Formule 1 In Zandvoort zien ze dat de Max Verstappen-hype tanende is. Niettemin was de Grand Prix van Nederland strak georganiseerd als altijd - en viel er uiteindelijk toch wat te vieren.
Formule 1-fans zien Red Bull-coureur Max Verstappen passeren tijdens de race in Zandvoort. Volgend jaar is de voorlopig laatste F1-race op het circuit. Foto Piroschka van der Wouw/Reuters
De zon heeft zaterdagochtend het meeste regenwater op het Zandvoortse asfalt doen verdampen, als Max Verstappen tijdens de training voor het eerst langs de hoofdtribune rijdt. Eindelijk kunnen de in oranje T-shirts, ketelpakken en bouwvakkershelmen gehulde toeschouwers de publiekstrekker in het echt zien. Maar vrijwel iedereen blijft zitten en gejuich klinkt er nauwelijks.
Nogal een contrast met 2021, de eerste editie na de terugkeer van de Grand Prix van Nederland, toen Verstappen de pits maar uit hoefde te sturen om het publiek uit z’n dak te laten gaan alsof het Nederlands Elftal had gescoord.
De Verstappen-hype is gaan liggen, en de Formule 1 is minder vaak het gespreksonderwerp bij de koffieautomaat. Dat merkt Zandvoort ook. Waar bij de eerste drie edities de vraag het aanbod ruimschoots overtrof, bleven er nu tot het laatste moment nog kaarten beschikbaar. Pas aan het begin van het weekend gingen de laatste tickets voor zaterdag en zondag over de toonbank.
Dat de organisatie ervoor heeft gekozen na 2026 geen nieuw contract te tekenen met de Formule 1, lijkt het juiste besluit. Mocht de populariteit immers nog verder inzakken, legde de organisatie al eens uit, dan komt de begroting van het volledig privaat gefinancierde evenement snel in de knel.
Wat is dat met Nederlanders, dat zij na vijf jaar al uitgekeken raken op hun grand prix, terwijl decennia-oude F1-races in landen als Italië en het Verenigd Koninkrijk elk jaar moeiteloos bomvol zitten?
Jan Lammers kan niets met die vraag. „Ik hoor het hele weekend alleen maar positieve reacties, dan vind ik het knap dat je toch een negatieve kant weet te vinden”, zegt de oud-coureur en sportief directeur van de Dutch GP. Hij steekt in de winderige paddock een bevlogen betoog af over de sfeer op het circuit, het feest in het dorp. „Als je het mooiste model ronddraait, kan je ook wel ergens een lelijk plekje vinden.”
Hij heeft een punt. Als je íéts kunt zeggen over de grand prix in Zandvoort, dan is het dat het evenement vlekkeloos is georganiseerd.
Neem vrijdagmiddag, als er in de Hugenholtzbocht, vlak achter de pits, een doffe knal klinkt. Lance Stroll is uit de bocht gevlogen. Zijn Aston Martin ligt in puin, remvloeistof druipt over de schuine baan naar beneden en de omheining is flink beschadigd. De Canadees is nog niet uit het wrak geklommen, of er hangt al een hijskraan boven, en een paar tellen later rennen een stuk of tien marshalls in felle overalls rond om de brokstukken op te ruimen, het gladde vloeistofspoor met zand te bedekken en de muur te repareren. Een veegwagen haalt de laatste troep weg, en na nog geen tien minuten kunnen de F1-wagens weer de baan op.
Het is illustratief voor de efficiëntie waarmee alles op het circuit verloopt, en de details waarin de organisatie het weekend heeft gepland. Voor het publiek zondag arriveert, hebben medewerkers de hoofdtribune al volgezet met tienduizenden rode, witte en blauwe vlaggetjes. Later zorgen dj's en entertainers ervoor dat het geen minuut stilvalt op de tribune. Er worden T-shirts het publiek in geschoten en het ene na het andere stampnummer weerkaatst tussen de tribune en het pitsgebouw.
Toeschouwers zwaaien met Nederlandse vlaggen rond de grand prix van Zandvoort.Foto Nicolas Tucat/AFP
Precies daarom had F1-directeur Stefano Domenicali het circuit graag nog langer op de kalender gezien. Het entertainmentmodel heeft ruimschoots navolging gevonden bij andere grands prix, waar de dj's ook niet aan te slepen zijn.
Buiten het circuit zorgen de circa 300.000 bezoekers voor weinig problemen, zegt de Zandvoortse burgemeester David Moolenburgh. „Na een paar edities gaat dat allemaal wel gestroomlijnd.” Nauwelijks ongeregeldheden, geen lange wachttijden bij de trein naar Haarlem. Van afnemende populariteit is volgens Moolenburgh weinig te merken, ook omdat er voor het eerst muziekoptredens en videoschermen met racebeelden zijn in het dorp. „Ik ben zelf nog bij wat strandtenten langsgeweest, waar het eerdere jaren heel rustig was, maar zelfs daar waren nog redelijk wat mensen.”
Intussen kunnen bezoekers onmogelijk het billboard bij de ingang missen, waarop naast het hoofd van Verstappen met grote letters ‘The Last Lap’ prijkt. De organisatie van de grand prix, die voor een belangrijk deel bestaat uit marketeers, is nog voor er een meter is gereden in 2025 begonnen aan de campagne voor 2026, de laatste editie.
De inschrijving voor kaartjes is net open, en de respons is „bijzonder hoog”, zegt Dutch GP-directeur Robert van Overdijk in de paddock, waar hij het hele weekend met zonnebril en zwarte bodywarmer rondloopt. „Iedereen beseft dat dit de laatste kans is om erbij te zijn. Mensen die dachten: dit jaar even niet, ik kijk volgend jaar wel, die zullen rap moeten zijn.”
Toeschouwers in de duinen voorafgaand aan de F1 Grand Prix van Nederland op het Circuit van Zandvoort.Foto Sem van der Wal/ANP
Van Overdijk benadrukt dat de vip-arrangementen voor zakelijke klanten dit jaar makkelijk uitverkochten, en dat zijn race meer buitenlandse bezoekers trekt dan ooit. Maar hij is ook realistisch. „Kijk, het enthousiasme in Nederland is gekoppeld aan de prestaties van Max. Dat merken we.”
De prestaties van Max Verstappen zijn, na de lauwe ontvangst op zaterdagochtend, reden voor het publiek om later tóch op de banken te klimmen. Als hij zaterdagmiddag derde wordt in de kwalificatie. Als zondag de vóór hem rijdende Lando Norris door een olielek uitvalt. Als hij even later onder de hoofdtribune uit zijn auto klimt, achter de onaantastbare Oscar Piastri keurig als tweede gefinisht. Dan wordt Verstappen weer toegejuicht alsof het 2021 is.
Source: NRC