Studentenhuisvesting Het vinden van een studentenwoning is afgelopen jaar nog moeilijker geworden, blijkt uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Naar schatting verdwenen bijna 18.000 woonplekken voor studenten in de particuliere huur.
Studenten bij hun woning in Utrecht. Nederlandse studenten gaan steeds minder vaak op kamers.
Aan studentenkamers was al een groot tekort, maar het afgelopen jaar is het aanbod nog verder gedaald. Het aantal wooneenheden voor studenten is in studiejaar 2024-2025 naar schatting met zo’n 13.500 afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. Dat staat in de nieuwe Landelijke Monitor Studentenhuisvesting, die woensdagavond is gepubliceerd.
Vorig jaar werden er ongeveer vijfduizend studentenkamers bijgebouwd, maar het aanbod van particuliere huurwoningen kelderde met zo’n 18.000 woonplekken. Dat maakt onderzoeksbureau ABF Research op uit de jaarlijkse enquête die zij afneemt onder meer dan 40.000 studenten, in opdracht van het Kenniscentrum Studentenhuisvesting (Kences) en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
In de enquête wordt studenten gevraagd naar hun woonsituatie, de antwoorden worden vervolgens gewogen om een representatieve afspiegeling van alle studenten te geven. Ieder jaar zien de onderzoekers wel wat verschuivingen, maar „zo’n sterke afname van particuliere studentenwoningen hebben we niet eerder gezien”, zegt onderzoeker Lies Hooft van Huijsduijnen van ABF Research.
Mede hierdoor loopt het totale studentenkamertekort op – dat wordt berekend aan de hand van de vraag en het aanbod van studentenkamers. De onderzoekers schatten het op 21.500 wooneenheden. Dit kan oplopen tot zo’n 63.000 in studiejaar 2032-2033, wijzen prognoses uit.
De daling van het aantal studentenkamers is te verklaren door de verkoop van particuliere woningen. Door de regulering van de huursector, zoals de Wet betaalbare huur, kunnen beleggers minder verdienen aan de woningen, waardoor ze massaal tot verkoop zijn overgegaan. Die trend zet nog steeds door, bleek vorige week uit onderzoek van het Kadaster.
Ook het toenemende aantal internationale studenten legt druk op het kameraanbod. Vorig jaar waren er ruim 128.000 internationale studenten in Nederland, een verdubbeling ten opzichte van acht jaar eerder, laten cijfers uit de monitor zien. In 2024 vormden ze zo’n 18 procent van de totale studentenpopulatie. Dit aandeel nam de afgelopen jaren gestaag toe.
Als gevolg van het nijpende kamertekort wonen steeds minder Nederlandse studenten op zichzelf. Acht jaar geleden woonde 52 procent van de Nederlandse studenten nog op kamers, de afgelopen jaren is dit gedaald naar 44 procent.
In de vorige monitor studentenhuisvesting zagen de onderzoekers juist een lichte toename van Nederlandse studenten die op kamers woonden. Hooft van Huijsduijnen: „Met name bij jonge studenten, we vermoeden vanwege de herinvoering van de basisbeurs.” Die toename zette afgelopen studiejaar niet door.
De studenten die een kamer weten te bemachtigen betaalden daar vorig studiejaar gemiddeld 540 euro per maand voor, ten opzichte van 535 euro een jaar eerder. Een studio kostte gemiddeld 610 euro en een meerkamerwoning 885 euro per maand. De woonlasten zijn het hoogst in Amsterdam, waar studenten gemiddeld 725 euro per maand voor een woonruimte betalen, Rotterdam (690 euro) en Den Haag (680 euro). In Enschede, Den Bosch, Ede en Wageningen zijn studentenwoningen het goedkoopst: gemiddeld minder dan 500 euro per maand.
Opvallend is dat ook de behoefte van studenten om op kamers te gaan is afgenomen. Het aandeel Nederlandse hbo- en wo-studenten dat zegt op zichzelf te willen wonen daalde van 59 procent in studiejaar 2016-2017 naar 49 procent vorig jaar. Van de groep die thuis blijft wonen, geeft bijna de helft de betaalbaarheid als grootste reden. Bijna een kwart zegt simpelweg geen behoefte te hebben om op kamers te gaan.
Daaruit maken de onderzoekers op dat Nederlandse studenten de kamerzoektocht grotendeels hebben opgegeven. „We zien dat minder studenten actief op zoek zijn naar een kamer. Ze leggen zich neer bij de situatie en denken: het is wat het is”, zegt Hooft van Huijsduijnen.
Uit de data halen de onderzoekers verschillende signalen dat het thuis blijven wonen met het geringe aanbod van kamers te maken heeft. Hooft van Huijsduijnen: „In studentensteden waar relatief veel studentenwoningen worden bijgebouwd, zien we dat het aandeel uitwonende Nederlandse studenten minder hard is afgenomen.”
Door thuis te blijven wonen, lopen studenten een achterstand op in hun sociale ontwikkeling, zegt Jolan de Bie, directeur van Kences. „Op kamers is er niemand die de boodschappen voor je doet. Je leert op eigen benen staan, met geld omgaan, nieuwe vrienden maken. Dat leer je in mindere mate als je thuis blijft wonen.”
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC