Betje Wolff moest er ‘kneeden door de morsigheid’, maar het is ook waar ze haar vonkende geschriften schreef: de Beemster, een wonderpolder vol kaarsrechte weilanden en geschiedenis.
Het land ligt er al vierhonderd jaar, maar het blijft een buitengewoon landschap – zo recht, zo hoekig, met de liniaal opgemeten. Geen gekronkel, geen gemeander, hier is elk ommetje een rechthoek of een vierkant. De Beemster was de eerste grote polder, drooggelegd in 1612 en sinds 1999 Werelderfgoed. In dit laagland kwam in 1759 Nederlands eerste romanschrijfster wonen, Betje Wolff, die later met Aagje Deken de briefroman Sara Burgerhart zou schrijven.
In augustus hangen rozige appels aan de fruitbomen in de Beemster. In de sloten bij de stolpboerderijen bloeien hortensia’s en kwaken de eenden. Bollende lakens aan een lijn. De wind, uit het zuiden, is warm maar stevig. Vijf ganzen vliegen er traag tegenin. De weilanden reiken ver en vlak, het riet ritselt, de bomen langs de weg ruisen.
Rijke Amsterdammers hadden een gedurfd plan, begin 17de eeuw, om het Bamestrameer bij Purmerend helemaal droog te leggen. Als investering, en de nieuwe vruchtbare grond kon de groeiende Amsterdamse bevolking helpen voeden. Vijftig windmolens werden uiteindelijk ingezet om de Beemster droog te malen, waarna de polder rechtlijnig werd ingedeeld volgens een historisch vierkantenraster, met Middenbeemster als centraal dorp. Iedereen kwam de wonderpolder met eigen ogen bekijken: prins Maurits, Frederik Hendrik, P.C. Hooft, Joost van den Vondel, Hugo de Groot.
Kruispunt Rijperweg/Middenweg, Middenbeemster
De grond was nauwelijks droog of de protestantse kerk, ontworpen door Hendrick de Keyser, werd al gebouwd in Middenbeemster. In 1730 werd Adriaan Wolff predikant van de Keyserkerk. Hij zou vooral bekend worden door zijn vrouw. Betje, Elizabeth Bekker uit Vlissingen, ging er op haar 17de vandoor met een militair. Dat werd een nare affaire waar Betje en de militair openlijk boete voor moesten doen in de kerk. Na die schande werd ze een soort van uitgehuwelijkt aan dominee Wolff, zo’n dertig jaar ouder, en kwam hier terecht, ver van de zee.
Keyserkerk, Middenweg 148
De bescheiden pastorie van de Wolffs is nu een museum, met op zolder Betjes schrijfhoek die ze Kipperust noemde. In de zomer kwam de Beemster tot leven als de rijke Amsterdammers naar hun buitenhuizen kwamen. De winters waren er lang, stil, koud en modderig, Betje moest er ‘kneeden door de morsigheid’. Maar ’s winters had ze ook de rust om te schrijven. Steeds bekender werd Betje Wolff – vrouw of niet – met haar vrijzinnige, patriottische en feministische geschriften waar de vonken vanaf vlogen.
Betje Wolff Museum, Middenweg 178
Op de hoek van de Middenweg en de Hobrederweg staat de doopsgezinde Vermaning uit 1785. De doopsgezinden mochten bij de gratie gods hun geloof uitoefenen, maar zo onopvallend mogelijk, daarom lijkt de kerk meer op een huis dan op een kerk.
Doopsgezinde Vermaning, Middenweg 86
Links de Hobrederweg op. De Nachtegaal, uit 1669, is de enige historische molen uit de Beemster die bewaard is gebleven. In de verte de toren van het van oudsher katholieke dorp Westbeemster.
Korenmolen De Nachtegaal, Hobrederweg 4a
Linksaf naar de Jisperweg. Daarna rechtsaf de Rijperweg affietsen, tot aan de dijk met de ringvaart. Hier is goed te zien hoe diep de polder is, 3,5 meter onder zeeniveau. Achter de ringvaart ligt De Rijp, een beeldschoon dorp dat in vroeger eeuwen welvarend werd door de haringvangst en de walvisjacht.
Na het overlijden van dominee Wolff gingen Betje Wolff en Aagje Deken, sinds kort Betjes hartsvriendin, samenwonen in De Rijp, in de Rechtestraat. Ze hebben op nr. 36 en op nr. 40 gewoond. Hier begonnen ze aan Sara Burgerhart, de briefroman uit 1782, waarin het weesmeisje Sara haar weg probeert te vinden in liefde en leven. Betje en Aagje geloofden niet per se in het ‘huwlyks fuikje’ en vonden dat ‘Nederlandse juffers’ boven alles zelfstandig moesten leren denken en zichzelf ontwikkelen.
Het mooie oude Raadhuis werd in 1630 ontworpen door Jan Adriaanszn Leeghwater uit De Rijp, timmerman, molenkenner en bekend door zijn werk als waterbouwkundig adviseur van de Beemster en latere polders.
Raadhuis De Rijp, Kleine Dam 1, De Rijp
Bij het Raadhuis staat, naast de kerk, het futuristische standbeeld van een andere Rijper: zeevaarder Jan Jansz Weltevree. Als hij in 1627 met zijn schip op weg naar Japan onderweg aanmeert op het Koreaanse eiland Jeju om drinkwater te halen, nemen de Koreanen hem gevangen. Weltevree zal altijd als banneling in Korea blijven. Hij wordt er later buskruitadviseur van de koning en neemt een Koreaanse naam aan, Pak Yon.
Terug naar Middenbeemster via de lange Rijperweg. Voor Brasa staat het borstbeeld van Leeghwater, die zichzelf die toepasselijke naam trouwens gegeven had. Leeghwater was ook een showman die indertijd furore maakte met een Hans Klok-achtige act. Voor het oog van honderden verbaasde toeschouwers bleef hij wel drie kwartier onder water om daar rustig peren te eten en op de schalmei te spelen. Waarschijnlijk gebruikte Leeghwater een door hem zelf ontworpen duikerklok.
Hotel-restaurant Brasa, Rijperweg 83, Middenbeemster
Bij Moeders is een leuk café met aardige mensen naast het Betje Wolff Museum. Voor het café staat een borstbeeld van Carel Fabritius, Rembrandts leerling die Het puttertje schilderde en hier in Middenbeemster geboren werd. Dit was in de 17de eeuw de school waar Carels vader schoolmeester was.
Bij Moeders, Middenweg 176
Dit (fiets)ommetje duurt – niet elektrisch – ongeveer een uur en twintig minuten. Niet ontmoedigd raken door iedereen die elektrisch voorbij zoeft. De eenzame fietser, ‘kromgebogen over z’n stuur tegen de wind’, is een uitstervend mens.
Bij station Purmerend zijn ov-fietsen te huur (wel checken, ze zijn zeer in trek). En dan fietsen naar Middenbeemster. Langs de huizen met bruggetjes aan de Purmerenderweg (en daarna de Rijperweg). Of via de Purmerenderweg, Volgerweg en de Middenweg. En dan op Middenweg 195 zeker even kijken naar die mooie stolpboerderij in ‘Vingboonsstijl’.
Lees vooral de biografie Een vrije geest: het uitzonderlijke leven van Betje Wolff, van Marita Mathijsen, waarin de schrijfster (met frisse tegenzin) ook de vraag beantwoordt of Betje en Aagje geliefden waren.
Omdat Leeghwater 450 jaar geleden werd geboren, is er een tentoonstelling over hem in museum In ’t Houten huis in De Rijp en is er dit weekend daar ook een feestweekend (lw450.nl).
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant