Home

Dertien Palestijnen verlaten Gaza met hulp van Nederland, onder wie journalist, wetenschapper en vlogger

Gaza Een groep van dertien Palestijnen heeft vorige week met consulaire bijstand van het ministerie van Buitenlandse Zaken de Gazastrook verlaten. Onder hen ook de jonge vlogger Renad Attallah. De Nederlandse hulp bij hun vertrek uit Gaza is opmerkelijk.

De Instagram-account van Renad Attallah.

Renad Attallah, een meisje van elf uit de stad Deir el-Balah in het midden van de Gazastrook, verwierf bekendheid tijdens de oorlog dankzij haar virale video’s op Instagram en TikTok. Omdat ze niet meer naar school kon, begon ze met het maken van kookvideo’s, waarbij ze de schaarse producten gebruikte die ze kon vinden – vaak het gedroogde en ingeblikte eten uit pakketten met voedselhulp. Inmiddels heeft ze miljoenen volgers op de verschillende sociale platformen. Haar oudere zus Nourhan beheert haar accounts. „Ik ben per ongeluk beroemd geworden”, zei ze erover tegen de Arabische nieuwszender Al-Jazeera. „Haar veerkracht en aanstekelijke, stralende lach worden gezien als een baken van hoop voor de kinderen van Gaza die in de wrede chaos terecht zijn gekomen”, concludeerde de zender.

„Goodbye”, schreef Attallah vorige week in een cryptische Instagram-post met een zwarte achtergrond. Verdere uitleg ontbrak. Omdat ze vervolgens niets meer van zich liet horen, begonnen haar volgers zich zorgen te maken. Totdat de Palestijnse journalist Shrouq Al-Aila onder haar Instagram-post een hoopvolle reactie plaatste: „Ik ben zo opgelucht dat je Gaza veilig hebt kunnen verlaten. Ik wens je veel succes met dit nieuwe hoofdstuk.”

Twee dagen later plaatste Attallah ineens een post vanuit Nederland, met de tekst: „A genocide survivor.” Op bijgevoegde foto’s poseerde ze op de Grote Markt in Maastricht. Ze maakte deel uit van een groep van dertien Palestijnen die vorige week met hulp van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken de Gazastrook heeft verlaten, bevestigt een zegsman van het ministerie.

„Ze zijn na het passeren van de [Israëlische] grensovergang Kerem Shalom opgevangen door medewerkers van de Nederlandse ambassade in Jordanië en door het Snelle Consulaire Ondersteuningsteam begeleid naar [de Jordaanse hoofdstad] Amman voor verdere bijstand”, schrijft het ministerie van Buitenlandse Zaken op zijn blog. „Daarna zijn ze doorgereisd naar Nederland. De groep bestaat uit mensen die recht hebben op verblijf in Nederland, in het kader van gezinshereniging en als studenten en onderzoekers.”

Renad Attallah maakte kookvideo’s met de schaarse producten gebruikte die ze kon vinden. Beeld Renadfromgaza

Veldkamp

De Nederlandse hulp bij hun vertrek uit Gaza is opmerkelijk. Want het (demissionaire) kabinet wilde tot nu toe alleen mensen helpen om de Gazastrook te verlaten in het kader van gezinshereniging. Maar Caspar Veldkamp heeft in de zomermaanden, vlak voor zijn vertrek als minister van Buitenlandse Zaken (NSC), nog mogelijk gemaakt dat deze groep Gaza kon verlaten. Veldkamp stapte vorige maand uit het kabinet na een conflict met de VVD en BBB over maatregelen tegen Israël. In zijn kielzog volgden alle NSC-ministers.

Jesper Dekker, woordvoerder van het minister van Buitenlandse Zaken, wil niet spreken van een beleidswijziging. „Per geval wordt gekeken wat consulair realistisch is voor mensen met een Nederlands visum die in Gaza vastzitten. Want zij hebben recht op verblijf in Nederland. Meestal kunnen mensen die een visum aanvragen zelfstandig naar Nederland reizen. Maar in dit geval hebben we een grotere rol omdat er vanwege de complexe en gevaarlijke situatie consulaire hulp nodig was om ze Gaza uit te krijgen.”

Drie van de groep van dertien zijn in Nederland in het kader van gezinshereniging. De rest is hier op een werk- of studievisum, dat ze hebben bemachtigd met ondersteuning van het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS), een onderzoeksinstituut dat deel uitmaakt van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Maar met dat visum waren ze Gaza nog niet uit, daarvoor hadden ze Israëlische toestemming nodig. En die konden ze alleen met Nederlandse consulaire bijstand krijgen. „Het NIAS heeft de afgelopen maanden intensief contact gehad met Buitenlandse Zaken over de verbreding van de consulaire bijstand voor Palestijnen uit Gaza die naar Nederland komen op een werk- of studievisum”, zegt Rachida Azough, woordvoerder van het NIAS.

Twee van de dertien zijn Hazem Abu-Orf, universitair hoofddocent aan de Universiteit van Palestina in Gaza, en zijn echtgenote. Hij is toegelaten tot het zogeheten Safe Haven Fellowship-programma van het NIAS, dat is bedoeld voor wetenschappers, kunstenaars en journalisten die als gevolg van een conflict in hun thuisland hun werk niet kunnen doen. Een tweede Palestijn uit Gaza die is toegelaten tot het programma is de journalist Rita Baroud, die voor NRC indringende persoonlijke verhalen schreef over het leven tijdens de oorlog. Zij is in april al uit Gaza vertrokken en woont sindsdien in Zuid-Frankrijk, waar ze familie heeft.

De journalist en activist Achmed Abu Artema uit Gaza, auteur van het boek Organised Chaos en talloze artikelen voor media als The Nation, Al Jazeera, en Middle East Eye, kwam ook naar Nederland als onderdeel van de groep van dertien. Op uitnodiging van de journalistieke website De Correspondent, die hem een contract wil aanbieden. En vijf van de dertien zijn studenten met een beurs van de Universiteit Maastricht. Een van hen is Nourhan Attallah, die haar zusje Renad en haar tweelingbroertje Adam heeft meegebracht.

Samenwerking

Het NIAS nam het initiatief in de gesprekken met de andere partijen en het ministerie, waarbij het de hulp inriep van een oud-diplomaat. „Het was een zwaan-kleef-aan van vooral vrouwen”, zegt zegt zakelijk directeur Marlous Willemsen Marlous Willemsen. „Tijdens het traject hebben we fijn samengewerkt met alle partijen. Ze hadden honger geleden, dus voor de ontvangst in Amman hadden we speciaal voedsel meegebracht. Maar ze wilden zowel brood als patat bij hun kip. Ze waren kapot en snakten naar energie. Van 691 dagen doodsangst en een uitreis van 24 uur, maar ook van wie en wat ze moesten achterlaten. Ze arriveerden met alleen de kleren aan hun lijf.”

Voor universitair hoofddocent Abu-Orf voelt het nog een beetje onwerkelijk om in Nederland te zijn. Hij gaat hier onderzoek doen naar circulaire economie in kwetsbare gemeenschappen. „Het voelt nog alsof ik droom, alsof ik in een andere wereld ben”, zegt hij woensdag aan de telefoon vanuit het kantoor van het NIAS in Amsterdam. „In de oude wereld hadden we honger en waren voortdurend op zoek naar brood of een slok water. Hier is alles voorhanden: eten, drinken, vriendelijke mensen die het beste met je voorhebben. Het contrast is enorm. Maar ik ben het NIAS erg dankbaar voor hun hulp. Nu hoop ik mezelf nuttig te kunnen maken.”

Source: NRC

Previous

Next