Cultuurbeleid Na een zomer waarin Paradiso door activisten werd beklad, debatteerden Nederlandse politici en de culturele sector op dezelfde plek over kunst en het vrije woord. „Politici moeten staan voor artistieke vrijheid.”
Het Paradiso-debat met in het midden Eric van der Burg (VVD) en Laurens Dassen (Volt). Links met microfoon Mohammed Mohandis (GL-PvdA)en Sandra Beckerman (SP). Tweede van links Ilana Rooderkerk (D66). Tweede van rechts VN-jongerenvertegenwoordiger Fenna Timsi. Uiterst rechts Nadia Moussaid. Foto Jelmer de Haas
„Het voordeel van de situatie in Amerika is dat we nu een voorbeeld hebben voor wat we willen voorkomen,” zegt Tweede Kamerfractievoorzitter Laurens Dassen (Volt) maandag tijdens het Paradisodebat. „Als politici moeten we ons niet uitspreken over de kunst zelf.”
Ongeveer een uur hiervoor nemen zo’n vierhonderd mensen plaats in de Amsterdamse poptempel, voor het debat dat jaarlijks de start van het culturele seizoen markeert. Als het rumoer is gaan liggen, zet de Iraanse singer-songwriter Sanam Maroufkhani op piano een instrumentale cover in van ‘Under Pressure’, de jaren 80-hit van Queen met David Bowie. ‘Under pressure – het vrije woord onder druk’ is het thema van deze editie van het Paradisodebat, dat elk jaar plaatsvindt om de start van het nieuwe culturele seizoen te markeren.
Presentator en programmamaker Nadia Moussaid modereert. Jeroen Bartelse, directeur van het Utrechtse TivoliVredenburg en voorzitter van belangenorganisatie Kunsten ’92 (organisator van dit debat) neemt het openingswoord. Hij herhaalt de kop van het opiniestuk dat hij samen met Kunsten ’92-collega Astrid Weij eerder in NRC publiceerde: „Als de kunsten het benauwd krijgen, raakt de samenleving in ademnood.” Hij doelt hiermee op de polarisatie die in de politiek en samenleving steeds meer de boventoon voert. Dit kan leiden tot onveiligheid en (zelf)censuur in de culturele sector. Bartelse haalt voorbeelden aan: boeken, zoals een grafische bewerking van Het dagboek van Anne Frank, die uit Amerikaanse bibliotheken verdwijnen of de Russische toneelregisseur Kirill Serebrennikov die gevangen wordt gezet.
Schrijver en columnist Karin Amatmoekrim leidt vervolgens het eerste deel van het debat in, over maatschappelijke druk. Amatmoekrim pleit voor meer vrijheid om een moreel oordeel te vellen, een rol die volgens Amatmoekrim wel ingenomen wordt door kunstenaars, terwijl politici hun rol verzaken. Ze ziet een gebrek aan moreel leiderschap in de politiek, omdat politici de wereld bezien vanuit economisch perspectief.
Paradiso-directeur Geert van Itallie vertelt hoe maatschappelijke druk er voor het poppodium uitziet: graffiti op het pand, spandoeken en bedreiging van het personeel sinds Kneecap en Bob Vylan werden geprogrammeerd. De grootste druk voelt hij vanuit de politiek. Itallie benoemt hoe JA21 constant vragen stelt over de programmering in de Amsterdamse gemeenteraad en de subsidie van Paradiso ter discussie stelt. „Ik mis een veiligstelling van onze plek”, zegt van Itallie.
Bijzonder hoogleraar Polarisatie & Veerkracht Hans Boutellier (VU Amsterdam) is aanwezig om duiding te geven aan het debat. „Cultuur is een hoeksteen van de democratie”, zegt hij, „zoals het parlement en de journalistiek dat ook zijn. De politiek zou beschermend moeten zijn voor kunst en cultuur, zowel fysiek als moreel. Politici moeten staan voor artistieke vrijheid.”
Na een korte pauze komt het debat pas echt op stoom. Nu zijn de subthema’s ‘politieke druk’ en ‘democratische erosie’ aan de beurt. Het is te merken dat de verkiezingen eraan komen, de aanwezige politici lijken zich bewust van hun publiek. De grootste wrijving ontstaat tussen de oppositiepartijen en Eric van der Burg die er namens de VVD is. Cultuurwoordvoerders Ilana Rooderkerk (D66), Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA), Sandra Beckerman (SP) en Laurens Dassen (Volt) zijn het erover eens dat cultuur een wezenlijk onderdeel is van de maatschappij beter beschermd dient te worden. Stevige oneliners als: „We moeten investeren in defensie, maar ook in wat het leven de moeite waard maakt,” (Dassen) worden beloond met applaus. Het idee van een wet en een vast percentage van het bbp voor cultuur lijkt hier in Paradiso breed te worden gedragen.
Eric van der Burg, VVD-Kamerlid en voormalig wethouder en loco-burgemeester in Amsterdam, reageert fel, met name op de stellingname van Rooderkerk. „Ik vind dit platte politiek. We hebben een flink aantal problemen op te lossen in de zorg, op het gebied van defensie. Het is echt niet zo dat als we nu massaal op D66 stemmen, het opeens allemaal goed komt. We zaten samen in een regering en toen kwam het ook niet goed met extra geld voor cultuur.”
De 24-jarige Fenna Timsi, VN-jongerenvertegenwoordiger, dient Van der Burg van repliek: „We leven in een veiligheidsnarratief. Maar veiligheid gaat verder dan wapens. Kunst zorgt voor reflectie en gedachtenuitwisseling en creëert op die manier een veilige maatschappij.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC