Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
De weg slingert en loopt langs steile heuvels vol bomen en varens. We komen langs een oude, vervallen boerderij met een schitterend uitzicht over een weelderig groene vallei. Het is het soort boerderij waarbij je fantasieën krijgt over kopen, opknappen en een nieuw leven beginnen. En vervolgens doorrijdt, opgelucht omdat je geen klusser bent en weet dat je bij de eerste de beste tegenslag huilend terug naar Nederland rijdt.
Maar we stoppen hier, omdat dit de nieuwe woning is van vrienden. ‘Het dak zit er net op’, zegt de heer des huizes en hij wijst naar een pannendak dat geheel in stijl is met de rest van de woning. Ik denk: Jezus, er zat geen dak op? Er zit ook een nieuwe vloer in, van spaanplaat. Via een onstabiele wenteltrap dalen we af naar de benedenverdieping, waar een door houtworm aangevreten draagbalk het plafond omhoog houdt. ‘Gaat dit wel houden?’, vraag ik ongerust. ‘Vast wel. We gaan het zien.’
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vroeger stond hier, op de benedenverdieping, het vee. Over de lengte van de hobbelige stenen vloer loopt een geul, die door de gevel naar buiten gaat. ‘Om de koeienstront af te voeren’, zegt de gastheer. Hij wijst naar buiten. ‘Vandaar dat we daar nu zo’n fijne moestuin hebben.’
Het is inderdaad een fijne moestuin, met tomaten, boerenkool en snijbiet. Machtige bergen omsluiten het enorme terrein, het voelt veilig en toch ook woest. Een oude vijgenboom werpt een grote schaduw. Er staan talloze kastanjes, halfwilde paarden draven speels en overal staan picknicktafels waar je op verschillende momenten van de dag optimaal in de zon, dan wel in de schaduw een boek kunt lezen. Het is doodstil, op het schrapen van een bulldozer na. Die is bezig een parkeerplaats te maken.
‘Zou dit niet ook iets voor jullie zijn?’, vragen ze ons. ‘Voor mij wel hoor’, zegt mijn vrouw, waaruit blijkt dat een van ons over meer zelfkennis beschikt dan de ander. Ik schud mijn hoofd. ‘Waarom niet?’ Het antwoord dient zich vrijwel gelijk aan. Terwijl we nog rondgeleid worden over het terrein raakt de bulldozer een waterleiding. ‘Ik moet even naar de winkel in het dorp’, zegt onze gastheer zonder enige spoortje van wanhoop in zijn stem, ‘ben zo terug.’ Hij loopt naar de auto. Dit is precies hoe ik zou reageren, alleen zou ik nooit meer terugkomen.
Een paar uur later zitten we aan een picknicktafel met manchego, chorizo, sardientjes en brood. De tafel wiebelt een beetje omdat niet alle bouten goed vast zitten. Ik krijg een bahco aangereikt en draai de bout aan mijn kant van de tafel stevig vast. ‘Zie je’, zegt de gastheer, ‘je kunt het heus wel.’
En dit, beste mensen, is dus precies hoe ze je erin proberen te luizen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant