Home

Drie zij-instromers begonnen een duurzame boerderij: ‘We willen bijdragen aan de voedselproductie, biodiversiteit én gemeenschapszin’

Landbouw Op een boerderij aan de rand van Nederland bouwen drie beginnende boeren een regeneratief bedrijf op. Ze willen samenwerken met de natuur, met vrijwilligers en de ‘reguliere’ boeren uit de buurt.

Met een tractor wordt een perceel van regeneratieve boerderij de Biesterhof ingezaaid met een zogeheten groenbemester: een mix van planten die goed zijn voor de bodem.

Aan een lange tafel zitten een stuk of vijftien vrijwilligers, een paar ingehuurde krachten en de drie boeren van ‘burgerboerderij’ de Biesterhof aan de lunch. Er is courgettesoep, salade met kikkererwten en bieten, baba ganoush. Op de tuinderij groeien tomaten, bonen en andere groenten. Verderop liggen velden met pompoenen en de akkers waar de tarwe al is geoogst.

Sinds het voorjaar van 2022 wordt in Millingen aan de Rijn, dicht bij de grens met Duitsland, een boerenbedrijf opgebouwd, waarbij de oprichters veel doelen tegelijk nastreven: gezonde voeding verbouwen, de bodem verbeteren, de biodiversiteit bevorderen en een gemeenschap opbouwen. Dat alles onder de noemer van regeneratieve landbouw.  e drie beginnende boeren willen ook dat het bedrijf een redelijk inkomen oplevert.

Het land van 25 hectare groot is van ‘grondfonds’ Land van Ons, een coöperatie die inmiddels 25 percelen landbouwgrond heeft verworven op diverse plekken in Nederland, met als doel daar de biodiversiteit te vergroten. Land van Ons zamelt geld van burgers in, en rekent voor boeren een „schappelijke pacht” zodat ze minder intensief hoeven te werken en er ruimte over blijft voor een diverser landschap, met plek voor allerlei dieren en planten. Ook ondersteunt de organisatie de aangesloten boeren met een „perceelteam” van betrokken vrijwilligers. Via de webshop worden producten van de aangesloten boerderijen verkocht.

Land van Ons is een van de grondfondsen die het boeren mogelijk willen maken om duurzamer te werken. Door de hoge prijzen van de landbouwgrond is de druk om veel te produceren in de reguliere landbouw zeer hoog en is het lastig te kiezen voor bijvoorbeeld biologische teelt. Hoewel in de landelijke politiek al jaren wordt gesproken over „een omslag naar kringlooplandbouw”, met meer oog voor biodiversiteit, een groener verdienmodel voor boeren en een lagere uitstoot van stikstof, komt daar in de praktijk volgens deze fondsen en kritische waarnemers te weinig van terecht.

De boerderij in Millingen wordt beheerd door Howard Koster (42) en Claudi Rudorf (30), die een stel vormen en met hun zoon op het terrein wonen, en Eline Wielemaker (33). Ze zijn alle drie zij-instromers.

Claudi Rudorf (l.), Howard Koster (staand rechts) en Eline Wielemaker (zittend uiterst rechts) tijdens de lunch met vrijwilligers.

De regeneratieve boerderij de Biesterhof in Millingen aan de Rijn.

Howard Koster volgde eerst de hotelschool, maar zocht iets „met meer zwaarte”. Hij nam dienst bij de landmacht, werd commando en diende in de Afghaanse hoofdstad Kabul en in Mali. Maar toen hij de overtuiging kreeg dat Nederland met die militaire uitzendingen vooral eigenbelang nastreefde, kon hij „het niet meer uitleggen”. Koster verliet het leger en ging op reis door Noord- en Zuid-Amerika. Daar raakte hij ervan overtuigd dat duurzame voedselproductie een zinniger activiteit zou zijn.

Op de opleiding biologische landbouw in Wageningen ontmoette hij de uit Duitsland afkomstige Claudi Rudorf. Na haar bachelor belandde ze in een „quarterlife crisis” vanwege alle ellende die ze in de wereld zag. „Er zijn allemaal problemen. En wat kan ik het beste doen? Wat is mijn purpose hier in deze wereld? Met mijn privileged position?” Een boerderij of stadstuin zou een plek kunnen zijn waar allerlei mensen samenkomen, zonder polarisatie, dacht ze. „Weg van de kapitalistische cultuur. En niet wachten tot de overheden merken: oké, nu moeten we echt iets doen.”

Slikken

Koster en Rudorf ontwikkelden een paar jaar geleden de eerste plannen voor de Biesterhof. Land van Ons selecteerde hen uit alle gegadigden. „Toen we hier kwamen, was Claudi negen weken zwanger. We hadden alleen een huis met een schuurtje. En verder 25 hectare raaigras en een maïsakker. Dat was even slikken”, zegt Koster.

Al vrij snel kwam Eline Wielemaker op deze plek kijken. Ze vertelt tijdens het aardappelrooien dat ze op weg was neurowetenschapper te worden. Maar ze begon zich af te vragen hoe zinvol het voor haar was om jarenlang onderzoek te doen naar „de functie van een bepaald eiwitje in het brein”. Ze ging zich richten op het verband tussen voeding en gezondheid, en zegde de wetenschap vaarwel. Ook zij moest zich omscholen: ze ging naar de mbo-opleiding biologisch-dynamische landbouw aan de Warmonderhof in Dronten. Haar tweede stage was het opzetten van de tuinderij van de Biesterhof.

De taken zijn duidelijk verdeeld: Wielemaker beheert de tuinderij, Rudorf richt zich op de voedselbossen en Koster op de akkers. Over de rolverdeling bestaat desondanks onderling enige frictie. Het is niet Howards boerderij, zegt Claudi Rudorf met nadruk. Met zijn verleden als militair en als makkelijke prater trekt hij wel de meeste publicitaire aandacht. „We zijn hier met zijn drieën”, zegt Rudorf.

Na drie jaar groeit er van alles. Ze verbouwen tarwe, bonen en minder gebruikelijke gewassen als lupine, sorghum en huttentut. Van de zaadjes daarvan wordt olie geperst. Die verkopen ze in de ‘winkel’, een houten optrekje waar de klant zelf kan afrekenen.

Een deel van de oogst gaat naar groentepakketten, waarop bewoners uit de buurt een abonnement kunnen nemen. De prijzen inkomensafhankelijk. Een klein pakket, goed voor zo’n vier eenpersoonsmaaltijden, kost tussen de 13 en 17 euro.

Notenbomen

De Biesterhof is nog in de opstartfase. Er moeten vergunningen worden aangevraagd om onder meer een erf en een parkeerplaats aan te leggen. Er is een begin gemaakt met de twee voedselbossen, de fruit- en notenbomen worden komend najaar geplant. Opbrengst daarvan zal nog jaren op zich laten wachten.

In 2027 willen ze zichzelf minstens 27 euro per uur kunnen uitbetalen, het uurloon dat een agrariër volgens onderzoek van Wageningen University moet verdienen. En als dat niet lukt? Koster: „Dan moeten we ermee stoppen.” Er is nog een deadline: in 2030 moeten ze pacht en huur gaan betalen. Grondeigenaar Land van Ons heeft hen daar tot die tijd van vrijgesteld omdat er nog zoveel opgebouwd moet worden.

Iedere donderdag komen vrijwilligers op de Biesterhof werken. Sommigen zijn een dag in de week minder gaan werken, vertelt Koster. Anderen zijn met pensioen, zoals Anke Harmsen. Haar motivatie: „Je kunt wel wachten tot de politiek beter voor de natuur en de biodiversiteit gaat zorgen”, zegt ze, „maar je kunt ook zelf iets doen door hier te werken.”

Het is een essentieel onderdeel van hun aanpak om met vrijwilligers te werken, zeggen de drie boeren. Zo betrekken ze burgers bij de plek waar een deel van hun eten vandaan komt. „We hebben heel verschillende mensen hier, en dat voelt goed”, zegt Claudi Rudorf.

De vrijwilligers zijn ook hard nodig omdat er veel met de hand wordt gedaan: wieden, aardappels rooien, oogsten, water geven. Werken hier is vrijwillig, maar niet vrijblijvend, is de leus. De lunch en pauzes mogen niet eindeloos uitlopen. „Heeft iedereen een taak?” roept Eline Wielemaker als het tijd is om weer aan de slag te gaan.

Dat werken met vrijwilligers niet altijd vlekkeloos verloopt, wordt die middag duidelijk. Er zijn te kleine bonen geoogst, wat de productie drukt. Ook met de aanplant van bomen door scholieren afgelopen winter is het niet goed gegaan, vertelt Gert-Jan Noij, die namens Land van Ons bij de Biesterhof betrokken is. Een groot deel is uitgedroogd.

Geduld

Samenwerken met de natuur is het uitgangspunt van de regeneratieve landbouw. „Maar er zijn momenten dat ik de natuur vervloek”, zegt Howard Koster. Ieder gewas blijkt zijn eigen plaag te hebben. De hazelnootboorder maakt een gaatje in de hazelnoten, de muntkever eet de blaadjes van de munt. Van de tien ton veldbonen, een bron van plantaardige eiwitten, die ze aan een bedrijf in Amsterdam zouden leveren, kwam maar drie ton van het veld, de rest was aangetast door luizen. Hoe verleidelijk lijkt het dan om naar bestrijdingsmiddelen te grijpen, zegt Koster.

Dat gebeurt niet. Het recept: geduld. De gedachte is dat als de natuur meer tot ontwikkeling komt, er een nieuw evenwicht ontstaat. Met lieveheersbeestjes die luizen eten, bijvoorbeeld. Die kwamen dit jaar te laat, zegt Koster.

Tijdens de lunch schuift Wouter Vierboom aan, een ‘reguliere’ agrarisch ondernemer uit de buurt. Hij is met een medewerker en een enorme trekker gekomen om een perceel in te zaaien. Vierboom vindt het interessant wat zijn nieuwe buren doen, geeft ze adviezen en overlegt met ze.

Vierboom en Koster hebben een dag eerder gewerkt aan plannen voor de teelt van komend seizoen. Deze middag inspecteren ze de grond van de akkers. Vierboom merkt op dat Koster zich aanpast. „Toen hij hier kwam, wilde hij niet beregenen. Dat duurde misschien anderhalf, twee seizoenen. Toen is hij toch gaan beregenen”, zegt hij met een lach.

Koster: „Wij willen hier een klimaatadaptief systeem bouwen. Daar had ik inderdaad het eerste jaar mijn mond vol van. Maar als je kijkt naar hoe het klimaat al veranderd is, dan lopen we achter de feiten aan. We hebben de twee natste jaren ooit achter elkaar gehad en vielen daarna meteen in het droogste voorjaar ooit. Ik heb soms het gevoel dat we tien, vijftien jaar geleden hadden moeten beginnen. Maar beter laat dan nooit.”

Over deze serie De doorbrekers

De landelijke politiek beloofde de laatste jaren grote hervormingen, maar die kwamen amper tot stand. Op tal van vlakken namen burgers zelf het initiatief om veranderingen teweeg te brengen. In de aanloop naar de verkiezingen toont NRC in een serie, ‘De doorbrekers’, de mensen die – nu Nederland ‘stilstaat’ – het heft in handen nemen.

Deel 1: Een regeneratieve burgerboerderij in Millingen aan de Rijn

Source: NRC

Previous

Next