Niet alleen God, ook Allah, Boeddha en eigenlijk álle opperwezens zijn op weg naar de uitgang. Een opmerkelijke, nieuwe analyse laat zien hoe mensen niet alleen in het Westen het geloof afschudden. ‘We waren enigszins verbaasd.’
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Het is best ‘een stoutmoedig idee’, zegt Nan Dirk de Graaf, een uit Nederland afkomstige hoogleraar sociologie in Oxford. ‘De meeste mensen denken: secularisering is iets van moderne westerse landen, maar niet van andere landen. En nu hebben wij de pretentie om te zeggen dat het helemaal anders zit. Maar de data geven er gewoon steun voor.’
Het zijn inderdaad zeer opvallende cijfers die De Graaf samen met collega’s uit Zwitserland en de VS publiceerde in vakblad Nature Communications. In kleurige grafieken is duidelijk te zien hoe de secularisatie als een golf over de wereld spoelt – van het geïndustrialiseerde Westen naar de meer traditionele landen in het Zuiden.
West-Europa is weliswaar het verst in de ontkerkelijking, maar ook in traditioneel islamitische landen, Azië en het katholieke Midden- en Zuid-Amerika zijn de barstjes in het geloof duidelijk zichtbaar. Daarbij zijn ook landen waarbij je dat toch niet direct zou verwachten, zoals Egypte, Marokko en het boeddhistische Thailand en Sri Lanka. Zelfs in diepreligieuze bolwerken zoals Iran, Pakistan en Afghanistan begint de gelovigheid al achteruit te kachelen, zo blijkt uit de cijfers.
Sociologen onderzoeken de religiositeit van landen doorgaans door het op een aantal manieren uit te vragen bij een grote steekproef van mensen, met vragen die kunnen verschillen per geloof. Gaat u naar het gebedshuis? Hoe belangrijk is geloof voor u? Hoe verbonden voelt u zich met uw religie?
Maar al jaren zitten wetenschappers met een diep raadsel: de antwoorden sluiten niet goed op elkaar aan. In Senegal zeggen jongeren bijvoorbeeld minder naar de moskee te gaan dan ouderen, maar zich wel nog net zo verbonden te voelen met het geloof. In Nederland loopt alleen het gevoel van verbondenheid terug. En in Portugal daalt zowel het kerkbezoek als de mate waarin mensen zeggen het geloof ‘belangrijk’ te vinden en zich ermee ‘verbonden’ te voelen.
Een lastige puzzel. Totdat De Graaf en zijn collega’s een ingeving kregen. Misschien zijn er wel verschillende fases van ontkerkelijking. ‘Ons uitgangspunt is een simpele, economische gedachte’, vertelt De Graaf. ‘Wat mensen de meeste tijd en moeite kost, geven ze als eerste op.’
In de eerste fase van het geloofsverlies gaan mensen minder trouw naar gemeenschappelijke geloofsrituelen – te veel gedoe om frequent naar de moskee te gaan, of elke dag naar de kerk. In fase nummer twee zeggen mensen steeds vaker tegen enquêteurs dat het geloof voor henzelf minder ‘belangrijk’ is geworden. En in de derde fase zeggen ze zich ook niet meer ‘verbonden’ te voelen met het geloof.
Toen de onderzoekers met die gedachte de uitkomsten van decennia aan vragenlijstonderzoeken opnieuw analyseerden, viel alles opeens op zijn plaats. ‘Die drie opeenvolgende fasen kun je goed herkennen in de data, voor alle landen die we bekeken’, zegt De Graaf.
Toen het team 95 landen ordende van ‘gelovig’ naar ‘seculier’, werd het patroon op slag duidelijk. In de meest gelovige, traditionele landen, zeggen mensen onder de 40 minder vaak dan 40-plussers deel te nemen aan publieke geloofsbijeenkomsten. In onder meer Azië en Midden-Amerika is de ontkerkelijking al een stap verder. Daar zeggen 40-minners godsdienst ook minder ‘belangrijk’ te vinden dan ouderen.
En in moderne, vooral West-Europese landen zoals het onze is er geen houden meer aan. Daar doen jong en oud minder mee aan religieuze bijeenkomsten en zit het verschil tussen jong en oud vooral in de mate waarin ze zeggen zich ‘verbonden’ te voelen met religie.
Wat opspeelt, laat zich raden, vertelt De Graaf: ‘De modernisering. Dat omvat van alles: meer opleiding, een meer wetenschappelijke kijk op de wereld, de opkomst van de verzorgingsstaat, waardoor de kerk of moskee minder relevant wordt als institutie waarop je terugvalt.’ Uiteindelijk bevinden álle landen zich ergens op de onvermijdelijke glijdende schaal, weg van de religiositeit, schrijft de groep. Een weg die als geheel wel tweehonderd jaar kan duren, schatten de onderzoekers. Vooral de islamitische en Afrikaanse landen zitten gewoon nog in een wat vroeg stadium van secularisatie.
Een prikkelende stellingname is dat ook, want sociologen zijn nooit erg happig op theorieën die ‘wetmatigheden’ zien in de geschiedenis – laat staan een wetmatigheid van eeuwen. Diverse door de Volkskrant geraadpleegde godsdienstsociologen laten dan ook weten het artikel van De Graaf ‘met veel interesse’ te gaan bestuderen – door de drukte aan het begin van het academisch jaar is men er nog niet aan toegekomen.
‘Wereldwijd wordt er flink gediscussieerd over de secularisatiethese: met modernisering verdwijnt religie, heel kort door de bocht’, mailt een van hen, Joris Kregting van de Radboud Universiteit. ‘Veel wetenschappers denken dat secularisatie wellicht in West- en Noord-Europa valt hard te maken, maar daarbuiten wordt het een ander verhaal. Vanuit dat perspectief is dit interessant materiaal.’
Maar De Graaf wijst op de cijfers. Zo herhaalde het team de analyse met twee andere datasets, met dezelfde uitkomsten. ‘Het is opvallend dat dit patroon in al onze analyses terugkeert. Het is nu aan andere onderzoekers om te proberen onze bevindingen onderuit te halen’, zegt De Graaf. ‘Zo werkt wetenschap.’
Pikant: in slechts één modern land is de jongere generatie méér gelovig dan de oudere, namelijk Israël. Maar dat land is ‘in veel analyses van wereldwijde religies uitzondering’, schrijven de onderzoekers. Zo wordt het beeld vertekend door de grote kindertallen van orthodoxe Joden en doordat de interne spanningen de gelovigheid er opjutten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant