Nationale garde
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Donald Trump had deze week opnieuw een dubieuze primeur. Volgens een federale rechter in Californië is de inzet van mariniers en leden van de Nationale Garde tegen relschoppers in Los Angeles in strijd met de Posse Comitatus Act, een wet uit 1878 die scherpe eisen stelt aan de inzet van militairen op eigen bodem. Gardisten werden eerder ingezet bij onrust, geen president ging zo ver als Trump nu.
Die stuurde de militairen in juni naar Los Angeles, na rellen rond protesten tegen de federale vreemdelingenpolitie ICE. De lokale politie en de burgemeester zeiden de situatie zelf aan te kunnen, maar de regering stond erop dat ICE-agenten militaire bijstand zouden krijgen bij hun klopjacht op illegale immigranten. De Democratische gouverneur van Californië was fel tegen. De gardisten vallen onder hem, maar kunnen bij een noodsituatie ook onder gezag van de president worden geplaatst. Voor die ‘federalisering’ was in juni geen enkele grond, vond de rechter.
De regering tekende woensdag beroep aan tegen het oordeel van „deze losgeslagen rechter” en houdt enkele honderden militairen op de been. Dit is weinig verrassend. Want, zoals rechter Charles Breyer in zijn vonnis waarschuwt, Los Angeles vormt een cruciale proeftuin voor deze regering: „President Trump en minister Hegseth [van Defensie] hebben hun intentie uitgesproken ook in andere steden door het land manschappen van de Nationale Garde op te roepen [..] en zo een landelijke politiemacht te creëren met de president als korpschef.”
Met de inzet van het leger op eigen bodem – zonder het Congres toestemming te vragen en zonder een beroep te doen op de Insurrection Act – plaatst Trump de rechtsstaat bewust op een hellend vlak. Vorige maand mobiliseerde hij ook federale agenten en gardisten in Washington, waar hij – vanwege de aparte status van de hoofdstad – als president overigens de bevoegdheid toe heeft. Veel controversiëler is zijn voornemen in Chicago en Baltimore gardisten in te zetten voor criminaliteitsbestrijding en migrantenarrestaties – ook hier weer tegen de wens van de Democratische gouverneurs van respectievelijk Illinois en Maryland.
Deze stapsgewijze militarisering van de wetshandhaving kent grote risico’s. Ze kan de publieke opinie afstompen doordat Amerikanen gewend raken aan het leger op straat. En het vergroot de kans op incidenten tussen militairen en burgers, wat de regering weer kan aangrijpen als casus belli voor verdere escalatie.
Door linkse staten en steden als wetteloze oorden af te schilderen, waar zij wel even orde op zaken stellen, trappen Trump en zijn Republikeinen de campagne voor de Congresverkiezingen van najaar 2026 af. Bestrijding van stedelijke criminaliteit wordt hun belangrijkste speerpunt, zeker als die ook nog kan worden toegeschreven aan immigranten.
Zo zetten ze een listige val voor de oppositie. Democratische bestuurders wijzen erop dat de criminaliteit in hun steden daalt, terwijl de misdaadcijfers in veel Republikeinse steden hoger liggen, waar Trump níet ingrijpt. Statistisch klopt dat veelal, maar in de beleving van veel Amerikaanse kiezers blijven grote steden wel degelijk (te) onveilig.
In afwachting van een definitieve uitspraak van het Hooggerechtshof over de inzet van gardisten doen Democraten er dus slimmer aan te benadrukken dat ze best federale hulp willen – alleen niet van een landelijke korpschef Trump. Dat het onverstandig is dat er onder zijn bewind tientallen miljarden dollars extra naar ICE gaan, terwijl de federale recherche FBI en het agentschap dat toeziet op verboden wapenbezit juist fors gekort worden. Dat de president een terecht probleem adresseert, maar weer eens met de verkeerde oplossingen komt.
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?
Source: NRC