Home

‘Toen ik voor het eerst naar de toneelschool ging, was dat een be­hoorlijke cultuurshock’

Wat zijn dit voor vragen? Zeven dilemma’s voor acteur Sidar Toksöz (Mocro Maffia, Het Klokhuis), die het wel een goed teken vond als er snoep naar hem werd gegooid op het podium.

Amsterdam of Diyarbakir?

‘Dat is zeker weten Amsterdam. Ik ben hier opgegroeid, dit is mijn thuis. Ik ging hier in Amsterdam-Oost naar school en met mijn vader (theatermaker Celil Toksöz, red.) altijd naar de Dappermarkt. Maar ik vind wel dat ik te weinig naar Diyarbakir ga.

‘Vorig jaar was ik er weer met m’n vader en toen besefte ik: hier zijn mijn roots. Die zijn echt Turks-Koerdisch. Een keer stapte ik daar met mijn zus in een taxi en de chauffeur sprak met een Diyarbakirs accent. Ik weet nog dat ik dacht: jij bent net mijn oom, zo praat hij ook! En anderen deden me weer denken aan mijn oma of een tante. Eerder dacht ik dat alleen mijn familie zo druk praat met zo’n typisch accent, maar daar ontdekte ik dat iedereen in Diyarbakir zo is.’

Ajax of Diyarbakirspor?

‘Diyarbakirspor, het heet nu trouwens Amedspor. Ik heb vrienden die écht een Ajax-supporter zijn, maar ik ben een beetje een nepsupporter. Ik kijk alleen naar Ajax als het goed gaat en er een beetje een hype is. Een echte supporter kijkt ook als het slecht gaat.

‘Het enige voetbalshirtje wat ik thuis heb, is van Amedspor. Alleen zitten ze niet meer in de Turkse competitie. Want: het zijn Koerden. Er is nog steeds discriminatie. Het is een goede club, maar ze komen helaas nergens.’

Lahmacun of patat?

‘Oh, moeilijk. Maar mijn lievelingseten is toch wel echt patat. Ik kan het áltijd eten. Heb je die van de Dappermarkt geproefd? Daar zit een kraampje dat dubbel frituurt, echt m’n lievelings.

‘Maar lahmacun, die we in Nederland kennen als Turkse pizza, is in Turkije wel écht anders dan hier. In Nederland is het met de jaren slechter geworden. Je hebt nog een paar goede plekken in Amsterdam waar het oké is. Dus als je me vraagt: Turkse pizza in Nederland of patat?, dan ga ik honderd procent voor patat. Maar zeg je: lahmacun uit Turkije, specifiek die uit Diyarbakir, of patat? Dan kies ik voor lahmacun. Dun, knapperig, veel kruiden, goed gehakt: heerlijk.’

Theatergroep Jong Rast of je eerste rol op televisie in de serie Mocro maffia?

‘Dan kies ik voor Jong Rast, dat heeft me echt gevormd en zie ik als mijn startpunt. Ik begon er rond mijn 15de en denk er nog vaak aan terug.

‘We waren zo onwetend en maakten echt rauw theater. Als ik ‘we’ zeg bedoel ik trouwens Emmanuel Ohene Boafo, Denzel Goudmijn, Leandro Ceder, Alkan Cöklü en Fjodor Jozefzoon, met wie ik nu nog steeds stukken maak. Laatst nog in het Bostheater met Madame Jeanette. We zijn allemaal begonnen bij Jong Rast, wat dus een onderdeel is van Theater Rast. Zij wilden met jongeren theater maken, maar dan wel jongeren met een biculturele achtergrond.

‘We speelden vooral op openbare scholen en stonden soms voor heftige, drukke klassen. Toen ik later op de toneelschool zat, besefte ik dat ik daar veel van heb geleerd. Als jongeren, en eigenlijk ook volwassenen, door je voorstelling heen praten of snoep naar je gooien, dan is dat voor mij niet storend. Dan zijn ze betrokken, zitten ze erin.

‘Toen ik voor het eerst naar de toneelschool ging, was dat wel een behoorlijke cultuurshock voor mij. Ik ben toen na een half jaar gestopt. Ik kwam van Jong Rast, hè? Bij ons had je mensen van kleur, drukte, chaos, spelen vanuit wat je hebt meegemaakt, een familiegevoel. Op de toneelschool dacht ik: waar ben ik beland? Techniek aanleren, droog acteren, alleen maar witte mensen, geroddel... ik schrok vooral van dat roddelen. Als je bij Jong Rast ergens mee zat, sprak je elkaar daarop aan.

‘Na een pauze van anderhalf jaar ging ik terug naar de toneelschool en toen kwam ik terecht in een geweldige klas, daar heb ik echt geluk mee gehad. Adelheid Roosen gaf ons les in de eerste week en met haar maakten we een afspraak: we gaan niet roddelen over elkaar. Als je toch stiekem over iemand praatte, moest je het de volgende dag tegen diegene zelf zeggen.’

Hoofdrol in een grote voorstelling of in een Netflixfilm?

‘Ik weet nog dat ik een paar jaar geleden tegen iemand zei: theater is waar mijn ziel is, daar voel ik me thuis. Nu zeg ik: film, want ook daar kan ik nog in doorgroeien.

‘Ik ben echt opgeleid tot theateracteur. In mijn studietijd hebben we een weekje camera-acteren gehad, meer niet. Film moest je op je eigen manier onderzoeken, dus ik heb daar niet veel tools voor gekregen. Qua speltechnieken voor een camera kan ik nog veel leren. Maar door verschillende ervaringen met film en tv ben ik inmiddels wel wat zelfverzekerder. Als ik nu bijvoorbeeld een scène anders voor me zie, durf ik een regisseur tegen te spreken.’

Comedy of drama?

‘Vroeger zou ik voor comedy hebben gekozen, zoals de sketchserie Nieuw zeer, waarin ik speel. Maar ik kies nu voor drama, want dat heb ik nog te weinig gedaan.

‘In comedy voel ik me heel erg thuis. Ik ben ermee opgegroeid: mijn vader is écht een grappenmaker, mijn ooms ook. Die hebben zo’n dramatisch leven gehad, zijn gevlucht, gemarteld. Zonder grappen te maken zouden ze niet door het leven heen komen. Mijn moeder is trouwens ook grappig, en ze kan goed de sfeer aanvoelen, een fijne sfeer creëren. Ik ben ook zo: als er een groep mensen om me heen is, ben ik vaak degene die de grapjes maakt.

‘In de voorstelling De dood van Benny Simons van Orkater speelde ik eigenlijk voor het eerst in mijn carrière een serieuze dramarol. Bij drama valt voor mij nog veel te halen en regisseur Shady El-Hamus heeft me echt uitgedaagd, wat ik een geweldige ervaring vond.

‘Als ik iemand comedy zie spelen, denk ik: leuk, kan ik ook. Of: ik had het iets anders gedaan. Maar als ik iemand in een dramatische rol zie, zoals Daniël Kolf die ook in De dood van Benny Simons speelt, kan ik echt denken: oe, ik weet niet of ik dat kan. Als ik zie hoe hij die rol draagt, het publiek inpakt met drama én comedy, vind ik dat zo knap. Dan wil ik dat ook proberen.’

Anoniem of beroemd?

‘Een hele goede vraag. Ik denk daar de laatste tijd veel over na, omdat ik voor mijn gevoel op de goede weg ben. Maar ik merk dat als ik soms word gevraagd voor een interview naar aanleiding van een voorstelling, zo’n gesprek dan van mij niet hoeft. Ik wil niet de persoon zijn die een stuk gaat uitleggen. Ga gewoon kijken wat ik maak, daar zit vaak ook genoeg van mezelf in.

‘Dus ik ben nog een beetje zoekende naar wat ik wil prijsgeven van mezelf. Dit is eigenlijk de eerste keer dat ik met een krant in gesprek ga. Ik vind het heel leuk om te doen, hoor. En ik vind interviews van mensen die ik adoreer vaak ook heel interessant. Maar ik vraag me altijd af: wil ik zo iemand worden? Mensen hoeven niet alles van me te weten, sommige dingen zijn gewoon privé.

‘Ik vind het natuurlijk wel leuk om geroemd te worden. Dat ik genomineerd ben voor een Theo d’Or voor mijn bijrol in De dood van Benny Simons vind ik geweldig. Ik ga daar niet bescheiden over doen en zeggen: nou, dat hoeft allemaal niet, ik kom niet naar de uitreiking. Nee, dat is gewoon erkenning!’

De dood van Benny Simons is op 4/9 en 5/9 te zien tijdens het Nederlands Theater Festival. De Theo d’Ors worden op 14/9 uitgereikt als afsluiting van dat festival.

Sidar Toksöz

1994 Geboren in Amsterdam
2010-2014 Jeugdtheatergroep Jong Rast (nu Theater Degasten)
2014-2019 Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie
2019 – nu Speelt in voorstellingen van o.a. Oostpool, Toneelschuur, Rast en ITA
2019 – nu Te zien in Het Klokhuis
2020 - 2023 Rollen in series Mocro maffia, Swanenburg en De poli
2023 Rol in de Netflixfilm Happy Ending
2024 Rol in de bioscoopfilm Schitterend
2025 Nominatie Theo d’Or voor bijrol in De dood van Benny Simons van muziektheatergezelschap Orkater
2027 Wordt samen met Aysegül Karaca artistiek leider van Theater Rast

Sidar Toksöz woont in Amsterdam met zijn vriendin en hun zoon.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next