Home

Banken en de staat proberen al heel lang via sparen scholieren financieel op te voeden. Maar werkt dat nog wel?

Schoolsparen en Zilvervloot In de negentiende eeuw was er schoolsparen, na de Tweede Wereldoorlog kwam daar Zilvervlootsparen bij. Moet die laatste nu terugkomen nu jongeren overspoeld worden met finfluencers en tikkies?

Kinderen brengen in 1950 hun spaargeld naar het rijdend bijkantoor van de Spaarbank voor de Stad Amsterdam.

Moet de Zilvervloot-spaarregeling voor jongeren terugkomen in de strijd tegen financiële problemen onder jongeren? Als het aan het CDA ligt wel, blijkt uit het programma voor de aanstaande verkiezingen. Niet voor de eerst keer bepleit de partij, die de royale spaarregeling zelf mede afschafte in 1992, voor een herintroductie.

Daarin staat ook dat er een convenant moet worden afgesloten met banken „om financiële vaardigheden bij jongeren te versterken”. De vraag is of banken zo’n convenant wel nodig hebben – zo lanceerde ABN Amro deze week een volledige nieuwe online bank, gericht op scholieren, van negen tot en met zestien jaar. Onder de naam BUUT – na Tikkie opnieuw een verwijzing naar een schoolpleinspel – wil de bank scholieren en hun ouders helpen na te denken en het gesprek aan te gaan over financiën, met allerlei betaal- en spaarpotjes en Tiktok-achtige uitlegfilmpjes.

Maar eigenlijk zijn consumentenbanken al zolang ze in Nederland bestaan, bezig met de financiële opvoeding van kinderen: via schoolsparen, waarbij op schoolse manier het nut van sparen werd overgebracht. De niet aan de staat gelieerde lokale spaarbanken (die later allemaal fuseerden tot wat nu ASN Bank en ABN Amro zijn) begonnen met deze financiële opvoeding van de jeugd: zo begon de lokale particuliere spaarbank van Rotterdam al in 1875 met schoolsparen. De Rijkspostspaarbank, een van de voorlopers van de Postbank, nu ING, begon een jaar na de oprichting in 1882.

Folder van de Nederlandschen Spaarbankbond van de jaren 30 waarin het schoolsparen wordt gepropageerd.

Bij het schoolsparen konden kinderen op de lagere school zegeltjes kopen, die op een spaarkaart werden bijgeplakt.

Zegeltjes plakken

Schoolsparen, dat tot ver in de twintigste eeuw bestond, was voor de banken klantenbinding. Maar zeker in de beginjaren speelde ook een verlichtingsdrang mee: sparen zou scholieren tot betere burgers maken. In alle jaren werkte het als volgt: voor één of meer guldencent konden kinderen op de lagere school (vergelijkbaar met nu basisschool) zegeltjes kopen, die op een spaarkaart werden bijgeplakt. In de eerste jaren hielden de onderwijzers die kaarten bij zich, tot ze vol waren of tot het einde van het jaar. Alleen met de handtekening van de onderwijzer schreef de bank vervolgens het spaarsaldo in het spaarboekje van het kind en werd er rente bijgeschreven.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het sparen meer geautomatiseerd, met spaarkisten waarin ieder kind zijn eigen vakje had en uiteindelijk zelfs automaten die zegeltjes uitspuugden na inwerping van een muntje – een beetje zoals een ouderwetse parkeerautomaat.

Tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw sloot de boodschap van schoolsparen niet erg aan op de belevingswereld van jongeren. De boodschap was gelijk aan die van de ouderen: zet geld opzij voor de oude dag en moeilijke tijden. Achter op een reclameboekje over de twee dwergen Ribbetik en Pottepoot, in 1929 uitgegeven door de Rotterdamse Spaarbank maar gebruikt door veel andere banken, stond: ‘Wie in zijn jonge jaren spaart, blijft voor gebrek en zorg bewaard’. Rinkel Ribbetik verdiende in het boekje, dat een oplage kende vam 815.000 exemplaren, veel geld met een vruchtenboom, maar verkwiste de opbrengsten, waarna zijn kinderen en vrouw hem met honger verweten: „Domme Rinkel, waarom heb je elken dag niet wat gespaard?”

In de jaren dertig van de twintigste eeuw besloot de Spaarbankbond, die de marketing voor alle lokale particuliere spaarbanken inmiddels verzorgde, dat het schrikbeeld van ouderdom zonder geld ongeschikt was voor kinderen. En dus gingen de campagnes daarna over sparen voor leuke maar wel verantwoorde dingen, zoals een fiets of een weekje kamperen. Ook kregen de kinderen van de spaarbanken waar hun zegels werden ingeleverd in ruil voor hun spaarzin afleveringen van strips – uiteraard met spaarzaamheid als niet erg verhulde boodschap.

De opvoedende taak van sparen werd door de banken en de onderwijzers breed gezien: zo was in veel propaganda rond het schoolsparen de snoepzucht onder scholieren het onderwerp. Een cent kon immers maar één keer worden uitgegeven. Sommige onderwijzers gingen er volgens de schrijvers van Spaarbanken in Nederland zelfs prat op dat ze met schoolsparen ervoor hadden gezorgd dat het snoepwinkeltje om de hoek over de kop was gegaan. Een belangrijke boodschap van het schoolsparen was dan ook: het bijbrengen van zelfbeheersing.

Overigens is een echo daarvan – op een stukken minder belerende toon – er anno 2025 nog steeds bij ABN Amro. In de BUUT-app wordt er op gewezen dat al die frikandellenbroodjes die jongeren tegenwoordigd kopen financieel best wel optellen.

Overheidsbemoeienis

Na de Tweede Wereldoorlog ging de overheid zich met veel meer bemoeien – dus ook met de spaarzin onder de jeugd. Daartoe werd in 1958 de Jeugdspaarwet ingevoerd. De wet, beter bekend onder de naam de Zilvervloot, was gericht op oudere scholieren, studenten en jongvolwassenen, tussen de vijftien en twintig jaar. Als die minimaal zes jaar bij een bank spaarden, kregen ze een extra Zilvervloot-premie van 10 procent, betaald door de overheid.

De spaarpremie moet worden gezien in het licht van de wederopbouw na de oorlog. Sparende jongeren droegen daaraan bij, was de gedachte. Want eenmaal aan het eind van de spaarperiode, als de spaarders begin twintig waren, werd er wellicht net een familie gesticht. Dan kwam dat gespaarde geld en die bonus goed uit voor de aankoop van een huis en ‘de uitzet’ – alle spullen om een huishouden te draaien.

De Zilvervloot-regeling was razend populair. Banken maken veel reclame voor de jeugdspaarregeling – het was een mooie manier om met overheidssponsoring klanten te binden. In de jaren zestig deden een half miljoen spaarders mee aan de regeling, oftewel een op de vijf jongeren van 15-26 jaar die mee mochten doen.

Begin jaren negentig trok de overheid zich echter uit veel terug: de post, postbank, telefonie. En dus ook het subsidiëren van jeugdsparen. „De faciliëring van bezitsvorming door middel van specifieke maatregelen zoals de Jeugdspaarwet vormt voor een terugtredende overheid geen beleidsprioriteit meer”, schreef CDA-minister van Sociale Zaken Bert de Vries in de terugtrekwet. En ook „het educatieve oogmerk” dat de Jeugdspaarwet ooit had, was volgens de minister niet meer nodig. „De moderne jeugd is mondig en kan zeer wel zijn eigen keuze bepalen.”

Uit het fenomeen schoolsparen was een paar jaar eerder de stekker er al uitgegaan. Dat betekende niet dat banken zich niet meer richtten op de schoolgaande jeugd. Vooral de Postbank dook slim in het gat toen het schoolsparen werd afgeschaft in 1986, met de introductie van de Pennie Rekening in datzelfde jaar, de spaarrekening voor vijf- tot maximaal achttienjarigen.

De Penniemaat, een digitaal spaarvarken waar het nieuwe saldo na inwerping van munt- of briefgeld digitaal werd weergegeven.

De spaarpot die men cadeau kreeg bij opening van de rekening, waarin kwartjes, guldens, daalders en vijfjes automatisch werden gesorteerd, werd iconisch. Hij was alleen te openen met een lichtblauw ‘spaarpasje’ – Postbank was toen al druk bezig om iedereen voorzichtig van het contant geld af te krijgen en naar de pinpas te dirigeren. De Pennie Rekening moest volgens een interne introductiefolder van de Postbank worden gezien „als de eerste stap op weg naar een volwassen girorekening”.

Voor een latere generatie was er de Penniemaat, een digitaal spaarvarken waar het nieuwe saldo na inwerping van munt- of briefgeld digitaal werd weergegeven. Stukken spannender dan de spaarpot in de vorm van een groene boom met rode appels die je destijds bij ABN Amro kreeg.

Meer schulden

Terug naar 2025. Net als tijdens het schoolsparen in de 19e eeuw en de Zilvervloot na WOII is de gedachte weer: ‘de jeugd van tegenwoordig’ moet financieel opgevoed worden. Terwijl: volgens het Nibud zit er niet echt een neerwaartse trend in de spaarzin van jongeren – het budgetinstituut doet daar sinds de oprichting begin jaren tachtig al onderzoek naar.

Toch is er momenteel wel veel aan de hand, zegt woordvoerder Karin Radstaak van het Nibud. „Er is nu meer dan ooit permanente druk op jongeren als consument. Koop dit, ervaar dit, eet dit. Wees er maar tegen bestand!” Het is door alle betaalmogelijkheden, zoals de onder scholieren populaire betaalverzoeken zoals Tikkie en uitgesteld betalen zoals Klarna, ook nog eens moeilijker geworden om overzicht te houden. Ook Hilde Krens, directeur van Stichting Eurowijs dat financiële-lespakketten verschaft aan vooral basisscholen, ziet snellere veranderingen dan vroeger. „Kinderen zien contant geld niet meer, ze voelen het niet meer. Overzicht houden is digitaal lastiger. En dan komen er nog meer mogelijkheden bij: crypto, online gokken, finfluencers [influencers die financiële producten proberen te verkopen.”

Moet de Zilvervloot-regeling dan nu weer terugkomen? Het CDA heeft er vaker voor gepleit. In 2012 was er zelfs een initiatiefwet van CDA met ChristenUnie om weer tot een dergelijke regeling te komen. In 2018, waarschijnlijk niet toevallig na een negatief advies van de Raad van State, werd dat voorstel weer teruggetrokken.

De Raad zag het nut van het stimuleren van sparen niet zo, want de jeugd spaarde al. 88 procent van de scholieren spaarde, volgens onderzoek van budgetinstituut Nibud uit 2011 – anno 2025 is dat 79 procent. Een extra spaarbonus van 10 procent zou dan ook alleen een cadeau zijn zonder effect, schreef het adviesorgaan van de regering. En het door het CDA en ChristenUnie aangedragen probleem, de vermeende toename van schulden onder jongeren, zou ook niet opgelost worden. Uit het advies: „Niet waarschijnlijk is dat [het stimuleren van sparen] voldoende tegenwicht zal kunnen bieden tegen de invloed van reclame, de wens mee te doen met rages, de ruime mogelijkheden voor jongeren om schulden te maken en de beperkte financiële vaardigheden bij een deel van de jongeren.”

Toch pleit het CDA weer voor de Zilvervloot. „Te veel jongeren en jongvolwassenen kampen met financiële problemen”, schrijft het CDA. Maar is sparen stimuleren dan wel de oplossing? Eigenlijk gelden nog steeds de bezwaren van de Raad van State. Radstaak: „Natuurlijk is het belangrijk dat je leert sparen, maar het gaat om veel meer vaardigheden. Ben je voldoende weerbaar tegen verleidingen om snel iets te kopen. Jongeren moeten volgens haar leren verborgen reclames te doorzien, bijvoorbeeld van finfluencers. Maar ook, voor later, wat het UWV is, waar je je voor kan en moet verzekeren, waarom je boetes snel moet betalen. Ze vindt dan ook dat er een „veel groter pakket nodig dan alleen sparen”. Volgens Krens moet je op school potjes leren maken, spaardoelen opstellen, overzicht leren krijgen over je budget en je uitgaven. „Als ik nu over een kasboekje vertel op scholen, kijken ze me vaak aan alsof ze water zien branden.”

Korte spanningsboog

ABN Amro lijkt met BUUT veel vinkjes te zetten voor een succesvolle werving van jongeren. Ook uit lijfsbehoud, omdat onder hen moderne digitale banken als Revolut populair zijn. Waar met zegeltjes plakken en cadeaustrips vroeger geprobeerd werd aan te sluiten op wat de jeugd wilde, probeert BUUT dat nu ook, met de tiktok-achtige uitlegfilmpjes over budgetteren en finfluencers. „Je ziet dat jongeren echt andere behoeftes hebben, de spanningsboog is zo kort”, aldus Sanne van Kuijk, een van de krachten bij ABN Amro achter BUUT. Ook de toon is bewust erg positief. „Er wordt zo vaak zo negatief gesproken over geld: ‘het geld groeit me niet op de rug’. Dat slaat echt totaal niet aan bij de huidige generatie.”

Grote kans dat als BUUT aanslaat, ook de andere banken met speciale op de jeugd toegesneden apps komen. Moet het financieel opvoeden van jongeren dan via een convenant met banken, zoals het CDA bepleit? Zowel Krens als Radstaak pleit voor invloed van de overheid. Maar dan niet om spaarbonussen uit te delen, maar als opsteller van het onderwijscurriculum. Dat moet zo worden aangepast dat financiële vaardigheden er een groter deel van uitmaken dan nu het geval is. Radstaak: „We weten uit onderzoek dat als je als kind leert hoe met geld om te gaan, je daar je leven lang profijt van hebt. Mocht je als volwassene toch financiële problemen krijgen, dan ben je beter in staat die het hoofd te bieden.”

Schoolsparen in de klas met de traditionele spaarkist. Een belangrijk thema in de propaganda voor het schoolsparen was het bestrijden van snoepzucht.

Voor dit artikel is naast het boek Spaarbanken in Nederland gebruikgemaakt van het bedrijfsarchief van ING.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next