Naast rapper is Ray Fuego óók punker en dichter: in zijn pas verschenen bundel dicht hij onder meer over zijn drugsverslaving. Ook als hij weekendtips geeft, bezigt de Ploegendienst-frontman hartstochtelijke taal. ‘Ik heb het museum niet nodig. Leven is kunst.’
schrijft voor de Volkskrant over theater en human interest
Met half dichtgeknepen ogen doet Ray Fuego op een zomerse maandagmiddag de deur van zijn bovenwoning in hartje Amsterdam open. ‘Hoe laat is het? 12 uur? Hou op. Normaal slaap ik nooit zo lang.’
Het weekend van de 29-jarige rapper, punker en dichter: zaterdagnacht had hij een show met punkband Ploegendienst, waarvan Fuego frontman is. Zondag deed hij de hele dag calisthenics, een vorm van fitness, in het park. Zondagnacht lag hij met spierpijn (van de calisthenics) tot in de vroege uurtjes wakker. ‘Blijkbaar was het nodig om uit te slapen’.
Als we een halfuur later terugkomen heeft hij zijn ‘liquid breakfast’ (een smoothie!) achter de kiezen en videobelt hij, gezeten in het raam, met zijn collega’s van hiphopcollectief Smib, waarvan Fuego een van de oprichters is. ‘Het is crunch time’, zegt hij als hij ophangt en onderuit zakt op de bank. ‘Eind van de week releasen we onze nieuwe plaat.’
Als het (getatoeëerde) gezicht van Ploegendienst en Smib is Fuego (echte naam Rayvel Pieternella) al geruime tijd een toonaangevend figuur in de Nederlandse hiphop- en punkscene. Ook als soloartiest maakte hij meerdere albums, waarvan zijn debuut Zwart (2018) een 3voor12 Award won.
Met zijn recent verschenen poëziedebuut Bolo di entropia keert hij terug naar waar het allemaal begon: het dichten. ‘Ik schreef al poëzie voordat ik muziek ging maken. De eerste keer dat ik een rijmboek opensloeg was ik meteen verkocht. Iedereen die met mij op de basisschool zat kan dat bevestigen.’
Fuego praat snel en vurig, weet wat hij vindt, en strooit met prikkelende teksten als: ‘Ze zeggen dat we hier een vluchtelingenprobleem hebben. Maar wanneer die kankerbom op Nederland valt, gaan ze allemaal verhuizen naar fucking Spanje, zijn ze zelf vluchteling.’ Vaak met een spokenwordachtige kwaliteit: ‘Mensen moeten me niet bellen met ‘yo ik heb een sick idee’. Ik heb geen tijd voor sicke ideeën. Iedereen heeft sicke ideeën. Ga je sicke idee maar uitleggen aan m’n manager en dan hoor ik wel of het een sick idee is.’
Zijn eigen sicke idee van een poëziebundel ontstond tijdens de corona-lockdown. ‘Er ging zoveel door mijn hoofd, gedachten, hersenspinsels, ik voelde dat ik ze op moest schrijven.’ Veel van de gedichten, geschreven tussen 2020 en 2024, gaan over de worsteling met zijn toenmalige drugsverslaving. ‘Toen ik ze schreef voelde het niet per se donker omdat ik het licht niet kende. Ik was in het donker, het was een omschrijving van hoe ik me voelde. Nu zie ik dat het best wel dark is.’
Sindsdien gaat het beter. ‘Ik ben mijn innerlijke kind mentaal en fysiek aan het genezen.’ Dat doet hij door films te kijken die hij vroeger keek. Door kleding te dragen die hij vroeger droeg. Door eindelijk met zijn oudere zus te praten over hun jeugd in de Bijlmer. ‘Ik vertel haar dat ik depressief was, maar zij zegt dan: hoezo depressief? Zij zag een losgeslagen tiener, maar ik was een complex mens met pijn. Ik ben liefdevol opgevoed door mijn moeder, maar dat soort dingen kon ik thuis moeilijk bespreken.’
‘Ik begrijp nu dat emoties komen en gaan. Ik heb geleerd dat ik niet altijd vanuit mijn lichaam moet reageren als ik me slecht voel. Daar zit het trauma vast, in het lichaam. Ik probeer beter na te gaan wat ik voel, waarom ik dat voel en wat ik nodig heb.’
Als frontman van Ploegendienst werd Fuego wat hij altijd al was: punker. ‘Ook toen ik hiphop maakte was ik punker. Punk gaat over je hart. Een manier van denken, een houding, anti-establishment.’
Demonstreren is niet de manier waarop hij zich inzet tegen racisme of de klimaatcrisis, maar activist is hij wel. ‘Ik heb geen keus. Ik ben zwart in een witte wereld. Het is geen privilege. Maar boven alles ben ik muzikant. In mijn muziek probeer ik de huidige tijd zo goed mogelijk te vangen.’ Eerder dit jaar stond hij met Ploegendienst in poptempel Paradiso op een benefietavond voor Gaza.
Zijn plannen voor de komende jaren? Meer eigen muziek, een nieuwe Ploegendienstplaat, een tweede boek. Een ander doel: op de cover van tijdschrift Men’s Health. Of, zo stelt de interviewer voor, is dat niet ook een leuke cover voor zijn eigen nieuwe plaat?
‘Dat is best wel een sick idee.’
‘Tank Girl is weird. Die film is zo slecht dat-ie goed is. Je moet hem ook niet kijken met het idee: ik ga een goeie film kijken. Het is scifi over een vrouw die in een post-apocalyptisch woestijnlandschap moet vechten voor water. Maar je moet het niet kijken voor de plot. Het gaat om de esthetiek.
‘Alles heeft de beeldkwaliteit van de begindagen van punk. Het is veel grunge; rommelige, kapotgedragen kleding. Te grote, wilde kapsels, alsof ze maanden niet gewassen zijn. Rick Owens, die nu een van de meest invloedrijke kledingontwerpers ter wereld is, heeft die film gestyled. Dat is echt bizar. Ik heb de film twee keer gezien, ik moet hem snel nog eens zien.’
‘Ik kende Rarri aanvankelijk als maker van online sketches. Ik was niet echt fan. Ik hou er niet van als mensen van kleur zichzelf tot clown maken ter vermaak van een wit publiek. Het voelt vaak meer als uitlachen. Maar toen begon hij met muziek en kunst maken. En zijn kunst is gewoon belachelijk goed. Ik heb veel respect voor de groei die hij heeft doorgemaakt.
‘Het is voor elke artiest belangrijk om door een fase te gaan waarin je schaamte draagt als je eerste naam. Uitgelachen worden, en daar schijt aan hebben. Als je begint met iets, lacht iedereen. Mensen waren geen fan toen ik begon met Ploegendienst. Ze zeiden: je bent toch rapper, wie denk je dat je bent? Maar kijk nu: welke punkband kan naast mijn band staan? Geen enkele. Geen enkele band kan naast mijn band staan. Op geen enkele manier.
‘Mannen hebben ballen als stieren, maar ze durven niet zichzelf te zijn. Rarri heeft de mindset van een kunstenaar: fok wat andere mensen denken. Ze gaan het niet begrijpen. Ze begrijpen het wanneer je langsrijdt in je Ferrari.’
‘No News is wat nieuwer, maar zeker Order Tattoos en Schiffmacher & Veldhoen zijn als een nest voor mij. Ik kwam daar toen ik jong was vragen om tatoeages, hing daar dagen rond. Zij tatoeëren mij sinds ik 17 ben. Ik heb veel her en der gewoond, en als ik me verdwaald voelde in de stad kon ik altijd even naar de tattooshop.
‘De kleine zeven naast mijn oog kreeg ik twee dagen nadat ik de moeder van mijn kind had ontmoet. We hadden een show in Duitsland met SMIB. Na de soundcheck vroeg ik haar of ze een tattoo bij me wilde zetten. Toen ben ik op de grond gaan liggen, en heeft ze met de hand mijn gezicht getatoeëerd. Daarvan denk ik nog steeds: wauw, sick.’
‘Wat ik mooi vind aan Ryan is dat zijn reis als kunstenaar zichtbaar is in zijn werk. Alle stijlen die hij door de jaren heen hanteerde zitten in zijn huidige kunst. Zijn oeuvre zit in zijn kunst. Ik weet niet genoeg over verf om te zeggen wat die stijlen dan precies zijn, maar wat me raakt in zijn werk is dat het heel tribal is, heel Afrikaans. Hij is half Brits en half Cubaans. Ik kom uit Curaçao. We delen een geschiedenis, die transatlantic slave trade shit.
‘Zijn kunst lijkt op een oude taal. Hij maakt gebruik van symbolen, alsof het onbegrijpelijke hiërogliefen zijn. Tegelijkertijd is het ook futuristisch. Ik kan me voorstellen dat dit in 2065 in een museum hangt, als ijkpunt voor 2025. Zoals we nu in musea kijken naar Egyptische artefacten.’
‘Parasite gaat over een arm gezin dat infiltreert in het leven van een rijk gezin. De opbouw van Parasite is heel goed. Het begint als een best wel knullige film, met veel ruimte voor humor. Tegen het einde wordt het steeds grimmiger. Je voelt dat het toewerkt naar een grote apotheose, waardoor je de hele film op het puntje van je stoel zit. In elke scène staat de tegenstelling tussen rijk en arm centraal. Dat maakt het geheel ook nog eens maatschappelijk beladen.
‘Ik kijk alles wat ik vet vind meerdere keren. Ik ben een movie-rewatcher, en een outfit-repeater. Ik heb ooit twee weken lang Batman gekeken, elke dag. Soms zette ik het gewoon aan voor de sfeer. Dan ben ik in de studio muziek aan het maken en zet ik Batman op, zodat ik toch die Gotham-sfeer heb. Horror zonder geluid is best wel dom. Maar Batman zonder geluid is gewoon faya.’
‘De Amsterdamse Zeedijk is een belangrijke plek voor mij. Het is van drugsdealerhol uitgegroeid tot cultureel nest, met overal mensen die creatieve dingen doen. Met ons collectief Smib hebben we er een eigen winkel. Een soort clubhuis waar onze supporters zich kunnen begeven in de Smib-wereld.
‘Ik vind het belangrijk dat we een fysieke plek hebben, omdat onze invloed vooral zichtbaar is in de echte wereld, op straat. Dat vind ik veel belangrijker dan die internetbullshit. Mensen weten dat we echte mensen zijn, die echte dingen doen en echte dingen hebben gedaan, en echte dingen blijven doen in de toekomst.
‘Verder kan je lekker eten en chillen op de Zeedijk. Ik kom er momenteel niet meer veel omdat ik nu aan de andere kant van de stad woon, maar als ik op zoek moet naar een vriend die niet te bereiken is op zijn telefoon, loop ik altijd naar de Zeedijk.’
‘Er zijn zoveel bands die ik vet vind. Black Flag vind ik hard. The Stone Roses vind ik vet. Black Sabbath. Pantera zijn kankerracisten, maar het is wel kankergoeie muziek. The Smiths. Van alles. Ik luister fucking Kate Bush, bijna elke dag. Ik weet niet wat de gemene deler is. Het is gewoon goed.’
‘Ik luister eigenlijk weinig muziek. Ik kijk films. Ik vind muziek een beetje saai. Als ik muziek luister dan luister ik vooral naar shit voor 2000. Veel van de muziek nu is een kopie van wat al bestond. Waarom zou ik naar een kopie gaan luisteren als ik ook naar het origineel kan luisteren. Met nieuwe muziek heb ik ook vaak dat ik denk, oké ik luister dit nu één of twee keer, maar volgend jaar zet ik dit niet meer op.’
‘Kijk. Als ik naar buiten ga en ik kijk naar mensen, mensen zijn kunst. Kleding is kunst. Eten is kunst. Ik ben altijd bezig met creëren, waardoor alles een creatie is. Mijn ogen zijn zo geprogrammeerd.
‘Deze tafel is ook gewoon gemaakt door iemand. Deze fokking kaars is gemaakt door iemand. Dit fokking rek, dat lijkt op een doorsnee rek, maar als je er goed naar kijkt zie je dat het een heel mooi rek is. Deze plant is half dor, half levend, dat is ook gewoon prachtig. De scheuren in de muren. Alles is kunst, het is maar hoe je naar de wereld wil kijken. Sommige mensen zijn blind en moeten naar het museum om kunst te zien. Ik heb het museum niet nodig. Leven is kunst.’
CV Ray Fuego
1996 Geboren in Amsterdam als Rayvel Pieternella
2014 Album Bummy Boys met producers GRGY en KC
2015 Richt hiphop- en kunstenaarscollectief Smib op
2018 Eerste soloalbum: Zwart, bekroond met een 3voor12 Award
2018-nu Frontman van punkband Ploegendienst
2019 Soloalbum Fue
2020 Uitgeroepen tot best geklede man van Nederland door tijdschrift Esquire
2021 Soloalbum Hemelschip
2022 Soloalbum Open, bloot ’n paranoïde
2023 Ploegendienst-album Ik
2024 Ploegendienst-album DSM-5
2025 Nieuwe Smib-album Eendraght Maeckt Maght
2025 Poëziedebuut Bolo di entropia
Ray Fuego heeft een zoontje van 5 en woont in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant