Volgens oud-voetballers Nasser El Khayati, Karim El Ahmadi en Nourdin Boukhari is het hoog tijd voor een Nederlands-Marokkaanse trainer op het hoogste niveau. Samen met tien anderen bekwamen ze zich in het trainersvak, met hulp van de Marokkaanse voetbalbond. ‘Hier zijn we koningen.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
De trainer in oud-profvoetballer Nasser El Khayati openbaart zich al ruim voor het interview, tijdens een potje padel in Krimpen aan den IJssel. El Khayati (36) is gekoppeld aan de Volkskrant-verslaggever en speelt tegen twee andere oud-profs, Nourdin Boukhari (45) en Karim El Ahmadi (40). Na een uur staat het 6-0, 4-1 voor de tegenstanders; El Khayati noemt dit vrij luid ‘beschamend’.
Als zijn partner tijdens een kantwissel even wat apps checkt op zijn telefoon, pakt El Khayati zijn arm. Met indringende blik en stem: ‘Heb je je appjes gelezen. Zitten ze nog in je hoofd? Nee? Goed, zo. We kunnen niet zo verliezen, oké? Luister, je gaat geen risico meer nemen, alleen nog hoge ballen op Karim spelen. Oké? Let’s go! Wij kunnen dit!’
Ondanks het balgevoel van Boukhari en de fitheid van El Ahmadi kantelt de wedstrijd inderdaad zowaar en komt het zelfs tot een beslissende tiebreak in de derde set. Wat opvalt is dat complimentjes aan de tegenstander na een mooie passing, zoals die gebruikelijk zijn bij padel, gaandeweg uitblijven. Er hangt steeds meer een fanatieke voetbalsfeer, met indringende aanwijzingen en ook veel kreten als ‘jaja, lekker, nu pakken we ze!’ na een belangrijk punt.
‘Dat krijg je er niet uit’, puft Boukhari na afloop, ‘dat willen winnen.’
Het gesprek met het trio over hun trainersambities voltrekt zich vervolgens naast de padelbaan, in bezwete sportkledij, want Boukhari moet nog naar Almere rijden, alwaar hij assistent-trainer is bij Almere City. El Ahmadi en El Khayati hebben meer tijd; zij zijn nog niet actief als trainer, twijfelen zelfs of ze dat daadwerkelijk willen worden.
Het trio behoort tot een groep van in totaal dertien in Nederland geboren dan wel opgegroeide oud-voetbalprofs met Marokkaanse roots die trainerscursussen volgen, georganiseerd en gefaciliteerd door de Marokkaanse voetbalbond. Sommigen kregen ook onderricht bij de Nederlandse voetbalbond (KNVB), maar die route is ‘langer, duurder en ingewikkelder’, weet Boukhari uit eigen ervaring.
El Khayati vult aan: ‘De Marokkaanse bond ontving ons met open armen, ze willen graag meer bekende namen opleiden tot trainers, om te helpen het voetbal op een hoger niveau te brengen.’
El Ahmadi: ‘Sommigen van ons willen het vak ontdekken, anderen zoals Nourdin willen het hoogste trainersdiploma behalen om als hoofdtrainer aan de slag te gaan.’
Boukhari haalde bijna alle trainersdiploma’s in Nederland, maar werd door de KNVB niet toegelaten tot de Uefa Pro-cursus, noodzakelijk om als hoofdtrainer in het Europese profvoetbal aan de slag te gaan.
Boukhari: ‘Het probleem is dat er duizend trainers in Nederland het hoogste trainersdiploma willen, maar dat er maar weinig plekken zijn op die Pro-cursus. De laatste jaren maken ze ook meer ruimte voor amateurtrainers, jeugdtrainers, vrouwen, buitenlandse trainers. Zo blijven er weinig plekjes over voor oud-profs.’
Slechts zeven trainers heeft de KNVB dit jaar toegelaten, na een streng selectiegesprek waarbij de kandidaten ook een presentatievlog moesten aanleveren. Vier van de zeven hebben geen profvoetbalachtergrond. De KNVB verwacht van een trainer dat hij een veelzijdige topmanager is met minimaal een jaar ervaring als zelfstandig hoofdcoach.
Boukhari kan aan die laatste toelatingseis niet voldoen. ‘Ik denk dat iemand die al jarenlang assistent is meer bagage heeft. Ik heb bijvoorbeeld heel diverse coaches bijgestaan zoals Henk Fraser, Maurice Steijn en Jeroen Rijsdijk. Ik daagde ze uit en liet ze nadenken over hun keuzes, want een assistent moet geen jaknikker zijn.
‘Ik heb trouwens gevraagd of ik bij mijn vorig club Sparta het beloftenelftal mocht trainen om aan de eis van de KNVB te voldoen, maar ze hadden al iemand.’
El Khayati: ‘Als ik zie dat het voor Boukhari al lastig is, dan denk ik: krijg ik die kans dan wel?’
Bij Boukhari, die bij onder meer Sparta, Ajax en NAC als creatieve aanvallende middenvelder speelde, kwam de interesse in het trainersvak geleidelijk op gang. Hij schetst de route zoals hij die vaak bewandeld ziet worden door spelers met zijn kwaliteiten en achtergrond.
‘In het begin denk je: poeh, even uitblazen, ik word zéker geen trainer, al die stress, al dat gedoe, al dat geschreeuw. Je gaat misschien wat analyseren op tv, zoals Karim en Nasser nu doen, in vastgoed investeren of in Dubai wonen.
‘Maar wij zijn voetbaldieren, na een tijdje ga je je kind trainen. Dan wil je meer, word je ergens assistent. En soms wil je dan nóg meer bepalen en hoofdtrainer worden. Zo is het althans bij mij gegaan.’
Boukhari zou het toejuichen als El Khayati en El Ahmadi uiteindelijk net als hijzelf gaan inzetten op het hoofdtrainerschap. ‘Ze hebben een eigen mening, snappen het spelletje, hebben veel ervaring als voetbalprof en kunnen uitstekend met allerlei types omgaan. Het is hoog tijd voor meer Nederlands-Marokkaanse hoofdtrainers. In de eredivisie is er nog nooit een hoofdtrainer met die achtergrond geweest. Dat is toch gek, eigenlijk?’
Op 7 december 1994 immers al vestigde de uit Marokkaanse ouders geboren Amsterdammer Tarik Oulida voor het eerst zijn naam, en feitelijk ook die van andere Nederlandse voetballers van Marokkaanse komaf, met twee treffers voor Ajax tegen AEK Athene in de Champions League.
Op 18 november 1998 debuteerde Dries Boussatta in het Nederlands elftal. In totaal speelden er meer dan honderd voetballers met een Marokkaanse achtergrond in de eredivisie, en daar zaten uitstekende spelers tussen.
Maar waar blijft de trainersaanwas? El Ahmadi: ‘Je had wel Adil Ramzi in de eerste divisie als coach van Jong PSV. Hij ging naar Wydad, een van de grootste clubs in Marokko. Nu is hij coach bij de KNVB van Oranje onder 18 jaar. Dus die is goed op weg.’
El Khayati: ‘Feit is dat er van de generatie van Boukhari en de generatie daarvoor weinig trainer zijn geworden. Misschien zijn ze afgeknapt op de lange weg die je moet gaan of de hoge kosten, of het gebrek aan rolmodellen.’
Ervaring als voetballer hebben ze zat, vooral El Ahmadi en Boukhari. In onder meer Schotland en Wales kan iedereen met een goede profachtergrond zonder al te veel poespas het hoogste trainersdiploma halen, zo weten ze. Toch kozen ze voor een traject via de Marokkaanse voetbalbond, ook al kunnen ze met die diploma’s alleen in Afrika en Azië werken.
Karim El Ahmadi is de Marokkaans-Nederlandse voetballer met de meeste eredivisiewedstrijden. Hij speelde er 305, gevolgd door Nourdin Boukhari met 268. Nasser El Khayati komt tot 106. Ze speelden alle drie ook bij meerdere buitenlandse clubs. El Ahmadi speelde 70 interlands voor Marokko, Boukhari 24.
De Marokkaanse bond maakt sinds kort actief werk van het opleiden van bekende oud-profvoetballers. El Ahmadi: ‘Bondscoach Walid Regragui, onder wie Marokko de halve finale op het WK 2022 in Qatar haalde, heeft iets losgemaakt.’
Boukhari: ‘In Marokko zijn wij de koningen, overal worden we binnengeloodst en met open armen ontvangen. In Nederland ben je jaren intensief bezig, in Marokko werken ze met een aantal intensieve bijeenkomsten van een week.’
Ze hebben er drie gehad, een keer in Amsterdam, twee keer op het prachtige trainingscentrum van de Marokkaanse bond in Rabat. El Khayati: ‘Maar we waren wel echt de hele week bezig. Acht uur ’s ochtends beginnen, en pas om zeven uur ’s avonds ben je weer terug in je hotel. In de ochtend theorie, in de namiddag praktijk met teams uit de regio.’
Boukhari: ‘Je krijgt dat papiertje niet zomaar. Ze willen je idee en je visie weten, ze dagen je uit.’
En wat als ze hun trainerspapieren hebben?
El Ahmadi: ‘Een eerste stap als assistent in het Midden-Oosten zie ik wel zitten.’
Boukhari lachend: ‘Ik neem jullie mee, lekker in Saoedi-Arabië.’
El Khayati: ‘Het niveau daar is natuurlijk extreem hoog geworden.’
Het dwarsboomt wel het streven om een Nederlands-Marokkaanse hoofdtrainer in de eredivisie te krijgen. El Khayati: ‘Ik denk dat het een kwestie van tijd is. Misschien wil ik hierna toch vol voor het Nederlandse diploma gaan.’
Boukhari: ‘Nou, bij de KNVB heb je weinig kans om erdoor te komen. Ik zeg: maak nou jaarlijks meerdere groepen die die cursus mogen volgen. Ik vind het eigenlijk zonde dat jongens uit het voetbal verdwijnen, tv-analist worden of in een ander land hun diploma’s halen.’
El Khayati: ‘Het ijs moet gebroken worden.’
Boukhari: ‘Onze ouders kwamen hier om vanuit het niets iets op te bouwen. Onze generatie zie je succesvol directeur, zakenman, leraar of schrijver worden. Je inspireert elkaar. De jeugd moet ons in dat hoofdtrainerspakkie zien.’
Marokkaanse voetbalprofs worden vaak getypeerd als intuïtieve, individualistische spelers, en niet vaak als teamdenkers die worden getipt als toekomstige trainers. Zou dat een oorzaak kunnen zijn?
Boukhari: ‘Wij zijn geen jongens die veel nadachten in het veld toen we jong waren. Wij zijn creatief, impulsief, assertief. Al ga je later, als je wat langzamer wordt, echt wel meer nadenken om te overleven als voetballer. Het stempel van ‘eigenwijs’ kleeft aan ons – hoe vaak ik dat niet gehoord heb... Ik zei dan: ik ben niet eigenwijs, ik wil iets bereiken, daarom ga ik in discussie.
‘Dan ben je al snel ‘moeilijk’. Maar ik kan goed onderbouwen waarom ik iets vind. Nu als assistent daag ik de hoofdcoach uit. Als die iemand wil laten spelen, zeg ik vaak: waarom kies je niet voor zijn concurrent? Want die brengt je dit en dat en zus en zo. Vaak rijdt die trainer naar huis en belt me dan op: hé, je hebt gelijk. Daar heb je wat aan als hoofdtrainer, vind ik.’
El Khayati: ‘Aan jaknikkers heb je toch niets? Daar heb ik er genoeg van gezien, die blijven lekker hun hele leven assistent bij dezelfde club, overleven alle stormen, maar wat voeg je dan toe? Zo’n trainer wil ik niet worden.’
Andere trainersfuncties dan die van hoofdtrainer zien ze bij profclubs wel steeds meer ingevuld worden door trainers van kleur. El Ahmadi: ‘Feyenoord heeft mij gevraagd om wat te doen als jeugdtrainer. Eerder Twente.’
El Khayati: ‘Feyenoord vroeg mij ook. En Excelsior.’
El Ahmadi: ‘Bij de KNVB zijn ze binnen de organisatie en vertegenwoordigende elftallen echt met diversiteit bezig, merk ik.’
Boukhari: ‘Het gaat de goede kant op. Maar het kan beter, het is voor de dug-outs nog geen afspiegeling van wat je op het veld ziet aan kleur.’
El Khayati: ‘Ik wil mijn ervaring doorgeven. Het is net als met leraren: je onthoudt er maar een paar waar je echt een goed gevoel bij had, die je echt veel geleerd hebben. Qua trainer zijn dat de invoelende assistent-trainers. Niet de schreeuwlelijks die riepen: ‘Nasser, meeverdedigen godverdomme!’ Die moet je misschien ook hebben. Maar een diverse spelersgroep is gebaat bij een diverse staf.’
Boukhari: ‘Je moet tegenpolen hebben. Vuur en vuur, dat werkt niet.’
El Khayati: ‘Maar het zou ook weleens goed zijn als degene met een Marokkaanse achtergrond een keer de hoofdtrainer is.
‘Niet omdat hij naast me staat, maar ik hoor heel goede verhalen over Nourdin. Ik weet zeker dat hij door zijn Marokkaans-Nederlandse achtergrond ook beter binnenkomt bij een Nederlands-Marokkaans talent als Ayoub Oufkir van Sparta dan een autochtone Nederlander.’
Boukhari: ‘Ik hou van ruwe diamantjes. Dat zijn spelers waar je veel uit kunt halen. Die gaan voor jou het verschil maken. Als je die voor je kunt winnen, heb je goud in handen. Dat doe je echt niet alleen met fluwelen handschoentjes, maar ook met soms een schop onder hun reet.’
El Ahmadi: ‘Trainers die iedereen hetzelfde behandelen redden het niet. Je moet weten hoe je iemand moet raken, daarom moet je verschillende types hebben.’
Goedbeschouwd halen Nederlands-Marokkaanse spelers nog betrekkelijk weinig de wereldtop, hoewel ze vaak die potentie wel toegedicht krijgen als ze debuteren. Zou een Nederlands-Marokkaanse trainer daaraan kunnen bijdragen?
El Ahmadi: ‘Hmm… Hakim Ziyech en Sofyan Amrabat hebben bij echte topclubs gespeeld, in de halve finale van het WK gestaan. Het ligt uiteindelijk bij die speler zelf. Wij voelden druk om onszelf en familie te onderhouden. Was dat gelukt, dan werden we laks. Dat had ik zelf ook toen ik van Twente naar Feyenoord ging. Ik kreeg een mooi vijfjarig contract en dacht: het is wel goed zo.’
El Khayati: ‘Maar Karim, dan kunnen wij ze juist vertellen dat ze nog een stap verder moeten pushen. Juist na dat goede contract moet je die gevoelige snaar raken. Ken je zijn achtergrond, zijn cultuur, weet je hoe hij denkt, herken je de fase waarin hij zit, dan kun je diegene beter helpen. Niet van je vijf naar je drie schakelen als je een mooi contract hebt, nee, die zesde versnelling zoeken. En we kunnen makkelijker met die familie een praatje maken.’
El Ahmadi: ‘Er komt echt ongelooflijk veel talent met Marokkaanse roots aan bij de profclubs.’
Is er dan ook ongelooflijk veel trainerstalent met Marokkaanse roots?
Boukhari: ‘Dat willen we graag bewijzen. Als we de kans krijgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant