Natuur We moeten onze ideeën over democratie en samenleving aanpassen, en de natuur een centrale plek geven in de besluitvorming, betoogt Sander Turnhout.
‘Nu gaat het om de democratie’, hoor je tegenwoordig vaak. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Populisme en de ruk naar rechts in 2002 brachten ons een samenleving waarin de belangen van bedrijven meer ruimte kregen ten koste van de burgers. Zij werden meer en meer omgevormd tot klanten die democratie consumeren, door af en toe te stemmen op basis van hapklare soundbites die worden rondgepompt in de echokamers van de massamedia. Nu het populisme radicaliseert tot gevaarlijk extreemrechts, kan het geen kwaad om het begrip democratie eens open te breken om te kijken of je van de stukjes ook een andere puzzel zou kunnen leggen.
Sander Turnhout werkt bij natuurkennisnetwerk SoortenNL en is gepromoveerd op natuurmonitoring.
Het woord democratie is een samenstelling van demos – Oud-Grieks voor ‘volk’ – en kratein, wat ‘besturen’ betekent. Dat besturen vond ooit plaats in de publieke ruimte, waar in vrijheid onderwerpen besproken werden die allen aangingen en waarbij gespreksdeelnemers geacht werden hun privéproblemen thuis te laten.
Dat gesprek is dood. Zowel online als fysiek wordt de publieke ruimte gedomineerd door surveillance en commercie, terwijl de politieke gesprekken juist meer en meer gaan over privésores, ‘fophef’ en beeldvorming. De samenleving valt stil omdat inhoudelijke debatten onklaar gemaakt worden maar intussen we maken ons boos over woke. Identiteitspolitiek duwt de publieke zaak van de agenda. Die ontwikkelingen worden aangejaagd door grote bedrijven die baat hebben bij de status quo, maar zijn gebaseerd op een verkeerd beeld van wat een samenleving eigenlijk is.
Door onderscheid aan te brengen tussen menselijke en natuurlijke samenlevingen kunnen mensen gratis grondstoffen roven terwijl ze afval weg kunnen boeken als ‘externaliteiten’. Juist daar lopen we vast, met watertekorten, bosbranden en voedselschaarste aan de ene kant en stikstof, pesticiden en pfas aan de andere.
Ecologisch bekeken bestaan samenlevingen uit een samenspel van processen, biotische en a-biotische factoren. De illusie dat mensen boven of buiten de natuur zouden kunnen bestaan, heeft onze ontwikkeling stilgezet. We zijn zozeer gewend geraakt de omgeving aan te kunnen passen aan onze wensen, dat we onszelf niet meer aan kunnen passen nu de omgeving dat van ons vraagt. Het gebrek aan fitness – wat staat voor aanpassingsvermogen – bedreigt onze survival.
Samenleven doe je met alles wat leeft op aarde. Klaas Kuitenbrouwer, hoofd van het Zoönomisch Instituut bedacht hiervoor de term zoönomie: een economie waarin alle levensvormen samenwerken. Organisaties worden dan zoöperaties. Zoiets kan een game changer zijn. De eerste zoöperatie, het Nieuwe Instituut in Rotterdam, heeft een groen dak, een levendige vijver en de parkeerplaats is veranderd in een tuin. Er broeden vogels en fladderen vlinders. Allemaal geen hogere wiskunde, maar om dat alles voor elkaar te krijgen was wel een interventie nodig van de ‘spreker voor de levenden’, een functionaris die in een zoöperatie op alle niveaus en bij alle beslissingen de belangen vertegenwoordigt van alles wat leeft. En dan komen er niet alleen maar zonnepanelen op het dak maar ook leefruimte.
Juist die integraliteit raakt in onze bureaucratische aanpak van het openbaar bestuur uit beeld. We hebben een gezondheidsindustrie die niet bezig is met voedsel en een voedselindustrie die niet kijkt naar gezondheid. Dat is ontzettend duur. Juist door natuur centraal te stellen, verdwijnt die verspilling: je redeneert dan automatisch vanuit samenhang. Alle natuuroplossingen zijn goed voor het klimaat maar niet alle klimaatoplossingen zijn goed voor de natuur. Door natuur een stem te geven, ga je andere gesprekken voeren en andere afwegingen maken.
Een veel gehoord kritiekpunt is dat de natuur een stem geven overbodig zou zijn omdat natuur beschermd wordt via wetten, zoals de habitatrichtlijn. Als we die gewoon volgen, komt het goed. De criticasters gaan er dan vanuit dat je de doelen kunt halen door ze te objectiveren in indicatoren en die te vertalen naar verstandige implementatie van beleid. In theorie zou dat kunnen, maar in de praktijk werkt dat objectiveren sterk reductionistisch. Discussies over natuur in Nederland gaan over het aantal mollen per hectare – waarmee niet de dieren bedoeld worden. Indicatoren perverteren: door kwaliteit te objectiveren, raakt ze juist verder uit beeld.
Het natuurbeleid is hierin niet uniek: als de onderwijskwaliteit wordt uitgedrukt in het aantal behaalde diploma’s, maken scholen de examens makkelijker. Precies daarom moeten we de natuur zélf aan het woord laten. De natuur heeft namelijk een stem en spreekt tegen ons via bosbranden, overstromingen en zoönosen. Onze samenleving wordt beter als we daarnaar leren luisteren en ernaar gaan handelen.
Dat betekent dat we moeten veranderen. En als samenlevingen veranderen, moeten ook onze (ideeën over) democratie en recht veranderen.
Als wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat schimmels, planten en dieren intelligent zijn en pijn kunnen voelen, dan zul je daar in het recht een keer iets mee moeten. In een goed functionerende democratie is het recht een kristallisatie van waarden en normen.
Democratie is ooit begonnen als vrijheid voor witte mannen met geld. Om te voorkomen dat het daar ook weer gaat eindigen, hebben we de Raad voor de levenden opgericht. Daarin zoeken kunstenaars, taalwetenschappers, ecologen, juristen, schrijvers en bestuurskundigen samen naar manieren om de natuurlijke leefomgeving beter te vertegenwoordigen in democratische processen. Dat kan bijvoorbeeld door natuur te erkennen als rechtspersoon, of met een vorm van geborgde zetels toe te voegen aan het openbaar bestuur. Dat is van groot belang voor het voortbestaan van de democratie, want landschappen waarvan we afhankelijk zijn, ontwikkelen zich op veel langere tijdsschaal dan wij, en insecten zijn niet voor rede vatbaar.
Niemand beweert dat zoiets makkelijk is. Maar taalwetenschappers maken grote sprongen met het ontrafelen van grammatica van dierentalen. Ecologen kunnen steeds beter effecten van ingrepen voorspellen en bestuurskundigen verkennen alternatieve vormen zoals burgerberaden waarin de natuur zou kunnen aanschuiven door bijvoorbeeld te werken met geborgde zetels. De eerlijkheid gebiedt ons te erkennen dat er grote onzekerheden zijn. Maar naast de zekere ineenstorting die we in de (bio)data zien, is dat een aantrekkelijk perspectief.
Democratische instituties liggen onder vuur, vertrouwen in politici is historisch laag. Op welke manieren kan de democratie weer floreren? Het bruist in Nederland van ideeën over hoe het wél kan.
Burgerparlement: Tijd voor een Derde KamerDenkers en doeners: Ideeën voor een florerende democratieLiberale democratie: Populisme is een symptoom van de crisis, niet de aanjagerNatuur: We moeten leren luisteren naar de natuurVeerkracht: Laat de middenpartijen ons weerbaar makenSocioloog: ‘Zonder zorgzaamheid is er geen samenleving’Vergezichten: Puur pragmatische politiek is een illusie
Source: NRC