Home

Student op kamers voelt zich mentaal minder goed. ‘Het lijkt eerst zo fijn, uit huis gaan’

Onderwijs Studenten die op kamers wonen hebben meer last van eenzaamheid, stress en depressie dan studenten die bij hun ouders blijven wonen. Dat zag Hogeschool Inholland bij onderzoek naar de eigen studenten.

Aankomende eerstejaars studenten van de TU Delft, Hogeschool Inholland en de Haagse Hogeschool maken kennis met Delft, de onderwijsinstanties, verenigingen en medestudenten.

De introductieweken zijn voorbij, nu begint het echt: het nieuwe academisch jaar. Een kleine 800.000 studenten aan hogescholen en universiteiten gaan weer naar college. Ongeveer één op de vijf is eerstejaars, een groep die kwetsbaar is voor eenzaamheid, stress, depressie en andere mentale problemen.

„Nu zijn ze nog vol euforie, maar waar onderwijsinstellingen op moeten letten, is hoe het met hen gaat als het studiejaar een aantal weken is gevorderd. Dan kunnen studenten zich minder goed gaan voelen”, zegt Lisa Klinkenberg, onderzoeker aan Hogeschool Inholland, een hbo-instelling met vestigingen in zeven steden in de Randstad. „Ze kunnen gaan twijfelen over hun studie, moeten opeens hun eigen huishouden runnen, hebben misschien geldtekort, en een nieuwe vriendengroep vinden kan ook stroever gaan dan gehoopt.”

Klinkenberg doet onderzoek naar het welzijn van de studenten aan Hogeschool Inholland. De jaarlijkse uitkomsten van deze Studentenwelzijnsmonitor, die binnenkort weer worden gepubliceerd, worden gebruikt om de begeleiding van studenten te verbeteren. Afgelopen jaar vulden ruim 1.500 van de ongeveer 25.000 studenten aan Inholland de vragenlijst in.

Op kamers

In de jaren na de coronapandemie zag Klinkenberg aan de ene kant een verbetering bij de studenten. „Minder stress, minder emotionele uitputting en minder depressieve symptomen”, zegt ze. „Maar er zijn ook terreinen waarop minder herstel te zien is: de veerkracht bij tegenslagen, de studiemotivatie.”

Daarnaast zoomde het onderzoek in op de achtergrondkenmerken van de deelnemers: gender, leeftijd, studiejaar. Vrouwen en non-binaire studenten blijken extra kwetsbaar. „Dat is een herkenbaar beeld uit andere onderzoeken naar mentaal welzijn”, zegt Klinkenberg.

Wat ze vooral opvallend vindt, als ze de uitkomsten van de afgelopen jaren overziet, is dat studenten die op kamers wonen het moeilijk hebben. „Het lijkt eerst zo fijn, uit huis gaan”, zegt ze. „Je bent blij dat je een kamer hebt gevonden en je hoeft minder ver te reizen naar je opleiding. Maar wat we zien is dat studenten die op kamers wonen structureel lager scoren op welzijn dan studenten die nog bij hun ouders wonen.”

Ongeveer 40 procent van de hbo-studenten woont op kamers. Aan universiteiten is dat 70 procent. Uit het onderzoek van Inholland blijkt dat hun uitwonende studenten zich eenzamer voelen, meer last hebben van stress en vaker kampen met depressieklachten. Klinkenberg: „Opvallend genoeg hebben ze ook minder het gevoel erbij te horen binnen de onderwijsinstelling en vinden ze het minder makkelijk om contact te maken met medestudenten.”

Studentenhuis

Dat verminderde gevoel van welzijn geldt extra voor studenten die niet in een groot studentenhuis wonen, maar in hun eentje of met één of enkele huisgenoten. Driekwart geeft aan zich in meer of mindere mate eenzaam te voelen. Van de studenten die bij hun ouders wonen of in een studentenhuis met meerdere huisgenoten heeft minder dan de helft hier last van.

„Ik wil hiermee niet oproepen dat studenten niet op kamers moeten gaan wonen”, zegt Klinkenberg. Wel raadt ze Inholland en andere onderwijsinstellingen aan studenten te blijven wijzen op alle ondersteuning die ze kunnen krijgen. Uit het onderzoek blijkt dat veel studenten niet weten bij wie ze terecht kunnen. „In de introductietijd krijgen eerstejaars een heleboel informatie over zich heen gestort. Het is goed om die informatie te blijven herhalen.” Inholland heeft studentdecanen en studentcoaches in dienst. „Maar er is ook laagdrempelige hulp mogelijk, zoals een buddy, een ouderejaars met wie je af en toe kunt praten.”

Het is volgens haar belangrijk dat onderwijsinstellingen niet alleen de studieresultaten van studenten in de gaten houden, maar ook regelmatig vragen hoe ze zich voelen. „Wat elk jaar uit ons onderzoek komt, is dat studenten vinden dat ze hun problemen zelf moeten oplossen. Ze denken dat ze op de hogeschool niet mogen laten blijken dat ze niet lekker in hun vel zitten. Soms zitten ze ineens huilend in de klas.”

Klinkenberg vindt de zorg voor het welzijn van studenten niet alleen een zaak van hogescholen en universiteiten. „Eigenlijk moet de hele stad zich verantwoordelijk voelen. Het zijn immers nieuwe inwoners”, zegt ze. „Geef studenten een kortingskaart waarmee ze activiteiten kunnen ondernemen om de stad te leren kennen. Of stel een studentenambtenaar aan, die nadenkt over manieren om studenten meer te betrekken bij de stad. Sommige gemeenten hebben die al.”

Source: NRC

Previous

Next