Home

Pensioenfonds PFZW kieperde 2.600 bedrijven eruit en gaat actief beleggen – om de wereld iets duurzamer te maken

Trendbreuk Pensioenfonds PFZW heeft afscheid genomen van driekwart van zijn aandelenportefeuille. Het fonds kiest nu voor ‘insluiten’ van specifieke bedrijven in plaats van uitsluiten.

Pensioenfonds PGGM houdt grote schoonmaak in de aandelenportefeuille.

Je zou het met enige overdrijving de grootste desinvestering aller tijden kunnen noemen. Pensioenbelegger PGGM, dat het pensioenvermogen belegt voor de deelnemers van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), kieperde deze zomer maar liefst 2.600 bedrijven waarin PGGM belegde overboord. Wat resteert zijn 756 bedrijven waar het fonds zijn 50 miljard euro aan aandelenbeleggingen in heeft ondergebracht. Deze woensdag maakt PGGM bekend in welke bedrijven het nog wel belegt.

De grote schoonmaak in de aandelenportefeuille is onderdeel van een strategische heroriëntatie bij het fonds in de afgelopen twee jaar, legt Peter Ferket, bestuurslid van PFZW uit.  „We zijn afgestapt van de trend om via indexbeleggingen in grote marktfondsen te zitten en hebben de draai gemaakt naar eigen posities in een beperkt aantal bedrijven.”

Daarmee wil het pensioenfonds meer zicht krijgen op de bedrijven waarin het belegt en makkelijker in of uit bedrijven kunnen stappen. Voorheen had PFZW zijn aandelenportefeuille belegd in de FTSE All World-index, een breed samengestelde index waar duizenden bedrijven in zitten. PFZW had daar al wel een aantal bedrijven van uitgesloten (zoals de tabaks- en sinds kort ook de gokindustrie), maar had verder weinig invloed op welke bedrijven er in de index zaten.

Dat leidde met enige regelmaat tot ‘gedoe’: bedrijven waar PFZW een kleine positie in had via de index kwamen negatief in het nieuws vanwege bijvoorbeeld hun duurzaamheidsbeleid. „Er ontstond soms ophef over bedrijven waar we een heel klein belang in hadden, waar we ons niet eens bewust van waren. Onze enige uitleg was dan dat we aandelen van het bedrijf hadden omdat het in de index zat. Daar wilden we vanaf.”

Insluiten, niet uitsluiten

Nu is dat anders, vertelt Ferket: „We leggen al onze beleggingen langs onze beleggingsdoelstellingen. Die vormen een mix van rendements-, risico- en duurzaamheidseisen. We hebben gekeken hoeveel bedrijven je nodig hebt om op een goede manier het rendement van de grote index te kunnen blijven spiegelen en kwamen erachter dat dit ook met tussen de vijfhonderd en duizend bedrijven kon. Let wel, dat zijn niet alleen maar duurzame bedrijven.”

In plaats van uitsluiten van bedrijven die het niet goed deden, is PFZW nu overgestapt op een beleid van insluiten. „We kiezen waarin we wél willen beleggen. Dat is een totale omkering van wat het was.”

 Aandelen vormen nu 21 procent van het totale belegd vermogen van bijna 250 miljard euro van het pensioenfonds. Nog eens 8,5 procent (ruim 21 miljard) zit in private-equityfondsen. Een kwart (63 miljard) zit in staatsobligaties en vastgoed is met 30 miljard de derde grote beleggingscategorie.

Bij zijn aandelenportefeuille, waarvan alle beleggingen moeten voldoen aan de minimumduurzaamheideisen van het fonds, belegt PFZW nu in drie categorieën bedrijven: ongeveer 270 bedrijven zijn goed voor mens, natuur en maatschappij en sluiten aan bij de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. De grootste groep van 400 bedrijven kwalificeert het pensioenfonds als ‘neutraal’ qua duurzaamheid. Daarin wordt vooral belegd om het rendementsrisicoprofiel van de hele portefeuille op niveau te krijgen. En in ongeveer tachtig bedrijven ziet PFZW nog een duidelijk ‘verbeterperspectief’.

