Vleesindustrie Na het paardenvleesschandaal moest het toezicht op fraude in de vleessector echt beter. Een blik op een Nederlandse vleesgigant laat zien dat er weinig veranderd is: omlabelen van vlees, gearresteerde zakenpartners, strafzaken in het buitenland en spookfacturen.
Spookfacturen. Fictieve bv’s. Verzwegen nevenactiviteiten. Onverklaarbare creditcard-uitgaven. Inzet van een dubieuze advocaat. Zes ton verdwenen uit de kas.
In Spanje is het helemaal mis, daar laten de forensisch onderzoekers van advieskantoor PwC geen misverstand over bestaan. In het voorjaar van 2023 sturen ze een rapport naar hun opdrachtgever Van Hessen, een vleesmultinational met tweeduizend medewerkers over de hele wereld. De financieel directeur in Toledo, Manuel Chausa, heeft de boel geflest. Door zijn toedoen fungeerde de fabriek aan de oever van de Taag, waar Van Hessen varkensdarmslijm en runderstrotten opwerkt voor de farmaceutische industrie, als pinautomaat voor schimmige partijen. Bij de oplichting zijn zoveel bedrijfjes en stromannen betrokken dat er mogelijk sprake is van een crimineel netwerk, schrijven de onderzoekers. Dringend advies: „licht de lokale autoriteiten in”.
Het rapport belandt op het bureau van directeur Harald van Boxtel op het hoofdkantoor in Nieuwerkerk aan den IJssel. Die zit nu met een dilemma. De zaak is ernstig, aangifte ligt voor de hand. Maar er speelt bij Van Hessen meer. Sinds Van Boxtel aan het roer staat, belandden er al vier mensen in de cel met wie het bedrijf zaken deed. Er loopt een strafrechtelijk onderzoek in België naar gesjoemel met kiplicenties, er is een handelsagent opgepakt in China, gedoe over zakenpartners met Hezbollah-banden, een vleesschandaal in Brazilië. Bij al die kwesties is het concern uit het nieuws gebleven. Blijft dat zo als het bedrijf de Spaanse politie inschakelt?
Het vleesbedrijf doet geen aangifte.
Toen in 2013 aan het licht kwam dat de Brabantse vleeshandelaar Willy Selten paard voor rund had verkocht, schrok Nederland wakker. Hoe betrouwbaar was de vleesindustrie eigenlijk? Er bleef maar nieuws komen over resistente bacteriën in kip, verboden groeihormonen, overmatig antibioticagebruik en over slachtafval dat was omgelabeld tot consumptievlees.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) bezocht na het uitbreken van het paardenvleesschandaal een reeks slachthuizen en publiceerde in 2014 een vernietigend rapport. De hygiëne was niet op orde, er zat ontlasting en machinesmeer op de karkassen, het tempo van de lopende band was te hoog, vliegen vlogen in en uit, messen werden niet gedesinfecteerd, controle op importvlees ontbrak. De inspecteur-generaal van de toezichthouder, de voedsel- en warenautoriteit NVWA, reageerde dat de vleessector „ethisch besef” miste en aan normvervaging leed.
De Onderzoeksraad constateerde nog iets. De toezichthouder had maar weinig aandacht voor „fraude” in de sector, terwijl fraude óók een risico voor de volksgezondheid is. Doordat vlees langs allerlei internationale schakels gaat, is frauderen makkelijk. Ergens in die lange keten kan een lading worden omgelabeld of ‘omgekat’ tot een andere vleessoort. Het etiket kan worden vervalst, er kan een ander herkomstland worden opgegeven of een nieuwe houdbaarheidsdatum. In dat geval is vlees minder goed te traceren, en is niet te achterhalen waar schadelijke stoffen of ziekteverwekkers vandaan komen.
De voedsel- en warenautoriteit was „uitgehold” door jarenlange bezuinigingen en reorganisatie, schreef de OVV in het rapport, en controleerde „onvoldoende” of het papierwerk klopt met de werkelijkheid.
In die dode hoek van het toezicht floreert een bedrijf, dat vanuit een non-descript nieuwbouwpand aan de A20 tussen Gouda en Rotterdam tweeduizend mensen aan het werk houdt. De onderneming is in handen van Saria, een conglomeraat van de vermogende Duitse familie Rethmann en is groot geworden door de overname van het Brabantse vleesbedrijf Teeuwissen ruim tien jaar geleden en een paar jaar later darmenbedrijf Van Hessen. Onder de vlag van Van Hessen verwerken en verhandelen honderden vennootschappen wereldwijd organen en restproducten.
Het bedrijf doet weinig aan reclame of politieke lobby. Weinig mensen kennen het. Toch opereert het in het hart van de Nederlandse vleessector, de grootste vleesexporteur van Europa. Van Hessen weet als geen ander te verdienen aan ‘vierkantsverwaarding’, het te gelde maken van elk onderdeel van het geslachte dier, ook van restproducten die anderen als slachtafval weggooien.
In 2007 portretteerde huidig BBB-partijleider Caroline van der Plas voor vakblad Meat & Meal rechtsvoorganger Teeuwissen onder de kop „Wereldspeler in bijproducten”. Daarin vertelde de toenmalige ‘president’ hoe zijn bedrijf een positie in de meest uiteenlopende markten had veroverd. Inmiddels baat het vleesbedrijf in tientallen slachthuizen in Nederland, Oost- en West-Europa en Zuid-Amerika ‘darmlokalen’ uit: een soort shop-in-shops in de hoekjes van slachthuizen. Daar gaat het ‘witte pakket’ van het varken of rund heen: de dampende ingewanden vol stront, van strot tot anus. Uit dat pakket snijden medewerkers delen die het bedrijf opwerkt tot producten voor consumptie of tot farmaceutische ingrediënten.
Lucratief zijn de ‘natuurdarmen’ voor worstenmakers, waar Van Hessen mondiaal een van de grootste in is. Waardevol is ook mucosa, een grondstof voor bloedverdunners. Dat is een roze, glibberige drab die met walsen uit verse varkensdarmen wordt geperst en in metershoge metalen silo’s wordt opgeslagen. En ook cartilage is een succes: schoongeschraapt kraakbeen dat uit runderstrottenhoofden en -luchtpijpen wordt gewonnen en tot ingrediënt voor supplementen tegen gewrichtsslijtage wordt verwerkt.
Daarnaast runt het bedrijf een handelsnetwerk voor dierlijke restproducten en organen. Zo stuurt het onder meer varkensoren en baarmoeders naar Aziatische landen, en handelt het in blazen, magen, alvleesklieren en veteinden – uiteinden van de endeldarm met een karakteristieke smaak. De jaaromzet bedraagt volgens het laatst bekende jaarverslag uit 2023 ruim een half miljard euro.
De breed vertakte, internationale handel blijkt een vruchtbare voedingsbodem voor discutabel gedrag; precies waar de Onderzoeksraad voor waarschuwde. Dat blijkt uit onderzoek van NRC, op basis van gesprekken, interne communicatie, forensische rapporten en documenten uit de boekhouding. Onopgemerkt door de buitenwereld rollen de vleesmultinational en zijn rechtsvoorgangers al jaren van de ene affaire in de andere: omkatten van producten, betrokkenheid bij corruptiezaken, belastingtrucs, rommelen met importvergunningen en -licenties, oplichting. Zoals een oud-medewerker op het hoofdkantoor zegt: „Fraude is een hobby in dit bedrijf.”
De Spaanse zaak komt aan het rollen in El Labriego de la Puebla, een chic restaurantje in het dorpje naast de mucosafabriek. In december 2022 ziet een ober bij het uitserveren van de lunch het logo van Van Hessen op het telefoonhoesje van een klant en laat zich ontvallen dat zijn restaurantbaas óók bij dat bedrijf werkt.
Dat is vreemd. Daar weet de lokale directeur helemaal niets van. Terwijl het om zijn directe collega gaat die de financiën doet.
De lunch is aanleiding om te onderzoeken of financieel directeur Manuel Chausa er nog meer niet-gemelde nevenactiviteiten op na houdt. Al snel blijkt dat Chausa banden heeft met meerdere bedrijven, die ook nog eens meermaals rekeningen indienden bij Van Hessen. PwC wordt ingehuurd voor een onderzoek.
Een dierlijke slokdarm
De consultants stuiten op een omvangrijk, geraffineerd spel. Jarenlang blijken acht bedrijven die gelieerd zijn aan de financiële man voor tonnen te factureren bij Van Hessen. Vier van die bedrijven staan op naam van een advocaat die eerder voor fraude is veroordeeld. Aangezien Chausa betalingen tot een ongelimiteerd bedrag mag accorderen, kan hij ongemerkt zijn gang gaan.
De facturen slaan nergens op, zien de ingehuurde onderzoekers. De betrokken advocaat dient onder een technische bedrijfsnaam rekeningen in voor vloerversterking en waterafvoer. Van een groente- en fruithandelaar komt juist een factuur voor juridische diensten. Een bestuurder van een van de bv’s die verdachte rekeningen stuurt, blijkt nog 950 andere bv’s te beheren.
PwC vindt in de boekhouding bijna 600.000 euro aan niet onderbouwde betalingen over een periode van vierenhalf jaar, plus 17.000 euro aan vreemde uitgaven op de bedrijfscreditcard.
Van Boxtel, een kleine, wat stille man die ook jarenlang financieel directeur bij vleesgigant Vion is geweest, krijgt in het begin van 2023 het rapport uit Toledo op zijn bureau. Nu moet hij kiezen: stilhouden of de Spaanse politie bellen. Dat laatste kan een vijfde arrestatie betekenen. Al vier mensen met wie het vleesbedrijf zaken deed zijn de afgelopen jaren opgepakt, in vier landen. Dat is niet in de publiciteit gekomen.
De eerste arrestatie was in Nederland. Dat was Willy Selten, die in 2013 werd opgepakt voor het paardenvleesschandaal. In 2019 werd hij in hoger beroep veroordeeld tot twintig maanden gevangenis. Bij de terugroepactie van de NVWA moest het paardenvlees worden gelokaliseerd in de vrieshuizen vol vlees van wat toen nog Teeuwissen heette, maar dat lukte niet goed. De administratie was te chaotisch, het overzicht was kwijt.
In de jaren rond het paardenvleesschandaal correspondeerden papier en werkelijkheid veel vaker niet bij Teeuwissen, vertellen meerdere oud-werknemers. Hun uitspraken worden ondersteund door interne e-mails, rapporten en overzichten uit de boekhouding.
Neem de runderstrotten en -luchtpijpen. Die zet het bedrijf vanuit de hele wereld ingevroren op transport naar een farmaceutische fabriek, Bio-Iberica in Spanje. Met regelmaat kregen de strotten op papier een ander land van herkomst toebedeeld, vertellen meerdere betrokkenen aan NRC. De reden daarvoor was BSE, de gekkekoeienziekte. Vanwege het BSE-gevaar mocht het kraakbeen dat de Spaanse fabriek verwerkte niet uit Europa komen. „Ze werden op elke straathoek gekocht, maar op papier kwamen ze uit Brazilië”, vertelt een oud-werknemer. De handelswijze staat benoemd in een intern document van het hoofdkantoor dat NRC inzag. Het betekent dat consumenten het risico liepen aan BSE-besmetting te worden blootgesteld doordat fabrikanten mogelijk vervuilde ingrediënten gebruikten voor hun voedingssupplementen en medicijnen.
Een kalfsmaag
Het misleiden van de autoriteiten was niet moeilijk, zegt deze persoon, die nauwkeurig de methode schetst. Voordat een lading op transport mag, moeten inspecteurs van de NVWA de lading keuren. Het bedrijf moet hun zogenaamde ‘geleidebrieven’ overleggen, documenten waarop staat waar een partij vlees vandaan komt. Formeel moet zo’n geleidebrief daarna worden afgetekend, maar dat gebeurde niet altijd. Bij het bedrijf werden oude, niet-afgetekende geleidebrieven zorgvuldig verzameld en hergebruikt. Zo kon de herkomst van een lading eenvoudig worden aangepast. De toezichthouder had niks door.
Ook ‘cat 3 looppoten’ van kippen met bestemming Hongkong kregen geregeld een ander label – een handelswijze die ook wordt benoemd in een intern document. Categorie 3 betekent: bestemd voor diervoeder. Het betekent ook: lagere invoerrechten dan vlees voor menselijke consumptie. Eenmaal in China gingen de looppoten de ‘humane keten’ in, vertellen vier mensen onafhankelijk van elkaar. Dat is niet zonder risico. Een oud-werknemer: „Categorie 3 is vaak besmet met salmonella.”
Oud-werknemers vertellen over „vlees groener dan gras” in de vrieshuizen in die tijd; over afgekeurde partijen met leverbot, een parasiet, die gewoon werden doorverkocht; over aangepaste houdbaarheidsdata; over klanten die klaagden dat rundvlees pikzwart was geworden – dan is het paardenvlees.
Handel tussen Nederland en Brazilië werd op papier via Spanje omgeleid vanwege de gunstige handelsverdragen. Via Hongkong werd vlees naar China verscheept dat niet rechtstreeks geïmporteerd mocht worden. Een betrokkene: „Je zet het in Hongkong op de stoep, en dan wordt het China in gesmokkeld.” Mauritius werd opgetuigd als fiscale tussenstop voor handelsstromen. Het bedrijf huurde voor de constructies het Haagse belastingadvieskantoor Pereira in.
Een oud-werknemer van het hoofdkantoor: „Elk jaar gingen we bidden of de jaarrekening werd goedgekeurd.”
In 2017 trad Van Boxtel, die al twee jaar bij Teeuwissen aan het roer stond, aan als directeur bij het fusiebedrijf dat Van Hessen ging heten. Vanaf dat moment veranderden er dingen, zeggen oud-werknemers. Een flink deel van de oude garde werd weggestuurd. De praktijk van omlabelen en vervalsen van papieren nam af. Onder Van Boxtel verbeterde het magazijnbeheer en werden de stromen strakker geadministreerd, mede om aan strengere Europese regelgeving te voldoen. De chaos die tijdens het paardenvleesschandaal heerste, werd minder.
Deels. Want niet alle hoofdpijndossiers die op Van Boxtels bureau belandden, werden even voortvarend afgehandeld.
De eerste kwestie was Jeroen Koldenhof, een zakenman die in vlees handelde en Chinese importvergunningen regelde voor Nederlandse vleesbedrijven. In 2017 werd Koldenhof in China gearresteerd en veroordeeld tot twaalf jaar cel voor het sjoemelen met importtarieven bij zijn handel via Hongkong. Bij publicatie van dit artikel is Koldenhof net vrijgekomen en terug in Nederland.
In de zaak, die grotendeels uit het nieuws is gebleven, werd Van Hessen noch zijn rechtsvoorganger ooit genoemd. Maar het bedrijf had banden met Koldenhof. Het was betrokken bij de handel in varkensoren en varkenssnoeten via Hongkong naar China – een route die Koldenhof in de lucht hield. In 2015 had het bedrijf hem ook nog ruim tweeënhalve ton geleend voor het opzetten van zijn zaken in Hongkong, tegen een vriendentarief, blijkt uit documenten.
Toen onderzoekers van PwC in opdracht van het hoofdkantoor in Nieuwerkerk aan den IJssel de betrokkenheid van het bedrijf in kaart brachten, stuitten ze op allerlei verontrustende feiten. In het rapport, waarvan NRC een conceptversie uit 2018 inzag, werden e-mails aangehaald waarin Koldenhof schreef dat hij een zoon van een voormalig generaal in China had gevraagd een aanvraag voor een importvergunning te „pushen”. Ook waren er in die periode tienduizenden euro’s vanuit Nederland overgeboekt voor het „approval process”. Dat samen riep „vraagtekens” op bij de onderzoekers. Koldenhof laat in een reactie weten altijd „te goeder trouw” te hebben gehandeld.
Ook bij de Braziliaanse tak was het mis, zo valt te lezen in een ander intern onderzoek. In hetzelfde jaar bleek een dochteronderneming van de vleesmultinational betrokken bij een corruptieschandaal dat begon bij het grootschalige politie-onderzoek Carne Fraca, ‘het vlees is zwak’. Tientallen Braziliaanse vleesbedrijven werden daarin verdacht van omkoping en fraude.
Uit getapte telefoongesprekken en in beslag genomen e-mails bleek dat een lokale ambtenaar, die bijkluste voor een bedrijf dat tot het Nederlandse vleesconsortium behoorde, haar minnaar had overgehaald om te helpen bij het manipuleren van vleescertificaten voor dat bedrijf. De minnaar, de baas van de afdeling vleesinspectie van het Braziliaanse ministerie van Landbouw, belandde in de cel.
Nummer drie was de arrestatie van een Belgisch-Libanese zakenpartner. In 2017 werd Kassim Tajideen opgepakt in Casablanca en uitgeleverd aan de Verenigde Staten op verdenking van het omzeilen van sancties en het financieren van de terroristische activiteiten van de Libanese militante groepering Hezbollah.
De oude garde bij het vleesbedrijf kende Tajideen goed. De vorige directeur van wat toen nog Teeuwissen heette was bevriend met hem en Tajideen kwam regelmatig naar Nederland om zaken te doen. Dat de autoriteiten hem in 2009 op de Amerikaanse sanctielijst hadden gezet als ‘specially designated global terrorist’ had daar niks aan veranderd. Om de paar maanden gingen er schepen vol kip en mdm – mechanically deboned meat – naar Congolese, Angolese en Arabische bedrijven die aan Tajideens familie waren verbonden. De handel was ondanks sancties nooit gestopt. In het Amerikaanse arrestatiebevel van Tajideen stond de naam van een bedrijf waar de vleesgigant in 2017 gewoon vlees aan leverde.
Twee van de drie dossiers kon Van Boxtel laten lopen. Het schandaal in Brazilië nam z’n beloop zonder dat het bedrijf in het nieuws kwam en Koldenhof zat vast in een Chinese cel zonder dat de bedrijfsnaam viel.
Aan de derde erfenis – de kiphandel met de bedrijven rond de Tajideens – moest Van Boxtel wel wat doen. Die handel was risicovol wegens Amerikaanse sancties. Omdat de transacties in dollars werden gedaan, konden het bedrijf hoge boetes opgelegd krijgen door de Amerikanen.
Uit interne administratie van het vleesbedrijf blijkt dat de Tajideens al jaren van gedaante wisselden om hun handel met Nederland voort te kunnen zetten. Dat begon in 2010, toen twee Tajideen-bedrijven op de Amerikaanse sanctielijst kwamen. Meteen werd de kipexport naar Afrika verlegd naar een ander bedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten, blijkt uit een intern klantenoverzicht in bezit van NRC.
Toen dat bedrijf in 2017 expliciet werd genoemd in het arrestatiebevel van Kassim Tajideen, stopte het vleesbedrijf die handel. Maar het jaar erna dook er een gloednieuw bedrijfje in de Emiraten op dat de kip bij de vleesmultinational kwam kopen, om die door te leveren aan Congo.
Een varkensdarm
Wist Van Hessen wat of wie dat nieuwe Arabische bedrijf was? Toen NRC in november 2021 een onderzoek publiceerde naar vleeshandel met de Tajideens in Congo en het bedrijf daarin noemde, ontstond er onrust op het hoofdkantoor. De woordvoeringslijn was dat die handel al lang was gestopt. Maar betrokkenen vermoedden dat het nieuwe bedrijfje in de Emiraten ook van de Tajideens was. Het ging toch over dezelfde ladingen vlees, met dezelfde bestemming?
Uit douanegegevens blijkt dat het nieuwe Arabische bedrijfje nog in 2023 aan een aan de Tajideens gelieerde onderneming in Congo leverde.
Meteen na publicatie verbrak het bedrijf de banden met de Libanees-Nederlandse verkoper die de handel met Afrika onderhield. Er ging niks meer naar het Arabische bedrijf. Tegen Rabobank, die na het artikel in NRC uitleg eiste over dubieuze transacties naar Congo, hield de financieel directeur in Nederland vol dat niemand bij Van Hessen Kassim Tajideen kende en dat alle handel al jaren eerder was gestaakt. Rabobank liet het erbij.
Terwijl oude dossiers nog niet zijn opgelost, groeit de stapel nieuwe problemen van onderop aan. Van Hessen belandt met aantal andere Nederlandse vleesbedrijven in een groot strafrechtelijk onderzoek in België naar misbruik van importlicenties voor kip, meer dan tien dochterondernemingen zijn betrokken. Bij publicatie loopt de zaak nog. En na de inval van Rusland in Oekraïne in 2022 rijst de vraag of Van Hessen zijn heparinefabriek in Rusland niet moet sluiten. Er zijn geen harde sancties die dat voorschrijven, maar zou het niet ethisch zijn, vragen personeelsleden zich af. Van Hessen en moederbedrijf Saria stoten de fabriek niet af.
Terwijl het bedrijf de dossiers moet oplossen, komt de positie van de directeur onder druk te staan. Op het hoofdkantoor is kritiek op het feit dat Van Boxtel in 2023 zijn zoon wil aannemen voor een managementfunctie bij Van Hessen in Australië. Collega’s betwijfelen zijn geschiktheid en mopperen over rolvervaging. Maar tegenspraak duldt Van Boxtel niet, zeggen oud-werknemers. Sommigen vertrekken. De sfeer wordt niet beter als collega’s in dat jaar ontdekken dat de zoon een cv opstuurt met als woonadres een appartement in Rotterdam dat betaald wordt door het bedrijf, de pied-à-terre waar Van Boxtel doordeweeks zou verblijven.
Naar de autoriteiten stappen is niet iets dat werknemers en oud-werknemers snel zullen doen. Velen hebben jarenlang meegedaan aan de praktijken waar ze nu kritiek op hebben. Veel mensen die NRC benaderde, zijn bang om te praten. Ze vrezen represailles. Eén wil uitsluitend in een bos afspreken zonder mobiel, een ander vreest een „zwarte Mercedes” voor z’n deur met betrokkenen erin die verhaal komen halen, meerdere mensen smijten de telefoon erop.
In een gesprek met NRC zegt een openbaar aanklager van het Functioneel Parket dat ze „een hele opsporingstak op de vleesindustrie zou kunnen zetten”. De ervaren officier deed meerdere fraudezaken. Vleesproductie en -handel is een „risicosector”, zegt ze. Ze somt op: gebrekkige hygiëne in slachthuizen, slechte arbeidsomstandigheden, geen oog voor dierenwelzijn, overmatig medicijngebruik, gesjoemel met mest, gesjoemel met tracering van vee, weinig preventie van stalbranden, minder goed toezicht door accountants.
„Dit komt allemaal op grote schaal voor in de sector. En als een bedrijf op één gebied fraudeert, bijvoorbeeld met de inhuur van personeel, dan komt het regelmatig voor dat het ook op andere terreinen fraudeert.”
In de vleessector werken veel kwetsbare, laagopgeleide mensen, veelal afkomstig uit Oost-Europa, waardoor bedrijven „weinig zelfcorrigerend vermogen” hebben en „weinig interne tegenspraak”.
Strafrechtelijk onderzoek duurt vaak jaren, en is zeer complex als het om buitenlandse handelsstromen gaat, zegt ze. „Soms zijn andere instrumenten, zoals een boete of een dwangsom, of het intrekken van een vergunning door de NVWA, sneller en effectiever.”
Maar ook de NVWA krijgt moeilijk grip op fraude in de vleessector. Dat komt doordat de sector erg groot is, „zowel aan de productie- als aan de handelskant” en sterk geïnternationaliseerd, zeggen twee medewerkers in een gesprek met NRC. „Dat maakt toezicht complex.”
Tussen 2010 en 2023 deed de opsporingstak van de toezichthouder niet meer dan dertien strafrechtelijke onderzoeken naar fraude in de ‘roodvleessector’, zoals omkatten en vervalsen van herkomst. Maar er is meer dan alleen strafrechtelijk onderzoek, benadrukt de toezichthouder. „De opsporingsafdeling onderzoekt jaarlijks tientallen signalen van mogelijke misstanden. Als blijkt dat er actie nodig is, kijken we altijd naar de beste aanpak. Soms via een strafrechtelijk onderzoek, soms sneller via bestuurlijk optreden. Zaken die niet op ons werkterrein liggen, dragen we over aan bijvoorbeeld de Douane of de Belastingdienst.”
Wat het werk niet helpt is de geslotenheid in de sector, zegt de toezichthouder: „We zien een lage bereidheid om te melden als er iets mis is, ook vanwege reputatieschade. Bedrijven waarderen niet graag een partij vlees af.”
Nog geen twee weken na de lunch in het Spaanse dorp wordt financieel directeur Manuel Chausa in 2023 op kantoor geroepen. Hij wordt per direct uit zijn functie gezet. Twee maanden later moet hij naar Madrid komen, waar twee onderzoekers van PwC hem twee uur lang bevragen over facturen. Waarom ontbreken zoveel documenten?
Chausa wijst meteen naar de cultuur op het hoofdkantoor in Nederland. De communicatie met zijn bazen was „informeel”, zegt hij. Het contact bestond uit „conversaties” en niet uit keurig genotuleerde vergaderingen. Zijn bazen in Nederland „haten bureaucratie en e-mail”.
In een verweerschrift tegen zijn ontslag doet Chausa er nog een schep bovenop. De top in Nederland, inclusief de directeur, wist overal vanaf, schrijft hij. En is hypocriet. „Het is vreemd dat het management mij gebrek aan nauwkeurigheid in documentatie verwijt”, terwijl de hele top op de hoogte is van de „ernstige juridische problemen” in Toledo op het gebied van „milieu-eisen, bestemmingsplannen en bouwvoorschriften”. Er zijn problemen met „veiligheid op de werkvloer”, met „gezondheid” en met de „herleidbaarheid” van producten – waar het vlees dat in Toledo gebruikt wordt vandaan komt. Die problemen zijn „veel belangrijker” dan wat hij heeft gedaan. Hij wil zijn baan terug en een schadevergoeding.
Dat krijgt hij niet. Maar Van Hessen stapt ook niet naar de politie. De financieel directeur werkt inmiddels in de groente- en fruithandel.
Reacties? Onderzoek@nrc.nl
Het huidige concern Van Hessen is ontstaan vanuit vleesbedrijf Teeuwissen. Tussen 2010 en 2014 nam het Duitse concern Saria stapsgewijs Teeuwissen over. In 2017 kwam daar darmenbedrijf Van Hessen bij. Het conglomeraat, met honderden vennootschappen in binnen- en buitenland, is verder gegaan onder de naam Van Hessen.
Van Hessen stelt dat veel van de beschreven gebeurtenissen niet toe zijn te schrijven aan het bedrijf dat nu Van Hessen heet. „Het suggereert ten onrechte actualiteit en continuïteit van gebeurtenissen die lange tijd geleden buiten Van Hessen plaatsvonden, voordat er sprake was van eigenaarschap, of activiteiten betroffen die inmiddels zijn beëindigd.” Van Hessen kan „niet als rechtsopvolger van Teeuwissen worden gezien”.
Het bedrijf wijst verantwoordelijkheid af voor de gedragingen voor 2017 (cat 3-looppoten, omzeilen van BSE-restricties, hergebruik geleidebrieven, Mauritius, onherleidbaarheid paardenvlees): „Wij hebben in onze archieven geen enkel bewijs gevonden dat deze praktijk na de overname van Teeuwissen in oktober 2014 binnen een van hun entiteiten onder ons eigenaarschap heeft plaatsgevonden. Deze kwestie kan niet ondubbelzinnig aan Van Hessen worden toegedicht, en al helemaal niet aan het Van Hessen van vandaag.” Het bedrijf ontkent dat handel tussen Brazilië in Nederland op papier via Spanje werd omgeleid vanwege gunstigere handelsverdragen.
Voor de kwestie rond Jeroen Koldenhof verwijst Van Hessen naar firma Wellink waar Koldenhof voor werkte. Wellink werd in 2015 onderdeel van Van Hessen, maar heeft „altijd als separate onderneming” geopereerd. Na de arrestatie schakelde Van Hessen PwC in. „PwC concludeerde dat er geen misstanden bij Wellink zijn geconstateerd. De bevindingen van PwC waren wel aanleiding voor Wellink om de handelsrelatie met de heer Koldenhof en zijn bedrijf per direct te beëindigen.”
Over de zaak in Spanje zegt het concern dat het om een „arbeidsrechtelijke situatie” gaat. De beschuldigingen van Chausa aan het adres van Van Hessen noemt het bedrijf „niet onderbouwd” en „speculatief.” „Van Hessen in Spanje voldoet volledig aan de geldende vergunningseisen.” Over waarom er geen aangifte is gedaan zegt het bedrijf dat er „dringende moverende redenen” waren om „het daarbij te laten”. Het bedrijf reageert niet op de bevindingen van PwC.
Over de handel met de bedrijven rond de Tajideens zegt Van Hessen dat het bedrijf in ieder geval na 2014 „geen sancties heeft omzeild” en er geen handel is gedreven met personen of bedrijven op sanctielijsten. De leveringen aan het nieuwe bedrijfje hielden „geen causaal verband” met het stopzetten van de handel met het bedrijf uit het arrestatiebevel. Van Hessen heeft na de NRC-publicatie uit 2021 alle relaties opnieuw tegen de sanctielijst getoetst. „Daarbij is geen link gevonden met de Tajideens.” Wel heeft Van Hessen „om boven elke twijfel verheven te zijn en omdat deze handel niet tot onze kernactiviteiten behoort” de handel met Afrika stopgezet en de relatie met de verkoopagent beëindigd.
Over de vragen rond de zoon van Van Boxtel zegt het bedrijf dat de zoon „logeerde” in het huis dat het bedrijf betaalde en dat het wel vaker voorkomt dat twee familieleden in hetzelfde bedrijf werken. „Dit is een volstrekt non-issue.”
Voormalig financieel directeur Manuel Chausa van Van Hessen in Toledo reageert ondanks herhaaldelijke contactverzoeken via telefoon, e-mail, LinkedIn en zijn werkgever niet.
Jeroen Koldenhof laat in een reactie weten dat hij altijd „te goeder trouw” heeft gehandeld, en „compliant aan de geldende wetten en regels” van China, Hongkong en het internationale handelsrecht. Het geldbedrag uit Nederland was voor „kosten” die zijn bedrijf maakte voor het begeleiden van de vergunningaanvraag. De contacten met de zoon van de generaal betroffen „reguliere lobbypraktijken”. De zoon had een „valide organisatie” die de vergunningaanvraag in China begeleidde. „De vergunning is op legitieme wijze verkregen.”
Een kippenpoot
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC