Francesco Bagnaia eindigde vrijdag in de achterhoede tijdens beide MotoGP-trainingen op Circuit de Barcelona-Catalunya en worstelde de hele dag met zijn GP25. De tweevoudig wereldkampioen kwam niet verder dan de 21ste plaats, ruim een seconde achter de snelste tijd. Alleen Aprilia-testrijder Lorenzo Savadori, de van blessureleed teruggekeerde Maverick Viñales van KTM Tech3 en LCR-rookie Somkiat Chantra eindigden achter hem.
Al in de eerste vrije training waren er zorgen in de Ducati-garage toen Bagnaia de 23ste en voorlaatste tijd reed. Dat resultaat werd echter deels verklaard door het feit dat hij geen tweede set banden gebruikte en problemen had met zijn motorfiets. Toen hij ook in de tweede sessie van de dag achteraan bleef bungelen, werd duidelijk dat er meer aan de hand moest zijn. De tegenvallende prestaties steken extra schril af tegen de rest van de Ducati-rijders. Teamgenoot Marc Márquez eindigde sterk als derde achter de fabrieksrijders van KTM, terwijl broer Álex Márquez op de Gresini Ducati ook in de top-vijf eindigde. Bagnaia was de enige negatieve uitzondering voor de Italiaanse fabrikant.
Een zichtbaar aangeslagen Bagnaia kon na afloop nauwelijks verklaren waarom hij zo ver terugviel. "Gisteren, voor de start van het weekend, had ik je nog heel blij kunnen vertellen hoe goed ik me voelde. Maar mijn verwachtingen bleken totaal verkeerd", zei hij. "Ik hoopte dat er 's ochtends gewoon iets misging, maar 's middags was het hetzelfde verhaal. Het is moeilijk te begrijpen hoe het zó lastig kan zijn. Het feit dat ik zo hard push en toch 21ste sta, tussen - met alle respect voor hen - twee testrijders... Maar ik mag daar niet staan. Het is moeilijk te begrijpen en moeilijk uit te leggen aan het team. Ik geef alles, ik neem grote risico's met de voorkant, maar ik ben gewoon niet snel. Ik ben heel traag, en dat is zo frustrerend."
Bagnaia én Ducati tasten in het duister over de reden voor de moeilijke vrijdag.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Bagnaia dacht juist dat hij in Hongarije een belangrijke doorbraak had geboekt met een wijziging van de afstelling, die enkele problemen verlichtte waar hij het hele jaar al mee kampte. In Barcelona kwamen de moeilijkheden echter terug: opnieuw verloor hij veel tijd met remmen en insturen. "Mijn verwachtingen vóór Balaton waren al niet hoog, omdat dit het circuit is met de minste grip van de kalender. Met mijn problemen kon het lastig worden", legde hij uit. "Na Balaton had ik er vertrouwen in dat het anders zou zijn, maar nu blijkt dat niet zo. Vooral bij het remmen onder hellingshoek en in de eerste fase van acceleratie verlies ik enorm veel tijd." De Italiaan benadrukte dat hij "iets groots" nodig heeft om zich zaterdag rechtstreeks voor Q2 te plaatsen. In de sprintrace zou hij al tevreden zijn met een plek in de top-zeven.
Nu de problemen blijven aanhouden, wordt ook de suggestie gewekt dat de problemen misschien niet technisch van aard zijn, maar dat het eerder een mentaal probleem is bij Bagnaia zelf. Dat wees de Italiaan echter van de hand. "Ik denk niet dat het aan mijn voorbereiding ligt, want ik voel me goed op de motor. Ik ben niet moe", zei hij. "Wat ik altijd doe, is eerst naar mezelf kijken voordat ik andere dingen de schuld geef. Ik heb alles geprobeerd: anders rijden, me aanpassen aan wat het team vraagt. Maar het resultaat blijft steeds hetzelfde."
"Ik blijf zoeken naar wat ik beter kan doen, maar ik kan niet rijden zoals de anderen. Ik heb altijd mijn eigen stijl gehad, en die werkte altijd – behalve dit seizoen. Alles wat ik probeer te veranderen, kost me alleen maar tijd. We moeten andere oplossingen vinden, maar die hebben we nu niet. Misschien moeten we vanavond een reset doen en morgen met een frisse blik beginnen. Maar het is voor mij én voor het team heel moeilijk te begrijpen wat er aan de hand is."
Source: Motorsport