Nieuwe albums Helderheid en hoop – twee dingen die we nu goed kunnen gebruiken – overheersen in de klaviersonates van Domenico Scarlatti. En de voormalige voorman van Talking Heads staat bekend om zijn passie voor dans. Al dat zwieren leidt tot gammele zang op zijn nieuwe album.
Javier Perianes
Domenico Scarlatti – Klaviersonates
In het Alcázar-paleis in Sevilla stroomt uit een fonteintje in het midden van een hal nauwelijks zichtbaar water een klein rond bassin in. Het maakt trage kringen. Maar dat verandert wanneer plotseling ergens in deze ruimte, op een vleugel, de Klaviersonate K.141 van Domenico Scarlatti weerklinkt. Het water siddert, de kringen vermeerderen zich, ze dansen op de snelle, speelse melodie. Met deze beelden begint een video van de Spaanse pianist Javier Perianes.
Die opgewonden trilling van het water is wat je zelf van binnen ook voelt, luisterend naar zijn nieuwe Scarlatti-album. Het Alcázar in Sevilla is niet zomaar gekozen; daar verbleef de 18de-eeuwse Italiaanse componist. Hij ontsnapte aan de roem en het juk van zijn beroemde vader Alessandro en vertrok op zijn 34ste naar het Iberisch schiereiland. Daar zou hij blijven tot zijn dood bijna veertig jaar later.
Van die laatste vier decennia weten we eigenlijk weinig, behalve dat die tijd in elk geval 555 klaviersonates – en vermoedelijk meer – opleverde. Scarlatti ging eerst in dienst bij de Portugese vorst Dom João. Hij werd in Lissabon leraar van diens dochter Maria Barbara. Haar volgde hij naar Sevilla en Madrid, toen ze trouwde met de toekomstige Spaanse koning Ferdinand VI.
Het gevolg was dat Scarlatti nooit in het openbaar optrad, maar alleen binnen de intimiteit van het hof. Luisterend naar zijn klaviersonates moet hij voor de barok zijn geweest wat Art Tatum voor de jazz was: een toetsenist zonder weerga die toverde op – in Scarlatti’s geval – het klavecimbel.
Zijn sonates bruisen ook na drie eeuwen nog altijd van leven, alsof ze geen dag ouder zijn geworden. Oorspronkelijk waren ze geschreven voor klavecimbel, die geen ‘volumeknop’ heeft, in tegenstelling tot de moderne vleugel. Daar waar de piano zingt, spreekt de klavecimbel. Met dit verschil in karakter en toon kunnen pianisten op meerdere manieren omgaan. Je kunt vol voor de zangerigheid van de vleugel gaan, je kan meer ingehouden proberen het ‘praten’ van de klavecimbel te benaderen, of je kunt – zoals Perianes – met eerbied voor de barokstijl op je eigen verbeelding vertrouwen. Zijn spel plukt de mooiste vruchten van beide bomen.
Dat laatste lijkt te passen bij Scarlatti, wiens sonates vooral veel levenslust en speelsheid uitstralen. Ze eisen bovenop de noten een eigen inbreng van de uitvoerder. Perianes heeft een mooie keuze van vijftien sonates gemaakt. Hij speelt er slechts vijf in het opgewekte majeur, die in Scarlatti’s werk veruit in de meerderheid zijn – misschien omdat zijn vorst Ferdinand doorgaans gebukt ging onder melancholie. In de tien mineur-stukken bewijst Perianes dat de componist ook een diepzinnige kant bezat. Maar zelfs dan overheerst de helderheid en de hoop, twee zaken die we tegenwoordig goed kunnen gebruiken.
Joost Galema
Het humeur van David Byrne lijkt niet te worden verstoord door oorlog en afkalvende democratieën. Op dit moment is Byrne (73) in een levenslustige fase, en wil hij maar één ding: dansen. De stijl van de voormalige voorman van Talking Heads (1975-1991) steunde altijd al op meerdere gedachten, van melancholisch tot bewerkelijk tot speels. Na het introverte en ingenieuze hoofdstuk American Utopia (2018) heeft hij nu het hoofd in de wolken, op Who Is The Sky?.
Pop
David Byrne
Who Is The Sky?
In de zeven jaar tussen dat vorige album en het nieuwe, deed Byrne van zich spreken met een fantastische tournee. Hij had een toneelbeeld zonder versterkers, waar de muzikanten allemaal hun instrument aan het lichaam droegen. Indrukwekkend waren de losse onderdelen van het drumstel – bassdrum, hi-hat, snare – die door verschillende mensen werden gespeeld. Dankzij de draadloze verbinding kon iedereen dansen in choreografieën, samen met de blootvoetse Byrne.
De liefde voor dans is een rode draad door zijn carrière, zo bleek uit muziek die hij componeerde voor de voorstellingen van bijvoorbeeld choreograaf Twyla Tharp en de musical Here Lies Love. Zelf is hij een hartstochtelijk danser, met hoekige, soms acrobatische bewegingen, en een passie voor synchrone groepsdans. Zijn huidige danslust wordt op Who Is The Sky? omlijst door de muzikanten van het twaalfkoppige Ghost Train Orchestra. Ze staan bekend om een ‘avant-gardejazz’-stijl. Hun aanwezigheid in de nummers is niet nadrukkelijk, behalve in het komische ‘I Met The Buddha at a Downtown Party’. Terwijl de conga’s elkaar achterna zitten, blazers gonzen en de klarinet een verhalend melodietje neuriet, vertelt hij over een feestje waar Boeddha zich te buiten gaat aan snacks, en Byrne hem vraagt of al die ‘rommel’ niet ongezond is (‘You being so enlightened and all/ Don’t you think you’ve had enough?’). Waarop Boeddha laat weten ‘Now I don’t exist/ And neither do you’, dus ‘we nemen nog een taartje’.
Ook ‘Moisturizing Thing’ is luchtig, over een magische gezichtscrème die hem weer ‘drie’ doet lijken (‘When we go out they ask for ID’). De muziek van de meeste liedjes is overdadig en neigt naar folkloristisch door het samenspel van fanatiek aangeslagen akoestische instrumenten. Dansen zullen we. Steeds is er een joyeuze ondertoon of wervelend refrein om de voeten in beweging te brengen, zoals in de al te uitbundige single ‘Everybody Laughs’.
Al dat zwieren leidt tot gammele zang. De stem van Byrne leek altijd al ter plekke te bedenken hoe de afstand tussen twee noten overbrugd zou worden. Nu zwalkt de klank – soms tergend – onvast naar de volgende toon. Byrne klinkt bevrijd, hij gunt zichzelf de ruimte voor uithalen en zoektochten.
Een mooie afwisseling is te horen in ‘What Is The Reason For It?’ – over de liefde – samen met zangeres Hayley Williams van Paramore. Haar stabiele ironie is een koele bries vergeleken bij zijn geworstel rond de noten.
Hester Carvalho
De oude Bach schreef veel moois voor viool. De meeste stukken zijn beroemd, maar de vijf sonates op het album van Faust, Bezuidenhout en Von der Goltz niet. Het drietal probeert dat, met succes, recht te zetten. Fausts ‘strakke’ lijnen contrasteren mooi met de warmte van de beide andere musici. (JG)
Hij zingt zoet, speelt zoet, en beschrijft zoete thema’s. Toch valt Tom Odell niet onder kitsch of fondant. De snik in zijn stem slaat soms onverwacht over in ironie. In zijn liefdesteksten neemt hij zichzelf de maat: „Why do I always want the things that I can’t have” (in het gelijknamige nummer). Zijn glooiende pianospel wordt nu en dan ingeruild voor bijna ondraaglijk lieflijke vioollijntjes, zoals in het fraaie ‘Prayer’. (HC)
Curtis Harding, de zanger uit Atlanta, borduurt voort op zijn eigen soulstijl. Voor het eerst nam hij zelf alle beslissingen over klank en productie. Het resultaat is soms wat kabbelend maar ook comfortabel, warmbloedig en mooi transparant. Met steeds die troostrijke falsetzang. (HC)
Chorofobie betekent zoveel als de angst om te dansen, waar het Amsterdamse duo Weval last van schijnt te hebben. Met gelaagde electrotracks als ‘Movement’ en ‘Moving On’ is hun nieuwe plaat een uitgesproken poging om over die fobie heen te komen. Een prima plaat, met hier en daar zelfs wat snerpende acid 303’s, al schiet de muziek wel veel kanten op. Hoogtepunt is de jaren negentig orgelhouse van ‘Open up that door’. (Jonasz Dekkers)
Als je goed luistert naar de 2009-hit ‘Day ‘n’ Nite’ van Kid Cudi, zit daar al een emo-vibe in. Zo bezien is zijn nieuwe popalbum Free niet zo vergezocht als het lijkt. Na gezeur met voormalig vriend/mentor Kanye West is hij nu vrij. Met oppervlakkige teksten steekt hij dat niet onder stoelen of banken: Cudi is opgelucht. Maar al is het dromerige ‘Deep Diving’ sterk, en ‘Submarine’ lekkere pop à la Tame Impala, de rest is dat niet. (JD)
Meer albums: nrc.nl/albums
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC