Burgerparlement Volg het voorbeeld van Parijs en installeer een burgerparlement, vindt Eva Rovers. Juist als er onvrede is, moet je praten. We hebben niet minder, maar meer democratie nodig.
Massale investeringen in sociale woningbouw, maatregelen om jongeren uit de jeugdzorg van de straat te houden, een grootschalige campagne om huiseigenaren hun woningen aan te laten melden bij een programma dat mensen met een laag inkomen toegang geeft tot de particuliere woningmarkt. Vorig jaar nam de gemeenteraad van Parijs een ambitieuze wet aan om dakloosheid tegen te gaan. Noodzakelijk, want in de Franse hoofdstad leven 50.000 mensen op straat – een kwart van hen mét baan – en dat terwijl er 128.000 woningen langdurig leegstaan.
Eva Rovers is schrijver en oprichter van Bureau Burgerberaad. Deze week verschijnt bij De Correspondent haar boek Waarom we politiek niet alleen aan politici kunnen overlaten.
Wat de wet uniek maakt, is dat deze niet ontwikkeld werd door politici, maar door inwoners. Sinds 2021 bestaat in Parijs naast de gekozen gemeenteraad namelijk een permanent burgerparlement. Daar neemt een roulerende groep van honderd Parijzenaars aan deel, die samen een afspiegeling van de bevolking vormen. Dit burgerparlement mag wetsvoorstellen en moties indienen, die dezelfde behandeling krijgen als die van raadsleden.
Het idee hiervoor ontstond in 2019 ten tijde van de protesten van de ‘gele hesjes’, toen Parijs het brandende middelpunt was van massale maandenlange protesten tegen de stijgende kosten van levensonderhoud. Tijdens een groot publiek debat in de stad stelden inwoners voor om een burgerparlement in het leven te roepen. In plaats van pas met burgers te praten als de onvrede escaleert, kun je mensen beter zo vroeg mogelijk bij besluiten betrekken. Het gemeentebestuur stemde in.
Anders dan de eenmalige burgerberaden die overal in Europa aan een flinke opmars bezig zijn, is dit burgerparlement permanent. Dat wil niet zeggen dat de inwoners die eraan deelnemen dat permanent doen: zij rouleren, zodat ieder jaar nieuwe mensen een kans krijgen om mee te doen. Permanent wil vooral zeggen dat het burgerparlement – net als de gemeenteraad – een instituut is dat verankerd is in het democratische systeem.
De deelnemers worden geselecteerd door middel van een gewogen loting. Zo’n loting houdt rekening met kenmerken zoals leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en postcodegebied, zodat er een eerlijke afspiegeling ontstaat van de bevolking. Dankzij die gewogen loting werken in een burgerparlement mensen uit heel verschillende ‘bubbels’ samen aan maatregelen voor grote maatschappelijke vraagstukken.
Niet onbelangrijk: met die voorgestelde maatregelen gebeurt vervolgens ook iets. Het Parijse burgerparlement heeft namelijk droit de suivre, het recht op opvolging (als de maatregelen rechtmatig en uitvoerbaar zijn). Precies die gewaarborgde opvolging is waaraan het bij de meeste vormen van inspraak vaak ontbreekt.
Elk jaar legt de burgemeester van Parijs het burgerparlement drie vraagstukken voor waar het gemeentebestuur mee zit. De deelnemers kiezen daar één onderwerp uit, waarvoor ze gezamenlijk een wetsvoorstel ontwikkelen. In 2023-2024 was dat dakloosheid.
Daarnaast kan het burgerparlement ook aanbevelingen doen voor een zelfgekozen onderwerp. Die leiden dan niet tot een wetsvoorstel, maar tot een motie, die in de gemeenteraad besproken wordt. Als de gemeenteraad de motie aanneemt, voert ze die ook uit. Tot nu toe zijn alle vier de ‘burgermoties’ aangenomen. Dat heeft onder mee geleid tot 50 procent meer inzet is op veiligheidshandhaving als gevolg van een burgermotie over veiligheid op straat.
In een burgerparlement krijgen inwoners dus reële verantwoordelijkheid en invloed. Daar staat tegenover dat deelnemen ook wat vraagt van inwoners. Het is niet een avondje vrijblijvend bomen. De leden van het Parijse burgerparlement komen gedurende één jaar maandelijks samen, waarvoor ze een vergoeding van ongeveer negentig euro per dag krijgen – dezelfde vergoeding als die van juryleden bij een rechtszaak. Die vergoeding wordt betaald uit de algemene begroting van de stad.
De deelnemers maken zich het onderwerp eigen door er met elkaar, met deskundigen, belangengroepen, ambtenaren en politici over te praten. Dat is geen half werk. „Zo hebben we zestien halve dagen participatieve workshops gehouden”, vertelde deelnemer Zineb Hokimi, een 51-jarige hr-medewerkster uit het noordwesten van Parijs, bij de presentatie van het wetsvoorstel. „We hebben bezoeken gebracht aan voedseluitdeelpunten, straathoekwerkers, opvangtehuizen en jongerenwerkers. Ook hebben we met meer dan zes directies en diensten van de stad Parijs gesproken, evenals met vijf politici van alle politieke stromingen, dertien verenigingen en met de interdepartementale directie voor huisvesting en onderdak.”
Aan de hand van al die informatie ontwikkelen de deelnemers gezamenlijk hun voorstellen. Dat doen ze op basis van dialoog; ze proberen elkaar niet te overtuigen van hun mening, maar zoeken naar overeenkomsten om van daaruit tot een gezamenlijk voorstel te komen. Het resultaat is een weloverwogen wetsvoorstel of motie, gebaseerd op collectieve wijsheid in plaats van partijpolitieke positionering.
Het burgerparlement in Parijs ontwikkelde op deze manier twintig concrete, goed onderbouwde maatregelen om dakloosheid tegen te gaan, en verwerkte deze met hulp van deskundigen tot een wetsvoorstel. Samen met andere deelnemers diende Zineb Hokimi eind juni 2024 dit ‘burgerwetsvoorstel’ in bij de Parijse gemeenteraad en gaf er uitgebreid toelichting op. Twee weken later nam de gemeenteraad het wetsvoorstel integraal aan. Daarmee was de eerste burgerwet van Parijs een feit.
Parijs is niet de eerste plek waar inwoners een permanente plek hebben gekregen in de democratische besluitvorming. In Duitstalig België bestaat al sinds 2019 een burgerparlement. Het gekozen parlement van deze deelstaat, die negen gemeentes omvat, stemde daar in 2018 unaniem mee in.
Het gelote burgerparlement in Duitstalig België geeft ieder jaar een burgerberaad de opdracht om beleidsvoorstellen te ontwikkelen rond een vraagstuk dat verbetering behoeft. Het burgerparlement presenteert die voorstellen aan het gekozen parlement en houdt vervolgens de opvolging in de gaten. Op die manier kreeg Duitstalig België nieuw beleid voor de zorg, migratie, vergrijzing, digitalisering en inclusief onderwijs voor kinderen met een handicap. Zo werd het loon van zorgpersoneel met 12 procent verhoogd, zijn er financieringsmogelijkheden voor jongeren ingevoerd om het hun makkelijker te maken een woning te kopen en krijgen alle lagere en middelbare scholen een glasvezelaansluiting.
Anders dan in Parijs is er dus een scheiding der machten in Duitstalig België: het permanente burgerparlement formuleert de vraag en waarborgt de opvolging, terwijl het ad hoc burgerberaad de voorstellen ontwikkelt. Dat schept onafhankelijkheid en verspreidt de macht.
De precieze werking mag verschillen, de grondgedachte is hetzelfde: inwoners vertrouwen en ze werkelijk zeggenschap geven.
Inmiddels hebben zo’n twintig gemeentes en regio’s in Europa een burgerparlement. Waarom? „Het houdt ons scherp, geeft ons een frisse blik op onderwerpen waar we zelf te diep in zitten of op vastgelopen zijn,” vertelde Liesa Scholzen, senator uit Duitstalig België me toen ik haar onlangs interviewde. „Bovendien merk je dat er onder deelnemers meer vertrouwen ontstaat in de politiek.”
Volgens Scholzen is het bijzonder, maar ook logisch dat het politieke parlement van Duitstalig België destijds unaniem instemde met de oprichting van een burgerparlement: „Iedereen besefte: de politiek kan niet vijftig jaar dezelfde rol spelen, terwijl de wereld verandert en de mensen veranderen.”
Dat was in 2018. Inmiddels grijpt de democratische erosie steeds sneller om zich heen. Terwijl de Verenigde Staten afglijden naar een autocratie, hebben ook gevestigde democratieën in West-Europa het zwaar. Volgens het SCP staat een derde van de Nederlanders positief tegenover een meer autocratische of technocratische vorm van bestuur, en een kwart heeft geen bezwaar tegen het opzijschuiven van wetgeving of rechterlijke macht als ‘daadkracht’ vereist is. Ondertussen maken rechts-populistische politici overal in Europa met succes rechters, wetenschappers, journalisten en collega-parlementsleden verdacht, en fnuiken polariserende algoritmes iedere kans op een constructief publiek debat.
Wat ook niet helpt zijn middenpartijen die toegeven aan allerlei democratie-ondermijnende voorstellen om bijvoorbeeld het demonstratierecht in te perken. Het idee van een democratie is niet conflict onderdrukken door kritische geluiden te smoren, maar als bevolking een grondig gesprek voeren over waar het heen moet met de samenleving. We hebben niet minder, maar meer democratie nodig.
Vandaar het burgerparlement. Dat bestaat vooralsnog alleen op lokaal en regionaal niveau, maar zou ook nationaal ingevoerd moeten worden. Al was het maar omdat er opvallend minder vertrouwen is in nationale overheden dan in lagere overheden, aldus de OESO. We zouden er dan ook goed aan doen het voorbeeld van Parijs en Duitstalig België te volgen door een burgerparlement op te richten. Zie het als een Derde Kamer, die naast de huidige Eerste en Tweede Kamer komt te staan.
Die Derde Kamer identificeert een vraagstuk dat aanpak behoeft of sterk gepolariseerd is geraakt, organiseert daar een burgerberaad over en behartigt na afloop de opvolging van de voorstellen. Dit burgerparlement bestaat uit een roulerende groep van 75 Nederlanders van zestien jaar en ouder, uit alle hoeken van het land, met alle mogelijke achtergronden en opvattingen. Dankzij een gewogen loting doet een dwarsdoorsnede van de samenleving mee, mensen die niet vastzitten aan partijpolitieke overwegingen of verkiezingen hoeven te winnen.
Ieder jaar agendeert de Derde Kamer – om te beginnen – twee onderwerpen. Dat doet ze in samenspraak met de samenleving, bijvoorbeeld met hulp van het beproefde platform Pol.is. Dat laat grote groepen mensen meningen uitwisselen, waarbij het niet de verschillen maar de overeenkomsten naar voren brengt.
Over die onderwerpen wordt vervolgens een afzonderlijk nationaal burgerberaad georganiseerd. Op basis van onderling dialoog en gesprekken met deskundigen komt dit burgerberaad tot voorstellen voor het vraagstuk. Deze worden verwerkt in een burgerwetsvoorstel. Zo’n wetsvoorstel heeft hetzelfde gewicht en krijgt dezelfde behandeling als een initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamer. De Derde Kamer monitort vervolgens de opvolging en uitvoering.
Een burgerparlement dat wetsvoorstellen ontwikkelt, vraagt om een grondwetswijziging en dat zal niet op korte termijn gebeuren. Tot het zover is, kan de Derde Kamer functioneren als een burgerparlement light, dat zwaarwegend advies geeft aan de Eerste en Tweede Kamer. Het heeft dan de status van een ‘openbaar lichaam’, zoals dat in staatsrechtelijke termen heet.
Zo’n openbaar lichaam – zoals de Sociaal-Economische Raad – wordt ingesteld door het Rijk, heeft een duidelijk mandaat en kan zelfstandig opereren. Dat is niet zo ingewikkeld: er is slechts een nieuwe wet nodig die de taken en bevoegdheden van de Derde Kamer omschrijft.
Die tussenperiode biedt bovendien de mogelijkheid om laten zien hoe de Derde Kamer werkt en om iedereen te laten wennen aan het idee dat inwoners voortaan een vaste plek hebben in het hart van de politieke democratie.
Het gevaar van de democratische erosie is dat je die pas merkt als het te laat is. De aankomende verkiezingen zijn een uitgelezen kans voor de Nederlandse politiek om te laten zien hoe zij die erosie gaat stoppen. Een deel van oplossing bestaat al: laat iedere politicus met een democratisch hart een voorbeeld nemen aan Parijs en Duitstalig België, en zich inzetten voor een nationaal burgerparlement.
Democratische instituties liggen onder vuur, vertrouwen in politici is historisch laag. Op welke manieren kan de democratie weer floreren? Het bruist in Nederland van ideeën over hoe het wél kan.
Burgerparlement: Tijd voor een Derde KamerDenkers en doeners: Ideeën voor een florerende democratieLiberale democratie: Populisme is een symptoom van de crisis, niet de aanjagerNatuur: We moeten leren luisteren naar de natuurVeerkracht: Laat de middenpartijen ons weerbaar makenSocioloog: ‘Zonder zorgzaamheid is er geen samenleving’Vergezichten: Puur pragmatische politiek is een illusie
Source: NRC