Home

Hoe Fabian Holland als enige Nederlander terechtkwam bij het beste rugbyteam van de wereld

Op zijn 16de vertrok de Nederlandse rugbyspeler Fabian Holland (22) in zijn eentje naar Nieuw-Zeeland om daar zijn droom te verwezenlijken: spelen voor de illustere All Blacks. Zes jaar later heeft hij zijn doel bereikt. ‘Maar voor mij stopt het hier niet.’

schrijft voor de Volkskrant over Amerikaanse sporten.

Eind juni kwam het telefoontje waar Fabian Holland (22) ruim driekwart van zijn leven naartoe had gewerkt. Hij was thuis in het Nieuw-Zeelandse Dunedin, waar hij speelt voor zijn club Highlanders. Zijn moeder was op bezoek uit Nederland. Zijn jongere broertje, ook een rugbyspeler en woonachtig in Dunedin, was bij hem, evenals het gastgezin dat zich aan de andere kant van de wereld over hem had ontfermd toen hij nog een tiener was.

Scott Robertson hing aan de lijn. Wat de bondscoach van de nationale ploeg van Nieuw-Zeeland, beter bekend als de All Blacks, hem precies vertelde, kan Holland zich niet meer herinneren. Ja, hij was geselecteerd voor een reeks interlands met Frankrijk, zoveel was duidelijk, maar wat er daarna werd gezegd, had hij niet meer meegekregen. ‘Ik had een soort black-out’, blikt hij terug in een videogesprek. ‘Maar het was een speciaal moment.’

Holland kon worden geselecteerd omdat hij minimaal vijf jaar in Nieuw-Zeeland woont. Op zaterdag 5 juli maakte hij zijn interlanddebuut tegen Frankrijk, voor 23 duizend toeschouwers in zijn eigen stadion in Dunedin. ‘Het was daadwerkelijk een droom’, zegt hij. Zijn ouders en broertje zaten op de tribune. Alleen zijn zusje Franka, international voor het Nederlands vrouwenteam, kon er niet bij zijn. Ze speelde twee interlands in Brazilië.

‘The next big thing’

De All Blacks wonnen en debutant Holland maakte indruk. In nabeschouwingen op de Nieuw-Zeelandse televisie werd hij ‘the next big thing’ genoemd. Een blijvertje. Als ‘lock’ van 2,04 meter lang, een spierbonk met kracht én souplesse, kan hij zich in meerdere facetten van het spel laten gelden. Inmiddels heeft hij vijf interlands achter zijn naam staan.

Holland spreekt vanuit Argentinië, waar de All Blacks in augustus twee uitwedstrijden speelden in het kader van de Rugby Championship, een prestigieus toernooi tussen de beste vier landen van het zuidelijk halfrond. Zaterdag wacht de volgende partij, thuis tegen wereldkampioen Zuid-Afrika.

De Nieuw-Zeelandse ploeg is de bekendste uit het internationale rugby. Een illuster gezelschap dat driemaal wereldkampioen werd. Het zwarte shirt is iconisch, over de All Blacks wordt soms bijna in mythische bewoordingen gesproken.

Ja, zijn debuut is een mijlpaal, zegt Holland, maar tegelijk blijft hij taakbewust. ‘Ik heb nog genoeg stappen te zetten en probeer elke week een stukje beter te worden.’

Het zou zijn motto kunnen zijn: stap voor stap. Zo heeft hij het altijd gedaan. Zorgvuldig bouwde hij zijn carrière op. Holland leerde het van zijn ouders, die allebei op hoog niveau basketbalden. ‘Zij spoorden me aan om doelen te stellen en lieten me zien hoe je die stapsgewijs kan bereiken. Wat is de volgende horde? Hoe kan ik mijn spel verbeteren?’

Tegelijk durfde Holland groot te dromen.

Vrienden voor het leven

Op zijn 5de meldde hij zich bij de Castricum Rugby Club, de eredivisionist in de buurt van zijn woonplaats. ‘Ik was een sportieve kid’, zegt Holland, die soms even moet zoeken naar de juiste Nederlandse woorden. Hij speelde voetbal, deed ook aan judo, maar het was niet genoeg. ‘Ik had wat tijd over en wilde nog een andere fysieke sport vinden. Dat werd rugby. Ik voelde me er meteen in thuis. Ik vond het spelletje zó mooi dat ik verliefd raakte. Vanaf het moment dat ik het veld opstapte, had ik vrienden voor het leven.’

Niet veel later zag hij de All Blacks voor het eerst spelen. In 2008, op de BBC. Een wedstrijd tegen Wales. Holland raakte betoverd. ‘Ik zag meteen dat het een speciaal team was’, zegt hij. ‘Het aura dat om die mannen heen hing, dat voelde je door het scherm heen. Het fascineerde me. Ik denk dat ik de nummer één fan was in Nederland. Ik kende alle namen, alle teams waar ze speelden.’ Met een aantal van hen deelt hij nu een kleedkamer bij de All Blacks. ‘Ja, dat is wel grappig.’

De kantine van zijn oude club in Castricum zat begin juli vol toen Holland tegen Frankrijk debuteerde voor de Nieuw-Zeelandse ploeg. Het was 9 uur in de ochtend, iedereen wilde zien hoe hij het zou doen. Holland stelde niet teleur. De nieuwkomer begon tot nu toe altijd in de startopstelling, tussen de krachtpatsers in de tweede rij van de scrum.

‘Hij was een jongen die heel hard werkte en goed wist wat hij wilde’, zegt oud-international Wiet van Duin, een van zijn coaches bij Castricum. ‘Dat is altijd zijn kracht geweest.’ Bij een speciale rugbyacademie trainde Holland ook buiten de club om met Van Duin. Hij ging naar een school voor sporttalenten. ‘In het begin stak hij nog niet eens echt boven de rest uit’, zegt Van Duin, ‘maar omdat hij zo toegewijd was, ontwikkelde hij zich enorm hard.’

Vastberaden

Geregeld sprak Holland uit dat hij de All Blacks wilde halen. ‘Ik wist al vroeg dat ik er alles aan zou gaan doen om mezelf de kans te geven om op dat niveau te spelen.’ Soms werd er lacherig op zijn ambities gereageerd. Ze zouden niet te verwezenlijken zijn. Niet realistisch. Het kon Holland weinig schelen. ‘Ik was vastberaden.’

Thuis voor de spiegel oefende hij alvast de haka, de bekende rituele dans uit de Maori-cultuur die de All Blacks voorafgaand aan elke wedstrijd uitvoeren. De repetities kwamen hem van pas toen hij onlangs zijn debuut maakte. ‘Ik heb hem van tevoren wel nog even moeten bijspijkeren in de badkamer’, bekent Holland.

In 2014 zag hij de All Blacks voor het eerst in levende lijve. De Nieuw-Zeelandse ploeg uit het rugby sevens – een snellere variant met minder spelers – kwam voor een trainingskamp naar Castricum. ‘Ik denk dat ze er een halve week waren’, zegt Holland, ‘en ik ben bij elke training gaan kijken. Ik zag hun toewijding aan het spelletje. Dat gooide enorm veel benzine op dat vlammetje dat al in mijn brandde.’

Vijf jaar later vertrok Holland naar Nieuw-Zeeland.

Hij woont er in het zuidelijke Dunedin, dicht bij het strand. Zijn broertje Quinten (19) woont bij hem in de buurt. Hij deelt de droom van zijn grote broer. ‘Hij traint enorm hard en is goed bezig’, oordeelt Fabian Holland. Bij zijn club Highlanders is de kersverse international een van de uitblinkers. Hij speelt in het Super Rugby, een competitie tussen de beste clubs uit voornamelijk Nieuw-Zeeland en Australië.

Verhuizing

‘Het was geen moeilijke beslissing’, zegt Holland over zijn verhuizing naar Nieuw-Zeeland in 2019. Hij was 16 jaar oud maar wist goed wat hij wilde. Zijn ouders stonden achter zijn plannen. ‘Als ze het al lastig vonden, hebben ze dat nooit echt laten merken. We praten er weleens over met papa en mama: hoe mooi is het dat zij hun kinderen de mogelijkheid hebben gegeven om hun dromen na te jagen. Ik heb deze mooie belevenis te danken aan mijn ouders. Mijn broertje en zusje ook.’

Natuurlijk, hij kreeg het nodige voor de kiezen, als tiener in een ver en vreemd land. Vooral de coronapandemie, waardoor hij zijn familie bijna drie jaar niet kon zien, viel hem zwaar. ‘Dat soort dingen stelt je op de proef.’

Toch voelde hij zich redelijk snel thuis. Het hielp dat iedereen, net als hij, gek was van rugby, maar ook de cultuur sprak hem aan. In Nederland raakte Holland in zijn jeugd bevriend met wat Nieuw-Zeelanders. Ze leerden hem over de Maori-cultuur. ‘Ik vind het mooi hoeveel respect die mensen hebben voor hun verleden, hun voorouders en elkaar’, zegt Holland. ‘Daar kunnen we in de Westerse wereld nog wel wat van leren.’

Holland vertrok uit Castricum als een ‘lange slungel’, zag Van Duin. ‘Die spieren heeft hij echt daar ontwikkeld.’ In Nieuw-Zeeland werd Holland opgeleid aan de Christchurch Boys’ School, een middelbare school waar meerdere internationals vandaan komen. Zijn idool Brodie Retallick, bijvoorbeeld. Holland wordt inmiddels met hem vergeleken.

Het was aanvankelijk de bedoeling dat hij slechts een half jaar zou blijven, om te proeven van de Nieuw-Zeelandse rugbycultuur, maar Holland was zo getalenteerd dat hij niet meer terugkeerde. In 2021 tekende hij een profcontract bij Otago, een club uit de Nieuw-Zeelandse competitie. In hetzelfde jaar maakte hij zijn debuut voor de nationale U20-ploeg.

Het hoogst haalbare

Nu behoort hij tot de hoofdmacht. Spelen voor de drievoudig wereldkampioen is voor een rugbyspeler het hoogst haalbare, weet Tim Visser, die zelf als Nederlander jarenlang voor de Schotse ploeg speelde. Visser debuteerde in 2012 en was daarmee de eerste Nederlandse prof die op hoog niveau interlandrugby speelde.

‘De All Blacks zijn het beste rugbyteam ooit’, aldus Visser. ‘Het is zelfs verreweg de succesvolste sportploeg aller tijden, met een ongekend winstpercentage. Je kan er niks mee vergelijken. Ze hebben altijd alleen maar eerste gestaan op de wereldranglijst. Nu toevallig even tweede, achter Zuid-Afrika, maar dat is het laagste dat ze ooit hebben gestaan.’

Wat Visser wil zeggen: ‘Het is ontzettend moeilijk om in dat team te komen.’ Dat Holland het is gelukt, noemt hij uniek. ‘Wat ik heb gedaan was toen al ongehoord. Maar wat Fabian nu heeft bewerkstelligd? Ik moet eerlijk zeggen dat mijn prestatie daar bijna bij in het niet valt.’

Voor Holland zelf kwam zijn selectie enigszins uit de lucht vallen. ‘Holy hecker’, reageert hij in het filmpje dat zijn familie maakte van het moment dat hij wordt gebeld. ‘Ik weet dat ik een goed seizoen had gedraaid en dat er over me werd gepraat’, zegt hij nu, ‘maar alsnog vond ik het verrassend. Ik was gewoon aan het trainen en hield er geen rekening mee.’

Een kleine twee maanden na zijn debuut lijkt hij al bijna niet meer weg te denken uit de ploeg. ‘Dit is een verhaal als uit een film, toch?’, zei bondscoach Robertson nadat hij Holland had opgeroepen. ‘Het is bijzonder hoe hij als kind heel doelbewust besloot om voor een ander land te spelen, in de sport waar hij van houdt.’

Een buitenstaander heeft Holland zich nooit gevoeld in Nieuw-Zeeland, ook niet als Nederlander in de nationale ploeg. ‘Ik ben eigenlijk altijd omarmd’, zegt hij. ‘Ik denk omdat ik goede intenties heb en altijd enorm veel respect voor de cultuur heb gehad. Dit land is echt een thuis geworden, en ik vind het een enorme eer om dat op het veld te mogen vertegenwoordigen.’

Sowieso een superster

Volgens Visser staat Holland een bijzondere toekomst te wachten. ‘Wie voor de All Blacks speelt, is sowieso een superster’, zegt hij, ‘maar hij wordt op zijn positie nu al vergeleken met de beste spelers uit de historie van de All Blacks.’

‘Hij is heel groot, zwaar en sterk, maar tegelijk bijzonder atletisch’, zegt Visser. ‘Als je hem ziet rennen, ziet hij er niet uit als een echte voorwaartse. Dat zijn vaak logge jongens die niet erg dynamisch zijn. Hij is dat wel. Hij heeft een goed balgevoel en omdat hij makkelijk van de grond komt, is hij ook een goede optie bij de lineouts’, de spelsituaties waarbij de bal aan de zijlijn in het veld wordt gebracht. ‘Dat is een cruciaal onderdeel van het spel.’ Bij zijn debuut tegen Frankrijk liet Holland zich daarin meteen zien.

Nu hij de All Blacks heeft gehaald, is het tijd voor nieuwe doelen. Zoals vroeger zal hij ze stap voor stap afvinken. ‘Ik heb altijd meer over het spelletje willen leren’, zegt hij. ‘Daar ben ik nog niet klaar mee. Als ik niets meer te leren heb, moet ik misschien wat anders gaan doen. Maar ik geniet nog steeds van het proces. Van hard werken en beter worden.’

Dankbaar voor de kans

Hij is er nog lang niet, vindt Holland, hoeveel lof hij door de kenners ook over zich krijgt uitgestrooid. ‘Ik ben dankbaar voor deze kans, maar ik heb nog een lange weg te gaan. Voor mij stopt het hier niet. Dit is niet mijn einddoel. Ik heb nog een heleboel dingen die ik wil bereiken.’

Holland wil een legacy achterlaten in het zwarte shirt, benadrukt hij meerdere keren. Een nalatenschap waar volgende generaties nog over zullen spreken. Maar concrete doelen wil hij niet uitspreken. ‘Die houd ik dicht bij mijn hart.’ Over eventuele deelname aan het WK van 2027 in Australië wil hij het dus niet hebben. ‘Ik heb grote ambities, maar tegelijk wil ik niet te veel vooruitkijken’, zegt Holland. Het zou het proces verstoren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next