Demonstratierecht Door een enorme toename aan protesten wordt het in Amsterdam steeds moeilijker om al die betogingen in goede banen te leiden, zegt de gemeente. Soms worden ze daarom verboden. „Dat mijn stem me werd ontnomen, voelde heel naar.”
De politie meldt via een matrixbord een demonstratieverbod op de Dam, waar Edwin van Wagensveld van Pegida actie wil gaan voeren tegen een pro-Palestijnse demonstratie bij de Stopera.
De stad waar ze opgroeide voelde anders op dinsdag 12 november 2024. Op die dag fietste Jesse van Schaik (20) naar de Dam in Amsterdam met een wit laken in haar tas. Ter hoogte van het Nationaal Monument vouwde ze het open, een beetje gespannen, met om haar heen zo’n tien andere mensen. Toen een motoragent poolshoogte kwam nemen en vroeg wat ze aan het doen waren, antwoordde Van Schaik zo neutraal mogelijk: „We staan hier met een laken.” Even later liep het gezelschap richting het stadhuis en scandeerden ze leuzen: „Wat willen we? Niks! Wanneer willen we dat? Weten we niet!”
Met de actie wilde Van Schaik zich verzetten tegen het demonstratieverbod dat op dat moment van kracht was in de hoofdstad. Burgemeester Femke Halsema had enkele dagen eerder twee noodverordeningen afgekondigd na de rellen rond de wedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv. Van vrijdagavond 8 tot en met donderdagochtend 14 november golden tijdelijk extra regels. Samenscholingen van meer dan drie personen met een „ordeverstorend doel” waren in de hele stad niet toegestaan. Net als het houden van een „betoging of vergadering” op de openbare weg.
Het voelde absurdistisch, zegt Van Schaik aan de telefoon. Negen maanden later is ze nog steeds hoorbaar verontwaardigd. Ze had moeite met wat er die dagen in de media over de rellen werd gezegd en wilde zich daarover uitspreken. „Dat mijn stem me werd ontnomen, voelde heel naar. Ik dacht: dit kán gewoon niet.” Ze is een van de zes mensen die zich aansloot bij een dagvaarding van Amnesty International die vorige week de deur uitging. Volgens de mensenrechtenorganisatie, die al jaren waarschuwt dat het demonstratierecht in Nederland onder druk staat, ging de gemeente met het verbod veel te ver.
Van de Februaristaking in 1941 tot de ludieke acties van Provo, de krakersrellen en de massale antikernwapendemonstraties: Amsterdam is al decennialang het decor van protesten. Burgemeesters hebben het recht om te demonstreren vaak verdedigd: Eberhard van der Laan noemde het zelfs „bijkans heilig” en liet er een speciaal handboek voor opstellen. In de afgelopen jaren kwamen er nieuwe thema’s bij: corona, klimaatverandering, woningnood, Gaza, stikstof, racisme.
Politieagenten drijven demonstranten weg van de Dam tijdens een pro-Palestijns protest.
Het gevolg is een explosieve groei van het aantal demonstraties. Waar de stad in 2017 nog 674 bijeenkomsten telde, waren dat er in 2024 meer dan drieduizend. Volgens de gemeente is dat slechts een inschatting, omdat lang niet alle acties vooraf worden aangemeld. Die drukte legt een steeds grotere claim op politiecapaciteit: agenten zijn minder vaak in de wijken en grote onderzoeken komen soms stil te liggen. Burgemeester Femke Halsema benadrukt geregeld dat demonstreren een belangrijk ventiel is „juist in roerige tijden met grote meningsverschillen”, maar ziet zich tegelijkertijd geconfronteerd met een veiligheidsapparaat dat piept en kraakt. De Amsterdamse driehoek – naast Halsema de politiechef en hoofdofficier van justitie – waarschuwde vorig jaar dat er een grens is bereikt.
Deze zomer stonden de organisatoren van een Rode Lijn-demonstratie voor Palestina en de gemeente tegenover elkaar in de rechtszaal. De driehoek wilde risicovolle protesten tijdelijk van de Dam weren uit vrees voor wanorde en omdat er te weinig politie was om de drukte in goede banen te leiden. Maar de demonstranten weigerden te verplaatsen: „Het is het hart van Amsterdam. We willen gezien worden.” De rechter gaf hen gelijk. Een week later, toen Sail honderdduizenden bezoekers trok en Ajax zijn eerste thuiswedstrijd speelde, moesten actievoerders opnieuw wijken. Twee geplande steunbetuigingen aan Israël werden door de burgemeester verwezen naar het nabijgelegen Beursplein.
„Op een gegeven moment gaat het knellen,” zegt Sebastiaan Meijer, hoofd communicatie van de Amsterdamse politie. Hij benadrukt dat de politie altijd onder het gezag van de burgemeester opereert – zij is de enige die voorwaarden aan een betoging kan stellen. De vrijheid om te demonstreren kan slechts om drie redenen worden beperkt: om wanordelijkheden te voorkomen, in het belang van het verkeer, of bescherming van de gezondheid. Meijer: „Het is een grondrecht en wij willen en moeten dat faciliteren. Maar dat betekent puzzelen en schrapen binnen de eenheid: een agent kan maar een bepaald aantal uur werken.”
Elke week, zegt Meijer, inventariseert de driehoek welke demonstraties er zijn. Dat is behoorlijk wat werk, maar de politie is er de afgelopen jaren beter in geworden. „De echt grote zien we meestal ruim van te voren aangekondigd. Een deel is bij ons bekend: ‘O, dat is dat clubje dat daar altijd met een spandoek staat.’” Bij de meeste demonstraties is ingrijpen volgens Meijer niet nodig. Agenten worden vooral ingezet bij ‘dynamische’ demonstraties, of als de kans op tegengeluiden groot is: „Bijvoorbeeld bij de terugkerende zondagse demonstraties voor Palestina en voor Israël waarin betogers niet altijd vriendelijk tegen elkaar zijn.”
De actie van Jesse van Schaik in november eindigde wel in een politiebusje. „Aangekomen bij het stadhuis werden we omsingeld door agenten. Ze vroegen ons onze protestspullen in te pakken. ‘Welke dan?’, vroeg ik.” Hoewel de politie niet benoemde dat het om een verboden protest ging, werden zij en enkele anderen ingerekend, vertelt Van Schaik, en ergens ver buiten het centrum „zonder verdere tekst en uitleg” afgezet.
Ook op andere plekken in Nederland is het aantal demonstraties gestegen, met name in de grote steden. Sinds 2015, zo bleek dit jaar uit een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid, was er sprake van een verdrievoudiging: van 2.085 naar de piek van 6.558 in 2021. Drie procent daarvan vormt een risico voor de openbare orde en veiligheid.
Ze hoopt op erkenning dat de demonstratieverboden onrechtmatig waren. „Het lijkt iets kleins, een paar dagen niet de straat op, maar het gaat om het onderliggende idee: blijkbaar kan dit grondrecht ineens worden afgepakt.” En de openbare orde dan? „Sail is heel vet, maar een feestje mag geen reden zijn dat mensen niet kunnen protesteren. Als mijn regering iets doet waar ik het niet mee eens ben, moet ik dat laten weten. Je stem laten horen is voor mij fundamenteel.”
Links én rechts: alle partijen vinden dat het demonstratierecht onder druk staat. Maar ze twisten over de oorzaak
Source: NRC