Home

Na een avond motten spotten zijn nachtvlinders ‘nooit meer hetzelfde’

Biologie Zijn nachtvlinders „bruin en een beetje lelijk”? Tijdens een telling in Utrecht wordt duidelijk hoe groot de variëteit is.

De toeschouwers kijken met ingehouden adem naar wat zich op het tafelblad afspeelt. Het is bijna tien uur en al donker in de Botanische Tuinen van Utrecht. Bij een zwakke lichtslinger staat een tiental mensen rondom een houten picknicktafel. Tussen de stapel informatie-flyers staan een gasflesje met CO2, een microscoop en een leeg plastic doosje. Achter het oculair zit Noa Snooij (21), de blik strak gericht op een verdoofd dier. „Ik ben benieuwd of hij daar hoofdpijn van krijgt”, merkt een toeschouwer verontrust op. „Nee, hij is gewoon even een beetje high”, antwoordt een ander glimlachend.

Ze hebben het over de zwarte-c-uil (Xestia c-nigrum) – de eerste vangst van de nachtvlindertelling in Utrecht. De nachtvlindersoort ontleent zijn naam aan de zwarte C langs de voorrand van de vleugels, leren we van biologiestudent Noa.

Vrijdag 22 augustus was uitgeroepen tot nationale nachtvlindernacht, een aanleiding voor hobbyisten, onderzoekers en geïnteresseerden om op verschillende plekken in Nederland nachtvlinders op te zoeken – zo ook in de Botanische Tuinen in Utrecht.

De eerste deelnemers verzamelen zich al twintig minuten voor het begin bij de ingang en bespreken voorzichtig wat hen te wachten staat. Zeker niet iedereen van de circa veertig bezoekers heeft ooit eerder een nachtvlinder gevangen of geïdentificeerd – dat gaat vanavond veranderen.

Met een beetje CO2 wordt een nachtvlinder kortstondig verdoofd, zodat het dier beter is te bestuderen.

De groep wordt begroet van Kevin Wirken (21). Hij is één van de biologiestudenten die de nachtvlindertelling hier organiseren en maakt er geen geheim van dat hij dol is op de dieren. „Nachtvlinders zijn echt prachtige dieren”, benadrukt hij op de weg door de botanische tuin. „Veel mensen denken dat motten bruin en een beetje lelijk zijn. Maar er bestaan ontzettend veel verschillende soorten, kleuren en vormen.”

Het verschil tussen motten en nachtvlinders? „Motten zijn nachtvlinders. Het zijn gewoon twee woorden voor hetzelfde beestje”, zegt Kevin.

Hij en zijn medestudent in de bachelor biologie, Noa, zoeken hier niet voor het eerst naar vlinders. Samen met hun begeleider onderzoeken ze wanneer welke vlinders voorkomen. Vliegen grotere vlinders vroeger of later? En speelt bijvoorbeeld de aanwezigheid van predatoren een rol daarin, zoals vleermuizen? Meer daarover zal Noa later die avond vertellen, belooft Kevin.

Schuilen in eierdozen

Als er twee zachte lichtpunten opdoemen in de schemering van het park, buigt Kevin van het pad af en leidt hij de opgetogen groep naar een stukje gras naast het water. Hij blijft bij de eerste lichtbron staan. In die zelfgebouwde val, een houten kast met twee openingen en een lamp ertussen, kunnen de vlinders naar binnen vliegen maar niet meer ontsnappen. Eierdozen bieden schuilplekken, terwijl kleine plexiglas ramen het observeren mogelijk maken.

Wie verwachtte met een net door het park te rennen om de insecten te vangen, is nu opgelucht – of juist teleurgesteld. Het licht doet al het werk, legt Kevin uit. Waarom nachtvlinders door licht worden aangetrokken, is nog niet volledig bekend. Onderzoekers vermoeden dat de dieren normaal de maan en sterren als navigatie gebruiken, en dat kunstlicht dat systeem verstoort. „Ze raken door het licht van de lamp gedesoriënteerd, waardoor ze eromheen cirkelen en uiteindelijk in de val terechtkomen”, legt Kevin uit.

Zijn uitleg wordt onderbroken door een opgewonden uitroep: „Oeh, we hebben er één!” Iedereen verzamelt zich gespannen rond de val om een glimp van de vlinder op te vangen. Het gaat om een niet-zeldzame soort, constateert iemand in de eerste rij na een blik op zijn telefoon.

Stuk voor stuk halen de deelnemers hun telefoons tevoorschijn voor de eerste identificatie via de app ObsIdentify. Daarmee kunnen ze een foto van het insect maken; de app geeft de soortnaam en de waarschijnlijkheid dat de identificatie klopt. De meer ervaren deelnemers staan vooraan en maken foto’s, terwijl de rest met fascinatie hun werk volgt. „Bij een 100 procent waarschijnlijkheid gaan we ervan uit dat het klopt. Bij 80 kijken we nog even in het boek”, legt Kevin uit en wijst naar het tweede lichtpunt in het stukje park.

Met de app ObsIdentify zijn de nachtvlidners – en andere dieren en platen – te identificeren.

Opgespannen bedlaken

Daar staat de picknicktafel, waarop naast de lichtslinger een vlinderidentificatieboek ligt. Opvallend is het witte, verticaal opgespannen bedlaken naast de tafel. Daarvoor staat een felle gloeilamp, waarvan het licht op het laken weerkaatst. Voor het laken wacht Noa Snooij glimlachend op de groep vlinderliefhebbers.

Noa is degene die de grootte van de vlinders op verschillende tijdstippen in de nacht onderzoekt. Wijzend naar het laken vertelt ze dat ze precies deze opstelling in een natuurgebied heeft gebruikt voor haar onderzoek. Net als in de val worden de nachtvlinders door licht aangetrokken, maar hier worden ze niet gevangen; ze rusten een tijdje op het witte doek, waardoor ze makkelijk te identificeren zijn.

„We hebben tien weken lang twee keer per week motten gevangen, van ’s avonds negen uur tot ’s ochtends vijf uur”, vertelt ze. „Toen kwamen we erachter dat over het algemeen de massa van de motten en de lengte van de vleugels groter is als ze later in de nacht vliegen.” Waarom dat zo is, weten de studenten nog niet precies, maar waarschijnlijk is het een evolutionaire aanpassing: grotere nachtvlinders vliegen later in de nacht om predatoren te vermijden, zoals vleermuizen, die juist eerder actief zijn.

Na ongeveer een uurtje vlinders fotograferen, identificeren en luisteren naar de verhalen van ervaren vlinderaars, wordt de eerste vlinder in een klein plastic potje gevangen. Noa neemt hem mee naar de tafel. Voorzichtig opent ze het dekseltje een klein stukje en voert een slangetje in het potje, dat aan de andere kant is verbonden met CO2. Zodra de CO2 in het potje stroomt, beweegt de vlinder niet meer en kan hij rustig onder de microscoop worden bekeken.

Bezorgde toeschouwers

„Ze zijn er ongeveer een minuutje door verdoofd en daarna hebben ze er helemaal geen last meer van”, stelt Kevin de bezorgd kijkende toeschouwers gerust. Hij heeft gelijk: na korte tijd vliegt de vlinder weg alsof er niets is gebeurd. De show is voorbij en de groep verspreidt zich weer naar het doek en de val.

„Hij lijkt heel erg op die meelmot in de keuken”, zegt een man die een blik werpt in de val. „Klopt”, antwoordt Kevin. „Maar deze zijn een beetje groen-zwart gevlekt, dus je ziet dat het de brandnetelbladroller is.” De identificatie bij de vlinderval wordt plotseling onderbroken door een ziiisss-geluid: waterdruppels vallen op de warme lamp van de val. Het begint te regenen.

Naast harde wind is neerslag het worstcasescenario voor vlinderenthousiasten. „Als vlinders door zo’n regendruppel geraakt worden, worden hun vleugels te zwaar. Dat is eigenlijk een doodvonnis”, zegt Noa. De dieren proberen dit uiteraard te vermijden, waardoor ze niet meer vliegen. Gelukkig blijft het deze avond bij een beetje motregen.

Bij het laken worden veelvoorkomende soorten geïdentificeerd, zoals de koperuil (Diachrysia chrysitis), met zijn mooie groen glinsterende vlekken op de vleugels. Een man uit Friesland laat trots zien dat hij ook enkele minder vaak voorkomende soorten heeft gevonden: de zuidelijke stofuil (Hoplodrina ambigua) en de bruine sikkeluil (Laspeyria flexula).

Tegelijkertijd heerst er opwinding bij de val. Bijna tien telefoons met camera’s zijn gericht op één vlinder. „Ik heb 80 procent blauwooggrasmot!” roept een man, terwijl hij op ObsIdentify kijkt. „Ja, ik denk zeker dat het een grasmot is”, bevestigt Kevin. „Maar kan je het blauwe oog zien?” vraagt een ander. De vlinder is te klein en beweegt te veel, dus wordt hij in een potje gevangen en naar Noa en de microscoop gebracht.

Als de vlindertelling ten einde loopt, bedankt een deelnemer Noa en Kevin: „Motten zijn voor mij nooit meer hetzelfde.”

Tevreden kijken de studenten de laatste bezoekers na. „Ik schrok eerst toen de eerste paar druppels vielen, maar gelukkig ging alles goed”, zegt Kevin. Kort na elf uur gaan de lampen uit. Stil glijden de nachtvlinders van het laken, de val wordt geopend en één voor één vinden ook de laatste exemplaren hun weg terug de nacht in.

Nachtvlinders die zijn geland op een verlicht laken zijn goed te bestuderen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next