Home

Scandinavië bestelt Britse fregatten: ‘Samen oefenen, afschrikken, desnoods vernietigen’

Zes vragen over Scandinavische defensieorders De marines van Noorwegen, Denemarken en mogelijk Zweden schaffen fregatten aan in het Verenigd Koninkrijk. Doordat ze eenzelfde type schepen kopen, kunnen ze beter het hoofd bieden aan Russische agressie in de Scandinavische wateren, is de gedachte.

De HMS Venturer, een Type 31-fregat, staat eind mei dit jaar klaar om te water te worden gelaten op de scheepswerf Babcock in het Schotse Rosyth.

Scandinavische landen laten een groot aantal nieuwe marineschepen bouwen in het Verenigd Koninkrijk. Zondag werd bekend dat Noorwegen vijf Britse fregatten heeft besteld ter waarde van tien miljard pond (12 miljard euro). Denemarken staat op het punt er drie te kopen. Onderhandelingen met Zweden over de aankoop van vier fregatten zouden in een gevorderd stadium zijn, meldt de Financial Times. Twee Schotse werven zullen de schepen bouwen.

De Noorse marine koopt fregatten die speciaal zijn uitgerust voor onderzeebootbestrijding, bekend als Type-26. Het eerste daarvan wordt naar verwachting in 2030 geleverd. Ook de Britse marine heeft er acht in bestelling, die vanaf 2028 operationeel worden. De marines van Australië en Canada gaan eveneens met dit type varen.

Denemarken koopt naar verwachting fregatten van het model Type-31, die iets lichter zijn dan de Type-26, en inzetbaar voor verschillende taken, waaronder luchtverdediging. De Britse marine heeft er daar ook vijf van in bestelling. Het eerste van de serie, de HMS Venturer, is dit jaar te water gelaten en wordt nu afgebouwd. Dat model is ook verkocht aan de marines van Polen en Indonesië.

De bestellingen laten zien dat de betrokken marines een belangrijke modernisering doorvoeren. Ook duiden ze op een verdieping van de defensiebanden tussen Londen en de drie Scandinavische landen. De Noorse order wordt zelfs gepresenteerd als een „strategisch partnerschap” tussen beide landen (allebei geen EU-lid) om het hoofd te bieden aan Russische agressie in het Noordpoolgebied en de noordelijke Atlantische Oceaan. Dit is mede nodig omdat de VS zich nu meer op China en de Stille Oceaan richten.

Volgens John Healy, de Britse minister van Defensie, is door de Noorse opdracht sprake van een „gezamenlijke vloot” van dertien schepen die „samen oefenen, afschrikken en – indien nodig – vijandige onderzeeboten vernietigen”. Tot hun taak behoort ook het beschermen van cruciale infrastructuur, zoals offshore-installaties en onderzeese kabels.

De Noorse premier Jonas Gahr Støre sprak van „een moeilijke maar juiste beslissing” om bij de Britten te kopen, en niet bij Franse, Duitse of Amerikaanse concurrenten. Maar hij zei niet welke argumenten de doorslag gaven.

De Scandinavische orders betekenen in elk geval een opsteker voor de Britse defensie-industrie. Alleen al de Noorse order is het grootste exportcontract voor de Britse marinesector en betekent vele jaren werk voor vierduizend mensen op de werf van BAE Systems in Glasgow. De fregatten voor Denemarken zouden gebouwd worden bij Babcock in Rosyth, eveneens in Schotland. De Britse regering onder Labour-premier Starmer heeft eerder gezegd van de defensie-industrie een ‘economisch speerpunt’ te maken.

Noorwegen doet dat al langer: de vier fregatten die Noorwegen nu in de vaart heeft zijn twintig jaar geleden gebouwd in Spanje. De huidige zeven fregatten van Denemarken zijn in eigen land gemaakt, op werven in Odense en Svendborg. Het Type-31 is ook deels gebaseerd op een Deens ontwerp: de moderne luchtverdedigingsfregatten van de Iver Huitfeldt-klasse.

Als Denemarken meer dan vier fregatten wil hebben, worden die extra schepen mogelijk wel in eigen land gebouwd, bijvoorbeeld via een licentie-overeenkomst.

Zweden heeft geen fregatten maar alleen kleinere marineschepen en bouwde deze tot nu toe in ‘eigen huis’. Het heeft wel allerlei partnerschappen met buitenlandse defensiebedrijven.

Het is een groot voordeel als strijdkrachten met dezelfde wapensystemen werken. Schaalvergroting drukt de kosten en verhoogt de zogeheten ‘interoperabiliteit’, het vermogen om samen militair te opereren, ook in vredestijd.

De keuze om gezamenlijk dezelfde types marineschepen te kopen is een krachtig signaal aan andere Europese landen, die daar vooralsnog maar mondjesmaat toe bereid waren. De Europese markt voor fregatten, onderzeeboten, mijnenbestrijdingsvaartuigen en transportschepen is nagenoeg geheel langs nationale lijnen verkaveld.

De Scandinavische orders betekenen een tegenvaller voor Duitse en Franse bouwers die ook meedongen in Noorwegen, al zouden de Fransen formeel nog met Zweden in onderhandeling zijn. Lichtpuntje voor het Frans-Nederlandse Thales: het levert radars en gevechtsmanagementsystemen voor Type-31-fregatten.

Met de modernisering van hun marines komen de landen tegemoet aan de Amerikaanse wens dat NAVO-landen hun regionale defensie versterken. Op het gebied van onderzeebootbestrijding bestaat nog steeds een achterstand, die ontstond toen deze capaciteit na de Koude Oorlog werd afgebouwd.

Zij is ook een signaal dat Europese landen voor hun defensie steeds minder van de VS afhankelijk willen zijn, nu die onder Trump een minder betrouwbare bondgenoot kunnen blijken te zijn. Voor de Noorse order waren de VS in de race met hun fregatten uit de Constellation-klassen. Van die schepen, opmerkelijk genoeg gebaseerd op een Frans-Italiaans model, is er sinds de aanbesteding in 2017 nog niet een in de vaart gekomen. De ontwikkeling ervan ondervindt grote moeilijkheden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next