Met deze laatste categorie bedrijven wil PFZW als aandeelhouder actief het gesprek aangaan om daadwerkelijk verbeteringen op het gebied van duurzaamheid en andere doelen af te dwingen. Daar zitten bijvoorbeeld ook bedrijven bij  in de fossiele industrie. Ferket: „Daarin kunnen we beleggen als zij aangeven dat ze echt meewerken aan de energietransitie en daar ook echt investeringen in doen.”

Afscheid van Blackrock

Met het opschonen van de portefeuille en het opbouwen van de nieuwe lijst beleggingen, verdween ook de vaste vermogensbeheerder BlackRock van het toneel. Pensioenfondsen beleggen via vermogensbeheerders, aan wie ze mandaten verstrekken. Voor de nieuwe beleggingsstrategie zijn in 2024 nieuwe mandaten verleend en nieuwe beheerders aangetrokken.

PFZW merkte dat met name de gesprekken over duurzaamheid moeilijk werden met een aantal Amerikaanse partijen, die daarin terughoudend zijn geworden door druk vanuit de klimaatvijandige regering-Trump. Ook zag PZFW dat die vermogensbeheerders op aandeelhoudersvergaderingen veel terughoudender waren om voor duurzaamheidsresoluties te stemmen. PZFW, dat zelf zijn stem uitbrengt op die vergaderingen, wil liefst één lijn trekken met zijn eigen vermogensbeheerders en niet verschillend stemmen. „Anders wordt het wel heel ingewikkeld”, zegt Sander van Stijn, die voor PGGM de beleggingsmandaten heeft vastgesteld. Blackrock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, viel onder meer daarom af.

PFZW maakt nu gebruik van zeven kleinere vermogensbeheerders die het pensioengeld beleggen. Daaronder bevindt zich het Nederlandse Robeco, maar ook het Britse Schröders, de vermogenstak van de Zwitserse bank UBS en de Amerikaanse vermogensbeheerders Man Numeric en Lazard. Van Stijn: „Zij zijn enthousiast over ons mandaat, juist omdat ze ons innovatief vinden met de verdere integratie van duurzaamheid in het beleggingsbeleid. Zij verwachten, ondanks Trump, dat dit in de toekomst belangrijker wordt. Zij hebben dan een voorsprong opgebouwd met ons, en PGGM is een grote naam in de vermogensbeheerwereld.”

Beheerskosten

Dat enthousiasme van de zeven uitverkoren vermogensbeheerders vertaalde zich ook in de kosten die zij PFZW rekenen. „Daardoor zijn we binnen ons budget gebleven”, zegt Van Stijn. Want Ferket en Van Stijn erkennen dat actief beleggen duurder is dan het oude indexbeleggen. De kosten die de vermogensbeheerders aan PFZW in rekening brengen voor  het beheren van de portefeuilles liggen in de nieuwe situatie dan ook iets hoger dan voorheen.

Eerder dit jaar maakte pensioenfonds ABP bekend ook een grote schoonmaak te hebben doorgevoerd in de aandelenportefeuille. Het ambtenarenpensioenfonds kromp van ruim 2.000 bedrijven waarin belegd werd naar 1.100 bedrijven. Opmerkelijk genoeg koos ABP ervoor om dat wel via indexbeleggen te blijven doen: het ABP liet een op maat gemaakte index bouwen. De reden: indexbeleggen is goedkoper dan zelf actief beleggen.

Ferket: „Lage kosten voor het beheer van onze portefeuilles is ook ons uitgangspunt. We wijken daar alleen van af als we ervan overtuigd zijn dat dat goed is voor het fonds. Die afweging hebben we hier dus bewust gemaakt.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next