Een nieuwe culturele canon, die dinsdag werd onthuld, maakt veel discussie los in Zweden. Sommigen uiten kritiek op de politieke agenda achter de lijst, anderen vragen zich af hoe het kan dat de wereldberoemde popgroep Abba de selectie niet heeft gehaald.
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
Op de lijst staan onder meer boeken, liedjes, historische gebeurtenissen en wetten. Eigenlijk kun je het zo gek niet bedenken, als het maar typisch Zweeds is: Pippi Langkous van Astrid Lindgren, Ikea en de Nobelprijs, maar ook de introductie van de persvrijheid, het vaderschapsverlof en het stadhuis van Stockholm. Andere opvallende iconen zijn het recht om overal te kamperen (Allemansrätten), het Saab-gevechtsvliegtuig Viggen en de film Het zevende zegel van Ingmar Bergman (1957).
Een commissie onder leiding van historicus en hoogleraar Lars Trägårdh presenteerde dinsdag de langverwachte Zweedse cultuurcanon. De Nederlandse versie was daarbij een belangrijke inspiratiebron. Trägårdh ging op studiereis naar Nederland om meer te leren over de in 2006 gelanceerde canon, die bestaat uit vijftig ‘vensters’ op de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Zweden koos voor honderd vermeldingen onder tien thema’s, waaronder architectuur, uitvindingen en muziek.
Maar Abba staat er dus niet bij. Dat is omdat alle ijkpunten ouder dan vijftig jaar zijn, zo legde de canoncommissie uit. Dat Abba in 1974 doorbrak met Waterloo doet daar niets aan af, zeggen de opstellers, want de invloedrijkste nummers zijn van na die tijd.
Die strikte beoordeling vindt niet overal instemming. ‘Waar is Abba? Deze lijst vertegenwoordigt alleen degenen die precies de gemiddelde leeftijd hebben van de commissieleden, 67 jaar en ouder’, zo schrijft iemand in een reactie op de website van de nationale omroep SVT.
De meeste kritiek richt zich op het concept van een canon zelf. De canon was een wens van de huidige Zweedse centrumrechtse regering, die meende dat er behoefte was aan ‘gemeenschappelijke referentiekaders’. Een van de coalitiepartijen, de Liberalen, pleitte er al jaren voor. De radicaal-rechtse Zweden Democraten, die gedoogsteun geven aan de regering, zien de canon als integratiemiddel.
Trägårdh zei eerder dat de canon een reactie was op ‘zorgen over de multiculturele samenleving’. ‘Dit project gaat om de erkenning van het belang van wat ons samenbindt, een verhaal over wie we zijn.’
Veel critici denken dat de canon hiermee politiek gestuurd is. Zo noemde Björn Wiman, chef cultuur van de Zweedse krant Dagens Nyheter, de canon dinsdag ‘een surrogaat voor een echt cultuurbeleid’, omdat de regering momenteel fiks bezuinigt op cultuur. ‘De canon staat niet in dienst van het onderwijs en de gemeenschap, maar is een instrument voor de politieke agenda van de regering.’
Anderen vinden dat de canon door de minimumgrens van vijftig jaar te veel hedendaagse ervaringen uitsluit. Daardoor zou de canoncommissie miskennen dat de samenleving de afgelopen decennia ingrijpend is veranderd. Eerder al noemde secretaris Mats Malm van de Zweedse Academie, het statige lettereninstituut dat jaarlijks de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur bepaalt, een canon ‘een concept doordrenkt van machtsuitoefening’.
Voor fans van modernere cultuuruitingen is er hoop: de canon zal, net als de Nederlandse, na een tijd worden vernieuwd. Wellicht dat Abba-hits als The Winner Takes It All of Money, Money, Money dan alsnog een plekje krijgen.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant