Home

Ideologie maakt blind. Door een ideologische bril zie je wat er niet is en wat er wel is zie je niet

is socioloog en columnist van de Volkskrant.

Ideologie maakt blind. Door een ideologische bril zie je wat er niet is en wat er wel is zie je niet.

Tot de meest aangrijpende en leerzame analyses van hoezeer ideologie de waarneming van zelfs onze meest intense ervaringen kleurt, behoort het werk van de Spaans-Franse schrijver Jorge Semprún (1923-2011), eerst in verzet tegen het nazisme, daarna tegen Franco. In 1943 gepakt kwam hij terecht in het concentratiekamp Buchenwald, waarover hij schitterende boeken schreef. Toen hij echter na het eerste, De grote reis (1963), van zijn geloof viel, kwam hij tot het onthutsende inzicht dat hij zelfs zijn allerpersoonlijkste waarnemingen had aangepast aan zijn politieke overtuiging. Zijn kampherinneringen waren een getuigenis geweest ‘die dreef in het Heilig Oliesel’ van het communistische gelijk.

Femke Halsema liet als Zomergast een fragment zien uit Semprúns gesprek met Wim Kayzer in diens VPRO-reeks Nauwgezet en wanhopig. Die keuze was een aangename verrassing, maar riep ook verbazing op aangezien in Halsema’s GroenLinks toch velen een ideologische vooringenomenheid, censuurbelustheid en morele arrogantie vertonen die mij sterk doen denken aan het communisme.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Toen Kayzers interview in 1989 werd uitgezonden zat ik nog in de naweeën van het langdurige ontdekkingsproces van hoe anders de wereld, de mensen en de geschiedenis in elkaar staken dan ik, met mijn communistische opvoeding, had gemeend te weten. Mijn proefschrift over de communistische Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB) was nagenoeg af. Aangezien veel van de verzetsvrouwen die deze NVB in 1946 oprichtten Duitse kampen hadden overleefd, vormden de oorlog en de verwerking daarvan een hoofdbestanddeel van mijn onderzoek.

Semprún kon ik nog net citeren in wat voetnoten. In latere publicaties heb ik hem uitgebreider aangehaald, vooral in verband met het pijnlijkste onderwerp uit mijn boek: het seksueel geweld tegen ex-gevangenen van kamp Ravensbrück door hun bevrijders, het Rode Leger. Dat geweld hadden enkele oude communistes, gesterkt door het nieuwe feminisme, in 1983 onthuld – tegen een hoge prijs. Ze werden kapotgemaakt. Een hunner durfde zelfs niet meer naar de herdenking van het kamp waarin ze haast vier jaar opgesloten was geweest. De CPN (onder Ina Brouwer, later GroenLinks) bestond het hun te verwijten dat ze het ‘antifascistisch verzet’ besmeurden.

Belangrijker dan die reactie is de vraag waarom dit geweld zo lang collectief werd verzwegen en waarom sommige ex-gevangenen het bleven ontkennen. Een van Semprúns verhalen helpt. Hij maakte in Buchenwald Russen mee die zich ernstig misdroegen. Daaruit, zei hij bij Kayzer, had hij behoren te concluderen dat de Sovjet-Unie geen fijne nieuwe socialistische mens had voortgebracht. Indertijd echter had hij een vergoelijking verzonnen, net zoals hij Stalins terreur lang had weggeredeneerd.

Waarom vervalsen mensen hun waarnemingen? Omdat het leven zonder hun ideologie of geloof onleefbaar lijkt. Want het communisme mag een van de gevaarlijke wanen van de vorige eeuw zijn geweest, het inspireerde in 1940 velen tot heldhaftig gedrag, en bood degenen die werden gepakt kracht bij het doorstaan van hun beproevingen. Net als voor Semprún was Sovjet-wangedrag voor de vrouwen die er slachtoffer of getuige van waren onverenigbaar met de levensbeschouwing die hen in het kamp had gebracht en daar perspectief bood op een hoopvolle toekomst. Al die jaren hadden ze vol vertrouwen gewacht op de komst van het Rode bevrijdingsleger. Het gebeuren zette de fundamenten van goed en kwaad, van veilig en onveilig op losse schroeven.

Sommige ex-Ravensbrücksters maakten ervan dat het Russische gedrag geen agressie was geweest maar dronken handtastelijkheden bij de 1 meiviering, twee dagen na de bevrijding. Anderen vertelden me dat ze hadden gezwegen omdat het nu eenmaal een standaard Koude Oorlogsdreigement was dat de Russen alle vrouwen zouden verkrachten, dus daaraan wilde je niet meedoen. Mijzelf kostte het moeite mijn promotoren mijn ontdekking te vertellen. Want al was ik dan geen communist meer, één geloofsartikel stond nog overeind: ze waren goed in de oorlog. Als ik, die niets had meegemaakt, dit al nauwelijks kon aanvaarden, hoe moesten die vrouwen dat dan? Dat vereiste de moed van een Semprún.

Nu ik het betreffende hoofdstuk er nog even op nasla treft me hoe terughoudend ik het toen opschreef. Maar het moest, want zonder de waarheid zijn we nergens.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next