Home

Het is ouderwets loungen geblazen bij Bloomingdale, maar voor het eten hoeft u er niet heen

Het roemruchte Bloomingdale in Bloemendaal aan Zee is na twee jaar weer open. Het is een comfortabele zaak geworden met hartelijke, attente bediening – maar harteloos, slordig eten.

is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.

De zomer rekt zich nog eens uit en het is een heerlijke, warme avond, dus we besluiten op het strand te eten. Strandtenten vind ik doorgaans prettige, ontspannen plekken om te zijn, maar moeilijk te recenseren. Het is per definitie een beetje kamperen, in die zin dat precies alles wat er zo fijn is aan de locatie (zand, zon, zoute wind, zomerdrukte) bij het eten de complicerende factor blijkt. Een strandtent runnen is bovendien een ingewikkelde business, omdat het op een onverwacht zomerse dag ineens toeterdruk kan zijn, ­terwijl er bij regen geen kip komt.

Dat vraagt om grote flexibiliteit wat betreft inkoop- en personeelsbeleid en, vind ik althans, ook om enige vergevingsgezindheid bij de dienstdoende recensent. Toch zijn er ook steeds meer strandtenten die zich als volwaardig restaurant gedragen – zowel in opzet als in prijs. Vaak blijven die het hele jaar staan, en kun je er ook met slecht weer terecht. Zo ook nu bij Bloomingdale, de grote en roemruchte zaak in Bloemendaal aan Zee die afgelopen juni, na in 2023 helemaal te zijn afgebrand, heropende.

Beachclub Bloomingdale

Zeeweg 90, Overveen

bloomingdalebeach.com

Cijfer: 5

Iedere dag ontbijt, lunch en diner aan het strand. Voorgerechten rond € 17, hoofd rond € 27, na rond € 7.

Er was nog een reden dat ik naar Bloomingdale wilde. Met alle aandacht voor de cultuur van rond de millenniumwisseling vroeg ik me ineens opgewonden af of we binnenkort misschien een herwaardering kunnen verwachten van het uitgaansfenomeen loungen – een curieus verschijnsel waarvan ik me nog altijd afvraag wat het nou eigenlijk was. Ik zie knappe, lange mensen in het wit voor me die, tijdens een soort zit- en ligfeestjes, geschroeide tonijn uit kleine glaasjes of van de blote buik van een zeemeermin aten, met op de achtergrond een eeuwigdurende loop van het album Tourist van St Germain.

Het leek mij altijd ongeveer even enerverend als de kringverjaardag van mijn oudtante (afgezien van die zeemeermin), maar ik was waarschijnlijk net te jong. Bloemendaal aan Zee was vanaf pakweg 1999 van een bedaagd losloopgebied voor kakkers en hun honden veranderd in een uitgaanslocatie om rekening mee te houden, met gladde zaken als De Republiek en het wat alternatievere Woodstock (beide nog in bedrijf), en de dancefeesten die Beachbop heetten. Beachclub Bloomingdale was in 2001 het zoveelste geesteskind van ID&T-baas Duncan Stutterheim, die zich na de Thunderdome-feesten van de jaren negentig was gaan richten op een ouder en vermogender uitgaanspubliek, met Sensation, 25+-club Cineac en cocktailbar Mme. Jeanette. Bloomingdale was, schreef de Volkskrant, ‘chic van naam, strak van interieur, met navenant publiek’.

De zaak is al heel lang niet meer van ID&T, maar tot 2019 werd er nog wel volop gelounged en gedanst op broeierige dansavonden met klinkende namen als ‘Girls Gone Wild’. Die dagen lijken inmiddels voorbij, want hoewel het nagelnieuwe pand zeer chic en knap is ingericht met zandkleuren en natuurlijke materialen, voelt Bloomingdale in al z’n loungecomfort inmiddels ook een tikkeltje braaf en bedaagd aan. ‘De sfeer nodigt uit tot zowel een lunch na een winterse strandwandeling als een diner bij een zomerse zonsondergang’, pronkt de eigenaar in een interview, om vervolgens te wijzen op de diverse vergaderruimtes, ideaal voor productpresentaties en zakelijke evenementen.

Bij de balie naast de ingang worden we ontvangen door een even stralende als hartelijke gastvrouw, ook onze serveerster is heel attent en aardig. ‘Loopt u maar mee. Wat lijkt u een lekker plekje?’ Je kunt binnen plaatsnemen in de smaakvolle eetzaal met ronde tafels, zachte zeteltjes en een enorme bar, of buiten op het terras, of natuurlijk op het strandterras op de comfortabele ligbedden en loungebanken.

Mijn tafelgenoot bestelt een Paulaner, ik kies van de uitgebreide lijst alcoholvrije dranken iets dat ‘Perfect Sunset’ heet, € 9,50 kost en staat beschreven als een mix van limoensap, watermeloen en roze grapefruit – maar smaakt naar kauwgomballen opgelost in spa rood. Van de lijst ‘bites’ (de hele kaart is geschreven in nogal kachel Engels) bestellen we de radijsjes met kruidenzout (€ 6) en de ‘Frites de Mer fritto misto with saffron mayonnaise’ (€ 16). Het eerste blijkt een groot cocktailglas vol aangemaakte crème fraîche met een paar waterige radijzen en wat gepofte boekweit erin, het tweede juist een werkelijk piezelig bakje gefrituurde garnalen, spierinkjes, mosselen en inktvis die zo te proeven al lang geleden zijn gefrituurd en zonet lafjes opgepiept in de oven, met roze cocktailsaus ernaast. Als ik ‘Frites de Mer’ google, kom ik op de website van een groothandelsproduct met de slogan ‘Direct uit de vriezer, zo in de frituur!’ – voor € 16 verwacht ik iets beters.

Het gebeurt nog een paar keer dat wat ter tafel komt op een opvallende manier afwijkt van het gebodene op de kaart. Als onze voorgerechten arriveren, blijken de hoofdgerechten er ook al bij te zitten. ‘Oh, was het níét de bedoeling dat u het allemaal tegelijk zou krijgen?’ De ‘Carpaccio Bloomingdale 25 years’ met gefrituurde kappertjes en Parmezaan (€ 19) is een redelijk gulle portie behoorlijk smaakvol vlees met een heleboel onaangemaakte rucola, waarop zowel de kappertjes als de kaas ontbreken. Helemaal raar wordt het bij de ‘grilled scallops with sesam dashi & dragon’ (€ 16): de forse berg emmercoquilles lijken niet gegrild maar opgewarmd; er ligt een soort (smakelijke) wittewijn-botersaus bij, gestoofde ui en rauwe venkel. Het geheel is bestrooid met kneiterharde gefrituurde quinoa.

We hebben ons bestek nog niet neergelegd, of de hoofdgerechten worden op tafel gezet – we snappen meteen waarom, want het zijn dezelfde borden die twintig minuten eerder rechtsomkeert hebben gemaakt naar de keuken en sindsdien waarschijnlijk met alras tanende vrolijkheid onder een warmtelamp hebben staan wachten. Bij de steak-frites met bordelaisesaus valt ten eerste op dat de frietjes van goede kwaliteit zijn – maar inmiddels wel koud, dat de sla warm verpieterd is en aangemaakt met gekke lappen rode peper, en dat de steak op onnavolgbare wijze is bereid. Op de kaart staat ‘gegrild’, maar net als bij de coquilles kunnen we ondanks het feit dat de biefstuk geheel doorbakken is, geen enkele contactschroei bespeuren – moest ik er geld op inzetten, dan zou ik zeggen dat hij sous-vide is gegaard en vervolgens opgewarmd in de oven.

De leverige smaak van het vlees suggereert ook een flinke periode in het vacuüm, de bremzoute bordelaisesaus lijkt me gemaakt met demiglace uit een pakje – helemaal niet lekker. Nogmaals: we verwachten geen culinaire kunststukken op het strand, maar dit gerecht kost € 32. Het vegetarische hoofdgerecht heet ‘grilled pointed pepper & artichoque’ (€ 24) en dat blijkt in ieder geval inhoudelijk correct: het zijn lauwe, zurige groenten die waarschijnlijk uit een pot komen, en die vervolgens mogelijk ooit even op een grill hebben gelegen, met daaronder een raadselachtige soep en bovenop wat broodkruim. Het is me volstrekt onduidelijk hoe dit een hoofdgerecht is, alsmede waarom je, als het hoogzomer is en de verse groenten je om de oren vliegen, je gasten ingemaakte groenten zou serveren.

Als dessert nemen we op advies van onze werkelijk aardige serveerster (die met grote ogen uitroept: ‘Dessert? Ik had helemaal gemist dat u uw hoofdgerecht al gehad had!’) de huisgemaakte appeltaart (€ 5,50) die evenwel verre van huisgemaakt smaakt. Het dessert ‘Chocolate chip cookie with chocolate mousse and red fruit ’ (€ 9) blijkt een cocktailglas met onderop een verbazingwekkende hoeveelheid matige aardbeienjam (ik schat driekwart pot), daarop een kwak ook nogal broodbeleg-achtige chocolademousse en daarin, inderdaad, een doormidden gebroken koekje. Het droomdessert van een kleuter van 4.

We zakken achterover in onze stoeltjes, en kijken hoe de nazomerzon met veel spektakel in zee verdwijnt. Wat een schitterende avond. Wat een mooie zaak. En wat een harteloos, duur eten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next