Rachida Dati
Rachida Dati is sinds vorig jaar de Franse minister van Cultuur, in maart hoopt ze verkozen te worden tot burgemeester van Parijs. Foto Abdul Saboor/Reuters
Rondom een uitgestorven parkeerterrein staan groezelige flats. Drie mannen kijken bezoekers onderzoekend aan vanaf plastic stoelen op een kruispunt. In een winkelcentrum is alleen de tabakswinkel open – het postkantoor, de slager en alle andere winkels zijn de afgelopen jaren gesloten. Een leegstaand appartementencomplex heeft zwartgeblakerde plafonds en ingeslagen ramen. De ingangen zijn dichtgemetseld om dealers buiten te houden.
Parijs, zevende arrondissement. Een parkje waarvan het gras met een nagelschaartje lijkt bijgewerkt, grenst aan een enorme basiliek. Aan een sierlijke lantaarnpaal hangt een ronddraaiende camera. Op de groengeverfde bankjes in het parkje zitten ouderen in het zonnetje, twee agentes die een ronde doen, groeten vriendelijk. In de straten om het park lopen zakenmensen in pak, een vrouw met een Hermès-tasje aan haar arm, een in een grijze habijt geklede non.
Het contrast tussen de wijk waar Rachida Dati (59) opgroeide en het arrondissement waarvan ze nu burgemeester is, kan bijna niet groter. De Franse politica van de conservatieve partij Les Républicains bracht haar jeugd door in de met armoede en drugsproblematiek gevulde voorsteden van Chalon-sur-Saône, ten zuiden van Dijon. Sinds 2008 is ze maire van het zevende arrondissement van Parijs (de stad heeft één centrale burgemeester en zeventien arrondissements-burgemeesters): een van de duurste delen van de stad, bevolkt door bourgeois families en expats. Die functie combineert ze sinds begin 2024 met die van minister van Cultuur.
Haar ambities reiken verder: volgend jaar wil Dati haar linkse rivale Anne Hidalgo opvolgen als burgemeester van Parijs. In de toekomst zou ze zelfs een gooi willen doen naar het presidentschap. Maar Dati’s politieke toekomst is onzeker. Als de Franse Tweede Kamer maandag in de geplande stemming het vertrouwen in de regering-Bayrou opzegt, kan ze haar mediagenieke ministerspost verliezen. En eind september vindt de eerste zitting plaats in een rechtszaak waarin ze wordt vervolgd voor passieve corruptie. Ze nam als Europarlementariër 900.000 euro aan van autoproducent Nissan. Dati zegt dat ze (legaal) juridisch advies gaf; volgens justitie heeft ze illegaal gelobbyd voor het autoconcern.
Rachida Dati is in 1965 geboren in Chalon-sur-Saône in een gezin met twaalf kinderen. Moeder Fatim-Zohra is Algerijns, vader M’Barek Marokkaans – ze ontmoetten elkaar in Algiers en verhuisden naar Frankrijk, waar hij in de bouw ging werken. Thuis wordt de Franse cultuur met de Noord-Afrikaanse gecombineerd, schrijft Dati in haar boek La Confiscation du Pouvoir (2019). In de kast staan Franse popplaten naast die van Magrebijnse zangers, haar moeder kleedt zich „als een Parisienne”. Vader „spreekt tegen ons in het Arabisch, wij antwoorden in het Frans”.
Dati groeit op in verschillende cités: met hoogbouw en sociale problematiek gevulde wijken, „waar velen eindigen in de gevangenis of dood door een overdosis”, in de woorden van Dati. „Als je hier opgroeit, moet je drie keer zo hard werken om ergens te komen”, zegt de van oorsprong Algerijnse slager Abdelmalek Djabi (59) bij een eenvoudig café in de Cité du Stade. „Veel Fransen zien ons, Algerijnse en Marokkaanse immigranten, als een probleem, dus je bent voortdurend bezig te bewijzen dat jij een van de goeden bent.”
Niet alle Dati’s slagen daarin: broer Jamal is meermaals veroordeeld voor drugshandel – „een familietragedie”, schrijft zijn zus. Politieke tegenstanders gebruiken haar broers verhaal om Dati aan te vallen, door sommigen zou ze „bij voorbaat gezien zijn als een crimineel”. Maar deze achtergrond is geen verklaring voor haar strijdlust, stelt Dati. „Er is geen sociale uitleg van: ‘gezien waar zij vandaan komt, had ze geen andere keuze dan te vechten’ [...] Het is gewoon een karaktereigenschap.”
Duidelijk is wel dat ze hard moest werken om te komen waar ze nu is. Vanaf haar veertiende werkt ze onder meer als make-upverkoper en ouderenverzorger. Als haar vader ziet dat kinderen uit welgestelde gezinnen naar de katholieke school Le Devoir gaan, schrijft hij zijn kinderen daar in. „Hij had door dat het een school was [...] die succes ook voor ons toegankelijk zou maken.” Daarna studeert Dati Economie en Recht in Dijon en werkt ze bij oliebedrijf Elf-Aquitaine en een waterbedrijf in Lyon. In 1999 wordt ze magistraat, waarna ze aan de slag gaat bij het Openbaar Ministerie.
In 2002 ontmoet ze Nicolas Sarkozy, dan minister van Binnenlandse Zaken. „Hij zag me zoals ik was, niet als een meisje dat van niets kwam”, schrijft Dati. Sarkozy vraagt haar voor hem te komen werken. Na een paar jaar wordt ze zijn campagnewoordvoerder voor de presidentsverkiezingen van 2007, waarmee ze bekendheid krijgt binnen de rechts-conservatieve partij die dan nog UMP heet.
Dati viel op, zegt David Alphand, Dati’s partijgenoot en momenteel haar rechterhand in de Parijse gemeenteraad. „Het is een vrouw die iedereen opmerkt als ze een kamer binnenkomt, ze loopt over van energie.” De media zien dat ook: Dati haalt al ruim twee decennia geregeld de voorpagina’s. Zo ontspint zich een brede discussie over de rol van vrouwen in de politiek als ze in 2009 als alleenstaande moeder een dochter krijgt en vijf dagen na de bevalling weer aan het werk gaat.
De presidentiële campagne slaagt. Sarkozy wordt president en stelt Dati aan als minister van Justitie. Het was niet makkelijk om een plek te veroveren in politiek Parijs, zegt Alphand. „Ze was geen onderdeel van de kring van ingewijden, bestaande uit vooral uit Parijs afkomstige mannen.” In haar boek beschrijft Dati hoe iemand haar „het Justitieministertje” noemt.
Ze zet zichzelf neer als crimefighter door verplichte minimumstraffen voor recidivisten in te voeren (deze werden in 2014 weer geschrapt). En ze toont zich een hervormer. Zo sloot ze 320 gerechtelijke instanties om de efficiëntie van de trage Franse rechtspraak te verbeteren.
Als minister helpt Dati Sarkozy bij het uitbalanceren van zijn imago als blingbling-president. In haar boek beschrijft ze hoe ze hem meeneemt naar probleemwijken en zo zijn ogen zou hebben geopend voor de ellende aldaar. Maar het duo voert ook beleid in dat juist de inwoners van deze wijken raakt. Zo was het Sarkozy die zei dat hij banlieues wilde „schoonmaken met een hogedrukspuit” en onder zijn presidentschap werden huursubsidies en de staatssteun voor sociale huurwoningen verlaagd.
„Onder Sarkozy namen de spanningen in Frankrijk toe”, zegt slager Djabi in de wijk waar Dati opgroeide. „Dat komt door die hogedrukspuit en andere provocaties. Sindsdien worden buitenlanders steeds meer op een hoop gegooid.” Djabi zegt trots te zijn dat zijn voormalige buurvrouw het zo ver heeft geschopt, maar niet alle inwoners zijn fan. Tijdens een bezoek in de cité werd de minister weggejaagd met boegeroep en gefluit, vertelt de eigenaar van de tabakswinkel. „Het bezoek moest worden ingekort omdat het te onrustig was.”
In 2008 wordt Dati verkozen tot burgemeester van het zevende arrondissement van Parijs en in 2009 tot Europarlementariër, waardoor ze moet aftreden als minister van Justitie. In 2020 neemt ze het bij de verkiezingen voor het burgemeesterschap van Parijs op tegen Hidalgo, die dan al zes jaar burgemeester is (en wint). Dati wordt het gezicht van de oppositie en verzet zich tegen alles wat Hidalgo poogt in te voeren, met name de vergroening van Parijs. De twee uitgesproken vrouwen botsen dan ook vaak in de gemeenteraad.
In 2024 wordt Dati minister van Cultuur in de regering van Gabriel Attal, een positie die ze behoudt onder zijn twee opvolgers. De benoeming was een verrassing, zegt Salomé Gadafi van vakbond CGT Spectacle, die de medewerkers van de theaterwereld vertegenwoordigt. „Cultuur was geen onderdeel van haar eerdere werkzaamheden en de corruptiezaak liep al.”
Inmiddels is Dati’s relatie met de vakbonden verzuurd: CGT Spectacle roept zelfs op tot haar aftreden. „De sector lijdt onder door haar ingestelde bezuinigingen. Steeds vaker moeten voorstellingen worden afgezegd, sluiten theaters en verlaten mensen de sector”, zegt Gadafi. Ook bij de uitreiking van de theaterprijzen Molières en bij het theaterfestival in Avignon werden Dati’s bezuinigingen gehekeld – theatermakers dansten door de straten met maskers met haar beeltenis.
Ook zijn zowel de CGT als de journalistenvakbond SNJ woedend over de hervorming van de publieke omroep die Dati wil doorvoeren. Volgens Dati is dit nodig om de concurrentie aan te kunnen gaan met techgiganten en om een jonger publiek te trekken, maar Antoine Chuzeville van de SNJ noemt het „onnodig en gevaarlijk”.
Beide vakbonden hekelen ook Dati’s toon. Toen ze eerder dit jaar in talkshow C à Vous werd ondervraagd over de corruptiebeschuldigingen, dreigde ze een juridische procedure te beginnen tegen de journalist die haar interviewde. Chuzeville noemt dit „extreem choquerend en onacceptabel”. „Dit is intimidatie, ze brengt de vrijheid van de pers in gevaar.”
Ook in de Parijse gemeenteraad bijt Dati van zich af. „Rachida Dati gebruikt een [taal]register van terreur”, zegt Emmanuel Grégoire, Dati’s waarschijnlijke linkse tegenstander bij de burgemeestersverkiezingen. „Mensen zijn bang voor haar want ze kan je bijna letterlijk bij de keel grijpen.” Zelf maakt hij naar eigen zeggen geregeld mee dat zij hem „uit het niets begint te beledigen”. Ook politieke partners moeten het ontgelden. Zo zei ze eens dat ze het hondje van toenmalig premier Attal „in kebab wilde veranderen” toen hij bezuinigingen aankondigde.
„Haar politieke stijl is bijtend, levendig, punchy, ze zegt hardop wat veel mensen in stilte denken en dat valt in de smaak”, zegt Alphand. De kritische vakbonden doet hij af als „een cultuur- en media-intelligentsia die doet alsof ze zich beledigd voelt, terwijl men in besloten kring ongeveer dezelfde termen gebruikt”. Bij C à Vous werd volgens hem juist Dati benadeeld. „De journalist praatte neerbuigend tegen haar.”
Waar Rachida Dati wel wordt gewaardeerd, is in het zevende arrondissement. „Ze is meer mijn burgemeester dan Hidalgo”, zegt de 86-jarige gepensioneerde fysiotherapeut Marie-José (ze wil haar achternaam niet delen omdat ze bang is voor de gevolgen als die op internet zou verschijnen). „Hidalgo wil de chique wijken van Parijs laten verloederen, Dati zorgt dat dat hier niet gebeurt. Zo heeft ze een privébedrijf ingehuurd om het afval op te halen.”
Ook voelt Marie-José zich veilig in haar buurt. „Ik was bezorgd over de sociale huurwoningen die hiernaast zijn gebouwd, maar gelukkig heeft Rachida Dati camera’s laten plaatsen.” Dati wil om veiligheidsredenen ook de Champs de Mars, het park rond de Eiffeltoren verderop in het arrondissement, ’s avonds sluiten.
Grégoire zegt dat Dati de Parijzenaren met dit soort plannen misleidt. „Ze vertelt leugens, zo zei ze eens dat er iedere dag verkrachtingen [of aanrandingen] plaatsvinden op de Champs de Mars. Het is één verkrachting per jaar en tientallen aanrandingen. Dat zijn er natuurlijk te veel, maar wat zij zegt slaat nergens op.” Vooralsnog lijkt Dati meer Parijzenaren te overtuigen dan haar concurrent: volgens een peiling uit juni zou zij bij de verkiezingen 31 procent van de stemmen kunnen krijgen, Grégoire wordt gepeild op 16 à 19 procent.
Áls Dati burgemeester van Parijs wordt, zou dit een enorme ommezwaai betekenen. Ze kan bijvoorbeeld Hidalgo’s groene transformatie stopzetten of zelfs terugdraaien – ze heeft erop gezinspeeld dat ze de kades van de Seine die Hidalgo tot voetgangersgebied maakte weer zal openen voor auto’s. Of ze dit daadwerkelijk zal doen, valt te bezien. Grégoire: „Haar boodschappen zijn tegenstrijdig omdat ze twee groepen moet bedienen: klassiek rechts voor wie vroeger alles beter was en het modernere rechts dat niet alles terug wil draaien.”
En de vraag is wat de invloed zal zijn van een eventuele regeringsval en het corruptieproces – dat in maart mogelijk nog loopt. Als Dati schuldig wordt bevonden is de kans groot dat ze een verbod krijgt om zich verkiesbaar te stellen. Als de zaak nog loopt, zullen haar tegenstanders de aantijgingen tegen haar gebruiken.
„Het is niet de eerste keer dat ze beschuldigd wordt”, benadrukt Grégoire: er lopen ook onderzoeken naar lobbywerk dat Dati voor een ander bedrijf zou hebben gedaan, en toen ze minister werd heeft ze volgens de krant Libération tienduizenden euro’s aan juwelen niet gemeld.
Dati’s collega David Alphand denkt dat de soep niet zo heet gegeten zal worden. Hij ziet de rechtszaak vooral als gevolg van de journalistieke fascinatie voor de minister. „Rachida Dati is simpelweg een personage dat media in staat stelt veel kranten te verkopen.”
Rachida Dati weet al twintig jaar de aandacht op zich te vestigen met extreme uitspraken en vergaande hervormingen. Nu wil ze burgemeester van Parijs worden. „Mensen zijn bang voor haar want ze kan je bijna letterlijk bij de keel grijpen.”
Source: NRC