Voor ons lijf is de winter de meest voor de hand liggende periode om een lange vakantie te nemen, en de lente de tijd om weer lekker los te gaan. Waarom doen we dan exact het tegenovergestelde?
is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.
Sommige dingen lijken zo verschrikkelijk normaal dat je bijna zou vergeten hoe abnormaal ze zijn. Neem september. Er zijn veel redenen waarom september de leukste maand is van het jaar (gakkende ganzen, pompoenen, kaarsjes, wollen truien, mooie kleuren) maar de grootste troef van september is toch dat ‘alles’ weer begint. In Frankrijk hebben ze er een speciale kreet voor: la rentrée, de terugkeer.
In september gaan de theaters en concertzalen open, komen de beste boeken en films uit, stropen de talloze talkshows krijgslustig hun mouwen op en is het eindelijk gedaan met dat oeverloze gezever over B&B vol liefde. Veel meer dan januari is september de start van het nieuwe jaar. Het is ook de maand van de herfst, koningin van de seizoenen, dat schitterende bedenksel van de kosmos dat ons leven niet alleen afwisseling maar ook troost en hoop schenkt: de dingen verdwijnen, maar ze komen ook weer terug.
Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden. Lees hier de andere artikelen terug.
We danken de seizoenen aan de schuine stand van de aarde, waardoor ze tijdens haar rondje om de zon steeds op een andere manier wordt beschenen. Alleen de gebieden rond de evenaar krijgen het hele jaar door evenveel licht. Daar komt de zon altijd rond 6 uur op en gaat hij altijd rond 6 uur onder. Er zijn geen lentes, geen zomers, geen herfsten en geen winters – veel Nederlanders die in de koloniale tijd naar Indonesië trokken, werden stapelgek van die eentonigheid.
Hoe verder je van de evenaar woont, hoe groter de variatie in licht en donker. Op onze 52ste breedtegraad zitten we eigenlijk precies goed. Nog even is het ietsje langer licht dan donker (deze week ongeveer dertien en een half uur) maar na 23 september worden de nachten steeds wat langer dan de dagen.
De natuur om ons heen is doordesemd van die eeuwige, flexibele regelmaat, waarin dingen ontkiemen in de lente, rijpen in de zomer, vermoeid raken in de herfst en in de winter in hun schulpje kruipen. Behalve – en nu komt het abnormale – de mens, die zich tegen het eind van het jaar opeens als een gek begint uit te sloven.
‘Weer in het ritme’, adverteert de boekhandel. ‘Lekker! Zomer voorbij, seizoen begint’, kopt de Volkskrant. ‘Bestel nu je tickets!’, roept de vermaakindustrie. Niet alleen gaan we weer aan het werk, ook plannen we onze agenda’s vol met uitstapjes die ons tot diep in de winter bij nacht en ontij de straat op zullen jagen. Waar komt die malligheid vandaan?
Want mal is het. Mensen zijn weliswaar geen uitgesproken ‘fotoperiodische’ dieren zoals schapen, die alleen in het voorjaar lammeren, maar ook ónze biologische klokjes ademen mee met de seizoenen, zoals de Leidse hoogleraar en neurofysioloog Joke Meijer al in 2007 aantoonde. ‘Ondanks onze kunstverlichting in de avond, en onze gedeeltelijke onttrekking aan de seizoensomstandigheden, hebben mensen verschillende seizoensritmen, zoals in onze hormoonspiegels, in geboortes, in het optreden van depressies, in clusterhoofdpijn, en in cardiovasculaire aandoeningen’, schreef ze in haar oratie Een kwestie van tijd.
Eeuwenlang voegde de mens zich braaf naar de regelmaat van zijn natuur. Bij de oude Romeinen begon het nieuwe jaar aanvankelijk in maart. September was de zevende maand, vernoemd naar het Latijnse woord septem, dat zeven betekent (waarmee meteen ook oktober (octo), november (novem) en december (decem) zijn verklaard).
Ook toen het christendom kwam en de heiligen hun (feest)dagen opeisten, bleef de landbouwkalender leidend. In de middeleeuwse getijdenboeken en in de almanakken die na de uitvinding van de boekdrukkunst massaal werden verspreid, de voorlopers van onze agenda’s, vormden de stand van zon, maan en planeten en de daaruit voortvloeiende agrarische seizoenskalender de hoofdingrediënten.
Een mooi voorbeeld is het zelden tentoongestelde getijdenboek Les très riches heures du duc de Berry, grotendeels geschilderd door de gebroeders Van Limburg, dat nog tot 5 oktober in het Franse Chantilly is te zien. Op de septemberpagina (check ook even het kitscherige kasteel waardoor Walt Disney zich liet inspireren) zie je mannen en vrouwen druk in de weer met de oogst. Naar binnen die handel, winter is coming. De oude oogstfeesten markeerden een einde, geen begin.
De traditie van september als aftrapmaand moet ergens in de 19de eeuw zijn geboren, toen de industriële revolutie de samenleving ingrijpend veranderde, en met de verbreding van het onderwijs ook de lange zomervakantie haar intrede deed. Het eind van die vakantie betekende automatisch het begin van het gewone leven, dus ook van het culturele seizoen in de theaters en concertzalen die in diezelfde 19de eeuw overal verrezen. In Nederland vormde vanaf 1978 de Amsterdamse Uitmarkt, dit jaar omgedoopt tot De Opening, het opgetogen uitroepteken achter een frisse start.
Het is leuk dat we het najaar en de winter hebben omgetoverd tot uitgaansseizoen in plaats van kniezend onder de dekens op de lente te wachten. Maar het kan geen kwaad je te realiseren dat onze inwendige klok wel gewoon zijn natuurlijke regelmaat blijft volgen. Voor die klok – en dus voor ons lichaam – is niet de zomer maar de winter de meest voor de hand liggende periode om een lange vakantie te nemen, en de lente de tijd om weer helemaal los te gaan.
Gelukkig horen bij een nieuw jaar goede voornemens. Koop een ouderwetse papieren agenda om je afspraken in te noteren (geeft meer overzicht en regie dan een digitale planner) en wees zuinig op je avonden (die Très Riches Heures kun je lekker overdag bekijken). Helemaal in je schulpje kruipen is onzin; maar een béétje mag best.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant