Home

Onderdrukte ergernis

Het is een vervelend gevoel dat we bijna allemaal – neem ik aan – weleens krijgen: onderdrukte ergernis. Je maakt je boos over iets, maar de drang om er uiting aan te geven is net niet sterk genoeg. Je ziet op tegen de mogelijke consequenties: ruzie, misschien zelfs geweld, eeuwige vijandschap, kortom, gedoe.

Dus hou je maar je mond en hervat je het leven alsof er niets aan de hand is. Maar die ergernis smeult door onder je huid zolang de oorzaak ervan niet is weggenomen. Ik ken iemand die zich nu al heel lang ergert aan een tafeltje dat een van zijn buren permanent op de stoep heeft gezet. Elke dag moet hij even de drukke straat op stappen om dat tafeltje te ontwijken. Hij zou er graag iets van zeggen, maar hij vreest de gevolgen.

Zelf erger ik me al een tijdje aan mensen die per fiets de straatboekenkastjes afschuimen om de beste exemplaren later via internet te verkopen. Daar zijn die kastjes niet voor bedoeld. Maar is het zinvol om je er druk over te maken? Zijn er geen belangrijker zaken op de wereld? Dus slaak je een onhoorbare zucht en loop je, onderdrukt geërgerd, door.

Totdat, in mijn geval, er iets knapte in mijn ergerniswekkende ergernisonderdrukking. Op een wandeling met mijn vrouw zag ik een man zijn fietstassen volproppen met boeken uit een kastje. Ik sloeg hem even gade bij zijn drukke bezigheden en vroeg toen met een zo neutraal mogelijk stemgeluid: „Gaat u dat nou allemaal zelf lezen, meneer?”

Hij stond net voorover gebogen naar de onderste plank. Hij veerde op, draaide zich om en keek me aan. Een vriendelijk, brildragend gezicht, was mijn eerste indruk.

Mijn tweede indruk was nog gunstiger toen hij zei: „Nee, meneer, het is niet voor mijzelf bedoeld, maar voor mijn kinderen.”

„Heeft u zoveel kinderen?”, vroeg ik met een aarzelend lachje.

„Schóólkinderen”, zei hij, bijna trots.

Hij legde uit dat hij leraar Nederlands was op een mavo en dat hij vooral op zoek was naar dunne literaire boekjes, zoals boekenweekgeschenken, die hij in de klas kon uitdelen. Dikke literaire pillen waren niet besteed aan zijn kinderen, met de dunne boekjes had hij betere ervaringen. Hij toonde me een exemplaar van De eerlijke vinder, het boekenweekgeschenk uit 2023 van Lize Spit. „Prachtig boekje, kent u dat?”

Hij begon zó enthousiast het verhaal na te vertellen, dat ik ter plekke veel zin kreeg om het alsnog zelf te lezen. Dit was een voortreffelijke leraar, besefte ik, zo iemand die ik in mijn eigen schooljeugd deerlijk had gemist. De behandelde literatuur mocht toen bij voorkeur niet al te hedendaags zijn. Hermans, Reve, Wolkers, Claus, komaan zeg, die moesten eerst maar eens hun blijvende waarde bewijzen.

Daar stond ik dus met mijn onderdrukte ergernis – nu een ballon die met één simpele beweging was lek geprikt. Had hij weleens toegankelijke oudere literatuur, Willem Elsschot bijvoorbeeld, uitgeprobeerd? „Lukt niet echt”, zei hij berustend.

„Kent u zijn gedicht ‘Het Huwelijk’?”, vroeg hij. En terwijl ik knikte, citeerde hij al: „En ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”

Toen stapte hij op zijn zwaarbeladen fiets en nam vriendelijk groetend afscheid.

Source: NRC

Previous

Next