Home

Inez Weski zat vast in atoombunker in Kamp Zeist. ‘Locatie voldeed niet’

De voormalig directeur van de ‘geheime gevangenis’ waar ex-advocaat Inez Weski zat gedetineerd, moest dinsdag in haar zaak getuigen. Hij erkent dat haar detentie ‘niet helemaal’ wettig was.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

Ze zou komen. Ze is er niet. Voormalig advocaat Inez Weski, die wordt verdacht van het doorgeven van informatie tussen haar voormalige cliënt Ridouan T. en zijn criminele organisatie, verschijnt dinsdagochtend niet in zittingszaal 35 van de rechtbank in Rotterdam. Daar wordt een getuige gehoord over Weski’s detentie in 2023. Nadat de rechtbank maandagavond heeft geoordeeld dat dit getuigenverhoor niet achter gesloten deuren zou plaatsvinden, besloot Weski niet te komen. ‘Wij betreuren dat zeer’, zegt raadsvrouw Carry Knoops, die aan het eind van de zitting een verklaring van Weski zelf voorleest.

Zat Weski, zoals ze schrijft in haar boek Het geluid van de stilte, na haar arrestatie in 2023, negen dagen gevangen op een onwettige, geheime locatie in een ondergrondse bunker met falende deur- en intercomtechniek, waardoor ze geen toegang had tot medicijnen en ‘op de rand van een coma’ raakte?

Hierover moet de toenmalig directeur van die ‘geheime locatie’, een gebouw op Kamp Zeist, vragen komen beantwoorden. Hij wil niet dat zijn naam in de media verschijnt, waarna de rechter de aanwezige journalisten verzoekt zijn naam ‘prudent’ te behandelen.

Recht van gedetineerden

Al snel blijkt: ja, Weski’s detentielocatie werd geheim gehouden. Niet alleen voor de buitenwereld, maar ook voor haarzelf en voor de commissie van Toezicht. De klachten die Weski opschreef en meegaf aan bewakers, hebben de toezichtcommissie doelbewust nooit bereikt. De klachtprocedure is een recht van gedetineerden, maar deze oud-directeur zegt herhaaldelijk dat ‘van hogerhand’ was besloten dat Weski’s verblijfplaats ‘wegens ernstige dreiging van buiten’ niet bekend mocht worden, en dat informatie vanwege die dreiging niet aan de klachtcommissie mocht worden doorgegeven.

‘Ik kan me voorstellen’, zegt de getuige na een urenlange ondervraging door Weski’s raadsman Geert-Jan Knoops, ‘dat het wat met je doet als je niet weet waar je bent. Het is niet goed als je nergens met je klachten terechtkunt. Het is ook niet goed als je niet weet waar je zit.’

Maar andere aantijgingen van Weski ontkent hij ‘ten stelligste’. Zo zat zij volgens hem niet in een ondergrondse bunker, maar ‘gewoon op de begane grond met een raam in haar cel’. Het was geen isolatiecel en er was ook geen cameratoezicht.

Weski’s cel

De voormalig gevangenisdirecteur beschrijft dat Weski’s cel bestond uit twee aparte ruimtes met een bed, een toilet, een douche, een bureau met stoel en een ‘zitje’ met boeken en tijdschriften, een hometrainer, een keuken met kookfaciliteiten, ruimte om kleding te wassen en een luchtplaats van ‘naar schatting’ 20 bij 15 meter. Weski zat in dat gebouw alleen, zonder andere gedetineerden.

Wel was er ‘één keer’ een storing met de techniek van de intercom, maar daarna ‘kreeg mevrouw Weski meteen een bel waarmee ze het personeel kon bereiken’. Ook haperde de techniek van de deur van de binnenplaats naar haar cel ‘één keer’. Dat kon worden opgelost met een sleutel, maar ter plekke is besloten om tijdelijk een stoel tussen de deur te plaatsen, aldus de toenmalige directeur.

Er waren grote zorgen over Weski’s gezondheid, bevestigt hij. ‘Maar zoals iedere gedetineerde is zij zelf verantwoordelijk voor de toediening van haar medicatie.’ Volgens hem lagen de insuline voor Weski’s suikerziekte en de spray in verband met haar hartfalen, ‘op zo’n vier, vijf meter van haar celdeur in een kast’. Die kast was volgens de getuige altijd bereikbaar voor het personeel, ‘en het personeel was altijd bereikbaar voor mevrouw Weski’.

Bloedsuikerwaarden

Toen haar bloedsuikerwaarden eens extreem hoog waren, is dat ‘adequaat door een verpleegkundige opgelost’, stelt de getuige. En dat Weski tegen het personeel zei dat ze ‘wilde blijven leven voor haar familie’, ziet hij niet als een suïcidale uitlating, maar ‘juist het tegenovergestelde’. Wel ‘kan het er inderdaad op duiden dat het niet goed met iemand gaat’. Om die reden is toen het broodmes en bestek bij Weski weggehaald.

De oud-gevangenisdirecteur herhaalt talloze keren dat hij niet gaat over medisch-inhoudelijke zaken en daar dus ook niets over kan verklaren, maar slechts ‘moet zorgen voor het faciliteren daarvan’.

Dan wijst Knoops hem op een kritisch rapport over deze detentielocatie van de Inspectie. Vindt u zelf, vraagt de advocaat, ‘dat die locatie voldoet aan de beginselen van het penitentiair recht?’

‘Op een paar onderdelen voldeed die locatie niet’, erkent de getuige, ‘omdat de commissie van Toezicht niet mocht worden geïnformeerd, omdat je niet tegen iemand zegt waar die is en er geen huisregels waren. Maar als van hogerhand een besluit wordt genomen, voeren wij dat uit.’

Lichamelijke schade

Aan het eind van de zittingsdag zegt advocaat Knoops, ijzig kalm, dat ‘de verklaringen die we vandaag hebben gehoord, haaks staan op wat wij horen van mevrouw Weski’. Hij verzoekt de rechtbank zelf op die detentielocatie te gaan kijken en wil nog vier getuigen horen, onder wie de toenmalige baas van de getuige. Omdat, zo stelt de advocaat, Weski door verkeerd medicatiegebruik tijdens haar detentie, ‘aantoonbaar blijvende schade’ heeft opgelopen aan haar hart en ogen.

Raadsvrouw Carry Knoops heeft, ten slotte, Ze leest een ‘cri de coeur’ voor van Weski zelf: ‘Zoek op internet naar de atoombunker op Kamp Zeist waar het Lockerbie-proces plaatsvond. In dat ding zat ik onder de grond.’ Op basis van mediaberichten constateert Weski dat deze getuige ‘een vals beeld’ schept. Zij noemt hem ‘een leidinggevende die de indruk wenst te wekken zelf in feite bijna niets te hebben geweten en bijna niets te hebben besloten, als een pion op andermans schaakbord.’ En dat is volgens haar allemaal niet waar.

Source: Volkskrant

Previous

Next