In Dalen willen jongeren zelf huizen gaan bouwen, zodat ze er kunnen blijven wonen. Maar dat plan verdeelt de inwoners van het normaal zo saamhorige dorp. ‘Iedereen wil de jeugd behouden, zolang het niet in hun achtertuin is.’
Gelegen tussen twee molens en woonboerderijen met rieten daken wappert in Dalen elke paar honderd meter fier de dorpsvlag: geel met blauwzwarte strepen en een rode adelaar. ‘Het is gewoon een donders mooi dorp waar je je thuis voelt, dat borrelt al op als ik op de A37 de afslag pak’, zegt Arjan Heijnen (26).
Maar net als elders zit in het Drentse dorpje de woningmarkt muurvast. Voor de honkvaste jonge garde is er bijna geen plek. Huurwoningen zijn reeds vergeven voordat het aanbod online komt, een twee-onder-een-kapwoning kost al gauw vier ton.
Het gebrek aan nieuwbouw weerspiegelt een landelijke tendens, al is de situatie op het platteland zorgwekkender, blijkt uit onderzoek van de Woonbond. Met overbieden en een verbouwing kom je op een hypotheek uit die voor veel starters onhaalbaar is.
Daarom sloot Arjan Heijnen zich met twintig jongeren aan bij Daler Starters. Dat zogeheten collectief voor particulier opdrachtgeverschap (cpo) mag met steun van de gemeente Coevorden en de provincie achttien starterswoningen bouwen: een mix van duplexwoningen, rijtjeshuizen en twee- en drie-onder-een-kapwoningen.
‘Het is belangrijk voor een hecht dorp als Dalen dat er niet alleen mensen met een goedgevulde portemonnee komen wonen’, zegt Lars Oebeles (30), voorzitter van Daler Starters. ‘Voor starters is een particulier zelfbouwproject de enige manier om een betaalbare woning te bemachtigen.’
Wat de 3.600 inwoners verbindt, zijn tradities zoals het Zuidenveldfeest, waar dorpen uit de omgeving elkaar uitdagen met praalwagens en versierde straten, en de ‘witte wieven’ – vrouwen in witte gewaden, met maskers en heksenhoeden op – die op eerste paasdag met fakkels het paasvuur aansteken.
Dalen heeft een bruisend verenigingsleven, met een voetbalclub die de derde helft eindigt in het dorpscafé, een koor, een biljartvereniging en een door de jeugd opgezet muziekfestival dat tienduizend feestgangers trekt.
‘De leefbaarheid is nu nog goed’, zegt Oebeles, ‘maar in omliggende dorpjes als Oosterhesselen en Geesbrug verdwijnen deze voorzieningen al, mede doordat jongeren er vertrekken.’
Een van de twee beoogde percelen voor de woningbouw ligt tussen twee seniorencomplexen, waarvan de bewoners na een informatiebijeenkomst het belang zijn gaan inzien van hun toekomstige buren.
Ongeveer 600 meter verderop maakt het echtpaar Arie en Annet Kuik met zijn vrouw Annet een ommetje langs het bos bij wandelknooppunt 69. Hiertegenover, voorbij de velden waar de mais metershoog staat, moet een ander deel van de zelfgebouwde woningen verrijzen.
‘Wij hebben zelf ook een zoon van 32 die graag het huis uit wil. De jeugd moet hier kunnen blijven, voordat het verenigingsleven doodbloedt’, zegt Annet, steunend op haar wandelstok.
Toch sluimert er achter de verbondenheid ook verdeeldheid in het dorp. Want er zijn ook directe omwonenden die niet op de bouwplannen van de lokale jeugd zitten te wachten. En dat ligt gevoelig.
Een bewoner uit zijn zorgen in zijn achtertuin aan de Noordwijk, maar wordt midden in het gesprek door zijn partner gesommeerd niet verder te praten. Omdat ze na eerdere uitspraken in de media niet meer worden begroet in het dorp, willen ze niet met naam in de krant.
De omwonende noemt het ‘begrijpelijk’ dat de jongeren willen bouwen. Hij heeft zelf een twintiger die het huis uit wil. Hij vreest alleen dat het geluid in de buurt zal toenemen door duurzame woningen met warmtepompen, en dat hun uitzicht verloren gaat.
De bezwaarmakers zien liever dat er aan de buitenranden wordt uitgebreid in plaats van in de dorpskern, en dreigen naar de rechter te stappen. ‘Het rustige aangezicht van Dalen moet je willen behouden’, zegt de man.
Daarnaast vindt de man dat de jongeren een kans krijgen die niet voor anderen in het dorp is weggelegd. ‘Ik heb zelf ook de kozijnen en regenpijpen moeten vervangen toen ik mijn woning kocht, en zij verwachten lekker makkelijk een huis te betrekken met zonnepanelen en alles erop en eraan.’
‘Iedereen in Dalen wil de jeugd behouden, zolang het niet in hun achtertuin is’, zegt Tom Meijering (26). Hij wijst het beeld dat ze een kant-en-klaarhuis cadeau krijgen resoluut af. Omdat de gemeente grotendeels haar handen ervan afhoudt, doen de jongeren veel zelf.
Oebeles kent als jurist en burgercommissielid het reilen en zeilen van procedures bij de gemeente, Meijering regelt als accountant de boekhouding, en andere leden buigen zich met hulp uit het dorp over de vergunningen en het bouwontwerp. Ook de riolering, wegen en andere infrastructuur tekenen zij uit.
‘We hebben geluk met de kennis die we binnen onze vereniging hebben verzameld’, zegt Oebeles, die verwacht dat elk huis kan worden opgeleverd voor 2,5 à 3,5 ton. ‘Het is daarom een mooie manier om betaalbaar in ons dorp te blijven wonen, maar zeker geen heilige graal.’
Iedere starter kan zich aansluiten bij het zelfbouwproject, onder voorwaarde dat die een sociale binding met het dorp heeft. Een aantal leden, zoals Tamara Kuik (26, geen familie van Arie en Annet), forenst dagelijks vanuit het dorp naar hun werk. ‘Je kunt ook wel naar Assen of Beilen verhuizen, maar daar hangt niet dezelfde sfeer.’
Al tijdens haar studentenleven in Groningen en Enschede verlangde Kuik terug naar het plattelandsleven. ‘Na mijn laatste college ging ik altijd zo snel mogelijk naar huis. Ik vind het niks om in een grote stad te wonen, terwijl hier al mijn vrienden zijn. We hebben echt zin om te gaan bouwen.’
Op de plek waar nu nog een rode zeecontainer staat voor oud papier, zijn de jongeren voornemens om volgend jaar hun eerste stenen te stapelen – hopelijk met instemming van de rest van het dorp. Oebeles: ‘We willen hier blijven, en daar grijpen we elke kans voor aan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant