekort dreigt van tegen de 6 procent van het bbp, terwijl de Franse staatsschuld al oploopt richting 120 procent. Het renteverschil tussen Franse en Duitse staatsleningen, een belangrijke maatstaf voor het vertrouwen van beleggers, is inmiddels opgelopen tot het grootste sinds de eurocrisis van 2012. En dat terwijl de Duitse rente zelf ook al oploopt.
In het Verenigd Koninkrijk heeft Labour-premier Keir Starmer de bezem gehaald door zijn regeringsploeg, vooral omdat het ook daar moeilijk lukt om eind deze maand een begroting rond te krijgen. Met name op Financiën zijn veranderingen aangebracht, met de aanstelling van een aantal financiële topambtenaren en een IMF-bestuurder als economisch adviseur. Een tekort van meer dan 4 procent dreigt, bij een schuld van 106 procent. Door alle ophef over de begroting is de Britse rente op langlopende staatsleningen opgelopen tot het hoogste peil in meer dan een kwart eeuw.
Europa als geheel doet het overigens nog niet zo slecht, zeker vergeleken met de belangrijkste zittende en opkomende supermachten. Hoe Rusland ervoor staat, weet alleen het Kremlin zelf, maar de oorlog in Oekraïne moet een behoorlijke tol eisen van de overheidsfinanciën. China kampt volgend jaar met een begrotingstekort van, schrik niet, tussen de 7 en 8 procent, bij een staatsschuld die sinds 2010 meer dan verdriedubbeld is. India heeft een tekort van meer dan 7 procent, bij een staatsschuld die de helft hoger is dan in 2010. En dan zijn er de Verenigde Staten. Daar is de staatsschuld, volgens de internationale definitie, fors gestegen en op weg naar boven de 120 procent van het bbp volgend jaar. Het begrotingstekort wordt door het Internationaal Monetair Fonds geraamd op tussen de 7 en 8 procent. De invoerheffingen die president Trump heeft opgelegd (in wezen een belasting voor de eigen consumenten en bedrijven die deze heffingen betalen) zorgen voor enige verlichting, maar meer dan 1 procent van het bbp zal dat niet zijn.
Dat hoeft allemaal nog niet alarmerend te zijn. Tegenover schulden staat spaargeld, en zolang daar voldoende van is, vallen ze tegen elkaar weg. Japan, met zijn mega-staatsschuld maar dito besparingen is er een voorbeeld van. Maar anderzijds is er het risico dat de groeiende financiering van staatsschuld de financiering van burgers en bedrijven wegdrukt.
Bovendien is er het risico van ‘begrotingsdominantie’ van de politiek richting centrale banken. Die kunnen worden gedwongen een ruimer rentebeleid te voeren dan verstandig is. Zie de druk van de regering-Trump op de eigen centrale bank, de Fed, om de rentes fors te verlagen. En dan zijn er nog andere paardenmiddelen, zoals het toestaan van hogere inflatie die de schuld uitholt, maar voor verliezen bij spaarders en beleggers zorgt.
Het signaal dat nu uitgaat van de obligatiemarkten is er dus een om serieus te nemen. De risico’s van onhoudbare overheidsfinanciën op de langere termijn, met alle nadelige economische gevolgen voor overheid, bedrijf én burger, zijn reëel. Verstandig monetair en fiscaal beleid is daarom geboden.
Het beleid van de grote landen, de bestaande en opkomende supermachten, is onmogelijk te beïnvloeden. Daar moet de tucht van de markten uiteindelijk het tij keren: als de rentes op de staatsleningen te hoog worden, zal dat uiteindelijk een rem op de schuldenexplosie zetten omdat lenen te duur wordt.
Wat Europa wél kan en moet doen is vooral recht in de leer blijven. De gemiddelde staatsschuld in de eurozone is nu rond de 90 procent – hoog maar niet onmogelijk. Het gemiddelde tekort is iets meer dan 3 procent, hooguit de helft van wat in de rest van de wereld nu gebruikelijk is. Natuurlijk zijn er uitdagingen: hogere defensieuitgaven staan bovenaan de lijst. Die zullen gefinancierd moeten worden binnen de grenzen van wat verstandig is. Reputatie is alles: mocht er een echte storm op de obligatiemarkten uitbreken, dan moet Europa juist nu een eiland van financiële stabiliteit blijven.
Op korte termijn betekent dat pijnlijke keuzes maken. Extra investeringen – die noodzakelijk zijn om het oude continent weer internationaal concurrerender te maken – zullen betaald moeten worden uit bezuinigingen elders of lastenverhogingen. Individuele landen als Duitsland en Nederland hebben iets meer speelruimte om de schuld te laten oplopen, maar dat mag alleen voor incidentele investeringen gebruikt worden.
In een politiek landschap waarin populisten liever sprookjes aan het electoraat verkopen dan de waarheid spreken, en daar desondanks bij verkiezingen van profiteren, is dat een forse opgave voor verantwoordelijke politici. Op korte termijn lijkt het eerlijke verhaal daarmee een weinig aansprekende campagneslogan. Op de lange termijn zullen middenpartijen die de economische realiteit serieus nemen echter het gelijk aan hun kant hebben. Laat dat ook aan kiezers in heel Europa een boodschap zijn: een gratis lunch bestaat nu eenmaal niet.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC