Chimpansees die verbanden aanleggen, muizen die EHBO verlenen: ook dieren verzorgen elkaar, blijkt uit een groeiende stapel studies. Vier opmerkelijke voorbeelden.
Tussen de takken en bladeren van het Oegandese regenwoud probeert een groep onderzoekers met een videocamera een glimp op te vangen van een chimpansee. Het dier kauwt op wat bladeren, om daarna de wonden van een soortgenoot met het sap-speekselmengsel in te smeren. Daarna dept de mensaap met losse bladeren de verwonding af.
Dit voorval, onlangs beschreven door een groep internationale wetenschappers van onder andere de universiteit van Oxford, is het nieuwste voorbeeld van de groeiende stapel publicaties over dieren die dokter spelen. Een duik in de wetenschappelijke literatuur, onder begeleiding van bioloog Jaap de Roode, die hier recentelijk het boek Dokters van nature over schreef. Vier opmerkelijke voorbeelden op een rij.
Voor de chimpansee liggen er veel gevaren op de loer: vervelende ziekteverwekkers, door mensen opgezette vallen, een gewelddadig conflict binnen de groep. Uit eerdere onderzoeken bleek al dat deze primaten planten gebruiken om de genezing van wonden te versnellen.
In de nieuwe publicatie beschrijven de wetenschappers meerdere nieuwe manieren waarop chimpansees elkaar behandelen.
Nadat een vrouwtje door een soortgenoot was aangevallen, zagen de wetenschappers dat ze haar eigen wond ging verzorgen. Vervolgens begon haar jonge nakomeling dit gedrag te kopiëren. Ze kauwden bladeren kapot en drukten die als een ‘geneesmiddel’ stevig tegen de wond aan. De mensapen zochten hiervoor naar specifieke planten, die een ontsmettende en ontstekingsremmende werking bleken te hebben.
Ook tijdens vreedzaam gedrag, zoals na geslachtsgemeenschap of het doen van de behoefte, reikt de chimpansee de ander de hand door de genitaliën af te doen met een blad. De wetenschappers denken dat hierdoor de kans op infecties kleiner wordt.
Daarnaast is het lospeuteren van nylondraadjes onderdeel van het ‘spreekuur’. Deze plastic snoeren zijn afkomstig van vallen die de lokale bevolking gebruikt om een aantal soorten antilopes te vangen.
Is dit verzorgende gedrag uniek? ‘Zeker niet’, aldus Jaap de Roode, bioloog en hoogleraar aan de Emory-universiteit in Atlanta. Sinds hij tijdens een eigen onderzoek stuitte op vlinders die geneesmiddelen gebruiken, houdt hij zich bezig met ‘dierenmedicatie’.
Wat kunnen we leren van deze dierendokters? Volgens De Roode is het een westerse gedachte dat mensen beter ontwikkeld zijn dan dieren, omdat wij bijvoorbeeld taal, cultuur of geneesmiddelen hebben. ‘Maar het blijkt dat die zaken bij dieren ook gewoon voorkomen’, zegt hij.
Andere culturen, zoals de inheemse bevolking van Amerika, gebruiken de natuur juist als inspiratie wanneer het op geneesmiddelen aankomt. Zo zagen de Navajo, een volk van de Noord-Amerikaanse indianen, hoe beren een mengsel van vermalen wortels en speeksel in hun vacht smeerden. Door dit voorbeeld te volgen, konden vele stammen zich beter weren tegen infecties.
Daarnaast hebben veel geneesmiddelen die we nu gebruiken een natuurlijke oorsprong. Laboranten maken een pilletje, zalfje of spuitje door moleculen die door de natuur ontworpen zijn te isoleren of na te maken.
Voorbeeld: beren eten na hun winterslaap vaak wilgenschors om de gewrichten weer soepel te krijgen. Dit komt door het stofje salicine, wat uiteindelijk de basis is geweest in de ontwikkeling van het aspirientje. Verstandig dus om af te kijken hoe het dierenrijk aan zijn geneesmiddelen komt.
De monarch is niet voor niets de bekendste vlinder van Noord-Amerika. Tijdens de trektocht van het insect kunnen allerlei kleinere groepen samenkomen tot ze met wel honderden miljoenen tegelijk zijn, waardoor ze uiteindelijk hele bomen bekleden met een deken van oranje vleugels.
Hun dieet bestaat uitsluitend uit giftige zijdeplanten. Doordat de rupsen bladeren van de plant eten, slaan ze de gifstoffen in hun lichaam op waardoor ze zelf een minder aantrekkelijke prooi worden. De rups is goed te herkennen aan de gele, witte en zwarte ringen, zodat roofdieren weten dat ze op zoek moeten naar een ander hapje.
Een ware vijand van de ‘koningsvlinder’ is de eencellige parasiet Ophryocystis elektroscirrha. Besmetting leidt tot kleine gaatjes in de huid, waardoor de vlinder uitdroogt, gewicht verliest en niet meer goed kan vliegen. Een vroegtijdige dood is vaak het gevolg.
Tijdens het onderzoek naar de levensloop van de parasiet begon De Roode zich iets af te vragen: zouden de gifstoffen uit de zijdeplant ook dodelijk zijn voor de parasiet, en daardoor als geneesmiddel werken voor de rups van de monarchvlinder?
Met een onderzoek toonde de bioloog aan dat besmette rupsen die een zijdeplant aten met relatief veel gifstoffen, minder ziekteverschijnselen vertoonden dan wanneer ze een minder giftige plant hadden gegeten. De zijdeplant werkt als een effectief geneesmiddel omdat die dodelijk is voor de parasiet.
Het daaropvolgende experimentele onderzoek had een minstens zo intrigerende vraagstelling: gebruikt de monarchvlinder bewúst de giftige plant als geneesmiddel? Het onderzoeksteam stopte gezonde en geïnfecteerde vrouwelijke vlinders in vliegkooien met de twee zijdeplanten.
Wat bleek? Waar de gezonde vrouwtjes eitjes legden op beide soorten planten, kozen de geïnfecteerde vlinders overduidelijk de extra giftige zijdeplant voor de afzet.
Het zijn de kleine rupsjes waarvoor de vlinder kieskeurig de plant uitkiest. ‘Moeder vlinder’ zelf heeft geen voordeel met de keuze voor de geneeskrachtige plant. De eitjes zijn beplakt met sporen van de parasiet. Ze krijgen meteen de ziekteverwekker binnen als ze naar buiten kruipen, maar kunnen ook direct van de medicinale plant eten. Daardoor is de kans veel kleiner dat de rups echt ziek wordt en vallen de ziekteverschijnselen mee.
Wat zijn die kleine witte pluisjes in het nest van de mus? Bioloog Monserrat Suárez Rodríguez, collega van De Roode, kon er maar niet achter komen waar deze vezels vandaan kwamen. Maar toen het tijdens een regenbui ging ruiken naar tabaksrook, was snel duidelijk dat het sigarettenpeuken waren
Eind jaren tachtig van de vorige eeuw zagen wetenschappers al dat spreeuwen stukjes plant van de zogenoemde wilde peen verwerken in hun nest, om bloedzuigende parasieten op afstand te houden. Zouden die restjes van sigarettenpeuken dan ook een parasietwerende functie hebben?
Zorgvuldig verwijderden de mussen de huls en haalden ze de vezels eruit. Bestudering van de nesten van een aantal mussen gaf een duidelijk verband aan: hoe meer sigarettenpeuken, hoe minder mijten er in het vogelnest zaten.
Ook hier was de vraag of de mussen bewust een medicijn tegen ongedierte gebruiken. Daarom zetten wetenschappers een experiment op, waarbij ze op drie manieren de gevulde nestjes van mussen veranderden: het toevoegen van levende teken, dode teken, of helemaal niets.
Aan het eind van het broedseizoen namen de onderzoekers de nestjes onder de loep. De nestjes van mussen die bestookt waren met levende teken, bleken veel meer sigarettenpeuken te bevatten dan de andere nestjes. Conclusie: de mussen die bloedzuigende teken zagen kruipen, waren specifiek op zoek gegaan naar sigarettenfilters.
Deze muis heeft goed opgelet tijdens de cursus reanimeren. Stap één: vrijmaken van de luchtwegen. Het knaagdier bijt en trekt aan de tong van de kooigenoot, hopend dat deze snel weer bij kennis komt.
Het alarmnummer, reanimeren, de AED: iemand kan op talloze manieren te hulp schieten in noodsituaties. Doen dieren dit ook? Muizen lijken een bewusteloze medebewoner van hun kooi graag in leven te willen houden.
De onderzoekers zetten een muis samen met een bekende soortgenoot, die bewusteloos was door verdoving, in een kooi. Na een korte snuffelsessie begint het knaagdier het ‘slachtoffer’ te likken. Geen effect. Met twee pootjes opent de muis snel de bek en begint bijtend aan de tong te trekken, totdat de muis weer wakker wordt.
Om te ontdekken of de muis de muis handelt uit nieuwsgierigheid of altruïsme, plaatsten de wetenschappers een klein voorwerp in de mond van een bewusteloze soortgenoot. Behalve de tong haalt de verzorgende muis nu ook de blokkade uit de bek. Ook blijft de muis te hulp schieten als hij vaker met een bewusteloze huisgenoot wordt geconfronteerd.
Sociaal als de knaagdieren zijn, blijkt het levensverlengende gedrag vooral te gebeuren als de muizen elkaar al kennen. Een slapende metgezel lijken ze ook te herkennen: dan laten ze geen hulpverlenend gedrag zien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant