Home

In een postuum opgedoken liefdesroman van Sebastian Haffner uit 1932 schemert de komst van Hitler al door

Als ik aan mijn bureau zit en naar mijn boekenkast kijk, glijdt mijn blik altijd langs de achttien boeken van Sebastian Haffner (1907-1999). Ze gaan over de geschiedenis van Duitsland, van Bismarck tot en met Hitler. Een vreemde eend in dat rijtje is Haffners monografie over zijn held Winston Churchill, een boek dat menig Europees politicus zou moeten lezen om te leren wat daadkracht is.

Beroemd werd Haffner met Anmerkungen zu Hitler (1978). Er zijn wereldwijd miljoenen exemplaren van verkocht, juist omdat het in kort bestek de Wille zur Macht van een dictator uitlegt. Ook dat heeft amper iets aan actualiteit verloren.

Vrijwel niemand weet dat Sebastian Haffner in zijn jonge jaren schrijver wilde worden. Nu hoor je zoiets vaker van iemand die van literatuur houdt, maar hij heeft die ambitie ook waargemaakt. Het bewijs daarvan is tweeledig. Eind jaren twintig schreef Haffner zijn eerste roman, Die Tochter, die in 1929 als feuilleton in een Duitse krant verscheen. Maar omdat zijn uitgever failliet ging, kwam een boek er niet meer van.

In Haffners nalatenschap vond zijn zoon in 1999 behalve de autobiografie Geschichte eines Deutschen. Die Erinnerungen 1914-1933, ook het manuscript van een tweede, autobiografische roman, Abschied. Haffners dochter hield de publicatie ervan echter tegen, omdat het haar vader van een minder serieuze kant liet zien. Daarom wachtte hij tot haar dood in 2018.

Toen Abschied in 2025 eindelijk in de Duitse boekhandel verscheen, was het meteen een hit. En dan niet als postuum niemandalletje uit de jeugd van een beroemdheid. Want Abschied leest als serieuze literatuur, die doet denken aan de speelse romans van Irmgard Keun, een van de satirische chroniqueurs van de Weimar-republiek.

Haffner, die eigenlijk Raimund Pretzel heette en van opleiding geen historicus maar jurist was, schreef Abschied tussen 18 oktober en 23 november 1932. Hij had toen een poos in Parijs onderzoek gedaan voor zijn proefschrift en was van plan carrière te maken in de Duitse rechterlijke macht. Maar toen hij zag wat voor een tuig er in 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen en hij vreesde zelf een meeloper te worden, ging hij in 1938 in vrijwillige ballingschap naar Engeland, waar zijn Joodse vrouw Erika al jaren eerder haar toevlucht had genomen. Daar begon hij voor The Observer te schrijven, onder het pseudoniem Sebastian Haffner.

Als je Abschied nu leest, zie je algauw dat het een literaire uitwerking is van het laatste hoofdstuk uit Erinnerungen eines Deutschen. Ook daarin gaat het over de verliefdheid van de jonge jurist Raimund Pretzel op de sprankelende Joodse Teddy. In Berlijn hebben ze iets met elkaar gehad, maar nu is het 1931 en woont Teddy in Parijs. Raimund zoekt haar daar op, terwijl ze al van plan is met een ander te gaan trouwen.

Aan het begin van het boek staat Raimund op het punt terug te keren naar Berlijn. Nu het nog kan, zwieren de twee door een Parijs, waarvan je zou willen dat het nog bestond. En uiteindelijk komt het alsnog tot een speelse kus, die Haffner beschrijft zoals je die zelf zou willen krijgen.

Ondanks de speelse, lichte toon waarmee het verhaal verteld wordt, lees je ook dat Teddy uit Duitsland vertrokken is vanwege het toenemende geschreeuw van de Dummen und Bösen. Raimund heeft het zelfs over concentratiekampen. Zoiets bevestigt dat Haffner Hitler ook in romanvorm zag aankomen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next