Gebruikt hout van goede kwaliteit belandt stelselmatig in verbrandingsovens. Maar circulaire alternatieven winnen langzaam aan terrein.
Wie wil verduurzamen, moet hergebruiken. De milieubewuste consument stopt dus een herbruikbare koffiebeker in de tas, geeft de tweedehandskledingwinkel een kans, of leent een deelauto.
Maar wie koopt er nou tweedehands hout?
Nieuw (gekapt) hout kopen gebeurt in de bouwmarkt. Als een pand rijp is voor de sloop wordt hout in een container gegooid, nog wat samengeperst en (meestal) naar de verbrander gereden. Dat gaat al jaren zo, lijkt logisch – maar is doodzonde. Wie meer probeert te doen met oud hout, roeit tegen de stroom in.
Twee derde van het gebruikte hout (in jargon ‘afvalhout’) belandt in verbrandingsinstallaties. Slechts een derde wordt hergebruikt, of versnipperd voor spaanplaten. Opgeteld gaat het om bijna 1.200 miljoen kilo dat jaarlijks wordt verbrand, waarbij de in het hout opgeslagen CO2 weer de lucht in gaat. Tegelijk is er jaarlijks vraag naar miljoenen kilo’s hout – voor de bouw, voor papier, voor meubels.
Een van de problemen van tweedehands hout is het imago. „Mensen denken vaak over hout: dat vergaat na een tijd weer”, zegt Jack Weener, leider van het houtbouwteam van bouwbedrijf BAM. „Terwijl: net als bomen, kan hout honderden jaren goed blijven.”
Onderzoekers van TNO, bouwbedrijven en een aantal gemeenten buigen zich over het gebrek aan vraag naar tweedehands hout. TNO richt momenteel met hulp van een subsidie van 12 miljoen euro van onder meer het Groeifonds in Zoetermeer een demonstratiefabriek in. Daar moet gebruikt hout worden ‘opgewerkt’ voor een tweede leven.
„Er komt een machinepark met verschillende robots”, zegt Ron Oorschot, die bij TNO leiding geeft aan een team dat zich bezighoudt met circulair hout. „Er komt een scanner die verontreiniging kan detecteren bij hout. En robots die het hout kunnen opschonen.” De proeffabriek zal hout ontdoen van spijkers, knoesten of ander onzuiverheden en verlijmen tot een nieuw materiaal, zoals ‘kruislaaghout’. Zo kunnen relatief kleine stukken hout toch weer onderdeel worden van een massief geheel, dat geschikt is voor constructies. Het materiaal wordt al verwerkt in wanden van appartementencomplex The Urban Woods in Delft.
Waarom gaat oud hout nu zo vaak naar de verbrander? „Het probleem”, zegt Oorschot, „is dat hout wegbrengen naar een biomassacentrale eigenlijk de makkelijkste optie is voor sloopbedrijven.”
Oorschot noemt houten balken als voorbeeld. „Eigenlijk is dat heel mooi en massief hout als het uit een gesloopt pand komt. Maar er kan wel verontreiniging op zitten, zoals verf of menie (een roestwerende grondverf, vroeger met lood erin). Voor een biomassacentrale hoeft een sloopbedrijf weinig te doen, alleen het hout te vershredderen, en het kan weg.”
Een sloopbedrijf krijgt betaald om het naar de biomassacentrale te brengen. Hout kan meer opbrengen op de tweedehandsmarkt, maar dat kan ook logistieke problemen geven. Als je hout wil opslaan tot er vraag is naar precies dat type en die afmeting, is daar veel opslagruimte voor nodig.
Waarom gebruiken bouwbedrijven niet vaker oud hout voor nieuwe panden? Heel soms gebeurt dat al. „Bijvoorbeeld een gemeentewerf in Rotterdam, daar hebben we onder andere gebruikgemaakt van hout dat net was vrijgekomen uit een oud kantoorgebouw van TNO”, zegt Weener van bouwbedrijf BAM.
Ook bouwde BAM een tijdelijk paviljoen op de Amsterdamse Zuidas met een houten draagstructuur. Dat is helemaal demonteerbaar, bij ontwerp zijn balken en kolommen net iets dikker gemaakt dan de standaardmaat. Zo zijn ze door ze licht op te schaven weer zo goed als nieuw. Het gedemonteerde gebouw ligt momenteel in een loods te wachten op een nieuwe bestemming.
Dit soort projecten is nog echt uitzonderlijk, zegt Weener. Bouwen met tweedehands hout is „nog best ingewikkeld en niet per definitie goedkoper.” BAM maakt bijvoorbeeld op grote schaal woonhuizen van hout, maar daarbij is dezelfde maatvoering nodig (kortom veel van hetzelfde). En bij grotere panden, zoals kantoren, moet er eerst heel veel tweedehands hout beschikbaar zijn. Wel gebruikt BAM afvalhout om een alternatief voor gipsplaten mee te maken.
Ook vraagt bouwen met oud hout een andere manier van ontwerpen, zegt Weener. „Eigenlijk is het andersom ontwerpen: eerst kijken welke materialen beschikbaar zijn, in plaats van ze op maat laten maken. Als je tweedehandskozijnen wil gebruiken, weet je misschien van te voren nog niet precies hoe groot ze worden.”
Ook gemeentelijke milieuparken zien dat er veel hout van goede kwaliteit wordt weggegooid. Ook dat gaat veelal naar biomassacentrales.
Lokaal zijn er verschillende initiatieven om hout te redden. Zo laat Sanne Pelt, die bij bureau behoudt projecten doet met afvalhout, massief hout zoals tafelbladen apart houden op Rotterdamse milieustraten. Die gaan naar een houtverwerker voor nieuwe tafels of naar het Hout- en Meubeleringscollege, waar studenten er meubels mee kunnen maken.
Er ligt veel potentieel bij tweedehands hout, aldus Pelt. „Lang waren de projecten vooral kleinschalig. Zo worden er vogelhuisjes gemaakt van oud hout. Maar de wereld heeft meer nodig dan alleen circulaire vogelhuisjes.”
Het zou helpen als de overheid ook meer werk zou maken van het circulair maken van hout, zegt Pelt. „Wij liepen bijvoorbeeld tegen de juridische hobbel op dat als hout eenmaal in een afvalcontainer is beland, het van de wet verplicht moet worden vervoerd naar een bedrijf dat een licentie heeft om afval te verwerken. Het wordt door de wetgever niet gezien als grondstof.” Inmiddels heet de container op de milieustraat daarom ‘weggeefbak’ en geen afvalbak.
De overheid zou zelfs een bepaalde mate van circulair bouwen in wetgeving kunnen vastleggen, zegt Weener, zoals er ook andere eisen zijn over duurzaam bouwen. „En het goede voorbeeld geven, door zelf zoveel mogelijk circulair te laten bouwen.”
Consumenten kunnen zelf ook kiezen voor oud hout. Er bestaan verschillende bouwmarkten vol hergebruikte materialen. Zo heeft het bedrijf Buurman in vier Nederlandse steden bouwmarkten vol hout afkomstig van bijvoorbeeld bouwplaatsen, sloopbedrijven of houthandels. En sommige meubelmakers werken met oud hout, zo maakt Herso tafels, wanden en vloeren van reepjes afvalhout.
In veel opzichten lijkt hout op andere materialen die we veel gebruiken en moeilijk te verduurzamen zijn, zoals plastic of textiel. Weener: „Het is plat gezegd gewoon goedkoper om hout weg te gooien en het materiaal weer nieuw te kopen. Maar naarmate er meer voorraad komt, en meer partijen zich ermee bezig houden, wordt het wel eenvoudiger om met oud hout te gaan werken.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC