Home

Het is al jaren zo, en toch verbaast het ieder jaar weer: wat is Festival Oude Muziek toch een leuk festival

Festival Oude Muziek Al sinds de jaren tachtig is Utrecht een van de centra van ‘oude muziek’, grofweg muziek vanaf de Middeleeuwen tot de 18de eeuw. Het Festival Oude Muziek biedt alles van die hard Gregoriaans tot kolderiek vermaak. Een selectie hoogtepunten van een dag Festival Oude Muziek, met onder andere de grootste oorwurm uit de muziekgeschiedenis.

Ensemble Stile Antico op het Festival Oude Muziek in Utrecht

Wat is Festival Oude Muziek toch een leuk festival. Het festival dat sinds de jaren 80 Utrecht heeft getransformeerd tot een centrum voor oude muziek (Europese muziek vanaf de Middeleeuwen tot en met, zeg, halverwege de 18de-eeuw) lijkt dit jaar wel een extra fris bij-de-tijdse sfeer te ademen. ‘Trending sinds 1257’ staat er op de posters. En: ‘onbeperkt houdbaar’. Van diehard Gregoriaans tot zot vermaak, op de eerste zaterdag is er al zo veel te doen. Wie wilde kon om 7 uur ’s ochtends al naar het eerste concert, en pas om 12 uur ’s nachts naar het laatste. Het ‘programmaboekje’ van de hele week telt bijna 460 pagina’s; bijna een kilo aan concertinformatie.

Festival Oude Muziek

De eerste zaterdag van Festival Oude Muziek. Gehoord: 30/8, diverse locaties in Utrecht. Festival t/m 7 september. Info: oudemuziek.nl

Een selectie hoogtepunten uit een zaterdag oude muziek, die het verleden beleefbaar maakten:

07.00 – Gregoriaanse Metten

Utrecht slaapt nog. Pas als je de straat van de Sint Willibrordkerk in slaat, sta je plots in een groep mensen. Het Britse vocale ensemble Stile Antico en Collegium Gregorianum bieden het publiek de kans om deze dag bijna het hele getijdengebed te horen, de verplichte dagelijkse gebeden van katholieke monniken, in het Gregoriaans. Nu klinken de Metten, wat niet helemaal klopt met de tijd, want die zouden ’s nachts moeten klinken, maar een kniesoor… Later vandaag zingen ze nog de Lauden, de Terts, de Vespers en de Completen.

Hoe? Geweldig. Greg Skidmore, William Townend, James Robinson en Tom Castle, de zangers van Collegium Gregorianum, kunnen qua stemklank één persoon zijn. Of monniken 700 jaar geleden ook zo naar elkaar kleurden, zullen we nooit weten, maar nu brengt het de ideale sfeer om langzaam bij te ontwaken. De gelijkheid van hun ‘amen’ alleen al is goddelijk. Ze staan in een zijbeuk, maar deze kerk heeft een ideale akoestiek; de warme stemmen golven om je heen. Tussen de gregoriaanse gezangen door zingt Stile Antico polyfone gezangen van onder andere William Byrd (1540-1623) en Johannes Ockeghem (ca. 1410-1497) met een helderheid die elke stem afzonderlijk volgbaar maakt. Hoe krijgen twaalf mensen het voor elkaar om de klinker ‘u’ zo hetzelfde uit te spreken?

11.00 – Lachen met de Mona Lisa

De Mona Lisa is het grootste deel van zijn bestaan maar een onbeduidend schilderijtje geweest. Tot het in 1911 gestolen werd en de twee jaar durende zoektocht wereldnieuws werd. ĀART HOUSE 17 verzorgt nu al een paar jaar een humoristische noot op het festival, dit jaar door die geschiedenis op het toneel te zetten. De grotendeels non-verbale voorstelling is de rest van de week nog te zien: verwacht clownshumor, groteske overdrijvingen, veel herhalingen, vallen en opstaan, veel charme en sterk acteerwerk. En goed gemusiceerde publiekslievelingen, van Satie en Debussy tot de grootste oorwurm uit de oude muziek: ‘El Grillo’, het liedje over een krekel van Josquin Desprez (ca. 1450-1521).

De zang zakt vaak door de grens van amateuroperette, maar dat maken de mimeprestaties van Mareike Franz, o.a. als Mona Lisa, en Bruno Gullo ruimschoots goed. Alleen al voor publieksopwarmer (en co-regisseur) Adrian Schvarzstein wil je hier even gaan kijken. In de rol van Louvrebewaker hangt hij, als een soort wandelende ouverture, bloedserieus jassen op, biedt koekjes aan en herschikt links en rechts het publiek, met een maximaal ontdooi-effect.

15.00 – Nieuwe audiotechnieken

Met computermodellen en slimme speakerplaatsingen kunnen geluidstechnici steeds beter akoestieken nabootsen. Niet alleen van bestaande ruimtes, maar op basis van oude tekeningen – ook van al lang verdwenen kerken. Zoals de 9de-eeuwse Zwitserse Abdijkerk van Sankt Gallen. En van de 11de-eeuwse Bourgondische Abdijkerk Cluny III; tot de bouw van de Sint-Pieter de grootste kerk ter wereld. In de Pandora-zaal van TivoliVredenburg hebben de zangers van Ordo Virtutum zo’n set-up staan. Hun Gregoriaanse zang klinkt in de akoestiek van niet meer bestaande kerken; een wonderlijk effect. Je hoort werkelijk of een dak hoog of héél hoog is, waar de galm weerkaatst (naast of achter je), en of de galm nog verstaanbaar is. Dat laatste in de veertien seconden nagalm van Cluny III zeker niet. Het enige vervreemdende is dat alleen de zang in die akoestiek bestaat. Schuifel je met je voeten, of kuch je een keer – normaal goed voor secondenlange publieke schaamte – dan verdwijnt dat meteen in de droogte van de Pandora. In zekere zin ideaal, maar het haalt je ook uit de droom.

17.00 – Je oren kalibreren

Het Amerikaans/Canadese ensemble The Fine Hand laat mooi zien dat jongere musici niet zomaar oude muziek willen spelen, maar er ook iets mee willen vertellen. Met traditionele liederen uit koloniaal Amerika (bewerkingen van Europese liturgische gezangen en barokmuziek) en aan de hand van viola da gambamuziek vertellen ze het verhaal van de Acadiërs, die uit Noordoost-Amerika werden verdreven door de Britten. Dat moet je wel even gelezen hebben in het programmaboek, want de ensembleleden vertellen het verhaal met zwaar Vlaams/Frans accent in archaïsch Nederlands: lastig te volgen. Zoals vaak bij oude muziek moeten je oren even op het zachte volume kalibreren, en The Fine Hand speelt nog eens extra zacht en timide, en zingt soms een beetje nerveus. Maar ben je gewend, dan hoor je een interessant muzikaal verhaal, van gevoelvol tot boerenfeestelijk.

0.00 – Leuk orgel bij stomme film

Tientallen jongeren lopen ingedronken en wel door de foyer van TivoliVredenburg; eerst even naar de wc voor ze aan een lange dansnacht beginnen. Pardon, mag ik er even langs, ik moet naar een orgelconcert. In de grote zaal begeleidt Martin de Ruiter live zeven stomme films uit de jaren tien van de vorige eeuw. Van het nu bijna absurdistische Voyage sur Jupiter tot een knap staaltje snelkleien in Le sculpteur express, allemaal geeft De Ruiter een eigen sound. Het orgel speelt van intieme liefde en verdriet, groots vuur en ultieme show. Wat een heerlijke dagafsluiter! Er is niet veel publiek, enkele tientallen, een deel ligt op zitzakken naar het grote scherm te kijken en zich te verbazen over de inventiviteit van de special effects. Toen al kwamen standbeelden tot leven en kropen mensen uit schilderijen. Voor onze ogen is de trucage overduidelijk, maar wat een sensatie moet dat destijds zijn geweest.

Voyage sur Jupiter

Source: NRC

Previous

Next