De plannen voor sloop en nieuwbouw voor de bibliotheek van de UvA werden gedwarsboomd, en gelukkig maar. De sensationele renovatie van het voormalige Binnengasthuis heeft een juweel voor de stad opgeleverd.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
In de binnentuin van de voormalige Chirurgische Kliniek op het Amsterdamse Binnengasthuisterrein, tegenwoordig het Universiteitskwartier, staat een wit-stalen boom met een ‘bladerdek’ van glas dat de ruimte overkapt. De boom is de blikvanger van de nieuwe universiteitsbibliotheek (ub) van de Universiteit van Amsterdam (UvA), met 24 onderwijszalen, 1.600 studieplekken, 300 duizend boeken en 900 fietsparkeerplaatsen. Na jaren van restauratie en verbouwen is het gebouw vanaf deze week open voor studenten.
Vijf aspecten die dit project relevant en vernieuwend maken.
Als je vanaf het Binnengasthuisterrein de nieuwe bibliotheek binnenstapt en door het metershoge atrium uitkijkt op het historische complex met zijn gemetselde gevels, balkons en het vroegere ‘telefoontorentje’, vraag je je af wat de universiteit heeft bezield om dit te willen slopen.
Aanvankelijk was het de bedoeling om het complex uit 1901 van architect F.W.M. Poggenbeek af te breken om een nieuwe universiteitsbibliotheek te bouwen, naar ontwerp van het Spaanse architectenbureau Cruz y Ortiz. Daartegen kwam veel verzet van architecten, omwonenden en erfgoedorganisaties – het gebouw is sinds 2004 rijksmonument. Zij stapten naar de rechter, die besloot dat het rijksmonument moest blijven staan, waarna de UvA koos voor renovatie.
In de nieuwe bibliotheek zijn de bibliotheken aan het Singel en het PC Hoofthuis samengevoegd. Die panden waren versleten en pasten niet bij de visie van de UvA op een moderne ub. Het moest een gebouw worden dat minder draait om het bewaren van boeken, en meer om ontmoeting en kennisuitwisseling.
Maak een bibliotheek als een plein, waar de universiteit in contact staat met de samenleving. Dat was de opdracht die de UvA meegaf bij de ontwerpprijsvraag die zij in 2013 uitschreef. MVSA Architects en Bureau van Stigt wonnen met het plan om de binnentuin te overkappen, zodat een centraal binnenplein is ontstaan.
Het idee om een atrium te maken lag voor de hand, de uitvoering was een stuk ingewikkelder. Vanwege de ongelijke hoogtes van de bestaande daken was het niet mogelijk om er simpelweg een glazen koepel op te zetten. De ontwerpers kwamen op een lumineus idee: een boomconstructie, waarvan de stam het gehele glas-met-stalen dak draagt.
Met deze overkapping is extra binnenruimte gecreëerd en tegelijkertijd het geveloppervlak teruggebracht. Daardoor – en door de buitengevels te isoleren – is het complex veel energiezuiniger geworden. Regenwater van het dak wordt voor hergebruik afgevoerd naar een reservoir, via buizen in de boomstam. Daaromheen slingert een brede wenteltrap van 24 meter omhoog, langs bordessen met studieplekken en loopbruggen naar het omringende complex.
De lichte high-tech staalconstructie, die sterk contrasteert met de bakstenen oudbouw, biedt een spectaculair beeld. Van binnen althans; vanwege het beschermde stadsgezicht is het glazen dak van de buitenzijde niet zichtbaar.
Met de nieuwbouw aan de Nieuwe Doelenstraat, waar voorheen de parkeerplaats van Hotel De l’Europe was, heeft de bibliotheek een gezicht naar de stad gekregen. De afgeronde glazen gevel is voorzien van een bronzen ‘voile’, opgebouwd uit 3D-gefreesde letters. Passanten turen naar boven om te ontwaren wat er staat. Het is een regel uit het gedicht Awater (1934) van Martinus Nijhoff: ‘Lees maar, er staat niet wat er staat.’ Deze is vertaald in de 24 talen die aan de UvA worden onderwezen. De gevel filtert het zonlicht in de achtergelegen leeszalen, en biedt de overburen de nodige privacy.
Op de begane grond van de nieuwbouw, waar zich het ub-café bevindt, zijn de gevels helemaal van glas. De ruimte oogt uitnodigend, maar er is geen ingang; alleen UvA-studenten kunnen – vanaf de entree aan het Binnengasthuisterrein – via controlepoortjes met hun collegekaart naar binnen. Dat was al zo in de oude bibliotheek aan het Singel; de ub kan geen aanloop van extra bezoekers aan. Jammer is het wel, want zo blijft het prachtige interieur voor de meeste mensen verborgen.
Het voormalige ziekenhuis was door talloze verbouwingen verworden tot een doolhof van gangen, kamers en trappetjes. De ontwerpers hebben het interieur opgeschoond. Door de oude beddenlift te verwijderen uit het trappenhuis is een grote vide gecreëerd. Een nieuwe lift brengt je van de - nieuw aangelegde – fietsenkelder tot de vijfde verdieping, waar een open studieruimte met dakterras is gemaakt.
Bureau van Stigt heeft het metselwerk en de terrazzovloeren hersteld en liet de houten kozijnen schilderen in de oorspronkelijke olijfgroene kleur. In de voormalige ziekenzalen zijn verdiepingsvloeren opgehangen die toegang geven tot de hoger gelegen boekenkasten. Wie even wil kletsen of bellen, stapt op het balkon vanwaar je uitkijkt over het atrium.
Met behulp van een app kunnen studenten zien welk boek waar staat, en waar een studieplek vrij is. Er is overal bewegwijzering, en toch kun je in het complex van 12 duizend vierkante meter prima (ver)dwalen. Precies dat is de charme van deze bibliotheek.
Opdrachtgever Universiteit van Amsterdam
Architect MVSA i.s.m. Bureau Van Stigt (restauratie)
Bouwkosten 142 miljoen euro (exclusief interieur)
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant