Home

Godefroot was de man die Eddy Merckx van nóg meer zeges afhield en in epojaren leiding gaf aan ploeg met kampioenen

Walter Godefroot (1943-2025) Maandag overleed de Belg Walter Godefroot, in de jaren 60 en 70 een rivaal van Eddy Merckx. Hij stond ook jarenlang aan het hoofd van de Duitse ploeg Telekom, waar systematisch doping werd gebruikt.

Walter Godefroot soleert naar de zege in Parijs-Roubaix (1969).

Je moet al een buitengewone wielrenner zijn geweest als je naast Luik-Bastenaken-Luik (in 1967) en de Ronde van Vlaanderen (in 1968 en ’78, op je 34ste als oudste winnaar) ook de kasseienklassieker Parijs-Roubaix (1969). Het is een nog grotere prestatie als je dat hebt gedaan in klassiekers waarin ook de allerbeste renner – in elk geval die van de vorige eeuw – aan de start stond, Eddy Merckx, ‘De Kannibaal’. Walter Godefroot was een van de grootste rivalen van de twee jaar jongere Merckx, die in 1969 als tweede – ruim tweeënhalve minuut na zijn landgenoot – over de streep kwam in Roubaix, in de Hel van het Noorden.

„Parijs-Roubaix was voor mij gemaakt”, zei Godefroot in 2000 in een interview met NRC Handelsblad. „Ik heb renners gezien met handschoenen en die hadden blaren op hun handen. Zelfs zonder handschoenen had ik daar nooit last van. Je bent een type voor Parijs-Roubaix of niet. Wij zijn hier ook grootgebracht op de kasseien. Toen ik bij de jeugd reed, lag Vlaanderen er vol mee.”

Godefroot geldt ook als de ‘ontdekker’ van de Koppenberg, de roemruchte klim die hij kende van trainingsritten en die in 1976 werd opgenomen in de Ronde van Vlaanderen, nadat hij de bevriende parcoursbouwer daarop had geattendeerd.

Maandag overleed de Belg die een tweede wielerleven kende als ploegleider, onder meer van Tourwinnaars Bjarne Riis en Jan Ullrich, en sprintkanon Erik Zabel, al was dat in de jaren dat doping (epo) in de wielersport gemeengoed was, ook bij zijn Team Deutsche Telekom (later Telekom, vervolgens T-Mobile). De in Gent geboren Godefroot had de laatste jaren parkinson. De Louis van Gaal van de wielersport, zoals de Belgische journalist en NRC-columnist Hugo Camps hem in een interview noemde, was 82 jaar.

Toestelturnen

Zijn vader was vrachtwagenchauffeur en wielrenner (en net geen prof), zijn moeder werkte in een textielfabriek. Vlak voordat Walter Godefroot met wielrennen begon, werd hij kampioen van Oost-Vlaanderen in het toestelturnen. „Turnen deed ik liever dan fietsen, dat was échte liefde”, zei hij in NRC Handelsblad. Toch volgde hij het advies van een oom om te gaan koersen. Een dag na die aansporing reed hij zijn eerste wedstrijd, in Zevergem, „op een fiets van m’n vader en met een broek en een trui van bekenden”. De jonge Godefroot werkte aanvankelijk overdag nog als timmerman en trainde in de avonduren. Hij was trots op zijn eenvoudige komaf – het hield hem zijn leven lang bescheiden.

Op zijn 21ste brak hij door, met brons in de wegwedstrijd op de Olympische Spelen van 1964 in Tokio, Merckx werd daar twaalfde. Een jaar later werd hij als eerstejaarsprof kampioen van België, door in een spurt neoprof Merckx en zijn zwager Tuur Decabooter te verslaan. Al snel kreeg hij het stempel van flandrien opgedrukt, een geuzennaam voor een coureur. In 1972 werd hij andermaal Belgisch kampioen, opnieuw voor Merckx.

„Walter was zeker een groot renner, hij was iets sneller dan ik, maar vooral een complete renner”, zei de 80-jarige Merckx maandag op de website van de Belgische tv-zender Sporza. „Een groot kampioen heeft ons verlaten.” Voor Merckx betekende Godefroot ook veel omdat die zijn zoon Axel de kans had gegeven wielerprof te worden, in 1994 bij Team Deutsche Telekom, de ploeg die onder zijn leiding uitgroeide tot de sterkste ploeg in het peloton.

Champs-Élysées

Aan het eind van de voorbije Tour de France, toen de Belg Wout van Aert op de Champs-Élysées als winnaar over de streep ging, na op de klim in Montmartre bij geletruidrager Tadej Pogacar te zijn weggereden, lieten de Belgische tv-commentatoren ook de naam van Walter Godefroot vallen. Vijftig jaar jaar geleden lag op de Champs-Élysées voor het eerst de eindstreep van de Tour en Godefroot won er de massasprint.

Naast één rit in de Giro en twee in de Vuelta won Godefroot tien etappes in de Tour (en de groene trui, in 1970, voor nummer twee Merckx) voor de beste sprinter, maar hij was geen goede klimmer en daarom geen ronderenner. Wel deed hij in Frankrijk jarenlang om de eindzege mee als teambaas, in de tijd dat vrijwel het hele peloton aan het verboden bloeddopingmiddel epo zat, ook bij zijn Telekom-ploeg.

Godefroot gaf leiding aan de Duitse wielerploeg Telekom met kopman Jan Ullrich, waar systematisch epo werd gebruikt. Foto Presse Sports

Met in 1996 de Deen Bjarne Riis als eindwinnaar en een jaar later de Duitser Jan Ullrich in het geel op het podium in Parijs. Later bekenden beiden dat ze in die tijd doping hadden gebruikt.

Godefroot heeft altijd ontkend dat hij wist van systematisch dopinggebruik in zijn ploeg, een beschuldiging die het Duitse weekblad Der Spiegel in juni 1999 deed, onder de kop ‘Die illegalen Schnellmacher’, maar hij had meer dan de schijn tegen. In 2007 wees Jef D’Hont, de Belgische verzorger bij Telekom van 1992 tot en met 1996, in zijn boek Memoires van een wielerverzorger Godefroot aan als de organisator van systematisch dopinggebruik. De ploegleider stapte naar de rechter en nadat die had geoordeeld dat Godefroot wel van dopinggebruik op de hoogte was maar er niet actief aan had meegewerkt, moest de verzorger hem een flinke schadevergoeding betalen.

Naïef geweest

Godefroot delegeerde naar eigen zeggen als manager de medische zaken aan de ploegartsen, zoals in veel ploegen gebruikelijk was, en hij ging er altijd van uit dat die handelden in het belang van de gezondheid van de renners. Godefroot beweerde dat hij in 1996 naar voorzitter Hein Verbruggen van de internationale wielerunie UCI was gestapt, omdat hij „vermoedde dat er zaken gebeurden die schadelijk waren voor de gezondheid van de renners”. Een jaar later voerde de UCI hematocrietcontroles in. Renners die een te hoge hematocrietwaarde hadden (dus te dik bloed), kregen een startverbod opgelegd.

Hoewel hij wist dat er epo in zijn ploeg werd gebruikt, weigerde Godefroot dat te beschouwen als een schuldbekentenis, zei hij in 2007, toen hij als adviseur verbonden was aan de Kazachstaanse ploeg Astana: „Ik blijf niet onschuldig, maar we leven niet in een ideale wereld. Ik kon enkel mijn best doen om de gezondheid van de renners te beschermen. Achteraf beken ik wel naïef te zijn geweest.” Om te worden afgeschilderd als gewetenloos, zo zei hij zichtbaar geëmotioneerd op een persconferentie, „dat doet pijn”.

Kort daarna trok Walter Godefroot, die ondanks die dopingsmet altijd een gerespecteerd figuur is gebleven, zich terug uit de wielersport. Wat bleef was de rijwielhandel die hij in zijn woonplaats Deurle begon nadat hij was gestopt met wielrennen. Fietsen Godefroot wordt gerund door twee van zijn drie zoons.

Source: NRC

Previous

Next