Home

De VS beginnen langzaam de pijn van Trumps importheffingen te voelen: ‘Het spannende punt komt nu’

Bijna vijf maanden geleden presenteerde Donald Trump op een kartonnen bord zijn importheffingen. Er kwam uitstel maar geen afstel, hoewel de tarieven veranderden. Welk effect hebben die tot nog toe gehad op de Amerikaanse economie?

is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.

Groot was de schok toen de Amerikaanse president Donald Trump begin april vanuit de tuin van het Witte Huis de wereldhandel een oplawaai verkocht. Binnen enkele dagen zouden vrijwel alle landen ter wereld te maken krijgen met ongekende heffingen op de goederenimport. Met hoeveel procent die import ging worden belast? Dat konden de aanwezigen lezen op een kartonnen bord dat Trump trots in de lucht stak.

Economen in de Verenigde Staten buitelden over elkaar heen van verbazing en verbijstering. De ene denktank vreesde voor een recessie (Peterson Institute for International Economics). De andere merkte op dat de heffingen waren ontsproten uit een ‘economisch gezien onvolledig’ wereldbeeld (CSIS) of gebaseerd op ‘kinderlijke’ rekenmethoden (American Enterprise Institute). Nieuwszender CNN sprak van ‘de grootste politieke gok met de Amerikaanse economie’ door een president uit de moderne tijd. De beurzen stortten in.

Trump zelf zag de gevolgen van zijn economisch beleid een stuk rooskleuriger tegemoet. Deze dag zou ‘voor altijd worden herinnerd als de dag waarop de Amerikaanse industrie werd herboren’. Niet langer zouden Amerikanen langs de zijlijn moeten toekijken hoe andere economieën ten koste van hen floreerden. ‘Dit is onze economische Onafhankelijkheidsverklaring’, aldus Trump.

Nu, bijna vijf maanden later, is de mondiale economie van de eerste schrik bekomen. Nadat Trump zijn heffingen negentig dagen had uitgesteld, herstelden de beurzen zich. Deze maand werden veel heffingen alsnog van kracht, maar onder meer China en de Europese Unie hebben via diplomatieke weg de gevolgen weten te beperken. Is Trump op weg om te bereiken wat hij voor ogen had? Of schieten de Amerikanen vooral zichzelf in de voet?

Import stijgt tot recordhoogte

Van een daling van de Amerikaanse goederenimport is in de jongste cijfers nog geen sprake. Sterker nog, ondanks alle heffingen importeerden de Amerikanen in de eerste helft van dit jaar juist meer dan ooit. In totaal ging het om 1.811 miljard dollar aan goederen, blijkt uit cijfers die het United States Census Bureau heeft gerapporteerd. Dat is ruim 12 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De importcijfers van juli zijn nog niet beschikbaar.

Wie inzoomt op de handelscijfers van dit half jaar, ziet dat de importheffingen wel degelijk effect sorteren. In aanloop naar ‘Liberation Day’ (2 april), de dag waarop Trump nieuwe importheffingen zou afkondigen, haalden Amerikaanse bedrijven halsoverkop extra voorraden naar de VS. In januari, februari en maart was de import daardoor 25 procent hoger dan diezelfde periode het jaar ervoor. Daarna zakte de goederenimport terug tot een gebruikelijk niveau.

iPhones, vanille en medicijnen

In de media circuleerden de afgelopen maanden verhalen over bedrijven uit allerlei sectoren die hun import verhoogden om toekomstige kosten te ontlopen. Zo meldde persbureau Reuters in april dat Apple naar schatting 1,5 miljoen extra iPhones uit India had ingevlogen, profiterend van het uitstel van de heffingen voor dat land. Eenzelfde hamstergedrag was zichtbaar in bijvoorbeeld de Amerikaanse import van vanille uit Madagaskar.

Een ander voorbeeld, dat in de Amerikaanse importcijfers direct in het oog springt, komt uit de farmaceutische industrie. Trump dreigt al maanden met heffingen voor deze sector, al kwam het er tot dusver niet van. Voor de zekerheid haalden Amerikaanse bedrijven in het eerste kwartaal voor 34 miljard dollar (29 miljard euro) aan een bepaald soort hormonen die gebruikt worden voor afslank- en diabetesmedicijnen uit Ierland, vanwege zijn belastingbeleid een belangrijke medicijnproducent. Dat is ongeveer net zo veel als in heel 2022, 2023 en 2024 samen.

Dat bunkeren van bedrijven is een gebruikelijke reactie op economische onzekerheid, zegt Steven Brakman, hoogleraar internationale economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Alleen de omvang van de extra import hebben economen volgens hem onderschat. ‘Als je mij een half jaar geleden had gevraagd wat er zou gebeuren, had ik verwacht dat de heffingen de import eerder hadden doen afnemen’, zegt Brakman.

Import uit China gehalveerd

De goedereninvoer vanuit China, verreweg Trumps belangrijkste mikpunt de afgelopen maanden, heeft opvallend genoeg nooit gepiekt. Mogelijk komt dit doordat bedrijven geen tijd kregen om zich voor te bereiden: twee weken na zijn terugkeer in het Witte Huis voerde Trump een eerste importheffing van 10 procent tegen China in, omdat het land te weinig zou doen tegen de handel in fentanyl, een zeer verslavende drug die in de VS veel problemen veroorzaakt.

In de maanden die volgden, bleef de Amerikaanse overheid de invoer uit China steeds zwaar belasten. Begin april raakten China en de Verenigde Staten verwikkeld in een potje economisch armpje drukken, met heffingen die opliepen tot 145 procent. Medio mei sloten de twee grootmachten een akkoord dat de Amerikaanse heffing op Chinese producten terugbracht tot 30 procent. Die heffing geldt nog steeds.

De handelsoorlog heeft de Amerikaanse goederenimport vanuit China meer dan gehalveerd, blijkt uit de cijfers van het United States Census Bureau. In januari voerden de VS nog voor 43,8 miljard dollar aan Chinese producten in. In juni was dit gedaald tot 20,2 miljard. Het Chinese aandeel in de totale Amerikaanse import liep in diezelfde periode terug van 13,5 tot 7,4 procent.

De terugval is zelfs nog groter dan aan het begin van de coronacrisis in 2020, toen de angst voor het virus de mondiale handelsstromen platlegde. Vooral de import van computers, laptops, servers en onderdelen zakte ver in. Vorig jaar haalden de Amerikanen maandelijks gemiddeld voor zo’n 3 miljard dollar aan dit soort goederen uit China. In juni ging het nog maar om 534 miljoen.

Andersom voelen ook Amerikaanse bedrijven die veel naar China exporteren de gevolgen van de handelsoorlog. Het eerste half jaar zakte de Amerikaanse goederenverkoop naar dat land met bijna 21 procent tot 56 miljard dollar. Het lijkt erop dat de Amerikanen andere afzetmarkten hebben gevonden: de totale export van de VS steeg gestaag met bijna 5 procent.

Signalen dat import gaat dalen

De Amerikaanse importheffingen lijken een blijvertje – tenzij ze sneuvelen voor de rechter: een federaal beroepshof oordeelde vrijdag dat de meeste heffingen illegaal zijn. Begin augustus voerde Trump de eerder uitgestelde heffingen voor ongeveer negentig landen alsnog in. De gemiddelde heffing op goederen uit het buitenland is nu 18,6 procent, becijferde The Budget Lab van de Yale-universiteit. De laatste keer dat de VS hun invoer zo zwaar belastten, was in de jaren dertig van de vorige eeuw.

De grote winnaar van het heffingenbeleid is vooralsnog zonder twijfel de Amerikaanse staatskas. In juli stegen de inkomsten uit de goedereninvoer tot 29,6 miljard dollar, ruim drie keer zo veel als een jaar eerder. Als de huidige heffingen blijven gelden, dringen die de staatsschuld het komend decennium met maar liefst 4.000 miljard dollar terug, becijferde het Congressional Budget Office, de Amerikaanse versie van de Algemene Rekenkamer. Met dat geld kan Trump de controversiële belastingverlagingen die hij deze zomer doorvoerde ruimschoots bekostigen.

De vraag wie voor de kosten opdraait, is lastiger te beantwoorden. De Amerikaanse regering is ervan overtuigd dat de heffingen vooral andere landen in de portemonnee zullen raken. Als hij de invoer van goederen vanuit het buitenland duurder maakt, zo redeneert Trump, halen bedrijven hun productie terug naar de VS, met bijvoorbeeld meer werkgelegenheid in de industrie tot gevolg.

Critici waarschuwen dat de rekening – zeker op de langere termijn – terechtkomt bij de Amerikanen zelf. In de inflatiecijfers van de laatste maanden zien zij daarin de eerste tekenen. De afgelopen maanden konden bedrijven misschien nog hun opgebouwde reserves aanspreken om de prijzen constant te houden, nu moeten zij genoegen nemen met lagere winstmarges of hun kosten doorberekenen aan de consument.

Vooral de kerninflatie, waarin prijsveranderingen van voedingsmiddelen en energie niet worden meegerekend, houden economen nauwlettend in de gaten. Deze inflatie wordt vaak gebruikt om de gevolgen van regeringsbeleid te staven. Tussen mei en juli steeg de kerninflatie in de VS van 2,8 tot 3,1 procent.

De economische ontwikkelingen volgen hetzelfde patroon als tijdens Trumps eerste periode in het Witte Huis, ziet hoogleraar Brakman. Ook toen kwam de president met importheffingen, onder meer op producten uit China. ‘Voorraadvorming kwam toen ook voor’, zegt Brakman. ‘Maar uiteindelijk gingen de prijzen van goederen gewoon omhoog. Dat zien we nu weer.’

Grote winkelketens waken vooral voor abrupte prijsstijgingen. Toen Walmart, de grootste detailhandelaar ter wereld, eerder dit jaar waarschuwde dat de heffingen hun prijzen zouden opdrijven, reageerde Trump furieus. Bij de presentatie van de cijfers van vorig kwartaal bezwoer CEO Doug McMillon de prijzen ‘zo lang mogelijk’ laag te houden. Maar, waarschuwde hij ook: ‘Onze kosten stijgen iedere week.’

De totale inflatie in de VS blijft deels beperkt door hun grote binnenlandse economie. Als bedrijven de heffingen doorrekenen in hun prijzen, gebeurt dat in eerste instantie bij geïmporteerde producten. Omdat het gros van de producten nu al in de VS zelf gemaakt wordt, stijgt maar een klein deel van de prijzen. Bovendien zijn sommige producten uitgezonderd van de heffingen. Brakman schat in dat de inflatie uiteindelijk met ongeveer 2 procentpunt kan stijgen.

Toch kan ook een licht oplopende inflatie in de totale economie flinke veranderingen teweegbrengen. ‘De redenering is: de prijzen stijgen, waardoor de koopkracht daalt en mensen minder gaan kopen’, zegt Brakman. ‘Daarnaast gaan voor Amerikaanse producenten de kosten van geïmporteerde onderdelen omhoog. Daardoor kan hun verkoop dalen, ook in het buitenland. Zo kan het land in een recessie komen.’

Wat Brakman nog meer zorgen baart, is het recente gedwongen vertrek van de directeur van het U.S. Bureau of Labor Statistics. Volgens Trump publiceerde dit statistiekbureau, dat politiek onafhankelijk opereert, ‘nepcijfers’ over tegenvallende banengroei in de VS. ‘Met dit ontslag ontstaat politieke beïnvloeding van de cijfers’, zegt Brakman. ‘Een goede analyse van de ontwikkelingen wordt daarmee moeilijker, of zelfs onmogelijk.’

De Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, waarschuwde onlangs dat achter de inflatiecijfers mogelijk een zorgwekkendere werkelijkheid schuilgaat. De vraag naar nieuw personeel in de private sector neemt af, zei Fed-bestuurder Chris Waller vorige maand in een interview met Bloomberg Television. Volgens hem wijzen onderliggende data ‘niet op een supergezonde arbeidsmarkt’.

Trump probeert ondertussen de Fed onder druk te zetten om de rente te verlagen, om zo de economie te stimuleren en de inflatie in te perken. Al maandenlang probeert de president Fed-voorzitter Jerome Powell tot opstappen te manen, maar die weigert te vertrekken. Vorige week ontsloeg Trump wel Fed-bestuurder Lisa Cook vanwege vermeende hypotheekfraude. Naar verwachting zal Trump haar proberen te vervangen door een bestuurder die wel naar hem luistert.

Hoogleraar Brakman denkt dat de komende maanden duidelijk wordt hoe de importheffingen uitpakken voor de Amerikaanse economie. De grote importstijging van begin dit jaar is al omgeslagen in een daling, legt hij uit, vooral wat betreft producten uit China. De gevolgen van het beleid – hogere inflatie, lagere economische groei – lijken zich nu aan te dienen. ‘Het spannende punt’, zegt Brakman, ‘komt nu.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next