Home

Met het voornemen Tata Steel te sluiten, riskeert Volt een nieuwe brandhaard van anti-Europees populisme

Europa Tata Steel willen sluiten, zoals Volt volgens lijsttrekker Laurens Dassen wil, is geen sociaal beleid en evenmin ‘Europees’, betoogt Erwin van den Brink.

Tata Steel in IJmuiden

Beste Laurens, Ik ben enkele jaren terug lid geworden van Volt omdat ik mij Europeaan voel. Maar het wordt mij steeds meer duidelijk dat Volt nog lang geen Europese partij is.

Erwin van den Brink is journalist.

Een fabriek sluiten die de spil is in een hele regio, dat is geen sociaal beleid en het is evenmin ‘Europees’, omdat bestaanszekerheid voor de werkende klasse de kern is van het sociale Europa dat de Frans-Duitse Rijnlanders Monnet en Schuman voor ogen hadden. Bestaansonzekerheid had in de jaren 1930 immers de geesten rijp gemaakt voor het rechtsextremisme dat het pad had geëffend voor de Tweede Wereldoorlog. Door Tata Steel zo snel mogelijk te willen sluiten wordt een zelfverklaard Europese partij wederom de wegbereider voor rechtsextremisme.

Want waar in Europa de afgelopen vijftig jaar zware industrie is verdwenen, heeft het rechtspopulisme wortel geschoten.

Ik woon in Beverwijk, vlak bij de staalfabriek. Mijn vader werkte er en vele mensen die ik ken of heb gekend. Van huis uit kreeg ik mee dat Hoogovens groot was geworden dankzij de EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, nu de EU.

Iederéén bestaanszekerheid

Ik geloof dat wij alléén een toekomst hebben als een verenigd Europa. Niet alleen als economisch blok met een geopolitieke vuist maar vooral als sociaal model van het streven naar een menswaardiger samenleving die iedereen (!) bestaanszekerheid biedt. De staalindustrie is de bakermat van dit Rijnlandse model, het Europese alternatief voor het maatschappelijk falende Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme waarin het IJmuidense bedrijf zich desondanks staande heeft weten te houden nadat politiek Den Haag de staatsaandelen in Koninklijke Hoogovens in 1999 verkocht.

Daarom rangschikt The New York Times Tata Steel IJmuiden in een recente reportage onder de ‘haute couture’ van de staalproductie: „Heel weinig bedrijven in de wereld kunnen dit soort geavanceerd hoogwaardig staal produceren.”

Deze staalindustrie biedt werk aan heel veel mensen met een praktisch beroep, veel mbo-technici, een slag mensen dat we bij Volt – en überhaupt in de politiek – helaas zelden tegenkomen. Door hun bestaanszekerheid te bedreigen, jagen we ze in de armen van rechts-populistische partijen. Waarom voeren progressieve mensen telkens campagne voor rechts-populisten door in hun idealistische blindheid de belangen van praktisch opgeleiden over het hoofd te zien?

Vervuiling

Dit gezegd hebbend: het IJmuidense staal veroorzaakt natuurlijk ook veel vervuiling, die slecht is voor de volksgezondheid. Dat is ernstig, maar er valt wel wat aan te doen. Laat de (Europese) overheid weer als vanouds aandeelhouder worden. Want is het probleem met Tata goedkoper en sneller op te lossen door de productie naar Zweden te verhuizen, zoals jij voorstelt? Zonder het bedrijf verliest de regio vele sociale verbanden, die hier de afgelopen honderd jaar de samenleving hebben gevormd.

En om in de duinen een ‘Tata-stad’ te kunnen bouwen moet een terrein ter oppervlakte van de gemeente Hilversum worden gesaneerd van honderd jaar bodemvervuiling. Dat gaat miljarden kosten. In het gunstigste geval ontstaat er een grote sociale tweedeling en worden de oorspronkelijke inwoners verdrongen.

Ondanks goede intenties van generaties bestuurders om de sociale gevolgen van verdwijnende industriële bedrijvigheid op te vangen, is in Europa de afgelopen vijftig jaar in de praktijk weinig van die beloften terechtgekomen. Zie de verpaupering in de Britse Midlands, in de Waalse en Noord-Franse kolen- en staalbekkens, in de voormalige DDR, en hier in Nederland in de voormalige Limburgse Mijnstreek, in de vroegere Groningse ‘strokarton’-streek en in de industriële IJmond en Zaanstreek; het zijn vroege PVV-bolwerken.

Al deze voormalige (socialistische en communistische) arbeidersbolwerken in Europa zijn brandhaarden geworden van anti-Europees populisme. Volt gooit olie op dit vuur. Er pakken zich donkere wolken samen boven de gehele Europese industrie. Je houdt je hart vast als je bedenkt wat de populistische ‘fall-out’ kan zijn van het lichtvaardig wegsaneren van oude, vervuilende, niet-duurzame industrie door groene idealisten.

Als het Volt werkelijk menens is met Europa dan komt het met een Europees plan voor strategische autonomie op het gebied van staalproductie waarbij de voors en tegens van verschillende locaties worden beoordeeld op hun economische, hun duurzame én hun sociale merites. Waarbij de ‘license to operate’ van industrieën die ons milieu belasten afhankelijk is van zeggenschap in die industrie via mede-eigendom door de gemeenschap, zoals het was met Hoogovens vóór 1999.

Dát is nou echt progressief én echt Europees, Laurens.

Source: NRC

Previous

Next