Home

Vijf boeken over gaslighting laten zien waartoe een narcistische partner in staat is

Gaslighting In een aantal recent verschenen boeken wordt vanuit het perspectief van vrouwen het destructieve verloop van toxische relaties beschreven.

Still uit de Amerikaanse film ‘Gaslight’ (1944).

‘Ik ben een druppel ecoline die in een emmer water valt, vermengt, zijn kleur verliest. Wat hij zegt klinkt zo logisch, de klank van zijn stem doet iets met de woorden, of andersom. Hij liegt de waarheid tevoorschijn.” Weerloos is Kirsten, de hoofdpersoon in Prooidier, de debuutroman van dichter en schrijver Irene Wiersma. Al jaren in een relatie met de oudere Berend, komt de muzikante in contact met Rudi, een succesvol popmuzikant. Ze ziet de tekortkomingen van deze oudere, onbetrouwbare man, toch kan ze geen weerstand bieden. Zijn intense aandacht voor haar, zijn onvoorspelbare gedrag sleuren haar mee in een destructieve relatie.

Zoekend naar houvast, klampt ze zich vast aan Berend maar terwijl Rudi haar blijft stalken, blijft ook zij naar hem verlangen en laat zich door hem geestelijk en fysiek mishandelen, totdat een gebeurtenis haar doet inzien dat hij nooit rekening met haar zal houden: „Hij gaat zo ver als hij wil gaan, er is niet eens genade als ik daar op een bepaald moment, ver voorbij de grenzen, om vraag.” Ze gaat in therapie en verlangt „niet langer naar het kruipen over de bodem, naar het schaven van mijn knieën bij het aanbidden van een defect persoon.” Maar zelfs jaren later kan ze, als hij allang is vertrokken, naar de ramen lonken als ze langs zijn oude huis fietst.

Het moedige Prooidier, ondanks treffende poëtische passages nogal plat en rechtlijnig opgeschreven, is een van de vele boeken die het afgelopen jaar zijn verschenen waarin, vanuit het perspectief van de vrouw, het verloop en de impact van een toxische relatie worden beschreven. Wat betekent het om in een verhouding te zitten waarbij een narcistische partner het gedrag van een ander probeert te beheersen, waarbij sprake is van destructief gedrag? Het is een kwestie die steeds meer de aandacht krijgt, zeker omdat het gevaar van femicide – vrouwenmoord die kan voortkomen uit intieme terreur – de laatste tijd meer wordt onderkend.

Niet lopen hoeren

In het subtiel geschreven Ik, de Ander, de tweede roman van Jante Wortel, komt de vrouwelijke hoofdpersoon eveneens terecht in het drijfzand van een toxische relatie. Op een afstandelijke toon beschrijft Wortel hoe de naamloze ik-persoon in de ban raakt van een collega. Een man die, als ze eenmaal met hem in contact raakt, haar het gevoel geeft dat „ze verdwijnt, terwijl ze op een andere plek eindelijk boven water lijkt te komen.” Ze wil steeds bij hem zijn, ondanks signalen die haar vertellen dat ze hard weg zou moeten rennen. Zo weet ze niets van zijn andere leven(s). Ook moet ze zijn aanrakingen verdienen.

Bovendien wordt hij steeds dwingender in hoe ze zich moet kleden („Ze moet niet lopen hoeren”). Hij schermt haar af van de buitenwereld, waardoor ze geïsoleerd raakt van vrienden en familie en praat haar schuld aan wanneer ze op kantoor een onderonsje heeft met een andere man. En ook al heeft ze niks fout gedaan, ze verontschuldigt zich, gelooft zelfs dat hij gelijk heeft. De zelftwijfel slaat opnieuw toe wanneer ze op straat een sigaret opsteekt en hij deze woedend uit haar mond wegslaat en wegloopt. De zinnen die ze daarna schrijft, zijn typerend: „Ze weet niet wat ze moet denken. Ze weet niet wat ze moet doen. Ze wil niet achter hem aanlopen, maar ze moet wel. Het enige wat ze nu kan denken is: dit was een fout. Dit was mijn eerste echte fout.”

Iemand ergens van beschuldigen, terwijl hij of zij niets fout heeft gedaan. De werkelijkheid verdraaien om zo de ander van je gelijk te overtuigen. Iemand manipuleren zodat de twijfel toeslaat. Er bestaat een woord voor: gaslighting. Het komt veel voor, tussen ouders en kinderen, in vriendschap of in werkrelaties maar vooral binnen intieme relaties.

In Gaslighting, dat vorig jaar in het Nederlands verscheen, gaat Kate Abramson, universitair hoofddocent filosofie aan Indiana University in Bloomington, diep in op deze specifieke vorm van emotionele manipulatie, waarbij iemand systematisch wordt ondermijnd of zelfs het gevoel krijgt gek te worden. In haar boek beschrijft zij vele vormen van gaslighting – waaronder systematisch racisme en seksisme dat zich uit via onderdrukkende stereotypen zoals ‘hysterische vrouw’, ‘boze zwarte man’ – maar richt ze zich met name op intieme relaties. Gaslighters, zo schrijft ze – en dat kunnen ook vrouwen zijn maar ze richt zich met name op mannen – gebruiken vaak de liefde als instrument. Liefde maakt iemand immers kwetsbaar voor afwijzing en in een liefdesrelatie wil iemand altijd graag dat de ander ‘goed’ over hem of haar denkt.

Dat verschaft de gaslighter een instrument om te kunnen manipuleren. Dat gaat ook op voor vertrouwen. In vriendschap of liefde kun je aspecten of gedragingen van iemand niet vertrouwen, schrijft ze, terwijl je toch de beslissing maakt om de persoon als geheel te willen vertrouwen. „Wanneer we iemand in een bepaald opzicht niet vertrouwen, geldt dat onze liefde ons ertoe brengt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om diegene wél te vertrouwen.” Hoe dat een slachtoffer tot totale verwarring kan brengen, analyseert ze aan de hand van de speelfilm Gaslight (1944), een Amerikaanse psychologische thriller (de Britse versie verscheen in 1940) gebaseerd op het toneelstuk Gas Light (1938) van Patrick Hamilton.

Zwak flakkerende gaslampen

In deze film probeert oplichter Gregory (Charles Boyer) zijn vrouw Paula (Ingrid Bergman) langzamerhand gek te maken. Hij is uit op haar sieraden en, om deze te kunnen bemachtigen, wil hij haar laten opnemen in een inrichting. Om dit voor elkaar te krijgen isoleert hij Paula – hij verzint smoesjes om haar het huis niet uit te laten gaan – en houdt haar voor de gek. In een beroemde scène plaatst hij een broche (een familiestuk) in haar tas, haalt deze er stiekem weer uit en beschuldigt haar daarna van vergeetachtigheid.

Paula voelt zich schuldig en denkt inderdaad dat het aan haar ligt. Ook zoekt Gregory regelmatig naar de sieraden op zolder, waarbij hij gaslampen aandoet waardoor deze elders in het huis minder sterk gaan branden. Als Paula hierover begint, beweert Gregory dat ze het zich inbeeldt en insinueert dat dit een teken is van haar geestesziekte. Paula voelt zich steeds ellendiger, schaamt zich, raakt verward en voelt zich permanent schuldig.

Het lijkt erop, schrijft Abramson, dat Gregory zijn vrouw wil hersenspoelen. Maar gaslighting is volgens haar meer dan simpelweg „iemand proberen gek te maken.” Een gaslighter, aldus Abramson, die zich overigens vaak verliest in abstract taalgebruik, is iemand die ernaar streeft om te worden verlost van zijn angsten en behoeften „door een externe realiteit te fabriceren die past bij de contouren van die angsten en behoeften.” Om dit voor elkaar te krijgen probeert een gaslighter zelfs de mogelijkheid van een meningsverschil te vernietigen. „Hij wil zijn visie op de wereld niet alleen bevestigd zien, nee, hij wil dat over die visie geen discussie mogelijk is.”

Maar waarom gebeurt dit vaak in intieme relaties? En waarom zijn vrouwen vaker het slachtoffer dan mannen? Dat vrouwen vatbaarder zijn voor de manipulaties van een gaslighter heeft volgens Abramson te maken met „het vertrouwde seksistische stereotype dat vrouwen empatischer zijn en moeten zijn dan mannen.” Daarnaast wil een gaslighter zijn doelwit niet totaal ondermijnen, maar net genoeg om te krijgen wat hij wil. De behoefte om erkenning te krijgen is groot. „Mensen die zich bezondigen aan gaslighting willen vaak ook een relatie, soms een heel intieme relatie, met hun doelwit in stand houden.”

Narcistische mishandeling

Niet alle narcisten zijn gaslighters, stelt Ramani Durvasula, maar gaslighting is wel een van de opvallendste kenmerken van wat ze ‘narcistische mishandeling’ noemt. In haar boek Bescherm jezelf tegen narcisme & gaslighting definieert de klinisch psycholoog deze vorm van mishandeling als de „schadelijke, misleidende en ontkrachtende patronen en gedragingen binnen een relatie, evenals de verstoring van het veiligheidsgevoel en vertrouwen binnen de relatie enerzijds en normale perioden en zelfs plezier anderzijds.” Dit patroon komt volgens haar voor in alle relaties waarbij een van de partners, en dat gaat op voor beide geslachten, een narcist is.

Narcisme – een persoonlijkheidstype waarbij iemand „in zijn of haar omgang met anderen onaangepast gedrag vertoont” – omvat volgens haar een breed spectrum aan eigenschappen en gedragspatronen (behoefte aan dominantie, wisselende maskers, charmant zijn, gebrek aan empathie, overcompensatie voor onzekerheid, egocentrisme ) en kan zich op verschillende manieren uiten.

Dat geldt ook voor narcistische mishandeling. Bij een milde vorm kan iemand in een relatie met een narcist telkens het gevoel hebben voor lief te worden genomen. Aan het andere uiteinde van het spectrum kan iemand het slachtoffer worden van geweld, uitbuiting, stalking en dwangmatige controle. Maar de meerderheid van de mensen – en haar ervaring leert dat het voornamelijk vrouwen zijn – is het slachtoffer van een ‘gematigde vorm van mishandeling’. Daarbij gaat het om klein gehouden worden, manipulatie, woede, verraad en gaslighting, afgewisseld met ‘normale’ en ‘goede’ perioden. „Voor de buitenwereld lijkt er wellicht helemaal niets met je relatie mis te zijn, hoewel jij in een verwarde en zeer onprettige waas leeft.”

Meesteroplichter

Die buitengewoon kwaadaardige kant wordt door de Franse (scenario)schrijfster Sonia Kronlund beschreven in Een buitengewoon bedrieger. In deze diepgravende speurtocht gaat Kronlund op zoek naar de drijfveren van een man die een groot manipulator blijkt te zijn. In vier landen gaat hij gelijktijdig een relatie aan met verschillende vrouwen en meet zich telkens een andere (online) identiteit aan. Hij noemt zichzelf Ricardo, Richard, Alexandre of Daniel en beweert chirurg te zijn, ingenieur of fotograaf. Hij is, in de woorden van Kronlund, „iemand die zijn leven creëert alsof het digitale romanpersonages zijn”.

Hij weet zijn gefantaseerde levens zo overtuigend te brengen, dat de vrouwen lange tijd niet doorhebben wat er werkelijk aan de hand is. Zo ook Marianne, een Parijse illustrator die verliefd wordt op, in dit geval, Alexandre, een jonge Braziliaan die als chirurg werkzaam is in een ziekenhuis in de buitenwijken van Parijs. Hij is attent en liefdevol, onderhoudt een warm contact met zijn zieke moeder in New Jersey, belt dagelijks met zijn drie zussen. Alles lijkt perfect tot Marianne, ruim vijf maanden zwanger, op een dag op zijn computer zijn andere identiteiten ontdekt en zich realiseert dat hij een totale vreemde voor haar is: hij is geen arts, heeft geen zussen, zijn moeder woont in een stadje in de staat Sao Paolo.

Wanneer ze hem daarmee confronteert, reageert hij ontkennend, blijft met ‘bewijzen’ komen: Braziliaanse diploma’s, werkschema’s uit het ziekenhuis. Omdat er voorheen al signalen waren – hij is vaak weg, noemt haar een monster wanneer ze een keer iets in twijfel trekt – gelooft ze hem niet meer, schakelt de politie in en verandert de sloten op haar deur. Gebroken en gedesillusioneerd blijft ze achter. Maar zelfs dan kan ze, een paar maanden na hun scheiding, niet echt boos worden wanneer hij een gesproken bericht op haar telefoon achterlaat. „Geef me de kans om alles goed te doen, je zult er geen spijt van krijgen. Het verleden is het verleden. Maar de toekomst kan veranderd worden.”

Intense angst

Waarom blijft Marianne ergens nog geloven in het goede van haar manipulator? „Je denkt altijd dat vrouwen die bedrogen, misbruikt, opgelicht worden ‘het niet wilden zien’ of ‘het eigenlijk wel wisten’”, schrijft Kronlund. Maar die verklaring doet iemand als Marianne – die ze „een verstandig, zeer gefocust en artistiek persoon” noemt – tekort. Bij bedrogen vrouwen, stelt Kronlund, neemt door de shock en de angst om gekwetst te worden het vermogen tot zelfbescherming af.

De kans op recidive, dat slachtoffers in dezelfde val lopen, neemt dan ook toe. Maar volgens Durvasula is er veel meer aan de hand. Zo stelt ze dat we uiteindelijk allemaal vatbaar zijn voor de eigenschappen (charmant, zelfverzekerd) van narcisten. Ook kan iemand eigenschappen bezitten die de kans vergroten om vast te komen te zitten in een toxische relatie. Met name empathische en vergevingsgezinde mensen blijken extreem vatbaar. Wie deze eigenschappen bezit, blijft bijvoorbeeld excuses verzinnen voor het gedrag van de narcist. Ook ‘redders’, mensen die dingen in orde maken of problemen oplossen, zijn vatbaarder voor de manipulaties van een narcist die graag de slachtofferrol op zich neemt. En dan zijn er nog de ‘optimisten’ voor wie het een flinke uitdaging is om het idee te accepteren dat narcistische mensen nooit zullen veranderen.

Tenslotte wijst Durvasula erop dat degenen die het minst bestand zijn tegen toxisch gedrag vaak komen uit een gezin met narcistische ouders. „De boodschap die je krijgt is dat je liefde moet verdienen of een voedingsbron voor de narcistische ouder moet zijn om zijn of haar liefde te krijgen”, schrijft Durvasula. „Of je wordt beoordeeld op basis van welke bijdrage je als gezinslid aan het narcistische gezin kunt leveren. Zo leer je je eigen behoeften weg te drukken, je faciliteert het gedrag van de narcist in het gezin en je raakt gewend aan gaslighting, manipulatie en doodgezwegen worden.”

Wie deze vorm van mishandeling heeft meegemaakt, leert al op jonge leeftijd om zich ‘te schikken’, geen grenzen te stellen en is bovendien geneigd om zelf de schuld op zich te nemen. Wie dit meemaakt is extra vatbaar voor wat Durvasula ‘verraadblindheid’ noemt – denk aan Paula die liever blijft geloven dat de gaslampen minder sterk branden dan dat ze gaat twijfelen aan haar partner. „Als kinderen hun narcistische ouders zien zoals ze werkelijk zijn, zou dat rampzalige gevolgen hebben, want kinderen kunnen zich alleen maar veilig en gehecht voelen als ze een vervormd en geïdealiseerd beeld van hun ouders in stand kunnen houden.” Kinderen die op deze manier het emotioneel misbruik hebben leren negeren, zullen als volwassenen de binding met degene van wie ze houden koste wat het kost in stand willen houden. Ze blijven zichzelf schuldig voelen en ervaren vaak negatieve psychologische symptomen zoals angst, paniek en verwarring.

Harde strijd

Precies deze verwarring wordt in de romans van Wortel en Wiersma zo helder beschreven. Dat beide hoofdpersonen zich uit de toxische relatie weten te ontworstelen, is hoopvol. Maar dit gaat duidelijk gepaard met veel pijn en moeite. Zelfs Marianne heeft achteraf moeite om Alexandre echt als ‘slecht’ te zien. Wie zichzelf dan ook in de toekomst wil beschermen tegen dit soort gedrag, moet vaak een harde strijd voeren, vooral met zichzelf. Durvasula geeft in haar boek heel wat aanwijzingen om verder te komen – traumatherapie, leren diepgewortelde gedragspatronen te herkennen, het creëren van veilige plekken – maar ze pleit vooral voor ‘radicale acceptatie’.

Iemand die in zijn of haar jeugd niet is erkend of gezien, zal alsnog moeten gaan leren zichzelf te waarderen. „Ontdekken wie je werkelijk bent en jezelf accepteren is misschien wel het krachtigste radicale acceptatiemiddel dat je tot je beschikking hebt, want hoe meer je weet en accepteert wie je bent, hoe minder je jezelf opoffert en aan anderen onderwerpt.” Daar hoort ook bij dat bij een slachtoffer ‘de ziel en ogen’ weer opengaan. En dat betekent, aldus Durvasula, dat iemand vooral ook de hoop moet laten varen „dat een narcistische persoon eindelijk empatisch of geïnteresseerd in je leven zal zijn.”

Dit waardevolle inzicht wordt op het einde van Gaslight op een uiterst bevredigende manier weergegeven. Wanneer Gregory is ontmaskerd en vastgebonden zit op een stoel en Paula vraagt hem los te maken, doet ze alsof ze een schaar pakt om hem te bevrijden. En dan ineens geeft ze hem een koekje van eigen deeg. „Ik ben toch gek?” zegt ze. Waarna hij moet toegeven dat ze nooit gek is geweest. En dan draait ze de rollen om. „Omdat ik gek ben, haat ik je! Omdat ik gek ben, juicht mijn hart om je te zien gaan, zonder ook maar een greintje medelijden of spijt. Neem deze man mee!”

Jante Wortel: Ik, de ander. Das Mag, 184 blz. € 22,99

Irene Wiersma: Prooidier. Passage, 300 blz. € 23,50

Kate Abramson: Gaslighting. Hoe emotionele manipulatie je gek kan maken. Horizon, 224 blz. € 22,99

Ramani Durvasula: Bescherm jezelf tegen narcisme & gaslighting. Kosmos, 352 blz. € 22,99

Sonia Kronlund: Een buitengewone bedrieger. De zoektocht naar een meesteroplichter in de liefde. Thomas Rap, 208 blz. € 21,99

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next