Home

Privédetective John Warrink jaagt op dieven, onterecht ziekteverzuim en namaakspullen

‘Wil jij vanavond mijn vrouw eens volgen?’ Het is steevast de vraag die John Warrink krijgt wanneer hij vertelt wat hij doet voor de kost. Interro, het particulier recherchebureau van Warrink, richt zich echter niet op overspel, maar op namaakproducten, diefstal op het werk of onterecht ziekteverzuim.

Een oude vrouw sjouwt een boodschappentas naar huis, twee jongens roken een sigaret in de zon, een postbusje stopt en rijdt weer verder. Een week lang houdt privédetective John Warrink (62) het appartementsgebouw in een niet nader te noemen gemeente in Noord-Nederland nu al in de gaten, en een week lang heeft hij nauwelijks iets gezien, of in ieder geval niet dat waar hij op hoopt.

Eén keer heeft hij hem hier gesignaleerd, de man die hij volgt, en dat is intussen ook alweer een paar dagen geleden. ‘De man is een oplichter’, vertelt Warrink, in zijn donkere auto met getinte ruiten, geparkeerd met zicht op het gebouw. ‘Iemand die met mooie verhalen mensen centen uit de zakken probeert te kloppen.’

De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Interro, opgericht in 2012, met 3 werknemers en een omzet van 485.000 euro in 2024.

Om een mogelijke rechtszaak voor te bereiden, probeert Warrink nu zoveel mogelijk info over de man te verzamelen. ‘Ik wil weten of het zinvol is om een schadeclaim in te dienen. Heeft hij bezittingen, bijvoorbeeld een auto, waar we beslag op kunnen laten leggen? Als hij een baan heeft, kunnen we misschien loonbeslag laten leggen.’

Warrink startte zijn loopbaan bij de politie, waar hij vijftien jaar werkte als straatagent en hondengeleider. Uit onvrede met het verloop van zijn carrière besloot hij uiteindelijk op te stappen. ‘Om het op z’n plat Hollands te zeggen: veel ‘gezeik’ voor een laag salaris. Ik wilde ook graag doorstromen: ik had een paar keer aan een groot onderzoek mogen ruiken, maar kreeg niet de kans om door te groeien. Dus besloot ik te vertrekken.’

Hij is inmiddels al meer dan twintig jaar privédetective, eerst een aantal jaar in loondienst bij een groter recherchebureau, daarna als zelfstandige. In 2012 richtte hij Interro op, zijn huidige bureau in Eindhoven met drie werknemers.

Wie in Nederland particulier rechercheur wil worden, moet eerst een korte opleiding volgen, wordt gescreend door de politie en krijgt vervolgens, als alles goed is, van Justitie een gele legitimatiepas om op pad te gaan. Expliciet op die pas vermeld: het is niet wettelijk verplicht mee te werken aan het onderzoek van een particulier rechercheur.

Illegale sigaretten

In tegenstelling tot het cliché richt Interro zich niet op ontrouwe echtgenoten, maar voornamelijk op zaken die verband houden met arbeids- en merkenrecht. Een belangrijke pijler is het opsporen van de productie en handel in namaakproducten.

Op de achterbank van Warrinks auto slingeren twee dozen illegale sigaretten, en in de koffer zit nog meer: namaaksneakers, fake Apple Airpods en meer illegale sigaretten. De eigenaars van die nagemaakte merken, meestal grote multinationals, werken samen met Interro om de nepproducten op te sporen en zo de verkoop te stoppen. Om bewijs te verzamelen, stelt Warrink zichzelf voor als klant en koopt hij de spullen, vaak via online kanalen als Telegram of Facebook.

‘De handel in namaakproducten, dat zijn soms kleine dieven, maar soms ook zware criminelen’, zegt Warrink. ‘Ik vind het belangrijk om die wereld bloot te leggen, die geldstromen te stoppen en zo impact te hebben.’

Verborgen camera’s

Een andere belangrijke activiteit van Interro: onderzoek naar diefstal op het werk, of in Warrinks woorden, ‘jatten van de baas’. Een zaak start vaak met administratief onderzoek, bijvoorbeeld voorraden tellen, de kassa controleren of dienstroosters onderzoeken. Ook interviews zijn vaak verhelderend. ‘Collega’s weten vaak heel goed wat er speelt, maar zijn bang om iets te zeggen tegen de werkgever uit angst voor represailles.’

Als administratief onderzoek geen resultaat oplevert, schakelt Warrink over op andere middelen. Gemarkeerde geldbriefjes bijvoorbeeld, of camera’s. Hij beschikt over verborgen camera’s in alle vormen en maten: camera’s die hij, met de juiste vergunningen, ophangt bij bedrijven, maar ook een kleine verborgen camera in zakformaat, eentje in een autosleutel, een andere in de vorm van een aansteker.

Warrink gebruikt niet alleen verborgen camera’s en afluisterapparatuur, zijn bedrijf is ook gespecialiseerd in het opsporen ervan. Joram Okkerse, partner van Warrink bij Interro, richt zich op dit ‘sweepen’ van auto’s, kantoorruimtes of woningen, op zoek naar camera’s of afluisterapparatuur. Het bureau doet dit voornamelijk voor grotere bedrijven of overheidsinstanties, in binnen- en buitenland.

Het prijskaartje van het speurwerk van Interro varieert sterk, afhankelijk van het soort onderzoek. De goedkoopste onderzoeken kosten zo’n 1.500 euro, de kosten van grotere zaken kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s. Een dag observatie met één rechercheur kost tussen de 750 en 1.250 euro.

Autorace

In tegenstelling tot diefstal, waarbij Warrink in ‘verreweg de meeste gevallen’ ondervindt dat het vermoeden van de werkgever klopt, is onterecht ziekteverzuim een stuk moeilijker te bewijzen, volgens de rechercheur. ‘Ik ben geen dokter’, zegt Warrink, die tijdens een eenvoudige observatie bij iemand voor de deur niet altijd kan uitmaken of die persoon nu daadwerkelijk ziek is of niet.

Anderzijds is het soms wel heel eenvoudig. Warrink volgde een man die volgens zijn werkgever thuiszat met ernstige rugklachten, en zag dat die op social media een post deelde van een autorace-evenement. ‘We zijn daar een kijkje gaan nemen, bleek dat die man zelf achter het stuur van de wagen zat’, zegt Warrink. ‘Opgelost.’

Op zijn post voor het appartementsgebouw grijpt Warrink plotseling zijn camera. ‘Dat is ‘m.’ Een man op een stadsfiets, Airpods in zijn oren, fiets in de richting van de auto. De rechercheur wacht tot de man voorbij is gefietst, draait de wagen in een vlotte beweging de straat op en zet de achtervolging in.

Terwijl hij achter de man aan rijdt, maakt hij zoveel mogelijk foto’s. Eén hand aan het stuur, in de andere zijn grote Kodak-camera. De man fietst naar het dorpscentrum, waar hij zijn fiets parkeert en een krantenwinkel binnengaat. Om een beeld van dichtbij te maken, stapt Warrink even uit en wandelt hij met zijn kleine verborgen camera langs de winkel, en weer terug naar de auto.

Wanneer de fietser weer vertrekt, raakt Warrink de man kwijt. Nu moet hij gokken, en hij kiest ervoor om terug naar het appartement te rijden. Een goede gok. In de straat van het appartement verschijnt de man opnieuw. Warrink neemt nog een laatste paar foto’s. De man parkeert zijn fiets in de garage en verdwijnt in het gebouw. Terug bij af, het wachten kan weer beginnen. ‘Het voornaamste is’, zegt Warrink, ‘dat we nu wel zeker weten dat hij thuis is.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next