Home

De vertrekkend burgemeester van Delft over het omstreden onderzoek naar moslims: ‘Een excuus zou voor mij niet oprecht zijn’

Negen jaar lang was burgemeester Marja van Bijsterveldt het gezicht van Delft: warm, verbindend en daadkrachtig. Maar bij haar vertrek laat ze één open wond achter: het heimelijke onderzoek naar moslims in haar gemeente. Hoe kijkt ze daarop terug?

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.

Marja van Bijsterveldt (64) heeft een vrijwel onberispelijke staat van dienst. Dinsdag komt een einde aan een lange, succesvolle carrière: van jongste burgemeester van Nederland in Schipluiden tot partijvoorzitter van het CDA, van minister van Onderwijs tot, de afgelopen negen jaar, burgemeester van Delft.

Een loopbaan om in te lijsten.

‘Toen ik binnenkwam was Delft toch vooral een stad van de historie: Johannes Vermeer, Antoni van Leeuwenhoek, het Koninklijk Huis. Nu is het een stad van de toekomst en innovatie’, zegt Van Bijsterveldt op haar werkkamer in het stadskantoor Delft. In haar kamer prijken imposante vazen, trommeltjes, alles in Delfts blauw.

In haar Delftse jaren wist ze een filantroop te strikken waardoor het zieltogende Museum Prinsenhof succesvol werd gerestaureerd, kreeg het kwetsbare Delft-West met een nationaal programma een nieuw toekomstperspectief en groeide de universiteitsstad verder uit tot een kenniscentrum van internationale allure. Ondertussen hield ze de keerzijde daarvan, de studentenoverlast, in toom.

Van Bijsterveldt drukte een heuse coffeeshop-oorlog, met granaataanslagen en schietpartijen, de kop in, bracht rust in de ooit moeizame verhoudingen in de gemeenteraad en droeg bij aan een forse verbetering van de gemeentelijke financiën. ‘Marja is gewoon een fantastische burgemeester geweest’, aldus Tim van der Hagen, rector van de TU Delft.

Haar hele leven heeft Van Bijsterveldt de publieke zaak gediend. ‘Ik ben vrolijk gereformeerd opgevoed, maar wel met een groot plichtsbesef. Ik ben een echte christendemocraat. Ik geloof in gemeenschapszin, in verenigingen, vrijwilligerswerk. Dat zijn de goede krachten in de samenleving.’

Van Bijsterveldt staat bekend als resultaatgericht en benaderbaar, warm, maar ook niet bang om de waarheid te zeggen. Sophie Wentink van studentenpartij Stip roemt haar als een ‘echt mensenmens’. Bij haar herbenoeming typeerde de vertrouwenscommissie Van Bijsterveldt als ‘een burgemeester die er is voor iedereen’.

Inderdaad: vraag tien Delftenaren naar Van Bijsterveldt en negen zijn lovend.

Maar Abdelmonim Maanaoui heeft een ander beeld van Marja van Bijsterveldt. ‘Ze was er als burgemeester voor iedereen, behalve voor de Marokkaanse moslimgemeenschap’, is het oordeel van de voorzitter van de Al Ansaar-moskee. Er is duidelijk één kwestie die de afscheidnemende burgemeester niet heeft opgelost.

Maanaoui doelt op het heimelijke onderzoek dat Delft in 2017, net als zeker negen andere gemeenten, liet uitvoeren naar de eigen moslimgemeenschap. Het onderzoek, betaald door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), volgde op het vertrek van enkele tientallen Delftse jongeren naar Syrië en Irak in 2012 en 2013 om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat (IS), en vanwege aanslagen elders in Europa. Onderzoeksbureau NTA (Nuance door Training en Advies), opgericht door oud-politieman en radicaliseringsexpert Najib Tuzani, kreeg de opdracht de islamitische gemeenschap door te lichten.

Maar de Al Ansaar-moskee – die op dat moment juist samenwerkte met de gemeente in de strijd tegen radicalisering, geradicaliseerde jongeren in het verleden had weggestuurd en in Delft niet bepaald bekendstaat als een broedplaats van extremisme – wist van niets, kreeg geen wederhoor en ontdekte pas jaren later dat zij onder een vergrootglas had gelegen.

Burgemeesters zijn belast met het bewaken van de openbare orde en veiligheid. Maar zonder grondslag een heimelijk onderzoek uitvoeren naar burgers is nadrukkelijk niet toegestaan. Alleen veiligheidsdiensten mogen zulke onderzoeken doen – en dan nog alleen als er sterke, concrete verdenkingen bestaan. Niets wijst erop dat die er zijn geweest.

Burgemeesters mogen ook niet zomaar achter de deuren kijken van burgers en instellingen, alleen als er echt iets aan de hand is en de openbare orde in gevaar is. Er zijn aanwijzingen dat NTA ook in de moskee is geweest, ook al ontkent het bureau dat nu. Aanvankelijk gaf NTA op de eigen website namelijk toe dat zijn onderzoekers ‘zonder zichzelf kenbaar te maken’ deel hadden genomen aan ‘gebedsdiensten, bijeenkomsten, lezingen, demonstraties’. Pas toen dagblad NRC het bureau daarop wees, werd de site aangepast en stond er ineens dat er slechts ‘online-gebedsdiensten’ en ‘online-lezingen’ waren bijgewoond.

De rechter oordeelde afgelopen februari dan ook stevig in een door de moskee aangespannen rechtszaak: het is aannemelijk dat Delft onrechtmatig handelde én inbreuk maakte op de grondrechten en privacy van Al Ansaar.

Enkele andere gemeenten die ook een soortgelijk heimelijk onderzoek lieten uitvoeren naar de eigen moslimgemeenschap – Almere, Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer en Veenendaal – gingen naderhand door het stof. Zij boden excuses aan. In Delft bleef het stil.

Terwijl juist daar van alles misging, ook nadat het onderzoek al was uitgevoerd. Zo liet Van Bijsterveldt op aanraden van NTA een versie van het onderzoek verwijderen nadat NRC er vragen over had gesteld. Dat mag niet volgens experts op het gebied van data, privacy en archivering.

Bovendien zei Van Bijsterveldt aanvankelijk dat het rapport met niemand was gedeeld. Later moest ze toegeven dat het ‘door een evidente mailfout’ (een mail zou naar de verkeerde persoon zijn verzonden) tóch bij de NCTV was beland.

De hele episode is bijzonder pijnlijk, zegt Maanaoui van de Al Ansaar-moskee. ‘Wij voelen ons weggezet als minderwaardige burgers. Dit heeft veel impact gehad op de twaalfhonderd mensen die deel uitmaken van onze gemeenschap.’

De rechter oordeelde hard in de rechtszaak. De gemeente handelde onrechtmatig en schond grondrechten. Wat doet zo’n oordeel met u als burgemeester?

Van Bijsterveldt: ‘Nou, je moet het bekijken in de context waarin het onderzoek werd gedaan. Het was acht jaar geleden en dat was echt een andere tijd. Delftse jongeren zijn op jihad gegaan en vervolgens nooit meer teruggekeerd. We weten eigenlijk wel zeker dat ze zijn gedood. Dat is traumatisch, met heel veel verdriet voor de ouders.

‘Het was voor ons als stad compleet onverwacht dat deze jongeren verdwenen. Toen kwam de rijksoverheid in de vorm van de NCTV onze richting op: ‘We maken ons zorgen dat het opnieuw gaat gebeuren en het zou goed zijn als er onderzoek wordt gedaan.’ Ik vind dat we als lokale overheid dan geheel te goeder trouw hebben gehandeld.’

Utrecht en Amsterdam besloten om het onderzoek niet uit te voeren omdat zij op voorhand inzagen dat het in strijd was met grondrechten. Waarom is die afweging in Delft niet gemaakt?

‘Wij hebben wel aan NTA gevraagd: is dit binnen de wettelijke kaders? Zij hebben een rapportage aangeleverd vanuit een extern advocatenbureau waaruit bleek dat dit het geval was.’

Het private bureau NTA zou de opdracht krijgen en had dus belang bij die conclusie. Had u dat niet beter zelf kunnen laten uitzoeken?

‘NTA was ons aanbevolen als geschiktste partij om dat te doen. Maar goed, het kan zijn dat we minder scherp waren dan Utrecht (en Amsterdam, red.). Maar weet je, stel dat we het onderzoek níét hadden laten uitvoeren en een half jaar later waren er weer jongeren vertrokken. ’s Ochtends een briefje op de keukentafel: ‘Ik ben vertrokken, ik ga naar Syrië.’

‘Wat zou dan het beeld zijn geweest? Als de Rijksoverheid had aangeboden om een onderzoek te laten uitvoeren en we het niet hadden gedaan. Dan was de wereld te klein geweest.’

Het is begrijpelijk dat Delft greep probeerde te krijgen op het probleem. Maar rechtvaardigen zorgen over extremisme een heimelijk onderzoek naar een complete gemeenschap zonder concrete verdenking? En als de rechter later oordeelt dat het onderzoek onrechtmatig is geweest, dan moet u daar toch óók conclusies uit trekken?

‘Alleen in Veenendaal is er een vonnis geweest over de rechtmatigheid. Bij ons ging het vonnis erover dat wij Al Ansaar inzicht moesten geven in onderdelen van het rapport die over deze moskee gingen. Daar hebben wij direct gehoor aan gegeven.’

De rechtbank boog zich juist wel over de vraag of de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, omdat dit een van de voorwaarden moest zijn om haar op te leggen om inzage in het rapport te geven. In de conclusie van het vonnis staat dat het onderzoek een ‘inmenging’ opleverde in de grondrechten van de moskee, zonder dat daarvoor een ‘wettelijke grondslag bestond’. ‘Dit is onrechtmatig tegenover de stichting.’

‘Ik zie dat punt, hoewel dit niet centraal stond op de zitting en het verweer van de gemeente zich toespitste op de inzage in het rapport. Wat wel belangrijk is: men is in Delft níét in moskeeën of besloten bijeenkomsten present geweest. En elk contact van NTA was volkomen transparant. Ze hebben gezegd: ‘Wij zijn van NTA en in opdracht van de gemeenten willen wij u vragen naar …’

De moskee zegt dat van transparantie geen sprake was. Ze hadden geen idee dat er een onderzoek liep. NTA schreef in een offerte: ‘Om onderzoeksresultaten niet te beïnvloeden, kan niet worden aangegeven dat er een onderzoek wordt uitgevoerd.’ Ook de rechtbank stelt dat Delft opdracht gaf om observaties uit te voeren binnen de moslimgemeenschap ‘zonder dat de betrokken personen daarvan (altijd) op de hoogte waren’.

‘Dat is echt wel wat NTA bij ons gemeld heeft. Wij hebben dat heel goed doorgevraagd. Dit bureau loopt al lang bij het ministerie van Justitie rond en wij vertrouwen op hun integriteit.’

In andere gemeenten zijn er wel excuses aangeboden. Waarom is dat eigenlijk zo moeilijk, om de hand uit te steken naar de Marokkaanse moslimgemeenschap in Delft die hier pijn van heeft ondervonden?

‘Ik heb wel degelijk duidelijk gemaakt dat ik betreur wat de impact is geweest. En dat is ook echt zo, dat heb ik ook in een brief aan de gemeenteraad geschreven.’

Betreuren is iets anders. U vindt niet dat er een bestuurlijke fout is gemaakt?

‘Als ik kijk naar de gehele context, het tijdsgewricht en de betrokkenheid van het rijk, dan vind ik dat we naar eer en geweten hebben gehandeld. Een excuus zou voor mij in dat licht niet oprecht zijn, en een loos gebaar.

‘Ik heb met het overgrote deel van de moslimgemeenschap een goede, warme band. Daar word ik er eigenlijk haast nooit meer op aangesproken. Sommigen zeggen ook: ‘We hebben er vertrouwen in dat u dit gedaan heeft voor een belangrijk doel, namelijk de veiligheid van onze kinderen.’

Wat bleek uiteindelijk uit het rapport? Hoe staat het ervoor met de Delftse moslimgemeenschap?

‘We hebben gelukkig kunnen constateren dat het eigenlijk heel goed gaat. En daar ben ik ook blij mee.’

Vrijwel iedereen roemt u om uw verbindende kwaliteiten. Als Maanaoui dan namens twaalfhonderd Delftse moslims zegt: wij voelen ons minderwaardig behandeld, dan wilt u dat toch oplossen?

‘Ik heb ook uitgesproken dat het me oprecht spijt en betreur dat het gelopen is zoals het gelopen is. Het vertrouwen is beschaamd bij een aantal mensen, met name het bestuur van Al Ansaar. Maar ik vind ook dat we in Nederland, als er problemen zijn, moeten kunnen handelen als dat nodig is.’

Vindt u het niet vervelend dat dit dossier nog openstaat met uw vertrek? Uw opvolger Alexander Pechtold zal nog aan de slag moeten met dit probleem. Het is goed mogelijk dat hij schoon schip maakt en alsnog excuses aanbiedt.

‘Dat zou kunnen. Ik heb twee jaar geleden ook in naam van mijn voorganger excuses gemaakt voor het slavernijverleden van Delft. Bij andere gemeenten waren het overigens ook de opvolgers van burgemeesters die excuses hebben aangeboden.’

NTA wil niet inhoudelijk reageren op vragen van de Volkskrant. Het onderzoeksbureau verwijst naar de antwoorden die Van Bijsterveldt heeft gegeven op vragen in de Delftse gemeenteraad.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next