Home

De nacht is nooit van vrouwen geweest, de dag evenmin

Onveiligheid Geweld tegen vrouwen is overal – en dat drukt al vroeg een stempel op hoe vrouwen zich door de wereld bewegen, ziet Maartje Laterveer.

We waren nog op vakantie in de Provence toen mijn dochter ineens opsprong van tafel, naar haar kamer rende en terugkwam met haar sleutels tussen haar knokkels geklemd. „Mama,” zei ze, „ik heb een nieuwe lifehack.” En ze deed dezelfde truc voor die ik van mijn gymjuf leerde. Ik had mijn dochter het nieuws over Lisa willen besparen, maar zelfs op een desolate Franse berg had het haar bereikt. En ik turfde: weer een script in haar hoofd erbij van een meisje dat op straat is overgeleverd aan de driften van een man.

Maartje Laterveer is journalist, schrijver en consultant.

Mijn dochter is 14 en heeft al veel van zulke scripts opgeslagen in haar brein. Net zoals ik en vele andere vrouwen. Ze creëren een probleem dat niet in de statistieken voorkomt, maar dat niettemin reëel is: de collectieve stress waar vrouwen onder lijden door gendergerelateerd geweld, ook als ze daar zelf niet direct slachtoffer van zijn. Deze stress gaat verder dan een gevoel van onveiligheid in donkere steegjes, en de impact is groter dan de aanpassingen die vrouwen haast automatisch doen om te voorkomen dat ze door mannen worden overweldigd. De oplossing reikt ook verder dan mannen die de straat oversteken als ze achter een vrouw alleen lopen, of op welke manier dan ook de nacht teruggeven aan vrouwen. Het is een mooi begin, zeker. Maar het bestrijdt slechts de symptomen van een dieperliggend probleem dat maakt dat die nacht al nooit van vrouwen is geweest, de dag evenmin trouwens, en beide dat nooit zullen worden als we de psychische belasting van vrouwen niet in ogenschouw nemen.

Sluimerend onbehagen

Zodra een meisje vrouwelijke vormen krijgt, beseft ze dat haar lichaam niet langer van haar is. Dat schreef Simone de Beauvoir in 1949 in Le Deuxième Sexe, en dat geldt nog steeds. Nog steeds groeien jonge vrouwen op met het besef dat elke stap die ze in de wereld zetten gepaard gaat met mannelijke blikken, oordelen, en de altijd aanwezige noodzaak tot alertheid. Dit besef wordt gedeeld door alle vrouwen, en toch blijft het meestal onuitgesproken, alsof het een ‘condition féminine’ is die er nu eenmaal bij hoort. Het leidt tot een sluimerend, collectief onbehagen dat ten grondslag ligt aan het dagelijks leven van vrouwen.

Elk nieuwsbericht over een vrouw die wordt vermoord of verkracht, wakkert dit onbehagen aan. Elke femicide die wordt aangeduid als ‘huiselijk geweld’. Elke verkrachter die wordt vrijgesproken wegens ‘gebrek aan bewijs’, en elke man die een bewusteloze vrouw verstikt met zijn penis en daarvoor slechts tien maanden cel krijgt. Maar ook elke man die een column schrijft over dat het wel meevalt met die geweldsplegingen tegen vrouwen (zoals Jort Kelder in Het Financieele Dagblad). Elke politicus die geweld tegen vrouwen misbruikt als stok om buitenlanders mee te slaan. Elke misogyne grap die met bulderend gelach wordt ontvangen.

Wat voor de media berichten zijn die op zichzelf staan, voor politici fenomenen die al dan niet voor het karretje kunnen worden gespannen en voor sommige mannen een reden om te sputteren, zijn voor vrouwen een reële bron van spanning. Ze bevestigen wat ze diep vanbinnen al voelen en weten: de wereld is een onveilige plek voor hen, vijandig zelfs, en er is niemand die hen beschermt. Onderzoek toont aan dat veel vrouwen hierdoor daadwerkelijke stressklachten kunnen ervaren. Met name de normalisering van gendergerelateerd geweld en het uitblijven van adequaat politiek optreden kunnen zorgen voor gevoelens van angst en minderwaardigheid, in sommige gevallen zelfs tot depressies en PTSS-symptomen.

Nauwelijks bewust van

Voor mannen is dit misschien moeilijk te begrijpen, omdat ze in een andere wereld leven. Mannen kijken, schreef kunstcriticus John Berger, vrouwen zien hoe ze bekeken worden. Dat vat in een enkele zin de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen samen: mannen zijn subject, vrouwen object. Deze ongelijkheid wordt op zoveel manieren gecultiveerd dat we ons er nauwelijks van bewust zijn. Denk aan prostitutie. We vinden het normaal dat we naakte vrouwen achter ramen hebben, maar probeer maar eens uit te leggen aan je kleuterdochter waarom er blote mevrouwen achter ramen staan, en geen blote meneren. Denk aan porno. We vinden het normaal dat jongens toegang hebben tot filmpjes waarin vrouwen worden gereduceerd tot seksobjecten die dol zijn op wurgseks, maar er is overweldigend wetenschappelijk bewijs dat structurele blootstelling hieraan zorgt voor minder respect voor vrouwen. Denk aan bejubelde films waarin mannen James Bond zijn en vrouwen Bond-girl. Denk aan songteksten over little girls en bad desire, over ‘bitches’ die worden ‘ripped’, ‘pounded’ of ‘destroyed’. Denk aan billboardreclames waarop schier naakte vrouwen over een auto zijn gedrapeerd of aan advertenties van luxe modemerken waarop mannen in pak een model tegen de grond duwen. Denk aan romans waarin mannen hun lustgevoelens voor minderjarige meisjes beschrijven alsof het doodnormaal is, een ‘condition masculine’ die er nu eenmaal bij hoort.

Persoonlijke aanval

Mannen voelen een debat hierover snel als een persoonlijke aanval, omdat ze nooit collectieve verantwoordelijkheid hoeven te nemen. Ze denken dat ze niks verkeerd doen omdat ze niks verkeerd willen doen. En meestal doen ze ook niks verkeerd, dat maakt het gesprek zo lastig. Mannen voeren het vanuit een individueel perspectief dat ze nooit hebben hoeven bevragen. Vrouwen voeren het vanuit een gedeeld besef van kwetsbaarheid waarmee ze dagelijks leven.

Zoals gezegd is het een mooi begin dat sommige mannen de straat willen oversteken. Maar nog mooier zou het zijn als ze het gesprek zouden aangaan met vrouwen, als ze vragen naar dat constante besef van kwetsbaarheid, naar de stress die dat met zich brengt. Als ze zich zouden verdiepen in wat het betekent om vrouw te zijn in deze wereld. En dan nog zijn we er niet. We hebben meer nodig dan individuele aanpassingen. Politici moeten eindelijk progressie boeken met adequate wetgeving. Als maatschappij moeten we beseffen dat we niet zo progressief zijn als we denken en het ethische debat durven voeren over de sociale hiërarchie tussen mannen en vrouwen, inclusief culturele en systemische uitingen van ongelijkheid die we als normaal ervaren, maar die dat misschien helemaal niet zijn.

In de auto terug naar huis luisterden we naar Revolusi, een podcast over de gruweldaden tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Vrouwen die met duizenden tegelijk werden verkracht, meisjes die met speren in hun vagina werden doorboord, borsten die werden afgesneden. Het was een noot in de zijlijn, gebeurtenissen die bij oorlog horen. Ik keek achterom naar mijn dochter. Die lag te slapen, gelukkig. Maar toen ik beter keek, zag ik hoe ze haar vuist had gebald, en hoe tussen haar vingers het puntje van een sleutel stak.

Source: NRC

Previous

Next